Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Ablavar (Vasovist) (gadofosveset trisodium) – Samenvatting van de productkenmerken - V08CA

Updated on site: 05-Oct-2017

Naam van geneesmiddelAblavar (Vasovist)
ATC codeV08CA
Werkzame stofgadofosveset trisodium
ProducentTMC Pharma Services Ltd.
Geneesmiddel niet langer geregistreerd
Hulpstof
Dit geneesmiddel bevat 6,3 mmol natrium (of 145 mg) per dosis. Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Ablavar 0,25 mmol/ml, oplossing voor injectie

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

1 ml Ablavar oplossing voor injectie bevat 244 mg (0,25 mmol) gadofosveset trinatrium, gelijk aan 227 mg gadofosveset

Elke flacon met 10 ml oplossing bevat in totaal 2,44 g (2,50 mmol) gadofosveset trinatrium, gelijk aan 2.27g gadofosveset.

Elke flacon met 15 ml oplossing bevat in totaal 3,66 g (3,75 mmol) gadofosveset trinatrium, gelijk aan

3.41g gadofosveset.

geregistreerd

 

Elke flacon met 20 ml oplossing bevat in totaal 4,88 g (5,00 mmol) gadofosveset trinatrium, gelijk aan 4.54g gadofosveset.

3.

FARMACEUTISCHE VORM

 

 

langer

Oplossing voor injectie

 

 

Heldere, kleurloze tot lichtgele vloeistof

 

4.

KLINISCHE GEGEVENS

niet

 

4.1

Therapeutische indicaties

 

 

 

 

Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.

Volwassenen:Geneesmid0,12 ml/kg lichaamsgewichtdel

(gelijk aan 0,03 mmol/kg)

Ablavar is geïndiceerd voor contrast-versterkte magnetische resonantie angiografie (CE-MRA) voor het zichtbaar maken van bloe vaten van het abdomen of van de ledematen uitsluitend bij volwassenen met verdenking op of bekende vasculaire aandoeningen.

4.2 Dosering wijze van toediening

Dit geneesmiddel mag alleen door artsen met ervaring op het gebied van contrast-versterkte diagnosti k worden toegediend.

Dosering

Tijdstippen beeldvorming:

Dynamische beeldvorming begint onmiddellijk na de injectie. Steady state beeldvorming kan beginnen nadat de dynamische scan is voltooid. In klinische onderzoeken werd de beeldvorming tot ongeveer een uur na de injectie voltooid.

Er is geen klinische ervaring beschikbaar over herhaald gebruik van dit geneesmiddel.

Speciale populaties

Ouderen (65 jaar en ouder)

Dosisaanpassing wordt niet nodig geacht. Bij oudere patiënten de nodige voorzichtigheid in acht nemen (zie rubriek 4.4).

Nierfunctiestoornis

Het gebruik van Ablavar dient te worden vermeden bij patiënten met ernstige nierfunctiestoornis (GFR < 30 ml/min/1,73 m2) en bij patiënten in de perioperatieve levertransplantatieperiode tenzij de diagnostische informatie essentieel is en niet beschikbaar is met niet-contrast-versterkte magnetische resonantie imaging (MRI) (zie rubriek 4.4). Wanneer het gebruik van Ablavar niet kan worden vermeden, dient de dosis de 0,03 mmol/kg lichaamsgewicht niet te overschrijden. Tijdens een scan dient niet meer dan één dosis te worden gebruikt. In verband met het gebrek aan informatie over

herhaalde toediening, dienen Ablavar-injecties niet te worden herhaald, tenzij het interval tussen

injecties tenminste 7 dagen is.

geregistreerd

Leverfunctiestoornis

 

Dosisaanpassing bij leverfunctiestoornissen is niet nodig (zie rubriek 5.2).

Pediatrische populatie

Gebruik bij neonaten, zuigelingen, kinderen en adolescenten wordt niet aanbevolen. Er nog geen klinische ervaring beschikbaar voor patiënten jonger dan 18.

Wijze van toediening

Dit geneesmiddel dient te worden toegediend als enkelvoudige intrav n uze bolusinjectie, handmatig of door middel van een injector voor magnetische resonantie (MR injector) gedurende een periode van maximaal 30 seconden gevolgd door een 25-30 ml spoeling met een fysiologische zoutoplossing.

4.3 Contra-indicaties

 

langer

Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor (één van) de hulpstoffen

onder supervisie van een daartoe opg

nietide arts met een grondige kennis van de uit te voeren

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Diagnostische procedures waarbij MRI co traststoffen worden gebruikt, dienen te worden uitgevoerd

observeren,Geneesmiddelt name patiënten met een voorgeschiedenis van allergie, nierinsufficiëntie of een ongewenste r actie op een geneesmiddel.

procedure. Er dienen geschikte voorzi ningen beschikbaar te zijn voor de behandeling van complicaties van de proce ure, alsmede voor een spoedeisende behandeling van mogelijk ernstige reacties op de contraststof zelf.

De gebruikelijke veiligheids aatregelen bij MRI dienen te worden nageleefd, bijv. uitsluiting van cardiale pacemakers en ferromagnetische implantaten.

Zoals bij andere diagno tische contrastonderzoeken wordt aangeraden de patiënt na de procedure te

Waarschuwing voor overgevoeligheid

Men dient immer rekening te houden met de mogelijkheid van een reactie, waaronder ernstige, levensbedreigende, dodelijke, anafylactische of cardiovasculaire reacties, of andere idiosyncratische reacties, in het bijzonder bij patiënten met een bekende klinische overgevoeligheid, een eerdere reactie op contrastmiddelen, een voorgeschiedenis van astma of andere allergische aandoeningen. Ervaring met andere contrastmiddelen leert dat het risico op overgevoeligheidsreacties bij dergelijke patiënten verhoogd is. Vertraagde reacties kunnen optreden (na uren tot dagen).

Voorzichtigheid dient ook te worden betracht in de volgende gevallen:

Overgevoeligheidsreacties

Indien een overgevoeligheidsreactie optreedt (zie rubriek 4.8), dient toediening van het contrastmiddel onmiddellijk te worden gestaakt en - indien nodig- specifieke veneuze behandeling te worden ingesteld. Het is om die reden raadzaam een flexibele verblijfscanule te gebruiken voor intraveneuze toediening van het contrastmiddel. Vanwege de mogelijkheid van ernstige overgevoeligheidsreacties na intraveneuze toediening van het contrastmiddel, dient men voorbereidingen te treffen voor noodmaatregelen; de juiste medicatie, een endotracheale tube en een beademingsapparaat dienen bijvoorbeeld onder handbereik te zijn.

Nierfunctiestoornis

Omdat gadofosveset door het lichaam via de urine wordt uitgescheiden, dient voorzichtigheid te worden betracht bij patiënten met nierfunctiestoornissen (zie rubriek 4.2 en 5.2).

Voorafgaand aan toediening van Ablavar wordt geadviseerd dat alle patiënten worden gescreend op nierdisfunctie door het verkrijgen van laboratoriumtestsgeregistreerd.

Er zijn meldingen van nefrogene systemische fibrose (NSF) in verband met het gebruik van nkele

gadoliniumhoudende contrastmedia bij patiënten met acute of chronische ernstige oorde

nierfunctie (GFR< 30 ml/min /1,73 m2).

Patiënten die een levertransplantatie ondergaan lopen een groot risico daar de nc dentie van acuut nierfalen hoog is in deze groep. Omdat de mogelijkheid bestaat NSF kan optreden met Ablavar, dient het daarom te worden vermeden bij patiënten met ernstige nierfunctiestoo nis en bij patiënten in de perioperatieve levertransplantatieperiode tenzij de diagnostische info matie essentieel is en niet beschikbaar is met niet-contrast-versterkte MRI.

Hemodialyse kort na toediening van Ablavar kan langernuttig zijn bij het verwijderen van Ablavar uit het

lichaam. Er zijn geen aanwijzingen om de initiëring van h modialyse te ondersteunen voor preventie of behandeling van NSF bij patiënten die nog geen hemodialyse ondergaan.

Ouderen

Daar de nierklaring van gadofosveset bij ouderen kan zijn verminderd, is het bijzonder belangrijk patiënten van 65 en ouder te screenen opnietrdisfunctie.

worden verwijderd.

Bij patiënten die momenteel met hemodialyse worden behandeld, kan hemodialyse kort na toediening van AblavarGeneesmiddelnuttig zijn voor het v rwijderen van Ablavar uit het lichaam. In een klinisch onderzoek is aangetoond dat gadofosveset oor ialyse met behulp van high flux filters effectief uit het lichaam kan

Er is geen bewijs dat de initiatie van hemodialyse ondersteunt ter preventie of behandeling van NSF bij patiënten die niet al et hemodialyse worden behandeld.

Verandering op h t ECG

Verhoogde spi g ls van gadofosveset (bijvoorbeeld bij herhaald gebruik gedurende een korte periode (binnen 6-8 uur), of accidentele overdosering van > 0,05 mmol/kg kan in verband gebracht worden met een g ringe QT-prolongatie (8,5 msec bij Fridericia correctie). In het geval van verhoogde gadofosveset-spiegels of onderliggende QT-verlenging, moet de patiënt zorgvuldig worden geobserveerd met inbegrip van hartbewaking.

Vaatstents

In gepubliceerde studies is beschreven dat de aanwezigheid van metaalstents bij MRA artefacten veroorzaakt. De betrouwbaarheid van het met Ablavar zichtbaar maken van het lumen bij vaten waarin een stent is geplaatst, is niet onderzocht.

Natrium

Dit geneesmiddel bevat 6,3 mmol natrium (of 145 mg) per dosis.

Hiermee moet rekening worden gehouden bij patiënten met een gecontroleerd natriumdieet.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Omdat gadofosveset aan albumine bindt, is een interactie met andere plasma-eiwit gebonden geneesmiddelen (bijv. ibuprofen en warfarine) mogelijk, d.w.z. dat een competitie voor de eiwitbindingsplaats op kan treden. In een aantal in vitro geneesmiddeleninteractie-onderzoeken (in 4,5% humaan serum albumine en humaan plasma), toonde gadofosveset echter geen nadelige wisselwerking met digitoxine, propranolol, verapamil, warfarine, fenprocoumon, ibuprofen, diazepam, ketoprofen, naproxen, diclofenac en piroxicam in klinisch relevante concentraties. In in vitro onderzoeken met humane levermicrosomen is geen capaciteit om het cytochroom P450 enzymsysteem te remmen waargenomen.

Een klinisch onderzoek heeft aangetoond dat gadofosveset de ongebonden fractie van warfarine in het plasma niet beïnvloedt. De antistollingsactiviteit van warfarine wijzigde niet en de effectiviteit van dit geneesmiddel werd niet beïnvloed.

Interacties met laboratoriumtests

In klinische onderzoeken met Ablavar werden geen specifieke trends waargenomen van n mogelijke interactie tussen dit geneesmiddel en laboratoriumtestmethoden.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

vrouw het gebruik van het geneesmiddel noodzakelijk maakt.

geregistreerd

Zwangerschap

 

Er zijn geen gegevens over het gebruik van Ablavar bij zwangere vrouw n. Uit experimenteel onderzoek bij dieren is reproductietoxiciteit gebleken bij herhaalde ho doses (zie rubriek 5.3).

Ablavar dient niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt tenzij de klinische conditie van de

Borstvoeding

langer

 

Gadoliniumbevattende contrastmiddelen worden in zeer kleine hoeveelheden uitgescheiden in

borstvoeding (zie rubriek 5.3). Door de kleine hoeveelheid die in de melk wordt uitgescheiden en slechte absorptie door de darmen wordennietb j klinische doses geen gevolgen verwacht voor de

zuigeling. Voortzetting van borstvoedi g of het stoppen met Ablavar gedurende een periode van 24

uur na toediening, dient naar inzicht van de arts en de borstvoeding gevende moeder te zijn.

4.7 GeneesmiddelBeïnvloeding van de rijvaar igheid en van het vermogen om machines te bedienen

Er is geen onderzoek verr cht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Soms kunnen bij dit geneesmiddel duizeligheid of zichtstoornissen voorkomen. Als een patiënt te maken krijgt met deze verschijnselen mag hij/zij niet aan het verkeer deelnemen of machin bedienen.

4.8 Bijwerki g

De me st voorkomende bijwerkingen waren pruritus, paresthesieën, hoofdpijn, misselijkheid, vasodilatatie, brandend gevoel dysgeusie. De meeste bijwerkingen waren van lichte tot matige intensiteit. De meeste bijwerkingen (80%) traden binnen 2 uur op. Vertraagde reacties kunnen optreden (na uren tot dagen).

Gegevens uit het klinisch onderzoek

Gebaseerd op ervaring uit klinisch onderzoek bij meer dan 1800 patiënten zijn de volgende bijwerkingen waargenomen.

Onderstaande tabel geeft bijwerkingen weer volgens MedDRA systeem-/orgaanklasse (MedDRA SOCs).

Binnen elke frequentiegroep worden bijwerkingen weergegeven naar afnemende ernst.

Systeem/orgaan-

Vaak

 

Soms

 

Zelden

klasse) (MedDRA)

(≥ 1/100)

 

(≥ 1/1.000 tot < 1/100)

(≥ 1/10.000 tot

 

 

 

 

 

< 1/1.000)

Infecties en

 

 

Nasofaryngitis

 

Cellulitis

parasitaire

 

 

 

 

Urineweginfectie

aandoeningen

 

 

 

 

 

Immuunsysteem-

 

 

Overgevoeligheid

 

 

aandoeningen

 

 

 

 

 

Voedings- en

 

 

Hyperglykemie,

 

Hyperkaliëmie

stofwisselings-

 

 

Electrolyten-disbalans (incl.

Hypokaliëmie

stoornissen

 

 

Hypocalciëmie)

 

Hypernatriëmie

 

 

 

 

 

Verminderde eetlust

Psychische

 

 

Angst,

 

Hallucinaties

stoornissen

 

 

Verwarring

 

Abnormale dromen

 

 

 

 

 

 

Zenuwstelsel-

Hoofdpijn,

 

Duizeligheid (behalve

 

 

aandoeningen

Paresthesieën,

 

Vertigo), Tremor,

 

 

 

Dysgeusie,

 

Hypesthesie,

 

 

 

Brandend gevoel

Parosmie,

 

 

 

 

 

Ageusie,

 

 

 

 

 

Onvrijwillige

 

 

 

 

 

spiercontracties

 

 

 

 

 

 

 

 

Oogaandoeningen

 

 

Abnormaal zicht,

 

Abnormaal gevoel in

 

 

 

Verhoogde traanp oductie

geregistreerd

 

 

 

oog,

 

 

 

 

 

Asthenopie

Evenwichtsorgaan-

 

 

langer

Oorpijn

en

 

 

 

ooraandoeningen

 

 

 

Hartaandoeningen

 

 

A rioventriculair blok 1e

Cardiale flutter,

 

 

 

graad,

 

Myocard ischemie,

 

 

 

Elektrocardiogram QT

 

Bradycardie,

 

 

nietverlengd,

 

Atriumfibrillatie,

 

 

 

Tachycardie,

 

Palpitaties,

 

 

 

Abnormaal

 

Elektrocardiogram ST

 

 

 

elektrocardiogram

 

segment depressie,

 

 

 

 

 

Elektrocardiogram T-top

 

 

 

 

 

amplitude verlaagd

 

 

 

 

 

 

Bloedvat-

Vasodilatatie

 

Flebitis,

 

Anafylactoïde reactie,

aandoeni g

(incl. Flushing)

 

Hypertensie,

 

Hypotensie,

 

 

 

Koudheid van de handen en

Arteriosclerose

 

 

 

voeten

 

 

 

 

 

 

 

 

Ademhalings-

 

 

Dyspnoe,

 

Respiratoire depressie

Geneesmiddel

 

Hoest

 

 

stelsel-, borstkas-

 

 

 

 

en mediastinum-

 

 

 

 

 

aandoeningen

 

 

 

 

 

Maagdarmstelsel-

Misselijkheid

 

Braken,

 

 

aandoeningen

 

 

Kokhalzen,

 

 

 

 

 

Diarree,

 

 

 

 

 

Buikpijn,

 

 

 

 

 

Faryngolaryngeale pijn,

 

 

 

 

Abdominale klachten,

 

 

 

 

 

Flatulentie,

 

 

 

 

 

Hypesthesie lippen,

 

 

Systeem/orgaan-

Vaak

 

Soms

 

Zelden

klasse) (MedDRA)

(≥ 1/100)

 

(≥ 1/1.000 tot < 1/100)

(≥ 1/10.000 tot

 

 

 

 

 

< 1/1.000)

 

 

 

Hypersecretie speeksel,

 

 

 

 

Dyspepsie,

 

 

 

 

Droge mond,

 

 

 

 

Pruritus ani

 

 

 

 

 

 

Huid- en

Pruritus

 

Urticaria,

Opzwellen gezicht,

onderhuid-

 

 

Huiduitslag,

Klamheid

aandoeningen

 

 

Erytheem,

 

 

 

 

Verhoogde

 

 

 

 

zweetafscheiding

 

 

 

 

 

 

Skeletspierstelsel-

 

 

Pijn in ledemaat,

Spierspanning,

en bindweefsel-

 

 

Nekpijn,

Zwaar gevo l

aandoeningen

 

 

Spierkrampen,

 

 

 

 

Spierspasmen

 

 

 

 

 

 

Nier- en urineweg-

 

 

Hematurie,

Mictie-aandrang,

aandoeningen

 

 

Microalbuminurie,

Ni rpijn,

 

 

 

Glycosurie

F equentie van urineren

 

 

 

 

 

Voortplantings-

 

 

Genitale pruritus,

Bekkenpijn

stelsel- en

 

 

Brandend gevo van de

geregistreerd

 

 

 

borstaandoeningen

 

 

genitaliën

 

Algemene

Het koud hebben

 

Pijn,

 

Koorts,

aandoeningen en

 

 

Pijn op de borst,

Rillingen,

toedieningsplaats-

 

 

Pijn in de ies,

Zwakheid,

stoornissen

 

 

Vermoeidheid,

Gevoel van druk op de

 

 

 

 

langer

borst,

 

 

 

Z ch ongewoon voelen,

 

 

 

Het warm hebben,

Trombose op de plaats

 

 

 

Pijn op de plaats van

van injectie,

Geneesmiddel

 

niet

 

Kneuzing op de plaats

 

injectie,

 

Erytheem op de plaats van

van injectie,

 

injectie,

Ontsteking op de plaats

 

Koud gevoel op de plaats

van injectie,

 

van injectie

Brandend gevoel op de

 

 

 

plaats van injectie,

 

 

 

Extravasatie op de plaats

 

 

 

van injectie,

 

 

 

Bloeding op de plaats

 

 

 

van injectie,

 

 

 

Jeuk op de plaats van

 

 

 

injectie,

 

 

 

Gevoel van druk

 

 

 

 

 

Letsels, intoxicaties

 

 

 

 

Fantoompijn in de

en procedurele

 

 

 

 

ledematen

complicaties

 

 

 

 

 

Gevallen van nefrogene systemische fibrose (NSF) zijn gerapporteerd met andere gadolinium- bevattende contrastmiddelen (zie rubriek 4.4).

Zoals andere intraveneuze contrastmiddelen kan dit geneesmiddel gepaard gaan met anafylactische/overgevoeligheidsreacties die worden gekenmerkt door cutane, respiratoire en/of cardiovasculaire symptomen die tot een shock kunnen leiden.

4.9 Overdosering

Ablavar kan door middel van hemodialyse worden verwijderd. Er zijn echter geen aanwijzingen dat hemodialyse geschikt is voor het voorkomen van nefrogene systemische fibrose (NSF).

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: contrastmiddelen, paramagnetisch contrastmiddel, ATC code:

V08CA.

geregistreerd

Ablavar is een formulering van een stabiel gadolinium diethyleentriaminepenta-azijnzuur (G DTPA) chelaat gesubstitueerd door een difenylcyclohexylfosfaat groep (gadofosveset-trinatrium), voor gebruik bij magnetic resonance imaging (MRI).

Gadofosveset bindt reversibel aan humaan serumalbumine. Eiwitbinding versterkt T1 laxiviteit van gadofosveset tot 10 maal, vergeleken met niet-eiwitgebonden gadoliniumchelaten. In onderzoeken bij mensen verkort gadofosveset de T1 bloedwaarden aanzienlijk tot 4 uur na intraveneuze bolusinjectie. Relaxiviteit in plasma was 33,4 tot 45,7 mM-1s-1 over het dosisbereik tot 0,05 mmol/kg bij 20 MHz.

Tot 1 uur na toediening van dit geneesmiddel worden hoge resolutie MRA scans van vasculaire structuren verkregen. Het verlengde vasculaire imaging venster voor gadofosveset wordt toegeschreven aan de versterkte relaxiviteit en een langere aanwezi h id in de vasculaire ruimte als

gevolg van de plasma-eiwitbindende eigenschap. Er zijn geen ve elijkende studies met extracellulair gadoliniumcontrastmiddel verricht.

De veiligheid en werkzaamheid van Ablavar bij patië ten jonger dan 18 jaar zijn niet onderzocht.

langer

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Distributie

niet

 

Het plasmaconcentratie-tijdprofiel van i traveneus toegediend gadofosveset bevestigt een twee-

een bereik van 80% tot 87% ge urende de eerste 4 uur na injectie.

compartiment open model. Na intrave euze toediening van 0,03 mmol/kg dosis was de gemiddelde halveringstijdGeneesmiddelvan de distributiefase (t1/2α) 0,48 ± 0,11 uur en het distributievolume tijdens de steady state was 148 ± 16 ml/kg, grofw g g lijk aan dat van extracellulair vocht. Plasma-eiwitbinding lag in

Biotransformatie

De resultaten van diver e onderzoeken van plasma- en urinemonsters toonden aan dat gadofosveset geen meetbaar m tabolisme ondergaat.

Eliminatie

Bij gezonde vrijwilligers werd gadofosveset voornamelijk via de urine geëlimineerd, waarbij 84% (bereik 79-94%) van de geïnjecteerde dosis (0,03 mmol/kg) binnen 14 dagen in de urine werd uitgescheiden. Vierennegentig procent (94%) van de urineuitscheiding vond plaats in de eerste 72 uur. Een klein deel van gadofosveset dosis werd in de feces teruggevonden (4,7%, bereik 1,1 – 9,3%), wat wijst op een kleine rol van de galblaas bij de verwerking van gadofosveset. Na intraveneuze toediening van 0,03 mmol/kg dosis waren nierklaring (5,51 ± 0,85 ml/h/kg) en totale klaring ( 6,57 ± 0,97 ml/h/kg) vergelijkbaar, en de gemiddelde terminale eliminatie halfwaardetijd was 18,5 ± 3,0 uur.

Bijzonderheden bij patiënten

Nierfunctiestoornis:

Bij patiënten met matige tot ernstige nierfunctiestoornissen is de halfwaardetijd aanzienlijk verlengd en de AUC 2 tot 3 maal verhoogd.

Hemodialyse patiënten:

Gadofosveset kan uit het lichaam verwijderd worden door middel van hemodialyse. Na toediening van een intraveneuze of bolusinjectie van 0,05 mmol/kg bij patiënten die driemaal per week een hemodialyse door middel van high-flux filter ondergaan, was de plasmaconcentratie aan het einde van de derde dialysesessie verlaagd tot minder dan 15% van de Cmax. Tijdens de dialysesessies lag de daling van de gemiddelde halfwaardetijd van plasmaconcentratie tussen de 5 en 6 uur. De gemiddelde dialyseklaring was in de range van 16 en 32 ml/h/kg. Het gebruik van het high-flux dialysefilter was in vergelijking met het low-flux filter efficiënter en wordt daarom aanbevolen.

Leverfunctiestoornis:

Plasmafarmacokinetiek en eiwitbinding van gadofosveset werden niet significant beïnvloed door matige leverstoornissen (Child Pugh B). Een lichte vermindering in de fecale eliminatie van gadofosveset werd gezien bij personen met een gestoorde leverfunctie (2,7%) vergeleken met normale personen (4,8%). Bij één persoon met matige leverfunctiestoornissen en een abnormaal laag se um albumine, was de totale klaring en halfwaardetijd van gadofosveset indicatief voor een sn ll

klaring, vergeleken met personen met matige leverfunctiestoornissen en normale serum albuminespiegels.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

 

 

geregistreerd

Preklinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. D ze data zijn afkomstig van

conventionele onderzoeken op het gebied van veiligheidsfarmacologi , acute toxiciteit, lokale

tolerantietoxiciteit, contact-sensibilisatievermogen en genotoxiciteit.

Er werd geen onderzoek gedaan naar carcinogeniciteit.

 

Herhaalde-dosis toxiciteit

langer

 

 

 

Herhaalde-dosis toxiciteitsonderzoeken toonden aanwezi heid van vacuolen van de tubulaire cellen van de nieren, met een sterk bewijs voor omkeerbaarheid van het effect. Er werd geen functionele

renale effecten waargenomen na eenmal g g bruik, zelfs niet met een dosis die 100 maal zo hoog was

stoornis waargenomen en elektronenmicroscopische onderzoeken van de rattennieren gaven aan dat de waargenomen vacuolatie voornamelijk een opslagfenomeen betrof. De effecten waren bij ratten ernstiger dan bij apen, waarschijnlijk vanwnietge de hogere nierklaring bij ratten. Bij apen werden geen

als de klinische dosis. ReproductietoxiciteitGeneesmiddel

Bij konijnen werd een verhoogd aantal vroege resorpties en een lichte, maar significante stijging van het aantal foetale anomal eën ( het bijzonder hydrocefalus en pathologische draaiing van de ledematen) waargeno en bij doses waarbij geen tot lichte maternale toxiciteit was waargenomen (blootstelling was re pectievelijk 2 en 5 maal de verwachte humane blootstelling). In een onderzoek bij dieren werd aang toond dat minder dan 1% van de toegediende dosis gadofosveset in de borstvoeding pass rt.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Fosveset

Natriumhydroxide

Zoutzuur

Water voor injecties

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

In verband met het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar.

Na de eerste maal openen: het medicinale product dient onmiddellijk na opening te worden gebruikt.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaar de flacon in de buitenverpakking ter bescherming tegen licht.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

10 en 20 ml kleurloze type I glazen flacons met chloor- of broombutylrubber dop en aluminium

ringsluiting (met afneembaar kunststof kapje).

geregistreerd

Verpakkingsgrootten:

1, 5 of 10 flacons 10 ml (in 10-ml glazen flacon)

 

1, 5 of 10 flacons 15 ml (in 20-ml glazen flacon)

 

1, 5 of 10 flacons 20 ml (in 20-ml glazen flacon)

 

Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en ande instructies

Dit geneesmiddel wordt klaar-voor-gebruik als heldere, kleurloze tot lichtgele waterige oplossing

geleverd.

langer

Contrastmiddelen dienen niet te worden gebruikt in geval van nstige verkleuring, de aanwezigheid van deeltjes of een beschadigde verpakking.

Flacons zijn niet bedoeld voor het optrekken van meerdere doses. De rubber dop dient niet vaker dan eenmaal te worden doorboord. De oplossing dient o middellijk na het optrekken uit de flacon te worden gebruikt.

EU/1/05/313/001-009

Het bij de injectieflacons bijgesloten aftrekbare volglabel dient op het dossier van de patiënt te worden

geplakt om het gebruikte contrastmiddel me gadolinium nauwkeurig te kunnen noteren.

 

 

niet

Alle ongebruikte geneesmiddelen of afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig

lokale voorschriften.

 

7.

HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

TMC Pharma S rvic Ltd., Finchampstead, Berkshire RG40 4LJ, Verenigd Koninkrijk

8.

NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

 

Geneesmiddel

 

9.DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste vergunning: 3 oktober 2005

Datum van laatste hernieuwing:

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europese Geneesmiddelen Bureau http://www.ema.europa.eu

 

 

langer

geregistreerd

 

niet

 

Geneesmiddel

 

 

 

 

 

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld