Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Adempas (riociguat) – Samenvatting van de productkenmerken - C02KX05

Updated on site: 05-Oct-2017

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Adempas 0,5 mg filmomhulde tabletten

Adempas 1 mg filmomhulde tabletten

Adempas 1,5 mg filmomhulde tabletten

Adempas 2 mg filmomhulde tabletten

Adempas 2,5 mg filmomhulde tabletten

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Adempas 0,5 mg: Elke filmomhulde tablet bevat 0,5 mg riociguat.

Adempas 1 mg: Elke filmomhulde tablet bevat 1 mg riociguat.

Adempas 1,5 mg: Elke filmomhulde tablet bevat 1,5 mg riociguat.

Adempas 2 mg: Elke filmomhulde tablet bevat 2 mg riociguat.

Adempas 2,5 mg: Elke filmomhulde tablet bevat 2,5 mg riociguat.

Hulpstoffen met bekend effect:

Elke filmomhulde tablet van 0,5 mg bevat 37,8 mg lactose (als monohydraat), Elke filmomhulde tablet van 1 mg bevat 37,2 mg lactose (als monohydraat), Elke filmomhulde tablet van 1,5 mg bevat 36,8 mg lactose (als monohydraat), Elke filmomhulde tablet van 2 mg bevat 36,3 mg lactose (als monohydraat), Elke filmomhulde tablet van 2,5 mg bevat 35,8 mg lactose (als monohydraat). Zie rubriek 4.4.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Adempas is een filmomhulde tablet

0,5 mg tablet: witte, ronde, biconvexe tabletten van 6 mm met op de ene kant het Bayer-kruis en op de andere kant ’0,5’ en een ’R’.

1 mg tablet: lichtgele, ronde, biconvexe tabletten van 6 mm met op de ene kant het Bayer-kruis en op de andere kant ’1’ en een ’R’.

1,5 mg tablet: oranjegele, ronde, biconvexe tabletten van 6 mm met op de ene kant het Bayer- kruis en op de andere kant ’1,5’ en een ’R’.

2 mg tablet: lichtoranje, ronde, biconvexe tabletten van 6 mm met op de ene kant het Bayer- kruis en op de andere kant ’2’ en een ’R’.

2,5 mg tablet: oranjerode, ronde, biconvexe tabletten van 6 mm met op de ene kant het Bayer- kruis en op de andere kant ’2,5’ en een ’R’.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH)

Adempas is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met WHO functionele klasse (FC) II tot en met III met

inoperabele CTEPH,

persisterende of recidiverende CTEPH na chirurgische behandeling, ter verbetering van het inspanningsvermogen (zie rubriek 5.1).

Pulmonale arteriële hypertensie (PAH)

Adempas is, als monotherapie of in combinatie met endothelinereceptorantagonisten, geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met pulmonale arteriële hypertensie (PAH) met WHO functionele klasse (FC) II tot en met III ter verbetering van het inspanningsvermogen.

De werkzaamheid is aangetoond bij een PAH populatie inclusief etiologieën van idiopathische of erfelijke PAH, of met bindweefselziekte geassocieerde PAH (zie rubriek 5.1).

4.2Dosering en wijze van toediening

De behandeling dient alleen geïnitieerd en gecontroleerd te worden door een arts die ervaring heeft met de behandeling van CTEPH of PAH.

Dosering

Dosistitratie

De aanbevolen startdosis is driemaal daags 1 mg gedurende 2 weken. De tabletten dienen driemaal daags, met tussenpozen van ongeveer 6 tot 8 uur te worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

Indien de systolische bloeddruk ≥ 95 mm Hg is en de patiënt geen klachten of symptomen van hypotensie heeft, dient de dosis om de twee weken, in stappen van 0,5 mg driemaal daags, te worden verhoogd tot maximaal driemaal daags 2,5 mg. Bij sommige patiënten met PAH kan een adequate respons op de zes-minuten-loopafstand (6MWD) worden bereikt bij een dosis van driemaal daags

1,5 mg (zie rubriek 5.1). Als de systolische bloeddruk lager wordt dan 95 mm Hg dient de dosis gelijk te worden gehouden, mits de patiënt geen klachten of symptomen van hypotensie vertoont. Als de systolische bloeddruk op enig moment in de titratiefase daalt tot lager dan 95 mm Hg en de patiënt klachten of symptomen van hypotensie vertoont, dan dient de op dat moment gegeven dosis te worden verlaagd met 0,5 mg driemaal daags.

Onderhoudsdosering

De individueel vastgestelde dosis dient gelijk te worden gehouden, tenzij er klachten of symptomen van hypotensie optreden. De maximale totale dagelijkse dosis is 7,5 mg, d.w.z. driemaal daags 2,5 mg. Indien een dosis is vergeten, dient de behandeling te worden voortgezet met de volgende geplande dosis.

Indien de dosis niet wordt verdragen, dient altijd een dosisverlaging te worden overwogen.

Voedsel

De tabletten kunnen in het algemeen met of zonder voedsel worden ingenomen. Uit voorzorg wordt voor patiënten die gevoelig zijn voor hypotensie wisseling van de voedingstoestand bij het innemen van Adempas niet aanbevolen, omdat de piekplasmaspiegels van riociguat verhoogd zijn in nuchtere toestand ten opzichte van gevoede toestand (zie rubriek 5.2).

Staken van de behandeling

Indien de behandeling gedurende 3 dagen of langer moet worden onderbroken, dient de behandeling opnieuw te worden gestart met driemaal daags 1 mg gedurende 2 weken en daarna te worden voortgezet volgens het dosistitratieschema zoals hierboven beschreven.

Speciale populaties

De individuele dosistitratie bij de start van de behandeling maakt het mogelijk de dosis aan te passen aan de behoeften van de patiënt.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van riociguat bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar. Niet-klinische gegevens laten een ongewenst effect op groeiende botten zien (zie rubriek 5.3). Totdat er meer bekend is over de implicaties van deze bevindingen dient het gebruik van riociguat bij kinderen en adolescenten die in de groei zijn te worden vermeden (zie rubriek 4.4).

Oudere patiënten

Bij oudere patiënten (65 jaar of ouder) is het risico op hypotensie hoger. Daarom dient de individuele dosistitratie extra voorzichtig te worden uitgevoerd (zie rubriek 5.2).

Leverinsufficiëntie

Patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C) zijn niet onderzocht en daarom is het gebruik van Adempas gecontra-indiceerd bij deze patiënten (zie rubriek 4.3). Patiënten met matige leverinsufficiëntie (Child-Pugh B) vertoonden een hogere blootstelling aan dit geneesmiddel (zie rubriek 5.2). De individuele dosistitratie dient extra voorzichtig te worden uitgevoerd.

Nierinsufficiëntie

Er is een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar van patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) en er zijn geen gegevens beschikbaar van patiënten die worden gedialyseerd. Daarom wordt het gebruik van Adempas niet aanbevolen bij deze patiënten (zie rubriek 4.4).

Patiënten met een matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 50 - 30 ml/min) vertoonden een hogere blootstelling aan dit geneesmiddel (zie rubriek 5.2). Er is een hoger risico op hypotensie bij patiënten met nierinsufficiëntie; daarom dient de individuele dosistitratie extra voorzichtig te worden uitgevoerd.

Rokers

Personen die roken dienen het advies te krijgen te stoppen met roken vanwege het risico op een lagere respons. De plasmaconcentraties van riociguat zijn lager bij rokers dan bij niet-rokers. Het kan nodig zijn om bij patiënten die roken, of die tijdens de behandeling beginnen te roken, de dosis te verhogen tot de maximale dagelijkse dosis van driemaal daags 2,5 mg (zie rubrieken 4.5 en 5.2).

Het kan nodig zijn om bij patiënten die stoppen met roken de dosis te verlagen.

Wijze van toediening

Voor oraal gebruik

Vermalen tabletten

Voor patiënten die tabletten niet in zijn geheel kunnen doorslikken, mogen de Adempas-tabletten vlak vóór gebruik worden vermalen en gemengd met water of zacht voedsel, zoals appelmoes, en oraal worden toegediend (zie rubriek 5.2).

4.3Contra-indicaties

-Gelijktijdig gebruik met PDE-5-remmers (zoals sildenafil, tadalafil, vardenafil) (zie rubriek 4.5).

-Ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C).

-Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

-Zwangerschap (zie rubrieken 4.4, 4.5 en 4.6).

-Gelijktijdig gebruik met nitraten of stikstofmonoxidedonoren (zoals amylnitriet), in welke vorm dan ook, inclusief partydrugs die ‘poppers’ worden genoemd (zie rubriek 4.5).

-Patiënten met SBD < 95 mm Hg bij de start van de behandeling.

-Patiënten met pulmonale hypertensie die gepaard gaat met idiopathische interstitiële pneumonieën (PH-IIP) (zie rubriek 5.1).

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Bij pulmonale arteriële hypertensie zijn studies met riociguat voornamelijk uitgevoerd bij vormen van idiopathische of erfelijke PAH en PAH geassocieerd met bindweefselziekte. Het gebruik van riociguat bij andere, niet onderzochte vormen van PAH wordt niet aanbevolen (zie rubriek 5.1).

Bij chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie is de voorkeursbehandeling pulmonale endarteriëctomie, omdat dit een potentieel curatieve optie is. Overeenkomstig de standaard klinische praktijk moet een deskundige beoordeling worden uitgevoerd voor operabiliteit voorafgaand aan de behandeling met riociguat.

Pulmonale veno-occlusieve ziekte

Pulmonale vasodilatoren kunnen de cardiovasculaire status van patiënten met pulmonale veno- occlusieve ziekte (PVOD) aanzienlijk verergeren. Daarom wordt toediening van riociguat aan deze patiënten niet aanbevolen. Indien symptomen van pulmonaal oedeem optreden, dient de mogelijkheid van geassocieerde PVOD te worden overwogen en dient de behandeling met riociguat te worden gestaakt.

Bloedingen van de luchtwegen

Patiënten met pulmonale hypertensie hebben een verhoogde kans op bloedingen van de luchtwegen; dit geldt vooral voor patiënten die anticoagulantia krijgen. Zorgvuldige bewaking van patiënten die anticoagulantia gebruiken, volgens de standaard klinische praktijk, wordt aanbevolen.

Het risico op ernstige en fatale bloedingen van de luchtwegen kan tijdens behandeling met riociguat verder verhoogd zijn, met name bij aanwezigheid van risicofactoren, zoals recente episodes van ernstige hemoptoë, met inbegrip van bloedingen die door embolisatie van bronchiale arteriën zijn behandeld. Het gebruik van riociguat dient te worden vermeden bij patiënten met een voorgeschiedenis van ernstige hemoptoë en patiënten die eerder bronchiale arteriële embolisatie hebben ondergaan. In geval van bloeding van de luchtwegen dient de voorschrijver regelmatig de voordelen en risico's van voortzetting van de behandeling af te wegen.

Ernstige bloeding trad op bij 2,4% (12/490) van de patiënten die riociguat innamen, in vergelijking met 0/214 patiënten die placebo kregen. Ernstige hemoptoë trad op bij 1% (5/490) van de patiënten die riociguat innamen, in vergelijking met 0/214 patiënten die placebo kregen, waarbij één voorval een fatale afloop had. Van de ernstige hemorragische voorvallen zijn bij twee patiënten vaginale hemorragie gemeld, bij twee patiënten hemorragie bij de katheterlocatie, bij 1 patiënt een subduraal hematoom, bij 1 patiënt hematemese en bij 1 patiënt een intra-abdominale hemorragie.

Hypotensie

Riociguat heeft vasodilaterende eigenschappen, die kunnen leiden tot een verlaging van de bloeddruk. Artsen dienen, voordat zij riociguat voorschrijven, zorgvuldig te overwegen of patiënten met bepaalde onderliggende aandoeningen negatieve gevolgen kunnen ondervinden van vasodilaterende effecten (bijv. patiënten die worden behandeld met antihypertensiva of patiënten met hypotensie in rust, hypovolemie, ernstige linkerventriculaire uitstroomobstructie of autonome disfunctie).

Riociguat mag niet worden gebruikt bij patiënten met een systolische bloeddruk lager dan 95 mm Hg (zie rubriek 4.3). Patiënten ouder dan 65 jaar hebben een verhoogde kans op hypotensie. Daarom is voorzichtigheid geboden wanneer riociguat aan deze patiënten wordt toegediend.

Nierinsufficiëntie

Er is een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar van patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) en er zijn geen gegevens beschikbaar van patiënten die worden gedialyseerd. Daarom wordt het gebruik van riociguat niet aanbevolen bij deze patiënten. Patiënten met lichte en matige nierinsufficiëntie waren geïncludeerd in de belangrijkste studies. De blootstelling aan riociguat is bij deze patiënten verhoogd (zie rubriek 5.2). Het risico op hypotensie is bij deze patiënten hoger; daarom dient de individuele dosistitratie extra voorzichtig te worden uitgevoerd.

Leverinsufficiëntie

Er is geen ervaring bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C); riociguat is gecontra- indiceerd bij deze patiënten (zie rubriek 4.3). Farmacokinetische gegevens tonen aan dat er een hogere blootstelling aan riociguat werd waargenomen bij patiënten met matige leverinsufficiëntie (Child- Pugh B) (zie rubriek 5.2). De individuele dosistitratie dient extra voorzichtig te worden uitgevoerd.

Er is geen klinische ervaring met riociguat bij patiënten die vóór de start van de behandeling verhoogde lever-aminotransferasen (> 3 x ULN [Upper Limit of Normal]) of verhoogde directe bilirubine (> 2 x ULN) hebben; riociguat wordt niet aanbevolen bij deze patiënten.

Zwangerschap/anticonceptie

Adempas is gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap (zie rubriek 4.3). Om deze reden moeten vrouwelijke patiënten die zwanger kunnen worden, een effectieve anticonceptiemethode gebruiken. Maandelijks op zwangerschap testen wordt aanbevolen.

Rokers

Plasmaconcentraties van riociguat zijn lager bij rokers dan bij niet-rokers. Doseringsaanpassingen kunnen nodig zijn bij patiënten die starten of stoppen met roken tijdens de behandeling met riociguat (zie rubriek 4.2 en 5.2).

Gelijktijdig gebruik met andere geneesmiddelen

Gelijktijdig gebruik van riociguat met sterke cytochroom P450 (CYP)-remmers van meerdere routes en P-glycoproteïne (P-gp)-/breast cancer resistance protein (BCRP)-remmers, zoals azool-antimycotica (bijv. ketoconazol, itraconazol) of hiv-proteaseremmers (bijv. ritonavir) wordt niet aanbevolen vanwege de duidelijke stijging van de blootstelling aan riociguat (zie rubrieken 4.5 en 5.2).

Gelijktijdig gebruik van riociguat met sterke CYP1A1-remmers, zoals de tyrosinekinaseremmer erlotinib, en sterke P-glycoproteïne (P-gp)-/breast cancer resistance protein (BCRP)-remmers, zoals het immunosuppressivum ciclosporine A, kan de blootstelling aan riociguat verhogen (zie rubrieken 4.5 en 5.2). Deze geneesmiddelen dienen met voorzichtigheid te worden gebruikt. De bloeddruk dient te worden bewaakt en dosisverlaging van riociguat dient te worden overwogen.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van riociguat bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar. Niet-klinische gegevens laten een ongewenst effect op groeiende botten zien (zie rubriek 5.3). Totdat er meer bekend is over de implicaties van deze bevindingen dient het gebruik van riociguat bij kinderen en adolescenten die in de groei zijn te worden vermeden.

Informatie over hulpstoffen

Elke filmomhulde tablet van 0,5 mg bevat 37,8 mg lactose (als monohydraat).

Elke filmomhulde tablet van 1 mg bevat 37,2 mg lactose (als monohydraat), Elke filmomhulde tablet van 1,5 mg bevat 36,8 mg lactose (als monohydraat), Elke filmomhulde tablet van 2 mg bevat 36,3 mg lactose (als monohydraat), Elke filmomhulde tablet van 2,5 mg bevat 35,8 mg lactose (als monohydraat).

Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Farmacodynamische interacties

Nitraten

In een klinische studie versterkte de hoogste dosis Adempas (driemaal daags 2,5 mg tabletten) het bloeddrukverlagende effect van sublinguaal nitroglycerine (0,4 mg) dat 4 en 8 uur na Adempas werd ingenomen. Gelijktijdige toediening van Adempas met nitraten of stikstofmonoxidedonoren (zoals amylnitriet), in welke vorm dan ook, inclusief partydrugs die ‘poppers’ worden genoemd, is gecontra- indiceerd (zie rubriek 4.3).

PDE-5-remmers

Preklinisch onderzoek in diermodellen heeft een additief systemisch bloeddrukverlagend effect aangetoond wanneer riociguat werd gecombineerd met sildenafil of vardenafil. Bij verhoogde doses werden in sommige gevallen synergistische effecten op de systemische bloeddruk waargenomen. In een exploratieve interactiestudie bij 7 PAH-patiënten die stabiel waren bij behandeling met

sildenafil (driemaal daags 20 mg), vertoonden enkelvoudige doses riociguat (achtereenvolgens 0,5 mg en 1,0 mg) additieve hemodynamische effecten. Doses hoger dan 1 mg werden in deze studie niet onderzocht.

Er is een 12 weken durende combinatiestudie uitgevoerd met 18 PAH-patiënten die stabiel waren onder behandeling met sildenafil (driemaal daags 20 mg) met riociguat (driemaal daags 1,0 mg tot 2,5 mg), vergeleken met alleen sildenafil. In de langetermijnextensiestudie (niet-gecontroleerd)

leidde gelijktijdig gebruik van sildenafil en riociguat tot een hoog percentage patiënten die deelname aan de studie moesten beëindigen, voornamelijk vanwege hypotensie. Er was in de onderzochte populatie geen bewijs voor een gunstig klinisch effect als gevolg van de combinatie.

Gelijktijdig gebruik van riociguat met PDE-5-remmers (zoals sildenafil, tadalafil, vardenafil) is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Warfarine/fenprocoumon

Gelijktijdige behandeling met riociguat en warfarine leidde niet tot een verandering van de protrombinetijd die door het anticoagulans werd geïnduceerd. Het is ook niet te verwachten dat het gelijktijdige gebruik van riociguat met andere coumarinederivaten (bijv. fenprocoumon) de protrombinetijd zal veranderen.

In vivo is aangetoond dat er geen farmacokinetische interacties zijn tussen riociguat en het CYP2C9- substraat warfarine.

Acetylsalicylzuur

Riociguat verlengde de bloedingstijd niet die wordt veroorzaakt door acetylsalicylzuur, en had geen invloed op de trombocytenaggregatie bij mensen.

Effecten van andere stoffen op riociguat

De klaring van riociguat verloopt voor het grootste deel via cytochroom P450 gemedieerde (CYP1A1, CYP3A4, CYP3A5, CYP2J2) oxidatieve metabolisatie, directe uitscheiding van onveranderd riociguat via de gal of de feces en renale uitscheiding van onveranderd riociguat via glomerulaire filtratie.

Er is aangetoond dat ketoconazol, geclassificeerd als een sterke CYP3A4-remmer en P-glycoproteïne (P-gp)-remmer, in vitro een CYP-remmer van meerdere routes en P-gp/BCRP (breast cancer resistance protein)-remmer is voor de metabolisatie en uitscheiding van riociguat (zie rubriek 5.2).

Gelijktijdige toediening van eenmaal daags 400 mg ketoconazol leidde tot een stijging van 150% (spreiding tot 370%) van de gemiddelde AUC-waarde van riociguat en een stijging van 46% van de gemiddelde Cmax. De terminale halfwaardetijd steeg van 7,3 tot 9,2 uur en de totale lichaamsklaring daalde van 6,1 tot 2,4 l/uur.

Daarom wordt gelijktijdige toediening van sterke CYP-remmers van meerdere routes en P-gp/BCRP- remmers, zoals azool-antimycotica (bijv. ketoconazol, itraconazol) of hiv-proteaseremmers (bijv. ritonavir) niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).

Geneesmiddelen die sterke remmers zijn van P-gp/BCRP, zoals het immunosuppressivum ciclosporine A, dienen met voorzichtigheid te worden gebruikt (zie rubrieken 4.4 en 5.2).

Remmers van UDP-glycosyltransferasen (UGT) 1A1 en 1A9 kunnen potentieel de blootstelling aan M1, de farmacologisch actieve metaboliet van riociguat, verhogen (farmacologische activiteit: 1/10 tot 1/3 van riociguat).

Van de in vitro onderzochte recombinante CYP-isovormen was CYP1A1 de effectiefste katalysator bij de vorming van de belangrijkste metaboliet van riociguat. De klasse van de tyrosinekinaseremmers is geïdentificeerd als krachtige remmers van CYP1A1, waarbij erlotinib en gefitinib de hoogste remmingscapaciteit in vitro vertonen. Daarom kunnen geneesmiddeleninteracties door remming van CYP1A1 leiden tot verhoogde blootstelling aan riociguat, vooral bij rokers (zie rubriek 5.2). Sterke CYP1A1-remmers dienen met voorzichtigheid te worden gebruikt (zie rubriek 4.4).

De oplosbaarheid van riociguat is bij neutrale pH lager dan in een zuur medium. Gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die de pH in het bovenste deel van het maag-darmkanaal verhogen, kunnen leiden tot een lagere orale biologische beschikbaarheid.

Gelijktijdig gebruik van het antacidum aluminiumhydroxide/magnesiumhydroxide verlaagde de gemiddelde AUC-waarde van riociguat met 34% en de gemiddelde Cmax met 56% (zie rubriek 4.2). Antacida dienen minimaal 2 uur vóór, of 1 uur na riociguat te worden ingenomen.

Bosentan, waarvan is beschreven dat het een matig sterke inductor van CYP3A4 is, leidde bij PAH- patiënten tot een daling van de steady-state plasmaconcentraties van riociguat met 27% (zie rubrieken 4.1 en 5.1).

Gelijktijdig gebruik van riociguat met sterke CYP3A4-inductoren (bijv. fenytoïne, carbamazepine, fenobarbital of sint-janskruid) kan ook leiden tot lagere plasmaconcentraties van riociguat.

Roken

Bij rokers is de blootstelling aan riociguat met 50 - 60% verlaagd (zie rubriek 5.2). Daarom wordt patiënten geadviseerd om te stoppen met roken (zie rubriek 4.2).

Effecten van riociguat op andere stoffen

Riociguat en zijn belangrijkste metaboliet zijn in vitro, bij therapeutische plasmaconcentraties, geen remmers of inductoren van belangrijke CYP-isovormen (inclusief CYP3A4) of transporteiwitten (bijv. P-gp/BCRP).

Patiënten mogen niet zwanger worden tijdens de behandeling met Adempas (zie rubriek 4.3). Riociguat (2,5 mg driemaal daags) had geen klinisch relevant effect op de plasmaspiegels van gecombineerde orale anticonceptiva met levonorgestrel en ethinylestradiol wanneer gelijktijdig toegediend aan gezonde vrouwelijke personen. Op basis van dit onderzoek en aangezien riociguat geen van de relevante metabole enzymen induceert, wordt er ook geen farmacokinetische interactie verwacht met andere hormonale anticonceptiva.

Riociguat en zijn belangrijkste metaboliet zijn in vitro sterke remmers van CYP1A1. Daarom kunnen klinisch relevante geneesmiddelinteracties bij het gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen waarvan de

klaring voornamelijk via CYP1A1-gemedieerde biotransformatie verloopt, zoals bij erlotinib of granisetron, niet worden uitgesloten.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen gegevens over het gebruik van riociguat bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek zijn reproductietoxiciteit en passage door de placenta gebleken (zie rubriek 5.3). Adempas is daarom gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap (zie rubriek 4.3). Maandelijks op zwangerschap testen wordt aanbevolen.

Vrouwen die zwanger kunnen worden

Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling met Adempas.

Borstvoeding

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van riociguat bij vrouwen die borstvoeding geven. Gegevens bij dieren wijzen erop dat riociguat in melk wordt uitgescheiden. Adempas mag niet worden gebruikt in de periode dat borstvoeding wordt gegeven, vanwege het risico op ernstige bijwerkingen bij zuigelingen. Een risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten. Borstvoeding moet worden gestaakt tijdens behandeling met dit geneesmiddel.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen specifieke studies uitgevoerd met riociguat bij mensen om de effecten op de vruchtbaarheid te onderzoeken. In een studie naar reproductietoxiciteit bij ratten werd een verminderd gewicht van de testes waargenomen, maar er waren geen effecten op de vruchtbaarheid (zie

rubriek 5.3). De relevantie van deze bevinding voor mensen is niet bekend.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Adempas heeft matige invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Duizeligheid is gemeld en kan invloed hebben op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen (zie rubriek 4.8). Patiënten dienen te weten hoe zij op dit geneesmiddel reageren voordat zij voertuigen besturen of machines bedienen.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De veiligheid van Adempas is beoordeeld in fase III-studies bij 681 patiënten met CTEPH en PAH die ten minste één dosis riociguat kregen (zie rubriek 5.1).

De meeste bijwerkingen worden veroorzaakt door ontspanning van gladde spiercellen in de bloedvaten of in het maag-darmkanaal.

De vaakst gemelde bijwerkingen, die optraden bij ≥ 10% van de patiënten die werden behandeld met Adempas (maximaal driemaal daags 2,5 mg), waren hoofdpijn, duizeligheid, dyspepsie, perifeer oedeem, misselijkheid, diarree en braken.

Ernstige hemoptoë en longbloeding, waaronder gevallen met fatale afloop, zijn waargenomen bij patiënten met CTEPH of PAH die werden behandeld met Adempas (zie rubriek 4.4).

Het veiligheidsprofiel van Adempas leek voor patiënten met CTEPH en met PAH vergelijkbaar te zijn. Daarom worden de bijwerkingen die in 12 en 16 weken durende, placebogecontroleerde klinische studies werden waargenomen, in de onderstaande tabel weergegeven met hun samengevoegde frequentie (zie Tabel 1).

Bijwerkingen weergegeven in tabelvorm

De bijwerkingen die zijn gerapporteerd staan vermeld in de onderstaande tabel, per systeem/orgaanklasse volgens gegevensbank MedDRA en per frequentie. De frequenties zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10) en soms (≥ 1/1.000, < 1/100).

Tabel 1: Bijwerkingen die in de fase III-studies met Adempas zijn gemeld

Systeem-orgaanklassen

Zeer vaak

Vaak

Soms

volgens gegevensbank

 

 

 

MedDRA

 

 

 

Infecties en parasitaire

 

Gastro-enteritis

 

aandoeningen

 

 

 

Bloed- en

 

Anemie (incl.

 

lymfestelselaandoeningen

 

betreffende

 

 

 

laboratorium

 

 

 

parameters)

 

Zenuwstelselaandoeningen

Duizeligheid

 

 

 

Hoofdpijn

 

 

Hartaandoeningen

 

Palpitaties

 

Bloedvataandoeningen

 

Hypotensie

 

Ademhalingsstelsel-, borstkas-

 

Hemoptoë

Pulmonale

en mediastinumaandoeningen

 

Epistaxis

hemorragie*

 

 

Neusverstopping

 

Maagdarmstelselaandoeningen

Dyspepsie

Gastritis

 

 

Diarree

Gastro-oesofageale

 

 

Misselijkheid

refluxziekte

 

 

Braken

Dysfagie

 

 

 

Gastro-intestinale

 

 

 

en abdominale pijn

 

 

 

Obstipatie

 

 

 

Opgezette buik

 

Algemene aandoeningen en

Perifeer oedeem

 

 

toedieningsplaatsstoornissen

 

 

 

* fatale pulmonale hemorragie is gemeld in niet-gecontroleerde langetermijnextensiestudies.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Onbedoelde overdosering is gemeld met totale dagdoses van 9 tot 25 mg riociguat gedurende 2 tot 32 dagen. De bijwerkingen waren vergelijkbaar met de bijwerkingen die bij lagere doses worden gezien (zie rubriek 4.8).

In geval van overdosering dienen naar behoefte standaard ondersteunende maatregelen te worden genomen.

In geval van aanzienlijke hypotensie kan actieve cardiovasculaire ondersteuning nodig zijn. Vanwege de hoge binding aan plasma-eiwitten is riociguat naar verwachting niet dialyseerbaar.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: antihypertensiva voor pulmonale arteriële hypertensie, ATC-code: C02KX05

Werkingsmechanisme

Riociguat is een stimulator van oplosbaar guanylaatcyclase (sGC), een enzym in het cardiopulmonale systeem en de receptor voor stikstofmonoxide (NO). Wanneer NO aan sGC bindt, katalyseert het enzym de synthese van het signaalmolecuul cyclisch guanosinemonofosfaat (cGMP). Intracellulair cGMP speelt een belangrijke rol bij het reguleren van processen die de tonus, proliferatie, fibrose en ontsteking in bloedvaten beïnvloeden.

Pulmonale hypertensie is geassocieerd met endotheliale disfunctie, verstoorde synthese van NO en onvoldoende stimulatie van de NO-sGC-cGMP-route.

Riociguat heeft twee werkingsmechanismen. Het sensibiliseert sGC voor endogeen NO door de NO- sGC-binding te stabiliseren. Riociguat stimuleert sGC ook direct, onafhankelijk van NO.

Riociguat herstelt de NO-sGC-cGMP-route en leidt tot een verhoogde vorming van cGMP.

Farmacodynamische effecten

Riociguat herstelt de NO-sGC-cGMP-route, wat resulteert in een significante verbetering van de pulmonale vasculaire hemodynamiek en een verhoging van het inspanningsvermogen.

Er bestaat een direct verband tussen de plasmaconcentratie van riociguat en hemodynamische parameters, zoals de systemische en pulmonale vaatweerstand, de systolische bloeddruk en het hartminuutvolume.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

Werkzaamheid bij patiënten met CTEPH

Er is een gerandomiseerde, dubbelblinde, multinationale, placebogecontroleerde fase III-studie (CHEST-1) uitgevoerd bij 261 volwassen patiënten met inoperabele chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH) (72%) of persisterende of recidiverende CTEPH na pulmonale endarteriëctomie (PEA; 28%). Gedurende de eerste 8 weken werd riociguat eenmaal per 2 weken getitreerd, op basis van de systolische bloeddruk van de patiënt en klachten of symptomen van hypotensie, tot de optimale individuele dosis (bereik: driemaal daags 0,5 tot 2,5 mg), waarna de dosis gelijk werd gehouden gedurende 8 weken. Het primaire eindpunt van de studie was de voor placebo gecorrigeerde verandering in de afgelegde afstand in de 6-minutenlooptest (6MWD) ten opzichte van de uitgangswaarde tijdens het laatste bezoek (week 16).

Bij het laatste bezoek was de verbetering van de 6MDW bij patiënten die werden behandeld met riociguat 46 m (95% betrouwbaarheidsinterval [BI]: 25 m tot 67 m; p< 0,0001) vergeleken met placebo. De resultaten waren consistent in de belangrijkste geëvalueerde subgroepen (ITT-analyse, zie Tabel 2).

Tabel 2: Effecten van riociguat op 6MWD bij het laatste bezoek in CHEST-1

Gehele patiëntenpopulatie

Riociguat

 

Placebo

 

(n=173)

 

(n=88)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[82]

 

[75]

Gemiddelde verandering t.o.v.

 

-6

uitgangswaarde (m)

 

 

 

[SD]

[79]

 

[84]

Placebogecorrigeerd verschil (m)

 

95% BI, [p-waarde]

 

25 tot 67 [< 0,0001]

FC III patiëntenpopulatie

Riociguat

 

Placebo

 

(n=107)

 

(n=60)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[81]

 

[73]

Gemiddelde verandering t.o.v.

 

-17

uitgangswaarde (m)

 

 

 

[SD]

[75]

 

[95]

Placebogecorrigeerd verschil (m)

 

95% BI

 

29 tot 83

FC II patiëntenpopulatie

Riociguat

 

Placebo

 

(n=55)

 

(n=25)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[59]

 

[64]

Gemiddelde verandering t.o.v.

 

uitgangswaarde (m)

 

 

 

[SD]

[82]

 

[51]

Placebogecorrigeerd verschil (m)

 

95% BI

 

-10 tot 61

Inoperabele patiëntenpopulatie

Riociguat

 

Placebo

 

(n=121)

 

(n=68)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[83]

 

[75]

Gemiddelde verandering t.o.v.

 

-8

uitgangswaarde (m)

 

 

 

[SD]

[84]

 

[88]

Placebogecorrigeerd verschil (m)

 

95% BI

 

29 tot 79

Patiëntenpopulatie met CTEPH

Riociguat

 

Placebo

post-PEA

(n=52)

 

(n=20)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[78]

 

[72]

Gemiddelde verandering t.o.v.

 

1.8

uitgangswaarde (m)

 

 

 

[SD]

[68]

 

[73]

Placebogecorrigeerd verschil (m)

 

95% BI

 

-10 tot 63

Verbetering van het inspanningsvermogen ging gepaard met verbetering van meerdere klinisch relevante secundaire eindpunten. Deze bevindingen kwamen overeen met verbeteringen van aanvullende hemodynamische parameters.

Tabel 3: Effecten van riociguat op PVR, NT-proBNP en WHO functionele klasse bij het laatste bezoek in CHEST-1

 

Riociguat

 

Placebo

PVR

(n=151)

 

(n=82)

Uitgangswaarde (dyn·s·cm-5)

790,7

 

779,3

[SD]

[431,6]

 

[400,9]

Gemiddelde verandering t.o.v.

-225,7

 

23,1

uitgangswaarde (dyn·s·cm-5)

 

 

 

[SD]

[247,5]

 

[273,5]

 

 

Placebogecorrigeerd verschil

 

-246,4

(dyn·s·cm-5)

 

 

 

95% BI, [p-waarde]

-303,3 tot -189,5 [< 0,0001]

NT-proBNP

Riociguat

 

Placebo

 

(n=150)

 

(n=73)

Uitgangswaarde (ng/l)

1508,3

 

1705,8

[SD]

[2337,8]

 

[2567,2]

Gemiddelde verandering t.o.v.

-290,7

 

76,4

uitgangswaarde (ng/l)

 

 

 

[SD]

[1716,9]

 

[1446,6]

Placebogecorrigeerd verschil (ng/l)

 

-444,0

95% BI, [p-waarde]

-843,0 tot -45,0 [< 0,0001]

Verandering in WHO functionele

Riociguat

 

Placebo

klasse

(n=173)

 

(n=87)

Verbeterd

57 (32,9%)

 

(14,9%)

Stabiel

107 (61,8%)

 

(78,2%)

Verslechterd

9 (5,2%)

 

(6,9%)

p-waarde

 

0,0026

 

PVR = pulmonale vasculaire weerstand (pulmonary vascular resistance)

NT-proBNP = N-terminus prohormoon van brain natriuretic peptide

Bijwerkingen die leidden tot staken van de behandeling traden in beide behandelgroepen met vergelijkbare frequentie op (riociguat individuele dosistitratie (IDT) 1,0 – 2,5 mg, 2,9%; placebo, 2,3%).

Langdurige behandeling

237 patiënten die CHEST-1 hadden voltooid, namen deel aan een open-label extensiestudie (CHEST- 2). In CHEST-2 kregen alle patiënten een individueel afgestemde dosis riociguat tot maximaal driemaal daags 2,5 mg.

De gemiddelde verandering ten opzichte van de uitgangswaarde in week 12 (laatste waarneming in week 12) in CHEST-2 (28 weken in studie voor CHEST-1 + CHEST-2) was 63 m in de groep die eerder 1,0 – 2,5 mg riociguat had gekregen en 35 m in de groep die eerder placebo had gekregen.

De overlevingskans was na 1 jaar 97%, na 2 jaar 94% en na 3 jaar 88%. Overleving bij patiënten met WHO functionele klasse II als uitgangswaarde was na 1, 2 en 3 jaar respectievelijk 97%, 94% en 88% en voor patiënten met WHO functionele klasse III als uitgangswaarde respectievelijk 97%, 94% en 87%.

Werkzaamheid bij patiënten met PAH

Er is een gerandomiseerde, dubbelblinde, multinationale, placebogecontroleerde fase III-studie (PATENT-1) uitgevoerd bij 443 volwassen patiënten met PAH (individuele titratie van de dosis riociguat tot maximaal driemaal daags 2,5 mg: n=254, placebo: n=126, "afgekapte" titratie (capped dose titration [CT]) van de dosis riociguat tot maximaal 1,5 mg [exploratieve dosisgroep, geen

statistische toets uitgevoerd; n=63]). Patiënten waren ofwel nog niet eerder behandeld (50%), of voorbehandeld met een endothelinereceptorantagonist (ERA; 43%) of een prostacyclineanaloog (geïnhaleerd (iloprost), oraal (beraprost) of subcutaan (treprostinil); 7%) en hadden een diagnose van idiopathische of erfelijke PAH (63,4%), PAH geassocieerd met bindweefselziekte (25,1%) en congenitale hartziekte (7,9%).

Gedurende de eerste 8 weken werd riociguat eenmaal per 2 weken getitreerd, op basis van de systolische bloeddruk van de patiënt en klachten of symptomen van hypotensie, tot de optimale individuele dosis (bereik: driemaal daags 0,5 tot 2,5 mg), waarna de dosis gedurende 4 weken gelijk werd gehouden. Het primaire eindpunt van de studie was de voor placebo gecorrigeerde verandering in de 6MWD ten opzichte van de uitgangswaarde, tijdens het laatste bezoek (week 12).

Bij het laatste bezoek was de verbetering in de 6MWD met individuele titratie van de dosis riociguat (individual dose titration, IDT) 36 m (95% BI: 20 m tot 52 m; p< 0,0001), in vergelijking met placebo. Patiënten die niet eerder waren behandeld (n=189) hadden een verbetering van 38 m en voorbehandelde patiënten (n=191) een verbetering van 36 m (ITT-analyse, zie Tabel 4). Verdere exploratieve subgroepanalyse leverde een behandeleffect van 26 m (95% BI: 5 m tot 46 m) bij patiënten die waren voorbehandeld met ERA's (n=167) en een behandeleffect van 101 m (95% BI: 27 m tot 176 m) bij patiënten die waren voorbehandeld met prostacyclineanalogen (n=27).

Tabel 4: Effecten van riociguat op 6MWD bij het laatste bezoek in PATENT-1

Gehele patiëntenpopulatie

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

 

(n=254)

 

(n=126)

(n=63)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[68]

 

[75]

[67]

Gemiddelde verandering

 

-6

t.o.v. uitgangswaarde (m)

 

 

 

 

[SD]

[66]

 

[86]

[79]

Placebogecorrigeerd verschil

 

 

(m)

 

 

 

 

95% BI, [p-waarde]

20 tot 52 [< 0,0001]

 

FC III patiëntenpopulatie

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

 

(n=140)

 

(n=58)

(n=39)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[70]

 

[78]

[68]

Gemiddelde verandering

 

-27

t.o.v. uitgangswaarde (m)

 

 

 

 

[SD]

[64]

 

[98]

[94]

Placebogecorrigeerd verschil

 

 

(m)

 

 

 

 

95% BI

 

35 tot 81

 

FC II patiëntenpopulatie

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

 

(n=108)

 

(n=60)

(n=19)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[51]

 

[61]

[64]

Gemiddelde verandering

 

t.o.v. uitgangswaarde (m)

 

 

 

 

[SD]

[69]

 

[63]

[50]

Placebogecorrigeerd verschil

 

 

(m)

 

 

 

 

95% BI

-11 tot 31

 

 

Nog niet eerder behandelde

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

patiëntenpopulatie

(n=123)

 

(n=66)

(n=32)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[66]

 

[80]

[72]

Gemiddelde verandering

 

-6

t.o.v. uitgangswaarde (m)

 

 

 

 

[SD]

[74]

 

[88]

[47]

Placebogecorrigeerd verschil

 

 

(m)

 

14 tot 62

 

95% BI

 

 

 

 

Voorbehandelde

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

patiëntenpopulatie

(n=131)

 

(n=60)

(n=31)

Uitgangswaarde (m)

 

[SD]

[69]

 

[68]

[57]

Gemiddelde verandering

 

-5

t.o.v. uitgangswaarde (m)

 

 

 

 

[SD]

[58]

 

[83]

[100]

Placebogecorrigeerd verschil

 

 

(m)

 

 

 

 

95% BI

 

15 tot 56

 

Verbetering van het inspanningsvermogen ging gepaard met consistente verbetering van meerdere klinisch relevante secundaire eindpunten. Deze bevindingen kwamen overeen met verbeteringen van aanvullende hemodynamische parameters (zie Tabel 5).

Tabel 5: Effecten van riociguat op PVR en NT-proBNP bij het laatste bezoek in PATENT-1

 

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

PVR

(n=232)

 

(n=107)

(n=58)

Uitgangswaarde (dyn s cm-5)

 

834,1

847,8

[SD]

[452,6]

 

[476,7]

[548,2]

 

 

Gemiddelde verandering t.o.v.

-223

 

-8,9

-167,8

PVR-uitgangswaarde (dyn s cm-5)

 

 

 

 

[SD]

[260,1]

 

[316,6]

[320,2]

 

 

Placebogecorrigeerd verschil

 

-225,7

 

(dyn s cm-5)

 

 

 

 

95% BI, [p-waarde]

-281,4 tot -170,1 [< 0,0001]

 

NT-proBNP

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

 

(n=228)

 

(n=106)

(n=54)

Uitgangswaarde (ng/l)

1026,7

 

1228,1

1189,7

[SD]

[1799,2]

 

[1774,9]

[1404,7]

Gemiddelde verandering t.o.v.

-197,9

 

232,4

-471,5

uitgangswaarde (ng/l)

 

 

 

 

[SD]

[1721,3]

 

[1011,1]

[913,0]

Placebogecorrigeerd verschil (ng/l)

 

-431,8

 

95% BI, [p-waarde]

-781,5 tot -82,1 [< 0,0001]

 

Verandering in WHO functionele

Riociguat IDT

 

Placebo

Riociguat CT

klasse

(n=254)

 

(n=125)

(n=63)

Verbeterd

(20,9%)

 

18 (14,4%)

(23,8%)

Stabiel

192 (75,6%)

 

89 (71,2%)

(68,3%)

Verslechterd

(3,6%)

 

18 (14,4%)

(7,9%)

p-waarde

 

 

0,0033

 

 

Patiënten die werden behandeld met riociguat hadden een significante vertraging in de tijd tot klinische verslechtering ten opzichte van patiënten die werden behandeld met placebo (p=0,0046; gestratificeerde log-ranktoets) (zie Tabel 6).

Tabel 6: Effecten van riociguat op voorvallen van klinische verslechtering in PATENT-1

Voorvallen van klinische

Riociguat IDT

Placebo

Riociguat CT

verslechtering

(n=254)

(n=126)

(n=63)

Patiënten met klinische

3 (1,2%)

8 (6,3%)

2 (3,2%)

verslechtering

 

 

 

Overlijden

2 (0,8%)

3 (2,4%)

1 (1,6%)

Ziekenhuisopnames vanwege PH

1 (0,4%)

4 (3,2%)

Daling in 6MWD vanwege PH

1 (0,4%)

2 (1,6%)

1 (1,6%)

Persisterende verslechtering van

1 (0,8%)

functionele klasse vanwege PH

 

 

 

Start nieuwe PH-behandeling

1 (0,4%)

5 (4,0%)

1 (1,6%)

Patiënten die werden behandeld met riociguat vertoonden een significante verbetering in hun Borg CR10-dyspneuscore (gemiddelde verandering ten opzichte van de uitgangswaarde (SD): riociguat -0,4 (2), placebo 0,1 (2); p=0,0022).

Bijwerkingen die leidden tot staken van de behandeling traden in beide behandelgroepen met riociguat minder vaak op dan in de placebogroep (riociguat IDT 1,0 – 2,5 mg, 3,1%; riociguat CT, 1,6%; placebo, 7,1%).

Langdurige behandeling

In de open-label extensiestudie (PATENT-2) werden 363 patiënten geïncludeerd die PATENT-1 hadden voltooid op de cut-offdatum. In PATENT-2 kregen alle patiënten een individueel afgestemde dosis riociguat tot maximaal driemaal daags 2,5 mg. De gemiddelde verandering ten opzichte van de uitgangswaarde in week 12 (laatste waarneming in week 12) in PATENT-2 (24 weken in studie voor PATENT-1 + PATENT-2) bedroeg 53 m in de groep die eerder 1,0 - 2,5 mg riociguat had gekregen, 42 m in de groep die eerder placebo had gekregen en 54 m in de groep die eerder 1,0 - 1,5 mg riociguat had gekregen.

De overlevingskans was na 1 jaar 97%, na 2 jaar 93% en na 3 jaar 91%. Overleving bij patiënten met WHO functionele klasse II als uitgangswaarde was na 1, 2 en 3 jaar respectievelijk 98%, 96% en 96% en voor patiënten met WHO functionele klasse III als uitgangswaarde respectievelijk 96%, 91% en 87%.

Patiënten met pulmonale hypertensie die gepaard gaat met idiopathische interstitiële pneumonieën (PH-IIP)

Een gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd fase II-onderzoek (RISE-IIP) ter beoordeling van de werkzaamheid en veiligheid van riociguat bij patiënten met symptomatische pulmonale hypertensie die gepaard gaat met idiopathische interstitiële pneumonieën (PH-IIP), werd vroegtijdig beëindigd. Tussentijdse resultaten lieten een verhoogd risico op mortaliteit en ernstige bijwerkingen zien bij proefpersonen die riociguat kregen, vergeleken met proefpersonen die placebo kregen. De beschikbare gegevens duiden niet op een klinisch significant voordeel door behandeling met riociguat bij deze patiënten.

Riociguat wordt daarom gecontra-indiceerd bij patiënten met pulmonale hypertensie die gepaard gaat met idiopathische interstitiële pneumonieën (zie rubriek 4.3).

Pediatrische patiënten

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Adempas in een of meerdere subgroepen van pediatrische patiënten bij de behandeling van pulmonale hypertensie (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

De absolute biologische beschikbaarheid van riociguat is hoog (94%). Riociguat wordt snel geabsorbeerd, waarbij maximale concentraties (Cmax) 1 - 1,5 uur na het innemen van de tablet worden bereikt. Inname met voedsel verlaagde de AUC-waarde van riociguat enigszins, de Cmax was 35% lager.

De biologische beschikbaarheid (AUC en Cmax) voor oraal toegediend Adempas als vermalen tablet gemengd met appelmoes of water, is vergelijkbaar met die voor een hele tablet (zie rubriek 4.2).

Distributie

De binding aan plasma-eiwitten is hoog bij de mens, ongeveer 95%, waarbij serumalbumine en alfa-1- zure-glycoproteïne de belangrijkste bindingscomponenten zijn. Het distributievolume is matig-hoog met een distributievolume bij steady-state van ongeveer 30 l.

Metabolisme

N-demethylering, gekatalyseerd door CYP1A1, CYP3A4, CYP3A5 en CYP2J2, is de belangrijkste biotransformatieroute van riociguat, waarbij de belangrijkste circulerende actieve metaboliet M1 wordt gevormd (farmacologische activiteit: 1/10 tot 1/3 van riociguat). Deze metaboliet wordt verder gemetaboliseerd tot het farmacologisch inactieve N-glucuronide.

CYP1A1 katalyseert de vorming van de belangrijkste metaboliet van riociguat in de lever en de longen. Het is bekend dat dit enzym geïnduceerd kan worden door polycyclische aromatische koolwaterstoffen, die bijvoorbeeld in sigarettenrook aanwezig zijn.

Eliminatie

Totaal riociguat (onveranderde verbinding en metabolieten) wordt zowel via de nieren (33 - 45%) als via de gal/feces (48 - 59%) uitgescheiden. Ongeveer 4 - 19% van de toegediende dosis werd via de nieren uitgescheiden als onveranderd riociguat. Ongeveer 9 - 44% van de toegediende dosis werd teruggevonden in de feces als onveranderd riociguat.

Uit in vitro gegevens is gebleken dat riociguat en zijn belangrijkste metaboliet substraten zijn van de transporteiwitten P-gp (P-glycoproteïne) en BCRP (breast cancer resistance protein). Met een systemische klaring van ongeveer 3 - 6 l/uur kan riociguat worden geclassificeerd als een geneesmiddel met lage klaring. De eliminatiehalfwaardetijd bedraagt bij gezonde proefpersonen ongeveer 7 uur en bij patiënten ongeveer 12 uur.

Lineariteit

De farmacokinetiek van riociguat is van 0,5 tot 2,5 mg lineair. De inter-individuele variabiliteit (CV) van blootstelling aan riociguat (AUC) is voor alle doses ongeveer 60%.

Speciale populaties

Geslacht

Farmacokinetische gegevens laten geen relevante verschillen zien in de blootstelling aan riociguat als gevolg van het geslacht.

Pediatrische patiënten

Er zijn geen studies uitgevoerd om de farmacokinetiek van riociguat bij pediatrische patiënten te onderzoeken.

Oudere patiënten

Oudere patiënten (65 jaar en ouder) hadden hogere plasmaconcentraties dan jongere patiënten. De gemiddelde AUC-waarden waren bij ouderen ongeveer 40% hoger, voornamelijk door de lagere (schijnbare) totale en renale klaring.

Interetnische verschillen

Farmacokinetische gegevens laten geen relevante interetnische verschillen zien.

Verschillende gewichtscategorieën

Farmacokinetische gegevens laten geen relevante verschillen in blootstelling aan riociguat zien als gevolg van lichaamsgewicht.

Leverinsufficiëntie

Bij cirrotische patiënten (niet-rokers) met lichte leverinsufficiëntie (geclassificeerd als Child-Pugh A) was de gemiddelde AUC van riociguat 35% hoger dan bij de gezonde controlegroep; dit ligt binnen de intra-individuele variabiliteit. Bij cirrotische patiënten (niet-rokers) met matige leverinsufficiëntie (geclassificeerd als Child-Pugh B) was de gemiddelde AUC van riociguat 51% hoger dan bij de gezonde controlegroep. Er zijn geen gegevens beschikbaar van patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (geclassificeerd als Child-Pugh C).

Patiënten met ALAT > 3 x ULN en bilirubine > 2 x ULN zijn niet onderzocht (zie rubriek 4.4).

Nierinsufficiëntie

In het algemeen waren de gemiddelde, voor dosis en gewicht genormaliseerde blootstellingswaarden voor riociguat bij personen met nierinsufficiëntie hoger dan bij personen met een normale nierfunctie. Overeenkomstige waarden voor de belangrijkste metaboliet waren bij personen met nierinsufficiëntie hoger dan bij gezonde personen. Bij niet-rokers met lichte (creatinineklaring 80 - 50 ml/min), matige (creatinineklaring < 50 - 30 ml/min) of ernstige (creatinineklaring < 30 ml/min) nierinsufficiëntie waren de plasmaconcentraties van riociguat (AUC-waarden) met respectievelijk 53%, 139% en 54% verhoogd.

Een beperkte hoeveelheid gegevens is beschikbaar van patiënten met een creatinineklaring < 30 ml/min en er zijn geen gegevens beschikbaar van patiënten die worden gedialyseerd.

Vanwege de hoge binding aan plasma-eiwitten is riociguat naar verwachting niet dialyseerbaar.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij enkelvoudige dosering, fototoxiciteit, genotoxiciteit en carcinogeniciteit.

Effecten die in toxiciteitsonderzoek met herhaalde dosering werden waargenomen, werden voornamelijk veroorzaakt door de versterkte farmacodynamische activiteit van riociguat (hemodynamische effecten en relaxerende effecten op de gladde spieren).

Bij groeiende, juveniele en adolescente ratten werden effecten op de botvorming gezien. Bij juveniele ratten bestonden de veranderingen uit verdikking van trabeculair bot, en uit hyperostose en vervorming van metafysair en diafysair bot, terwijl bij adolescente ratten een algehele toename van de botmassa werd waargenomen. Dergelijke effecten werden niet waargenomen bij volwassen ratten.

In een vruchtbaarheidsstudie met ratten kwam een verminderd gewicht van de testes voor bij systemische blootstelling van ongeveer 7 maal de blootstelling bij mensen, terwijl er geen effecten op de mannelijke en vrouwelijke vruchtbaarheid werd gezien. Er werd een matig-hoge passage van de placentabarrière waargenomen. In een ontwikkelingstoxiciteitstudie bij ratten en konijnen is reproductietoxiciteit van riociguat aangetoond. Bij ratten werd een verhoogd percentage cardiale misvormingen waargenomen, evenals een verlaagd bevruchtingspercentage door vroegtijdige resorptie, bij een maternale systemische blootstelling van ongeveer 7 maal de blootstelling bij mensen (driemaal daags 2,5 mg). Bij konijnen werden vanaf een systemische blootstelling van ongeveer

3 maal de blootstelling bij mensen (driemaal daags 2,5 mg) abortus en foetale toxiciteit gezien.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Tabletkern:

microkristallijne cellulose crospovidon hypromellose magnesiumstearaat lactosemonohydraat natriumlaurylsulfaat

Filmomhulling*:

hydroxypropylcellulose hypromellose propyleenglycol titaandioxide (E171)

*ijzeroxide geel (E172) (alleen in tabletten van 1 mg, 1,5 mg, 2 mg en 2,5 mg) *ijzeroxide rood (E172) (alleen in tabletten van 2 mg en 2,5 mg)

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3Houdbaarheid

3 jaar

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Blisterverpakking van PP/aluminiumfolie

Verpakkingsgrootten: 42, 84, 90 of 294 filmomhulde tabletten

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Bayer AG

51368 Leverkusen

Duitsland

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Adempas 0,5 mg filmomhulde tabletten

EU/1/13/907/001

EU/1/13/907/002

EU/1/13/907/003

EU/1/13/907/016

Adempas 1 mg filmomhulde tabletten

EU/1/13/907/004

EU/1/13/907/005

EU/1/13/907/006

EU/1/13/907/017

Adempas 1,5 mg filmomhulde tabletten

EU/1/13/907/007

EU/1/13/907/008

EU/1/13/907/009

EU/1/13/907/018

Adempas 2 mg filmomhulde tabletten

EU/1/13/907/0010

EU/1/13/907/0011

EU/1/13/907/0012

EU/1/13/907/0019

Adempas 2,5 mg filmomhulde tabletten

EU/1/13/907/0013

EU/1/13/907/0014

EU/1/13/907/0015

EU/1/13/907/0020

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 27 maart 2014

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld