Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Adjupanrix (Pandemic influenza vaccine (H5N1) (split virion, inactivated, adjuvanted) GlaxoSmithKline Biologicals) (split influenza virus, inactivated,...) – Samenvatting van de productkenmerken - J07BB02

Updated on site: 05-Oct-2017

Naam van geneesmiddelAdjupanrix (Pandemic influenza vaccine (H5N1) (split virion, inactivated, adjuvanted) GlaxoSmithKline Biologicals)
ATC codeJ07BB02
Werkzame stofsplit influenza virus, inactivated, containing antigen: A/VietNam/1194/2004 (H5N1) like strain used (NIBRG-14)
ProducentGlaxoSmithKline Biologicals S.A.

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Adjupanrix, suspensie en emulsie voor emulsie voor injectie

Pandemisch influenzavaccin (H5N1) (gesplitst virion, geïnactiveerd, met adjuvans)

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Na menging bevat 1 dosis (0,5 ml):

Gesplitst influenzavirus, geïnactiveerd, dat antigeen* bevat equivalent aan:

A/VietNam/1194/2004 (H5N1)-achtige stam gebruikt (NIBRG-14)

3,75 microgram**

*gekweekt in eieren

**hemagglutinine

Dit vaccin voldoet aan de aanbevelingen van de WHO en het EU-besluit voor een pandemie.

AS03- adjuvans bestaat uit squaleen (10,69 milligram), DL-α-tocoferol (11,86 milligram) en polysorbaat 80 (4,86 milligram).

De injectieflacons met de suspensie en emulsie vormen na menging een multidoseringscontainer. Zie rubriek 6.5 voor het aantal doses per injectieflacon.

Hulpstoffen met bekend effect:

Het vaccin bevat 5 microgram thiomersal (zie rubriek 4.4).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Suspensie en emulsie voor emulsie voor injectie.

De suspensie is een kleurloze, melkwitte vloeistof.

De emulsie is een wit- tot geelachtige, homogene melkachtige vloeistof.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Profylaxe van influenza in een officieel afgekondigde pandemische situatie.

Adjupanrix dient te worden gebruikt in overeenstemming met de officiële richtlijnen.

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering

Personen die niet eerder met Prepandrix zijn gevaccineerd.

Volwassen vanaf 18 jaar:

Eén dosis van 0,5 ml op een gekozen datum.

Een tweede dosis van 0,5 ml dient te worden gegeven na een tussenperiode van ten minste drie weken tot maximaal 12 maanden na de eerste dosis voor maximale werkzaamheid.

Zeer beperkte gegevens toonden aan dat volwassenen > 80 jaar een dubbele dosis van Adjupanrix nodig kunnen hebben op een gekozen datum en wederom na een interval van ten minste drie weken om een immuunrespons te bereiken (zie rubriek 5.1).

Personen die eerder zijn gevaccineerd met een of twee doses Prepandrix met HA-antigenen die zijn afgeleid van een andere clade van hetzelfde influenza subtype als de pandemische influenzastam:

Volwassenen van 18 jaar en ouder: één dosis van 0,5 ml op een gekozen datum.

Pediatrische patiënten

Er zijn beperkte veiligheids- en immunogeniciteitsgegevens beschikbaar over de toediening van het Adjupanrix en over de toediening van een halve dosis van het vaccin (dit is 1,875 µg HA en de halve hoeveelheid AS03-adjuvans) op dagen 0 en 21 bij kinderen van 3 tot 9 jaar.

De momenteel beschikbare gegevens worden beschreven in rubrieken 4.4, 4.8 and 5.1, maar er kan geen doseringsadvies worden gegeven.

Voor nadere informatie, zie rubrieken 4.4, 4.8 en 5.1.

Wijze van toediening

Vaccinatie dient te worden uitgevoerd via intramusculaire injectie.

Indien een dubbele dosis wordt gegeven, dienen de injecties in twee verschillende ledematen te worden gegeven, bij voorkeur in de deltaspier of het anterolaterale dijbeen (afhankelijk van de spiermassa).

Voor instructies over menging van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.

4.3Contra-indicaties

Eerder opgetreden (levensbedreigende) anafylactische reactie op één van de bestanddelen of residuen (ei en kippeneiwitten, ovalbumine, formaldehyde, gentamicinesulfaat en natriumdeoxycholaat) van dit vaccin. Het kan in een pandemische situatie echter toch aangewezen zijn om het vaccin toe te dienen, mits directe reanimatieapparatuur beschikbaar is voor noodgevallen. Zie rubriek 4.4

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Voorzichtigheid is geboden bij toediening van dit vaccin aan personen met een bekende overgevoeligheid (andere dan anafylactische reactie) voor het werkzame bestanddeel, één van de hulpstoffen vermeld in rubriek 6.1, thiomersal of residuen (ei en kippeneiwitten, ovalbumine, formaldehyde, gentamicinesulfaat en natriumdeoxycholaat).

Zoals met alle injecteerbare vaccins, dient te allen tijde adequate medische behandeling en toezicht direct beschikbaar te zijn voor het geval er zich na toediening van het vaccin een zeldzame anafylactische reactie voordoet.

Vaccinatie moet worden uitgesteld bij personen met hevige koorts of acute infecties, mits de pandemische situatie dit toestaat.

Adjupanrix moet onder geen beding intravasculair worden toegediend. Er zijn geen gegevens beschikbaar over toediening van Adjupanrix via de subcutane toedieningsweg. Daarom dient een behandelend arts de voordelen en de mogelijke risico’s af te wegen van toediening van het vaccin aan

personen met trombocytopenie of een bloedingsziekte die een contra-indicatie is voor intramusculaire toediening, tenzij het mogelijke voordeel zwaarder weegt dan het risico op bloedingen.

Er zijn geen gegevens over de toediening van AS03-geadjuveerde vaccins vóór of volgend op andere typen influenzavaccins bedoeld voor prepandemisch of pandemisch gebruik.

De antilichaamrespons bij patiënten met endogene of iatrogene immunosuppressie kan mogelijk ontoereikend zijn.

Het is mogelijk dat niet bij alle gevaccineerden een beschermende afweerrespons wordt opgeroepen (zie rubriek 5.1).

Syncope (flauwvallen) kan voorkomen na, of zelfs voor, elke vaccinatie, door een psychogene reactie op de injectie met een naald. Dit kan vergezeld gaan van verschillende neurologische klachten zoals voorbijgaande verstoring van het gezichtsvermogen, paresthesie en tonisch-klonische bewegingen van de ledematen tijdens het herstel. Het is belangrijk dat er maatregelen worden genomen om verwondingen als gevolg van het flauwvallen te voorkomen.

Epidemiologische studies met een ander AS03-adjuvans bevattend vaccin (Pandemrix H1N1, ook geproduceerd in dezelfde faciliteit als Adjupanrix) in verschillende Europese landen, duiden op een verhoogd risico op narcolepsie met of zonder kataplexie bij gevaccineerden ten opzichte van niet- gevaccineerde personen.

Bij kinderen/jongeren (leeftijd tot 20 jaar) gaven deze studies een extra 1,4 tot 8 gevallen op de 100.000 gevaccineerden. Beschikbare epidemiologische gegevens bij volwassenen ouder dan 20 jaar gaven ongeveer 1 extra geval op de 100.000 gevaccineerden. Deze data suggereren dat het bovenmatige risico lijkt af te nemen met het toenemen van de leeftijd bij vaccinatie.

Er is op dit moment geen bewijs dat indiceert dat Adjupanrix met een risico op narcolepsie geassocieerd is.

Pediatrische patiënten

Klinische gegevens, verkregen bij kinderen jonger dan 6 jaar die 2 doses Pandemisch influenzavaccin (H5N1) hebben gekregen, geven een verhoging aan van de frequentie van koorts (lichaamstemperatuur gemeten onder de oksel ≥38°C) na toediening van de 2e dosis. Daarom wordt na vaccinatie monitoring van de lichaamstemperatuur aanbevolen, net als het nemen van maatregelen om de koorts te verlagen (zoals antipyretische medicatie, indien klinisch noodzakelijk) bij jonge kinderen (tot een leeftijd van ongeveer 6 jaar).

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er zijn geen gegevens beschikbaar over de gelijktijdige toediening van Adjupanrix met andere vaccins. Als gelijktijdige toediening van een ander vaccin wordt overwogen, dient de immunisatie in verschillende ledematen te worden gegeven. De bijwerkingen kunnen dan heviger zijn.

De immunologische respons kan verminderd zijn in het geval dat de patiënt een immunosuppressieve behandeling ondergaat.

Na vaccinatie tegen influenza zijn vals-positieve uitslagen waargenomen bij serologische testen waarbij gebruik wordt gemaakt van de ELISA-methode voor de detectie van antistoffen tegen humaan immunodeficiëntievirus-1 (HIV-1), hepatitis-C-virus en met name HTLV-1. In deze gevallen is de uitslag van de Western Blot methode negatief. Deze voorbijgaande vals-positieve resultaten zouden kunnen liggen aan een IgM-productie als reactie op het vaccin.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn momenteel geen gegevens beschikbaar over het gebruik van Adjupanrix tijdens de zwangerschap.

Een AS03-adjuvans-bevattend vaccin met HA afkomstig van H1N1v is toegediend aan vrouwen in elk trimester van de zwangerschap. De informatie over de resultaten van naar schatting ruim 200.000 vrouwen die zijn gevaccineerd gedurende de zwangerschap is momenteel beperkt. Er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogd risico op nadelige resultaten van meer dan 100 zwangerschappen die in een prospectieve klinische studie zijn vervolgd.

Onderzoeken bij dieren met Adjupanrix wijzen niet op reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).

Gegevens van zwangere vrouwen die werden gevaccineerd met verschillende geïnactiveerde seizoensvaccins zonder adjuvans wijzen niet op misvormingen of op foetale of neonatale toxiciteit.

Het gebruik van Adjupanrix tijdens de zwangerschap kan worden overwogen als dit noodzakelijk geacht wordt en wanneer rekening wordt gehouden met de officiële richtlijnen.

Borstvoeding

Adjupanrix kan worden toegediend aan vrouwen die borstvoeding geven.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen vruchtbaarheidsgegevens beschikbaar.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Een aantal van de effecten vermeld in rubriek 4.8 “Bijwerkingen” kan van invloed zijn op de rijvaardigheid en het vermogen machines te bedienen.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

In klinische onderzoeken is de incidentie van bijwerkingen zoals hieronder gerangschikt geëvalueerd bij circa 5.000 proefpersonen vanaf 18 jaar die doses hadden gekregen met ten minste 3,75 microgram HA/AS03.

Lijst van bijwerkingen

De gemelde bijwerkingen zijn gerangschikt volgens frequentie van voorkomen:

Frequenties worden als volgt vermeld:

Zeer vaak (≥ 1/10)

Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10)

Soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100)

Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000)

Zeer zelden (< 1/10.000)

Bijwerkingen in klinische onderzoeken met het zogenaamde mock-up vaccin worden hierna vermeld (zie rubriek 5.1 voor nadere informatie over mock-up vaccins).

Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt in volgorde van afnemende ernst.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Vaak: lymfadenopathie

Psychische stoornissen

Soms: insomnia

Zenuwstelselaandoeningen

Zeer vaak: hoofdpijn

Soms: paresthesie, somnolentie, duizeligheid

Maagdarmstelselaandoeningen

Soms: gastro-intestinale symptomen (zoals diarree, braken, abdominale pijn, nausea)

Huid- en onderhuidaandoeningen

Vaak: ecchymose op de injectieplaats, toegenomen zweten

Soms: pruritus, rash

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen

Zeer vaak: artralgie, myalgie

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Zeer vaak: induratie, zwelling, pijn en roodheid op de injectieplaats, koorts vermoeidheid Vaak: rillingen, influenza-achtige ziekte, injectieplaatsreacties (zoals warm gevoel, pruritus) Soms: malaise

Pediatrische patiënten

In een klinisch onderzoek (D-H5N1-009) werd de reactogeniciteit bij kinderen van 3 tot 5 jaar oud en van 6 tot 9 jaar oud beoordeeld die of twee volwassen (te weten 0,5 ml) doses of twee halve volwassen (te weten 0,25 ml) doses kregen (met 21 dagen tussen beide doses) van Adjupanrix.

Er werd een verschil in frequentie van lokale en gegeneraliseerde bijwerkingen waargenomen tussen de halve volwassen en de volwassen doses na elke dosering. De toediening van een tweede halve volwassen dosis of een volwassen dosis versterkte de reactogeniciteit niet, behalve in de percentages van de algemene symptomen die hoger waren na de tweede dosis, vooral de graden koorts bij kinderen jonger dan 6 jaar. De frequentie per dosis van de bijwerkingen was als volgt:

Bijwerkingen

 

 

3-5 jaar

 

6-9 jaar

 

 

Halve dosis

 

Volledige dosis

Halve dosis

 

Volledige dosis

Induratie

 

9,9%

 

18,6%

12,0%

 

12,2%

Pijn

 

48,5%

 

62,9%

68,0%

 

73,5%

Roodheid

 

10,9%

 

19,6%

13,0%

 

6,1%

Zwelling

 

11,9%

 

24,7%

14,0%

 

20,4%

Koorts (>38°C)

 

4,0%

 

11,3%

2,0%

 

17,3%

Koorts (>39°C)

 

 

 

 

 

 

 

- frequentie per

 

2,0%

 

5,2%

0%

 

7,1%

dosis

 

3,9%

 

10,2%

0%

 

14,3%

- frequentie per

 

 

 

persoon

 

 

 

 

 

 

 

Zich suf voelen

 

7,9%

 

13,4%

NA

 

NA

Geïrriteerdheid

 

7,9%

 

18,6%

NA

 

NA

Verlies van eetlust

 

6,9%

 

16,5%

NA

 

NA

Rillingen

 

1,0%

 

12,4%

4,0%

 

14,3%

NA=niet beschikbaar

 

 

 

 

 

 

 

In andere klinische studies waar kinderen van 6 maanden tot 17 jaar een ander Pandemisch influenzavaccin (H5N1 A/Indonesia/05/2005 gemaakt in Dresden, Duitsland) kregen, nam de frequentie van sommige bijwerkingen na de 2e toediening toe (inclusief pijn op de injectieplaats, roodheid en koorts) bij kinderen jonger dan 6 jaar.

Post-marketing-surveillance

Er zijn geen gegevens uit post-marketing-surveillance na toediening van Adjupanrix beschikbaar.

AS03-bevattende vaccins waarin 3,75 µg HA afkomstig van A/California/7/2009 (H1N1)

Gedurende postmarketing-ervaring met AS03-bevattende vaccins waarin 3,75 µg HA afkomstig van A/California/7/2009 (H1N1), werden de volgende bijwerkingen gemeld:

Immuunsysteemaandoeningen

Anafylaxie, allergische reacties

Zenuwstelselaandoeningen

Koortsstuipen

Huid- en onderhuidaandoeningen:

Angio-oedeem, gegeneraliseerde huidreacties, urticaria

Trivalente interpandemische vaccins

Bovendien zijn via post-marketing-surveillance van interpandemische, trivalente vaccins de volgende bijwerkingen gemeld:

Zelden:

Neuralgie, voorbijgaande trombocytopenie

Zeer zelden:

Vasculitis met voorbijgaande betrokkenheid van de nieren

Neurologische aandoeningen, zoals encefalomyelitis, neuritis en Guillain Barré syndroom

Dit geneesmiddel bevat thiomersal (een organische kwikverbinding) als conserveermiddel en daardoor kunnen overgevoeligheidsreacties optreden (zie rubriek 4.4).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V*.

4.9Overdosering

Er zijn geen gevallen van overdosering gerapporteerd.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Influenzavaccins, ATC-code J07BB02.

Farmacodynamische effecten

In dit gedeelte wordt de klinische ervaring met de mock-up vaccins beschreven.

Mock-up vaccins bevatten influenza-antigenen die verschillen van de momenteel circulerende influenzavirussen. Deze antigenen kunnen worden beschouwd als ‘nieuwe’ antigenen. Hiermee wordt een situatie gesimuleerd waarin de te vaccineren populatie immunologisch naïef is. Gegevens verkregen met een mock-up vaccin zullen een vaccinatiestrategie ondersteunen die wellicht zal worden gebruikt voor het pandemisch vaccin: klinische gegevens over de immunogeniciteit, veiligheid en reactogeniciteit verkregen met mock-up vaccins zijn relevant voor de pandemische vaccins.

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004 (H5N1)

Volwassenen van 18 tot 60 jaar oud

In een klinisch onderzoek dat de immunogeniciteit van AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 onderzocht bij proefpersonen van 18-60 jaar, was de antihemagglutinine (anti-HA) antilichaamrespons als volgt:

anti-HA-antilichaam

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

 

 

 

 

 

0, 21 dagen schema

 

0, 6 maanden schema

 

(D-Pan-H5N1-002)

 

(D-Pan-H5N1-012)

 

21 dagen na

21 dagen na 2e

21 dagen

7 dagen na

21 dagen na

 

1e dosering

dosering

na 1e

2e dosering

2e dosering

 

N=925

N=924

dosering

N=47

N=48

 

 

 

N=55

 

 

Seroprotectiepercentage1

44,5%

94,3%

38,2%

89,4%

89,6%

Seroconversiepercentage 2

42,5%

93,7%

38,2%

89,4%

89,6%

 

 

 

 

 

 

Seroconversiefactor3

4,1

39,8

3,1

38,2

54,2

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥ 1:40 2seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die ofwel seronegatief waren vóór de vaccinatie en een beschermende postvaccinatietiter hebben van ≥ 1:40, of die seropositief waren vóór de vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben

3seroconversiefactor: dit is de verhouding tussen geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en GMT vóór vaccinatie

Na twee doses die 21 dagen of 6 maanden na elkaar zijn toegediend, had 96,0% van de proefpersonen een viervoudige verhoging in serumneutraliserende antilichaamtiters en 98-100% van de proefpersonen een titer van ten minste 1:80.

Proefpersonen uit studie D-Pan-H5N1-002 werden gevolgd voor een aanhoudende immuunrespons. De seroprotectiepercentages waren 6, 12, 24 en 36 maanden na de eerste vaccinatie als volgt:

anti-HA-antilichaam

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

 

 

 

 

6 maanden na 12 maanden na

24 maanden na

36 maanden na

 

1e dosis

1e dosis

1e dosis

1e dosis

 

N=256

N=559

N=441

N=387

 

 

 

 

 

Seroprotectiepercentage1

40,2%

23,4%

16,3%

16,3%

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥ 1:40

Ouderen (vanaf 60 jaar)

In een ander klinisch onderzoek (D-Pan-H5N1-010), kregen 297 proefpersonen > 60 jaar (verdeeld in groepen van 61 tot 70, van 71 tot 80 en van 80 jaar en ouder) een enkele dosis dan wel een dubbele

dosis AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 (H5N1) op dag 0 en 21. Op dag 42 was de anti-HA antilichaamrespons als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004 (D42)

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

61 tot 70 jaar

71 tot 80 jaar

>80 jaar

 

enkele

dubbele

enkele

dubbele

enkele

dubbele

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

 

N=91

N=92

N=48

N=43

N=13

N=10

Seroprotectie-

84,6%

97,8%

87,5%

93,0%

61,5%

90,0%

percentage1

 

 

 

 

 

 

Seroconversie-

74,7%

90,2%

77,1%

93,0%

38,5%

50,0%

percentage2

 

 

 

 

 

 

Seroconversie-

11,8

26,5

13,7

22,4

3,8

7,7

factor3

 

 

 

 

 

 

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met HI-titer ≥ 1:40

2seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die ofwel seronegatief waren vóór de vaccinatie en een beschermende postvaccinatietiter hebben van ≥ 1:40, of die seropositief waren vóór de vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben

3seroconversiefactor: verhouding tussen GMT na vaccinatie en GMT vóór vaccinatie

Hoewel een adequate immuunrespons werd bereikt op dag 42 nadat twee keer een enkele dosis van AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 (H5N1) was toegediend, werd een hogere respons waargenomen na twee toedieningen van een dubbele dosis van het vaccin.

Zeer beperkte gegevens bij seronegatieve proefpersonen > 80 jaar (N = 5) toonden aan dat bij geen van de proefpersonen seroprotectie werd bereikt na twee toedieningen van een enkele dosis van AS03- geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 (H5N1). Echter, na twee toedieningen van een dubbele dosis van het vaccin was het seroprotectiepercentage 75% op dag 42.

Proefpersonen uit studie D-Pan-H5N1-010 werden gevolgd voor een aanhoudende immuunrespons. De seroprotectiepercentages waren 6, 12 en 24 maanden na vaccinatie als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

6 maanden na

12 maanden na

24 maanden na vaccinatie

 

vaccinatie

vaccinatie

 

 

 

Enkele

Dubbele

Enkele

Dubbele

Enkele

Dubbele dosis

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

 

 

(N=140)

(N=131)

(N=86)

(N=81)

N=86)

(N=81)

Seroprotectie-

52,9%

69,5%

45,3%

44,4%

37,2%

30,9%

percentage1

 

 

 

 

 

 

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥ 1:40

Bovendien hadden 44,8% en 56,1% van de proefpersonen in de respectievelijke doseringsgroepen een viervoudige verhoging van de serumneutraliserende antilichaamtiters van dag 0 tot dag 42 en 96,6% en 100% van de proefpersonen hadden een titer van ten minste 1:80 op dag 42.

Twaalf en 24 maanden na vaccinatie waren de neutraliserende antilichaamtiters als volgt:

Serumneutraliserend

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

antilichaam

 

 

 

 

 

12 maanden na vaccinatie

24 maanden na vaccinatie

 

Enkele dosis

Dubbele dosis

Enkele dosis

Dubbele dosis

 

N=51

N=54

N=49

N=54

GMT1

274,8

272,0

391,0

382,8

Seroconversiepercentage2

27,5%

27,8%

36,7%

40,7%

≥1:803

82,4%

90,7%

91,8%

100%

1Geometric Mean Titre

2viervoudige toename in serumneutraliserende antilichaamtiter

3% personen dat een serumneutraliserende antilichaamtiter van ten minste 1:80 bereikt

Pediatrische patiënten

Kinderen tussen 3 en 9 jaar oud

In een klinisch onderzoek (D-Pan-H5N1-009), kregen kinderen van 3 tot 5 jaar oud en van 6 tot 9 jaar oud twee doseringen van ofwel een volledige (0,5 ml) of een halve (0,25 ml) dosis van een vaccin met een AS03-adjuvans dat 3,75 µg HA bevat afkomstig van A/Vietnam/1194/2004 (H5N1) op dagen 0 en 21. Op dag 42 waren de anti-HA antilichaamresponsen als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

antilichaam

 

 

 

 

 

3 tot 5 jaar

 

6 tot 9 jaar

 

Halve dosis

Volledige dosis

Halve dosis

Volledige dosis

 

N=49

N=44

N=43

N=43

Seroprotectie-

95,9%

100%

100%

100%

percentage1

 

 

 

 

Seroconversie-

95,9%

100%

100%

100%

percentage2

 

 

 

 

Seroconversie-

78,5

191,3

108,1

176,7

factor3

 

 

 

 

1seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI)-titer ≥ 1:40 2seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die ofwel seronegatief waren vóór vaccinatie en een beschermende postvaccinatietiter hebben van ≥ 1:40, of die seropositief waren vóór de vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben

3seroconversiefactor: verhouding tussen geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en GMT vóór vaccinatie

De klinische relevantie van de hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥1:40 bij kinderen is onbekend.

Proefpersonen uit studie D-Pan-H5N1-009 werden gevolgd voor een aanhoudende immuunrespons. De seroprotectiepercentages waren 6, 12 en 24 maanden na vaccinatie als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

antilichaam

 

 

 

3-5 jaar

 

 

 

6 maanden na

12 maanden na

24 maanden na vaccinatie

 

vaccinatie

vaccinatie

 

 

 

Halve

Volledige

Halve

 

Volledige

Halve

Volledige

 

dosis

dosis

dosis

 

dosis

dosis

dosis

 

(N=50)

(N=29)

(N=47)

 

(N=27)

N=27)

(N=26)

Seroprotectie-

56,0%

82,8%

38,3%

 

48,1%

38,3%

73,1%

percentage1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥ 1:40

anti-HA

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

antilichaam

 

 

 

6-9 jaar

 

 

 

6 maanden na

12 maanden na

24 maanden na vaccinatie

 

vaccinatie

vaccinatie

 

 

 

Halve

Volledige

Halve

Volledige

Halve

Volledige

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

 

(N=44)

(N=41)

(N=37)

(N=35)

N=37)

(N=34)

Seroprotectie-

63,6%

78,0%

24,3%

62,9%

24,3%

67,6%

percentage1

 

 

 

 

 

 

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥ 1:40

Op dag 42 en na 6, 12 en 24 maanden, waren de neutraliserende antilichaamresponsen als volgt:

Serumneutraliserend

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

3-5 jaar

 

 

 

21 dagen na 2e dosis

6 maanden na

12 maanden na

24 maanden na

 

 

 

vaccinatie

vaccinatie

vaccinatie

 

Halve

Volledige

Halve dosis

Halve dosis

Halve dosis

 

dosis

dosis

N=49

N=47

N=47

 

N=47

N=42

 

 

 

GMT1

1044,4

4578,3

781,2

238,9

302,5

Seroconversiepercen

95,6%

97,4%

87,2%

82,2%

80,0%

tage2

 

 

 

 

 

≥1:803

100%

100%

100%

93,6%

95,7%

1Geometric Mean Titre

2viervoudige toename in serumneutraliserende antilichaamtiter

3% personen dat een serumneutraliserende antilichaamtiter van ten minste 1:80 bereikt

Serumneutraliserend

 

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

6-9 jaar

 

 

 

21 dagen na 2e dosis

6 maanden na

12 maanden na

24 maanden na

 

 

 

vaccinatie

vaccinatie

vaccinatie

 

Halve

Volledige

Halve dosis

Halve dosis

Halve dosis

 

dosis

dosis

N=40

N=36

N=38

 

N=42

N=42

 

 

 

GMT1

1155,1

3032,5

756,1

179,4

234,5

Seroconversiepercen

100%

100%

95,0%

67,6%

63,9%

tage2

 

 

 

 

 

≥1:803

100%

100%

100%

86,1%

97,4%

1Geometric Mean Titre

2viervoudige toename in serumneutraliserende antilichaamtiter

3% personen dat een serumneutraliserende antilichaamtiter van ten minste 1:80 bereikt

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Adjupanrix in één of meer subgroepen van pediatrische patiënten met een influenzainfectie veroorzaakt door een influenzastam uit het vaccin of gerelateerd aan een stam uit het vaccin (zie rubriek 4.2 voor informatie overpediatrisch gebruik).

Immuunrespons op A/Indonesië/05/2005 (H5N1)

In een klinisch onderzoek (Q-Pan-H5N1-001) waarbij twee doses AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesië/05/2005 werden toegediend op dag 0 en 21 aan 140 proefpersonen van 18 t/m 60 jaar, was de anti-HA antilichaamrespons als volgt:

anti-HA-antilichaam

 

Immuunrespons op A/Indonesië/05/2005

 

 

Dag 21

Dag 42

Dag 180

 

N=140

N=140

N=138

Seroprotectiepercentage1

45,7%

96,4%

49,3%

Seroconversiepercentage2

45,7%

96,4%

48,6%

Seroconversiefactor3

4,7

95,3

5,2

1seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met HI-titer ≥ 1:40

2seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die ofwel seronegatief waren vóór vaccinatie en een beschermende postvaccinatietiter hebben van ≥ 1:40, of die seropositief waren vóór de vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben

3seroconversiefactor: verhouding tussen geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en GMT vóór vaccinatie

Eenentwintig dagen na toediening van de eerste dosis had 79,2% van de proefpersonen een viervoudige verhoging in serumneutraliserende antilichaamtiters, 95,8% 21 dagen na de tweede dosis en 87,5% zes maanden na de tweede dosis.

In een tweede onderzoek kregen 49 proefpersonen van 18-60 jaar oud twee doses AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesië/05/2005 op dag 0 en 21. Op dag 42 was het anti-HA antilichaamseroconversiepercentage 98%, alle proefpersonen bereikten seroprotectie en de seroconversiefactor was 88,6. Tevens hadden alle proefpersonen een neutraliserende antilichaamtiter van ten minste 1:80.

Kruisreactieve immuunrespons opgewekt door AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 (H5N1)

Volwassenen tussen 18 en 60 jaar oud

De anti-HA antilichaamrespons op A/Indonesië/05/2005 na toediening van AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 was als volgt:

anti-HA antilichaam

Immuunrespons op A/Indonesia/5/2005

 

 

 

 

0, 21 dagen schema

0, 6 maanden schema

 

(D-Pan-H5N1-002)

(D-Pan-H5N1-012)

 

21 dagen na 2e dosering

7 dagen na 2e dosering

21 dagen na 2edosering

 

N = 924

N= 47

N= 48

Seroprotectiepercentage1

50,2%

74,5%

83,3%

Seroconversiepercentage2

50,2%

74,5%

83,3%

Seroconversiefactor3

4,9

12,9

18,5

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met HI-titer ≥ 1:40

2seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die ofwel seronegatief waren vóór de vaccinatie

en een beschermende postvaccinatietiter hebben van ≥ 1:40, of die seropositief waren vóór de vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben

3seroconversiefactor: verhouding tussen GMT na vaccinatie en GMT vóór vaccinatie

Een viervoudige toename in serumneutraliserende antilichaamtiters tegen A/Indonesia/05/2005 werd bereikt in >90% van de proefpersonen na twee doses onafhankelijk van het schema. Na twee doses die 6 maanden na elkaar waren toegediend, bereikten alle proefpersonen een titer van ten minste 1:80.

Proefpersonen uit studie D-Pan-H5N1-002 werden gevolgd voor persistentie van anti-HA antilichamen tegen A/Indonesia/5/2005. Op maand 6, 12, 24 en 36 waren de seroprotectiepercentages respectievelijk 2,2%, 4,7%, 2,4% en 7,8%.

In een ander klinisch onderzoek (D-Pan-H5N1-007) bij 50 proefpersonen van 18-60 jaar, waren de anti-HA antilichaam seroprotectiepercentages gemeten 21 dagen na de tweede dosis van AS03- adjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004, 20% tegen A/Indonesia/05/2005, 35% tegen A/Anhui/01/2005 en 60% tegen A/Turkey/Turkey/1/2005.

Ouderen (vanaf 60 jaar)

Bij 297 proefpersonen > 60 jaar was het anti-HA antilichaam seroprotectiepercentage en het anti-HA seroconversieperentage tegen A/Indonesië/05/2005 op dag 42 na twee doses AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 23% en was de seroconversiefactor 2,7. Neutraliserende antilichaamtiters van ten minste 1: 40 of ten minste 1: 80 werden bereikt bij respectievelijk 78% en 67% van de 87 geteste proefpersonen.

Proefpersonen uit studie D-Pan-H5N1-010 die een enkele dosis ontvingen, werden gevolgd voor persistentie van anti-HA antilichamen tegen A/Indonesia/5/2005. De seroprotectiepercentages waren 16,3% en 4,7% op respectievelijk maand 12 en 24. Seroconversiepercentages voor neutraliserende antilichamen tegen A/Indonesia/5/2005 waren 15,7% en 12,2% op respectievelijk maand 12 en 24. Het percentage personen dat een neutraliserende antilichaamtiter >1/80 bereikte op maand 12 en 24 was respectievelijk 54,9% en 44,9%

Pediatrische patiënten

Kinderen van 3 tot 9 jaar oud

Bij kinderen van 3 tot 5 en 6 tot 9 jaar oud die twee doses kregen van ofwel een volledige of een halve dosis van een vaccin met AS03-adjuvans dat 3.75 µg HA afkomstig van A/Vietnam/1194/2004 (H5N1) bevat, was de anti-HA antilichaamrespons op dag 42

als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/Indonesia/5/2005

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

3 tot 5 jaar

6 tot 9 jaar

 

Halve dosis

Volledige dosis

Halve dosis

Volledige dosis

 

N=49

N=44

N=43

N=43

Seroprotectie-

71,4%

95,5%

74,4%

79,1%

percentage1

 

 

 

 

Seroconversie-

71,4%

95,5%

74,4%

79,1%

percentage2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Seroconversie-

10,7

33,6

12,2

18,5

factor3

 

 

 

 

1seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met HI-titer ≥ 1:40

2seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die ofwel seronegatief waren vóór de vaccinatie

en een beschermende postvaccinatietiter hebben van ≥ 1:40, of die seropositief waren vóór de vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben

3seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrische gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en GMT vóór vaccinatie

Proefpersonen uit studie D-Pan-H5N1-009 werden gevolgd voor een aanhoudende immuunrespons. De seroprotectiepercentages waren 6, 12 en 24 maanden na vaccinatie als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/Indonesia/5/2005

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 tot 5 jaar

 

 

 

Maand 6

Maand 12

Maand 24

 

Halve

Volledige

Halve

Volledige

Halve

Volledige

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

 

(N=49)

(N=27)

(N=47)

(N=27)

N=47)

(N=26)

Seroprotectie-

6,1%

70,4%

36,2%

44,4%

10,6%

53,8%

percentage1

 

 

 

 

 

 

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥ 1:40

anti-HA

 

Immuunrespons op A/ Indonesia/5/2005

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6 tot 9 jaar

 

 

 

Maand 6

Maand 12

Maand 24

 

Halve

Volledige

Halve

Volledige

Halve

Volledige

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

 

(N=42)

(N=34)

(N=36)

(N=35)

N=37)

(N=34)

Seroprotectie-

4,8%

64,7%

19,4%

42,9%

10,8%

29,4%

percentage1

 

 

 

 

 

 

1 seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met hemagglutinatie-inhibitie (HI) titer ≥ 1:40

Bovendien bleef in de groep kinderen die een halve dosis vaccin kregen het percentage personen met een neutraliserende antilichaamtiter boven 1:80 gedurende 24 maanden na de eerste dosis hoog. De neutraliserende antilichaamresponsen waren als volgt:

Serumneutraliserende

 

 

Immuunrespons op A/Indonesia/5/2005

 

 

antilichamen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 tot 5 jaar

 

 

6 tot 9 jaar

 

 

Dag 42

Maand 6

Maand 12

Maand

Dag 42

Maand 6

Maand

Maand

 

N=46

N=48

N=47

N=42

N=40

 

 

 

 

N=47

 

 

N=35

N=38

GMT1

331,4

242,1

177,7

188,5

412,1

208,4

128,1

146,0

Seropositiviteits-

95,6%

93,0%

97,9%

97,9%

97,2%

97,3%

94,4%

97,4%

percentage2

 

 

 

 

 

 

 

 

≥1:803

75,6%

72,1%

85,1%

80,9%

88,9%

70,3%

86,1%

81,6%

1Geometric Mean Titre

2% personen met titers ≥1:28

3% personen dat een serumneutraliserende antilichaamtiter bereikte van ten minste 1:80

Kruisreactieve immuunresponsen opgewekt door het AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesië/05/2005

Na toediening van twee doses AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesië/05/2005 aan 140 proefpersonen van 18 t/m 60 jaar oud op dag 0 en 21 was de anti-HA antilichaamrespons op A/Vietnam/1194/2004 als volgt:

anti-HA antilichaam

Immuunrespons op A/Vietnam/1194/2004

 

Dag 21

Dag 42

 

N=140

N=140

Seroprotectiepercentage1

15%

59,3%

Seroconversiepercentage2

12,1%

56,4%

Seroconversiefactor3

1,7

6,1

 

 

1seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met HI-titer ≥ 1:40

2seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die ofwel seronegatief waren vóór de vaccinatie

en een beschermende postvaccinatietiter hebben van ≥ 1:40, of die seropositief waren vóór de vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben

3seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrische gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en GMT vóór vaccinatie

Op dag 180 was het seroprotectiepercentage 13%.

Een viervoudige toename in serumneutraliserende antilichaamtiters tegen A/Vietnam werd waargenomen bij 49% van de proefpersonen 21 dagen na de eerste dosis, 67,3% 21 dagen na de tweede dosis en 44,9% zes maanden na de tweede dosis.

Alternatieve schema’s

In studie D-H5N1-012 werd een verlengd doseringsinterval onderzocht, waarin een groep proefpersonen van 18-60 jaar 2 doses Adjupanrix kreeg, met een tussentijd van 6 of 12 maanden. Eenentwintig dagen na de 2e dosis waren het seroprotectiepercentage en het vaccinresponspercentage tegen A/Vietnam/1194/2004 bij proefpersonen die de vaccinaties met 6 maanden ertussen kregen, respectievelijk 89,6% en 95,7%. Eenentwintig dagen na de 2e dosis waren het seroprotectiepercentage en het vaccinresponspercentage bij proefpersonen die de vaccinaties met 12 maanden ertussen kregen, respectievelijk 92,0% en 100%.

In deze studie werden ook kruisreactieve immuunresponsen tegen A/Indonesia/5/2005 gezien. Eenentwintig dagen na de 2e dosis waren het seroprotectiepercentage en het vaccinresponspercentage bij proefpersonen die een tussentijd van 6 maanden tussen beide vaccinaties hadden, respectievelijk 83,3% en 100%. Eenentwintig dagen na de 2e dosis waren het seroprotectiepercentage en het vaccinresponspercentage bij proefpersonen die een tussentijd van 12 maanden tussen beide vaccinaties hadden, respectievelijk 84,0% en 100%.

Eén dosis van het AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesië/05/2005 toegediend na een of twee doses van het AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004

In een klinisch onderzoek (D-Pan-H5N1-012), kregen proefpersonen van 18-60 jaar zes maanden nadat zij een of twee primaire doses van het AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/ 2004 hadden gekregen op respectievelijk dag 0 of dag 0 en 21, een dosis van het AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 of Indonesië/05/2005. De anti-HA respons was als volgt:

anti-HA antilichaam

Tegen A/Vietnam 21 dagen na

Tegen A/Indonesië 21 dagen na

 

booster met A/Vietnam

booster met A/Indonesië

 

N=46

N=49

 

Na één

Na twee

Na één

Na twee

 

primaire dosis

primaire doses

primaire dosis

primaire doses

Seroprotectiepercentage1

89,6%

91,3%

98,1%

93,9%

Booster

87,5%

82,6%

98,1%

91,8%

seroconversiepercentage2

 

 

 

 

Boosterfactor3

29,2

11,5

55,3

45,6

1seroprotectiepercentage: percentage proefpersonen met HI titer ≥1:40

2booster seroconversiepercentage: percentage proefpersonen die seronegatief waren voor de booster en een beschermende postvaccinatietiter van ≥1:40 hebben, of die seropositief waren voor de booster en een viervoudige toename in titer hebben

3boosterfactor: verhouding van de post-booster ‘geometric mean titer’ (GMT) en de pre-booster GMT

Onafhankelijk van wie zes maanden eerder één of twee primaire doses hadden gekregen was het seroprotectiepercentage tegen A/Indonesië >80% na een dosis van het AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/1194/2004 en het seroprotectiepercentage tegen A/Vietnam > 90% na een dosis van het AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesië/05/2005. Alle proefpersonen bereikten een neutraliserende antilichaamtiter van minimaal 1:80 tegen elk van de twee stammen, onafhankelijk van het type HA in het vaccin en het aantal doses

In een ander klinisch onderzoek (D-Pan-H5N1-015), kregen 39 proefpersonen van 18-60 jaar een dosis van AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesia/05/2005, nadat ze veertien maanden eerder twee doses van AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Vietnam/ 1194/2004 hadden gekregen, toegediend op dag 0 en 21. Het seroprotectiepercentage tegen A/Indonesia 21 dagen na boostervaccinatie was 92% en 69,2% op dag 180.

In een ander klinisch onderzoek (D-Pan-H5N1-038), kregen 387 proefpersonen van 18-60 jaar een dosis van AS03-geadjuveerd vaccin met 3,75 µg HA afgeleid van A/Indonesia/5/2005, nadat ze 36 maanden eerder twee doses van A/Vietnam/1194/2004 hadden gekregen. Het seroprotectiepercentage, het booster seroconversiepercentage en de boosterfactor tegen A/Indonesia/5/2005 21 dagen na boostervaccinatie was respectievelijk 100%, 99,7% en 123,8%.

Gegevens uit niet-klinisch onderzoek:

Het vermogen om bescherming te verkrijgen tegen homologe en heterologe vaccinstammen is niet- klinisch beoordeeld met gebruik van een challenge-testmodel met fretten.

In elk experiment werden vier groepen van zes fretten intramusculair ingeënt met een vaccin met AS03-adjuvans dat HA uit H5N1/A/Vietnam/1194/04 (NIBRG-14) bevatte. Doses van 15, 5, 1,7 of 0,6 microgram HA werden getest in het homologe challenge-onderzoek en doses van 15, 7,5, 3,8 of 1,75 microgram HA werden getest in het heterologe challenge-onderzoek. De controlegroepen bevatten fretten die waren ingeënt met alleen het adjuvans of een vaccin zonder adjuvans (15 microgram HA) of met een fosfaatgebufferde zoutoplossing. De fretten werden ingeënt op dag 0 en 21 en kregen op dag 49 als challenge intratracheaal een dodelijke dosis van ofwel H5N1/A/Vietnam/1194/04 of van heteroloog H5N1/A/Indonesië/05/05. Van de dieren die het vaccin met adjuvans hadden gekregen waren respectievelijk 87% en 96% beschermd tegen de dodelijke homologe of heterologe challenge. Ook de besmettelijkheid in de bovenste luchtwegen was lager bij de gevaccineerde dieren dan bij de controlegroepen. Dit kan wijzen op een lager risico op het doorgeven van het virus. In de controlegroep zonder adjuvans en in de controlegroep die adjuvans kreeg, zijn alle dieren drie of vier dagen na het begin van de challenge gestorven of moesten ze worden gedood omdat ze stervende waren.

Dit geneesmiddel is geregistreerd onder “uitzonderlijke omstandigheden”.

Dit betekent dat om wetenschappelijke redenen het niet mogelijk was om volledige informatie over dit geneesmiddel te verkrijgen.

Het Europees Geneesmiddelenbureau zal alle nieuwe informatie die beschikbaar kan komen, ieder jaar beoordelen en zonodig deze SPC aanpassen.

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Niet van toepassing.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, acute toxiciteit en toxiciteit

bij herhaalde dosering, lokale tolerantie, vruchtbaarheid van de vrouw, toxiciteit voor embryo/foetus en na de geboorte (tot aan het einde van de borstvoedingsperiode).

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Injectieflacon met suspensie: polysorbaat 80

octoxynol 10 thiomersal natriumchloride (NaCl)

dinatriumwaterstoffosfaat (Na2HPO4) kaliumdiwaterstoffosfaat (KH2PO4) kaliumchloride (KCl) magnesiumchloride (MgCl2)

water voor injecties

Injectieflacon met emulsie: natriumchloride (NaCl) dinatriumwaterstoffosfaat (Na2HPO4) kaliumdiwaterstoffosfaat (KH2PO4) kaliumchloride (KCl)

water voor injecties

Voor adjuvans, zie rubriek 2.

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

In verband met het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.

6.3Houdbaarheid

5 jaar.

Na menging moet het vaccin binnen 24 uur worden gebruikt. Chemische en fysische stabiliteit tijdens gebruik is aangetoond gedurende 24 uur bij 25°C.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na menging, zie rubriek 6.3.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Een verpakking met:

-een set van 50 injectieflacons (type I glas) met 2,5 ml suspensie met een stop (butylrubber)

-twee sets van 25 injectieflacons (type I glas) met 2,5 ml emulsie met een stop (butylrubber)

Het volume na menging van 1 injectieflacon suspensie (2,5 ml) met 1 injectieflacon emulsie (2,5 ml) geeft 10 doses van het vaccin (5 ml).

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Adjupanrix bestaat uit twee componenten:

Suspensie: multidoseringscontainer die het antigeen bevat.

Emulsie: multidoseringscontainer die het adjuvans bevat.

Vóór toediening dienen beide bestanddelen te worden gemengd.

Instructies voor menging en toediening van het vaccin:

1.Voordat beide bestanddelen worden gemengd, dienen de emulsie (adjuvans) en suspensie (antigeen) op kamertemperatuur te worden gebracht (minstens 15 minuten); iedere injectieflacon dient te worden geschud en visueel te worden gecontroleerd op vreemde deeltjes en/of verandering van het fysiek uiterlijk. Mocht één van deze verschijnselen worden waargenomen (waaronder rubberdeeltjes van de dop), dient het vaccin te worden weggegooid.

2.Het vaccin wordt gemengd door de gehele inhoud van het injectieflacon met het adjuvans met een 5 ml spuit op te zuigen en toe te voegen aan de injectieflacon met het antigeen. Het wordt aanbevolen om de spuit te voorzien van een 23-G naald. Echter, indien deze naaldgrootte niet beschikbaar is, kan ook een 21-G naald worden gebruikt. De injectieflacon die het adjuvans bevat, moet ondersteboven worden gehouden om ervoor te zorgen dat de gehele inhoud opgezogen kan worden.

3.Na toevoeging van het adjuvans aan het antigeen dient het mengsel goed te worden geschud. Het gemengde vaccin is een wit- tot geelachtige, homogene melkachtige vloeibare emulsie. Als iets anders wordt waargenomen, dient het vaccin te worden weggegooid.

4.Het volume van de Adjupanrix injectieflacon na menging is ten minste 5 ml. Het vaccin moet toegediend worden volgens de aanbevolen dosering (zie rubriek 4.2).

5.De injectieflacon dient vóór elke toediening goed te worden geschud en visueel te worden gecontroleerd op vreemde deeltjes en/of afwijkingen van het fysieke uiterlijk. Mocht één van deze waarnemingen worden gedaan(waaronder rubberdeeltjes van de dop), dan dient het vaccin te worden weggegooid.

6.Elke 0,5 ml dosis van het vaccin wordt met een 1 ml spuit voor injectie opgezogen en intramusculair toegediend. Het wordt aanbevolen om de spuit te voorzien van een naald met een diameter van maximaal 23-G.

7.Na menging het vaccin binnen 24 uur gebruiken. Het gemengde vaccin kan worden bewaard in de koelkast (2°C tot 8°C) of bij kamertemperatuur beneden 25°C. Als het gemengde vaccin wordt bewaard in de koelkast, moet het eerst op kamertemperatuur worden gebracht (minstens 15 minuten) voordat het wordt opgetrokken.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

GlaxoSmithKline Biologicals s.a.

Rue de l'Institut 89

B-1330 Rixensart

België

8.NUMMER(S) VAN VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/09/578/001

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 19 oktober2009

Datum van laatste verlenging:

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu)

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld