Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Aflunov (influenza virus surface antigens (haemagglutinin...) – Samenvatting van de productkenmerken - J07BB02

Updated on site: 11-Jul-2017

Naam van geneesmiddelAflunov
ATC codeJ07BB02
Werkzame stofinfluenza virus surface antigens (haemagglutinin and neuraminidase) of strain: A/turkey/Turkey/1/05 (H5N1)-like strain (NIBRG-23)
ProducentSeqirus S.r.l.  

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

AFLUNOV-suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit.

Prepandemisch influenzavaccin (H5N1) (oppervlakteantigenen, geïnactiveerd, met adjuvans).

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Oppervlakteantigenen (hemagglutinine en neuraminidase)* van influenzavirus van de volgende stam:

A/turkey/Turkey/1/05 (H5N1)-achtige stam (NIBRG-23)

7,5 microgram** per dosis van 0,5 ml

*in eieren gekweekt

**uitgedrukt in microgram hemagglutinine.

Adjuvans MF59C.1 bevat:

 

squaleen

9,75 milligram per 0,5 ml

polysorbaat 80

1,175 milligram per 0,5 ml

sorbitaantrioleaat

1,175 milligram per 0,5 ml

Hulpstof(fen) met bekend effect:

Het vaccin bevat 1,899 milligram natrium en 0,081 milligram kalium per dosis van 0,5 ml.

AFLUNOV kan sporen bevatten van eieren en kippeneiwitten, ovalbumine, kanamycine en neomycinesulfaat, bariumsulfaat, formaldehyde en cetyltrimethylammoniumbromide (CTAB), die worden gebruikt tijdens het productieproces (zie rubriek 4.3).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Suspensie voor injectie, in voorgevulde spuit.

Melkwitte vloeistof.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Actieve immunisatie tegen het H5N1-subtype van het Influenza A-virus.

Deze indicatie is gebaseerd op gegevens over de immunogeniciteit bij gezonde patiënten vanaf 18 jaar na toediening van twee doses van het vaccin dat A/turkey/Turkey/1/05 (H5N1)-achtige stam bevat (zie rubriek 5.1).

AFLUNOV moet worden gebruikt in overeenstemming met de officiële aanbevelingen.

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering:

Volwassenen en ouderen (18 jaar en ouder): Eén dosis van 0,5 ml op een gekozen datum.

Na een tussenperiode van ten minste 3 weken moet een tweede dosis van 0,5 ml worden gegeven.

AFLUNOV is geëvalueerd bij gezonde volwassenen (18-60 jaar) en gezonde ouderen (ouder dan 60 jaar) na een eerste vaccinatieschema van 1, 22 dagen en een boostervaccinatie (zie rubrieken 4.8 en 5.1).

Er is beperkte ervaring bij ouderen die ouder dan 70 jaar zijn (zie rubriek 5.1).

In een officieel aangekondigde pandemiesituatie als gevolg van het A/H5N1-virus, kunnen personen die eerder met één of twee doses AFLUNOV met hemagglutinine (HA)-antigenen zijn gevaccineerd die afkomstig waren van een verschillende clade van hetzelfde influenzasubtype als de pandemische influenzastam één dosis AFLUNOV krijgen in plaats van de twee doses die vereist zijn bij personen die niet eerder zijn gevaccineerd (zie rubriek 5.1).

Pediatrische patiënten:

De veiligheid en doeltreffendheid van AFLUNOV bij personen onder de 18 jaar zijn nog niet vastgesteld.

De huidig beschikbare gegevens bij personen tussen de 6 maanden en 18 jaar worden beschreven in rubriek 5.1 maar er kunnen nog geen aanbevelingen worden gedaan voor wat betreft de dosering. Er zijn geen gegevens beschikbaar voor kinderen jonger dan 6 maanden.

Wijze van toediening

De immunisatie dient te worden uitgevoerd via intramusculaire injectie in de musculus deltoideus.

4.3Contra-indicaties

Eerder opgetreden anafylactische (d.w.z. levensbedreigende) reactie op een van de bestanddelen of op sporenhoeveelheden (eieren en kippeneiwitten, ovalbumine, kanamycine en neomycinesulfaat, bariumsulfaat, formaldehyde en cetyltrimethylammoniumbromide (CTAB)) die in dit vaccin aanwezig zijn.

Het kan in een pandemische situatie die door de stam in dit vaccin is veroorzaakt echter toch juist zijn om het vaccin toe te dienen bij personen met een eerder opgetreden anafylaxie, zoals hierboven gedefinieerd, onder voorwaarde dat er in noodgevallen direct reanimatieapparatuur beschikbaar is.

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Voorzichtigheid is geboden als u dit vaccin toedient aan personen met een bekende overgevoeligheid (anders dan anafylactische reactie) voor het werkzame bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen en residuen (eieren en kippeneiwitten, ovalbumine, kanamycine en neomycinesulfaat, bariumsulfaat, formaldehyde en cetyltrimethylammoniumbromide (CTAB)).

Er zijn zeer beperkte gegevens beschikbaar voor patiënten met comorbiditeiten, inclusief patiënten met een verzwakte immuniteit, voor dit H5N1-vaccin.

Zoals voor alle injecteerbare vaccins geldt, moeten passende medische behandeling en toezicht altijd direct beschikbaar zijn in het geval van een zeldzame anafylactische reactie na toediening van het vaccin.

Immunisatie moet worden uitgesteld bij patiënten met een febriele ziekte of acute infectie.

Het vaccin mag in geen enkele omstandigheid intravasculair of intradermaal worden toegediend.

Er zijn geen gegevens beschikbaar over toediening van AFLUNOV via de subcutane toedieningsweg. Daarom dient een behandelend arts de voordelen en de mogelijke risico's af te wegen van toediening aan personen met trombocytopenie of een bloedingsziekte die een contra-indicatie is voor intramusculaire toediening.

De antilichaamrespons kan bij patiënten met endogene of iatrogene immuunsuppressie onvoldoende zijn. Het is mogelijk dat niet bij alle gevaccineerden een beschermende afweerrespons wordt opgeroepen (zie rubriek 5.1).

In klinische onderzoeken is een zekere mate van kruisbescherming vastgesteld tegen verwante varianten van het H5N1-virus (zie rubriek 5.1).

Er zijn geen gegevens beschikbaar over veiligheid, immunogeniteit en werkzaamheid die de uitwisseling van AFLUNOV met andere H5N1 monovalente vaccins ondersteunen.

Syncope (flauwvallen) kan optreden na, of zelfs voor, ongeacht welke vaccinatie dan ook, als psychogene reactie op de injectie met een naald. Dit kan gepaard gaan met verscheidene neurologische verschijnselen, zoals voorbijgaande verstoring van het gezichtsvermogen, paresthesie en tonisch- klonische bewegingen van de ledematen tijdens het bijkomen. Het is belangrijk dat er maatregelen kunnen worden genomen om letsel door flauwvallen te vermijden.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Gegevens bij volwassenen tonen aan dat gelijktijdige toediening van het H5N1-vaccin en seizoensantigenen (geïnactiveerde oppervlakteantigenen zonder adjuvans) niet leidt tot interferentie met seizoensstammen of met de H5N1-stam. De Single Radial Haemolysis (SRH)-antilichaamrespons tegen een homologe H5N1 Vietnam-stam op dag 43 voldeed aan alle CHMP-criteria voor seizoensstammen en de H5N1-stam. De gelijktijdige toediening leidde niet tot hogere frequenties van lokale of systemische reacties in vergelijking met de toediening van alleen AFLUNOV.

Daarom geven de gegevens aan dat AFLUNOV gelijktijdig mag worden toegediend met seizoensinfluenzavaccins zonder adjuvans (met injecties in de tegenovergestelde ledematen).

Er zijn geen gegevens beschikbaar over gelijktijdige toediening van AFLUNOV met andere vaccins.

Als gelijktijdige toediening van een ander vaccin wordt overwogen dan dienen de vaccins in verschillende ledematen te worden gegeven. Men dient erop te letten dat de bijwerkingen dan sterker kunnen zijn.

De immuunrespons kan verlaagd zijn als de patiënt een immuunsuppressiebehandeling ondergaat.

Na vaccinatie tegen influenza zijn vals-positieve uitslagen waargenomen bij serologische testen waarbij gebruik wordt gemaakt van de ELISA-methode voor de detectie van antilichamen tegen humaan immunodeficiëntievirus-1 (HIV-1), hepatitis-C-virus en, met name, het humaan T-lymfotroop virus type 1 (HTLV-1). In deze gevallen is de uitslag van de Western Blot-methode negatief. Deze voorbijgaande vals-positieve resultaten zouden kunnen liggen aan een IgM-kruisreactie door het vaccin.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn beperkte gegevens verzameld bij vrouwen die zwanger werden in de loop van de klinische onderzoeken met AFLUNOV (H5N1) of H1N1v-vaccins met MF59C.1 als adjuvans.

Er wordt geschat dat meer dan 90.000 vrouwen met het Focetria H1N1v-vaccin zijn gevaccineerd tijdens de zwangerschap. Dit vaccin bevat dezelfde hoeveelheid MF59C.1-adjuvans als AFLUNOV. De informatie over de resultaten is op dit moment echter beperkt. Voorlopige gegevens van spontaan

gemelde voorvallen en lopende postmarketingonderzoeken (zwangerschapsregister en prospectieve interventiestudie) suggereren geen directe of indirecte schadelijke effecten van influenzavaccins met MF59-adjuvans op de zwangerschap, vruchtbaarheid, ontwikkeling van het embryo of de foetus,

de bevalling of de ontwikkeling na de geboorte.

Aangezien niet wordt verwacht dat AFLUNOV in een noodsituatie zal worden gebruikt, kan de toediening tijdens de zwangerschap worden uitgesteld als voorzorgsmaatregel.

Beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg dienen de voor- en nadelen van toediening van het vaccin aan zwangere vrouwen af te wegen, daarbij rekening houdend met de officiële aanbevelingen.

Borstvoeding

Er zijn geen gegevens over het gebruik van AFLUNOV tijdens de borstvoeding. De mogelijke voordelen voor de moeder en de risico's voor het kind moeten worden overwogen voordat AFLUNOV wordt toegediend tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven.

Vruchtbaarheid

Een studie in konijnen wees niet op reproductie- of ontwikkelingstoxiciteit van AFLUNOV (zie rubriek 5.3).

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Een aantal van de ongewenste effecten vermeld in rubriek 4,8 “Bijwerkingen” kan van invloed zijn op de rijvaardigheid en het vermogen machines te bedienen.

4.8Bijwerkingen

a. Overzicht van het veiligheidsprofiel

De incidentie van bijwerkingen is bij volwassenen (18 jaar en ouder) geëvalueerd in zeven klinische onderzoeken met meer dan 4300 volwassenen en ouderen die AFLUNOV kregen toegediend (ten minste 7,5 µg HA, met adjuvans). Er waren 3872 patiënten tussen 18 en 60 jaar, 365 patiënten tussen 61 en 70 jaar en 89 patiënten ouder dan 70 jaar.

In overeenstemming met de geobserveerde gegevens in een onderzoek waarin naar de reacties werd gevraagd, werd een algemene trend vastgesteld van minder meldingen van lokale reacties na de tweede vaccinatie in vergelijking met de eerste injectie. Ongeacht de antigenendosis, werden bijna alle systemische reacties gemeld op de dag van de vaccinatie zelf (dag 1) of in de 3 dagen onmiddellijk na de injectie.

De gegevens over de veiligheid van een boosterdosis van de huidige AFLUNOV-formule zijn beperkt tot drie trials (V87P1, V87P2 en V87P1E1) waaraan 116 volwassenen en 56 ouderen deelnamen. Er is geen toename van de reacties gemeld wanneer een boosterdosis wordt toegediend tussen de 6 maanden en 18 maanden na de eerste dosisreeks. Er werd een lichte toename van de reacties gemeld in volwassenen wanneer een boosterdosis 18 maanden na de aanvankelijke dosis werd toegediend. Bij ouderen namen de gemelde reacties alleen toe na de derde boosterdosis in vergelijking met de tweede boosterdosis.

b.Overzicht van bijwerkingen

De gemelde frequenties van de bijwerkingen na de vaccinatiedosis (de 1e, 2e of booster) waren vergelijkbaar en zijn naar frequentie ingedeeld:

Zeer vaak (≥1/10)

Vaak (≥1/100, <1/10)

Soms (≥1/1.000, <1/100)

Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)

Zeer zelden (<1/10.000)

Zenuwstelselaandoeningen

Zeer vaak: hoofdpijn

Zelden: convulsies

Huid- en onderhuidaandoeningen

Vaak: zweten

Soms: urticaria

Zelden: oogzwelling

Skeletspierstelsel-, bindweefsel- en botaandoeningen

Zeer vaak: myalgie

Vaak: artralgie

Maagdarmstelselaandoeningen

Vaak: misselijkheid

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Zeer vaak: zwelling van de injectieplaats, pijn op de injectieplaats, verharding van de injectieplaats, roodheid op de injectieplaat, vermoeidheid

Vaak: ecchymose op de injectieplaats, koorts, malaise, rillingen Soms: influenza-achtige ziekte

Zelden: anafylaxie

De meeste van deze bijwerkingen verdwijnen doorgaans zonder behandeling binnen 1-2 dagen.

Postmarketingsurveillance

Er zijn geen gegevens uit postmarketingsurveillance beschikbaar na de toediening van AFLUNOV.

c.Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

De volgende aanvullende bijwerkingen werden gemeld in postmarketingsurveillance met het Focetria H1N1v-vaccin (gebruik toegestaan bij kinderen van 6 maanden en ouder, volwassenen en ouderen, en met een vergelijkbare samenstelling als AFLUNOV):

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Lymfadenopathie.

Hartaandoeningen

Hartkloppingen, tachycardie.

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Asthenie.

Skeletspierstelsel-, bindweefsel- en botaandoeningen

Spierzwakte, pijn in extremiteiten.

Ademhalingsstelselaandoeningen

Hoesten.

Huid- en onderhuidaandoeningen

Gegeneraliseerde huidreacties, waaronder pruritus, urticaria of niet-specifieke huiduitslag; angio-oedeem.

Maagdarmstelselaandoeningen

Aandoeningen van het maagdarmstelsel zoals nausea, braken, abdominale pijn en diarree.

Zenuwstelselaandoeningen

Hoofdpijn, duizeligheid, somnolentie, syncope. Neurologische aandoeningen, zoals neuralgie, paresthesie, convulsies en neuritis.

Immuunsysteemaandoeningen

Allergische reacties, anafylaxie waaronder dyspneu, bronchospasme, larynxoedeem, in zeldzame gevallen leidend tot shock.

De volgende aanvullende bijwerkingen werden gemeld in postmarketingsurveillance met trivalente seizoensvaccins zonder adjuvans bij alle leeftijdsgroepen en met een trivalent seizoensvaccin met adjuvans en met een samenstelling die vergelijkbaar is met AFLUNOV (oppervlakteantigenen, geïnactiveerd, met MF59C.1 als adjuvans) dat bij patiënten van 65 jaar en ouder mag worden gebruikt:

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Trombocytopenie (in enkele gevallen reversibel aantal bloedplaatjes van minder dan 5000/mm³).

Immuunsysteemaandoeningen

Vasculitis met voorbijgaande nieraandoeningen en exudatief erythema multiforme.

Zenuwstelselaandoeningen

Neurologische aandoeningen, zoals encefalomyelitis en Guillain-Barré-syndroom.

d.Pediatrische patiënten

De incidentie van bijwerkingen is geëvalueerd in één klinisch onderzoek (V87P6 studie) bij kinderen (van 6 maanden tot 17 jaar): ongeacht de leeftijd, was de reactogeniciteit hoger na de eerste dosis dan na de tweede vaccinatie. De reactogeniciteit na een derde dosis die 12 maanden na de eerste dosis werd toegediend, was hoger dan na de eerste of de tweede dosis. De percentages van patiënten die lokale reacties meldden waren hoger in de oudere leeftijdsgroep, vooral als gevolg van meer pijnmeldingen. Bij peuters bleken desgevraagd erytheem en gevoeligheid de meest gemelde lokale reacties; prikkelbaarheid en ongewoon huilen waren bij navraag de meest gemelde systemische reacties. Bij kinderen en adolescenten was pijn de meest gemelde lokale reactie wanneer hiernaar werd gevraagd en waren vermoeidheid en hoofdpijn bij navraag de meest gemelde systemische reacties. In alle leeftijdsgroepen meldde een klein percentage van patiënten koorts.

 

Injectie 1

Injectie 2

Injectie 3

 

Aflunov

Aflunov

Aflunov

Peuters (6-<36 maand)

N=145

N=138

N=124

Enige

76%

68%

80%

Lokaal

47%

46%

60%

Systemisch

59%

51%

54%

Koorts ≥ 38°C (≥ 40°C)

0%

0%

0%

Andere bijwerking

54%

49%

35%

Kinderen (3-<9 jaar)

N=96

N=93

N=85

Enige

72%

68%

79%

Lokaal

66%

58%

74%

Systemisch

32%

33%

45%

Koorts ≥ 38°C (≥ 40°C)

4%

2%

6%

Andere bijwerking

36%

31%

19%

 

 

 

 

Injectie 1

Injectie 2

Injectie 3

 

Aflunov

Aflunov

Aflunov

Adolescenten (9-<18 jaar)

N=93

N=91

N=83

Enige

91%

82%

89%

Lokaal

81%

70%

81%

Systemisch

69%

52%

69%

Koorts ≥ 38°C (≥ 40°C)

0%

1%

2%

Andere bijwerking

30%

27%

22%

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Er zijn geen gevallen van overdosering gerapporteerd.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Influenzavaccin, ATC-code J07BB02.

In dit gedeelte wordt de klinische ervaring met AFLUNOV na toediening van twee doses en een boosterdosis beschreven.

Immuunrespons op homologe stammen [A/Vietnam/1194/2004 (H5N1) en

A/turkey/Turkey/1/05 (H5N1)]

Volwassenen (18-60 jaar)

Er werd een klinisch onderzoek (studie V87P1) uitgevoerd met een H5N1-vaccin met MF59C.1-adjuvans bij 312 gezonde volwassenen. Tweemaal, met een interval van drie weken, werd een dosis vaccin met H5N1 (A/Vietnam/1194/2004; 7,5 µg HA/dosis met adjuvans) toegediend bij 156 gezonde volwassenen. In een andere klinische studie (studie V87P13)

bij 2693 volwassen patiënten werd tweemaal, met een interval van drie weken, een dosis vaccin

met H5N1 (A/Vietnam/1194/2004; 7,5 µg HA/dosis met adjuvans) toegediend. De immunogeniciteit werd beoordeeld bij een subset (n=197) van de studiepopulatie. In een derde klinisch onderzoek (studie V87P11) werden 194 volwassenen opgenomen; ze kregen twee doses vaccin met

H5N1 (A/H5N1/turkey/Turkey/1/05; 7,5 µg HA/dosis met adjuvans) toegediend, met een interval van drie weken. De immunogeniciteit werd beoordeeld bij een subset (n=182) van de studiepopulatie.

De serumprotectie*, serumconversie* en de serumconversiefactor** voor anti-HA antistoffen tegen H5N1 A/Vietnam/1194/2004 en tegen A/H5N1/turkey/Turkey/1/05 bij de volwassenen gemeten door een SRH--assay waren als volgt:

 

Studie V87P1

Studie V87P13

Studie V87P11

Anti-HA antistof

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 2e dosis

 

N=149

N=197

N=182

Seroprotectiepercentage (95% CI)*

85% (79-91)

91% (87-95)

91% (85-94)

Seroconversiepercentage (95% CI)*

85% (78-90)

78% (72-84)

85% (79-90)

Seroconversiefactor (95% CI)**

7,74 (6,6-9,07)

4,03 (3,54-4,59)

6 (5,2-6,93)

 

Studie V87P13

Studie V87P13

 

Anti-HA-antistof (SRH)

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 2e dosis

-

 

N=69

N=128

 

Serostatus op baseline

< 4 mm2

≥ 4 mm2

-

Seroprotectiepercentage (95%CI)*

87% (77-94)

94% (88-97)

-

Seroconversiepercentage (95%CI)*

87% (77-94)

73% (65-81)

-

Seroconversiefactor (95%CI)**

8,87 (7,09-11)

2,71 (2,38-3,08)

-

*gemeten met SRH-assay ≥ 25 mm2

**geometrisch gemiddelde verhoudingen (GMR’s) van SRH

De MN-resultaten tegen homoloog A/Vietnam/1194/2004 geven respectievelijk een seroprotectie en seroconversie tussen 67% (60-74) en 85% (78-90) en 65% (58-72) tot 83% (77-89) aan. De immuunrespons op vaccinatie die met een Micro-neutralisation (MN)-assay is geëvalueerd, is in overeenstemming met de resultaten van SRH.

In studie V87P11 geven de MN-resultaten tegen homoloog A/H5N1/turkey/Turkey/1/05 respectievelij k een seroprotectie- en seroconversiepercentage van 85% (79-90) en 93% (89-96).

De immuunrespons op vaccinatie die met een MN-assay is geëvalueerd, is in overeenstemming met de resultaten van SRH.

De persistentie van antistoffen na de eerste vaccinatie werd in deze populatie geëvalueerd met HI-, SRH- en MN-assays. In vergelijking met de antistoffenniveaus op dag 43 na afronding van de primaire schema's, waren de antistoffen op dag 202 met 1/5 gedaald tot 1/2 van hun prioriteitsniveaus.

In een klinisch onderzoek van fase 2 (studie V87P3) kregen volwassen patiënten tussen 18 en 65 jaar aan wie 6-8 jaar eerder 2 doses van het H5N3-vaccin /A/Duck/Singapore/97 met MF59-adjuvans werden toegediend 2 boosterdoses AFLUNOV. De SRH-resultaten na de eerste dosis simuleerden een prepandemische 'priming' plus een enkele heterologe boosterdosis en voldeden aan alle CHMP-criteria.

Ouderen (≥ 60 jaar)

De serumprotectie*, serumconversie* en de serumconversiefactor** voor anti-HA antistoffen tegen H5N1 A/Vietnam/1194/2004 en tegen A/H5N1/turkey/Turkey/1/05 (studie V87P11) bij patiënten ouder dan 60 (een beperkt aantal patiënten was ouder dan 70) gemeten door een SRH-assay

in 3 klinische studies waren als volgt:

 

Studie V87P1

 

 

Studie V87P13

 

Studie V87P11

Anti-HA antistof (SRH)

21 dagen na 2e dosis

 

21 dagen na 2e dosis

 

21 dagen na 2e dosis

 

N=84

 

 

N=210

 

N=132

Seroprotectiepercentage (95%CI)*

80% (70-88)

 

 

82% (76-87)

 

82% (74-88)

Seroconversiepercentage (95% CI)*

70% (59-80)

 

 

63% (56-69)

 

70% (61-77)

Seroconversiefactor (95% CI)**

4,96 (3,87-6,37)

 

 

2,9 (2,53-3,31)

 

3,97 (3,36-4,69)

 

 

 

 

 

 

Studie V87P13

 

 

Studie V87P13

Anti-HA-antistof (SRH)

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 2e dosis

 

N=66

 

 

 

N==143

Serostatus op baseline

< 4 mm2

 

 

 

≥ 4 mm2

Seroprotectiepercentage (95%CI)*

82% (70-90)

 

 

82% (75-88)

Seroconversiepercentage (95%CI)*

82% (70-90)

 

 

54% (45-62)

Seroconversiefactor (95%CI)**

8,58 (6,57-11)

 

1,91 (1,72-2,12)

*gemeten met SRH-assay ≥ 25 mm2

**GMR’s van SRH

De MN-resultaten tegen homoloog A/Vietnam/1194/2004 geven respectievelijk een seroprotectie en seroconversie tussen 57% (50-64) en 79% (68-87) en 55% (48-62) tot 58% (47-69) aan.

De MN-resultaten toonden net als de SRH-resultaten een sterke immuunrespons na de 'priming'-vaccinatiereeks in een populatie van oudere patiënten.

In studie V87P11 geven de MN-resultaten tegen homoloog A/H5N1/turkey/Turkey/1/05 respectievelij k een seroprotectie- en seroconversiepercentage van 68% (59-75) en 81% (74-87).

De immuunrespons op vaccinatie die met een MN-assay is geëvalueerd, is in overeenstemming met de resultaten van SRH.

HI-, SRH- en MN-tests toonden aan dat persistentie van antistoffen na de eerste vaccinatie bij deze populatie op dag 202 was gedaald van 1/2 tot 1/5e van hun post-vaccinatieniveau in vergelijking met dag 43 na de afronding van de primaire schema's, zoals geëvalueerd met Hemagglutination Inhibition (HI)-, SRH- en MN-tests. Tot 50% van de oudere patiënten die met AFLUNOV werden geïmmuniseerd, had na zes maanden seroprotectie verkregen.

Een derde (booster) dosis AFLUNOV werd 6 maanden later na de eerste vaccinatie toegediend. De resultaten van de SRH--tests zijn hieronder aangegeven.

Het serumprotectiepercentage*, seroconversiepercentage* en de seroconversiefactor** voor anti-HA antistoffen tegen H5N1 A/Vietnam/1194/2004 gemeten door SRH-assays waren als volgt:

 

Studie

Studie

Studie

 

V87P1 Volwassenen

V87P2 Volwassenen

V87P1 Ouderen

 

booster na 2e dosis

booster na 2e dosis

booster na 2e dosis

SRH

N=71

N=13

N=38

Seroprotectiepercentage (95%CI)*

89% (79-95)

85% (55-98)

84% (69-94)

Seroconversiepercentage (95% CI)*

83% (72-91)

69% (39-91)

63% (46-78)

Seroconversiefactor (95% CI)**

5,96 (4,72-7,53)

2,49 (1,56-3,98)

5,15 (3,46-7,66)

*gemeten met SRH-assay ≥ 25 mm2

**GMR’s van SRH

De ervaring bij ouderen is beperkt.

Ondersteunende gegevens bij volwassenen

a)Kruisreactiviteit

Kruisreactieve immuunrespons veroorzaakt door A/H5N1/Vietnam/1194/2004 tegen A/H5N1/turkey/Turkey/1/05 en A/H5N1/Indonesia/5/05

Er werd een zeker heterologe immuunrespons tegen A/H5N1/turkey/Turkey/1/05 (NIBRG23; clade 2.2) en A/H5N1/Indonesië/5/05 (clade 2.1) gedetecteerd na de tweede en derde vaccinatie. Dit wijst op kruisreactiviteit van het clade 1 vaccin tegen clade 2-stammen.

Het seroprotectiepercentage*, seroconversiepercentage* en de seroconversiefactor** voor anti-HA-antistoffen tegen H5N1 A/turkey/Turkey/1/05 na de 2e dosis bij volwassenen van 18 tot 60 jaar, gemeten door SRH- en HI-assays waren de volgende:

 

 

Studie V87P12

Studie V87P3

Studie V87P13

 

Anti-HA-antistof

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 2e dosis

 

 

N=60

N=30

N=197

 

Seroprotectiepercentage (95%CI)*

65% (52-77)

90% (73-98)

59% (52-66)

SRH

Seroconversiepercentage (95%CI)*

65% (52-77)

86% (68-96)

49% (42-56)

 

Seroconversiefactor (95%CI)**

4,51 (3,63-5,61)

7,67 (6,09-9,67)

2,37 (2,1-2,67)

 

 

N=60

N=30

N=197

 

Seroprotectiepercentage (95%CI)°

28% (17-41)

24% (10-44)

23% (18-30)

HI

Seroconversiepercentage (95%CI)°

28% (17-41)

21% (8-40)

19% (14-25)

 

Seroconversiefactor (95%CI)°°

2,3 (1,67-3,16)

1,98 (1,22-3,21)

1,92 (1,64-2,25)

*gemeten met SRH-assay ≥ 25 mm2

**GMR’s van SRH

° gemeten met HI-assay ≥ 40

°°GMR’s van HI

De MN-resultaten voor de drie klinische onderzoeken in de tabel hierboven geven respectievelijk een seroprotectiepercentage en seroconversiepercentage tegen A/turkey/Turkey/05 van 10% (2-27) tot 39% (32-46) en 10% (2-27) tot 36% (29-43) aan. De MN-resultaten gaven een GMR tegen A/turkey/Turkey/05 van 1,59 tot 2,95 aan.

Kruisreactieve immuunrespons veroorzaakt door A/H5N1/turkey/Turkey/1/05 tegen A/H5N1/Indonesië/5/05 en A/H5N1/Vietnam/1194/2004

Er werd een zeker heterologe immuunrespons tegen A/H5N1/Indonesië/5/05 (clade 2.1) in studie V87P11 gedetecteerd na de tweede vaccinatie. Dit wijst op kruisreactiviteit van het clade 2.2 vaccin tegen clade 2.1-stammen.

Het seroprotectiepercentage*, seroconversiepercentage* en de seroconversiefactor** voor anti-HA-antistoffen tegen A/H5N1/Indonesië/5/05 en A/H5N1/Vietnam/1194/2004 na de 2e dosis bij volwassenen (van 18 tot 60 jaar) en ouderen (ouder dan 60 jaar), gemeten door SRH- en HI-assays waren de volgende:

Anti-HA-

 

V87P11 Volwassenen

V87P11 Ouderen

 

(18-60 jaar)

(>60 jaar)

antistof

 

 

 

N=186

 

N=142

 

 

 

 

 

 

A/Indonesië/

 

A/Vietnam/

A/Indonesië/

 

A/Vietnam/

 

 

5/05

 

1194/2004

5/05

 

1194/2004

 

Seroprotectiepercentage

 

 

 

(95%CI)*

(77-88)

 

(54-69)

(52-69)

 

(37-54)

SRH

Seroconversiepercentage

 

 

(95%CI)*

(72-85)

 

(53-68)

(56-73)

 

(35-53)

 

 

 

 

Seroconversiefactor

6,24

 

4,45

3,87

 

3,03

 

(95%CI)**

(5,44-7,16)

 

(3,85-5,14)

(3,31-4,53)

 

(2,56-3,58)

 

 

 

N=194

 

N=148

 

Seroprotectiepercentage

 

(95%CI)°

(43-57)

(40-55)

(26-42)

(31-48)

HI

Seroconversiepercentage

(95%CI)°

(42-56)

(37-51)

(25-41)

(26-42)

 

 

Seroconversiefactor

4,71

4,25

2,69

2,8

 

(95%CI)°°

(3,74-5,93)

(3,36-5,37)

(2,18-3,32)

(2,2-3,55)

*gemeten met SRH-assay ≥ 25 mm2

**geometrisch gemiddelde verhoudingen van SRH ° gemeten met HI-assay ≥ 40

°° geometrische gemiddelde verhoudingen van HI

De MN-resultaten voor A/H5N1/Indonesië/5/05 gaven een seroprotectiepercentage van 38% (31-45) bij volwassenen (18-60 jaar) en 14% (8-20) bij ouderen (>60 jaar) aan; een seroconversiepercentage van 58% (50-65) bij volwassenen en 30% (23-38) bij ouderen en tot slot een GMR

van 4,67 (3,95-5,56) bij volwassenen en 2,19 (1,86-2,58) bij ouderen.

De MN-resultaten voor A/H5N1/Vietnam/1194/2004 gaven een seroprotectiepercentage van 10% (6-16) bij volwassenen (18-60 jaar) en 6% (3-11) bij ouderen (>60 jaar) aan; een seroconversiepercentage van 19% (13-25) bij volwassenen en 7% (4-13) bij ouderen en tot slot een GMR van 1,86 (1,63-2,12) bij volwassenen en 1,33 (1,17-1,51) bij ouderen.

b)Stimulatie van het immunologisch geheugen met een booster op lange termijn

Eén vaccinatie met AFLUNOV (H5N1, A/Vietnam/1194/2004) leidde tot een sterke en snelle serologische respons bij patiënten die 6-8 jaar eerder twee doses van een andere H5N-surrogaatvaccin met dezelfde formule als AFLUNOV maar met de H5N3-stam hadden gekregen.

c)Onderzoek bij verschillende vaccinatieschema's:

In een klinisch onderzoek dat 4 verschillende vaccinatieschema's evalueerde bij 240 patiënten

tussen 18 en 60 jaar en die de tweede dosis na 1, 2, 3 of 6 weken na de eerste AFLUNOV-dosis kregen toegediend, werd 3 weken na de 2e vaccinatie aan de SRH CHMP-criteria voldaan in alle vaccinschemagroepen. De omvang van de immuunrespons was lager in de groep die de 2e

dosis 1 week later kreeg en hoger bij de groepen die schema's hadden met langere intervallen.

Beschikbare gegevens bij pediatrische patiënten

Er werd een klinisch onderzoek (studie V87P6) uitgevoerd met een H5N1-vaccin met MF59C.1-adjuvans bij 471 kinderen van 6 maanden tot 17 jaar oud. Er werden twee doses AFLUNOV toegediend met een interval van drie weken en een derde dosis 12 maanden na de eerste

dosis. 3 weken na de 2e vaccinatie (dag 43) hadden alle leeftijdsgroepen (6-35 maanden, 3-8 jaar en 9-17 jaar) hoge antistoffenniveaus tegen (A/Vietnam/1194/2004) in een evaluatie met SRH- en HI-assays, zoals in de tabel hieronder is weergegeven*. In dit onderzoek werden geen ernstige bijwerkingen van het vaccin vastgesteld.

 

 

Peuters

Kinderen

Adolescenten

 

 

(6-<36 maand)

(3-<9 jaar)

(9-<18 jaar)

 

 

N=134

N=91

N=89

 

% SP (95% CI) dag 43

97%

97%

89%

 

(92-99)

(91-99)

(80-94)

 

 

HI

GMR dag 43 tot dag 1

(109-151)

(97-142)

(51-88)

 

 

 

% SC (95% CI) dag 43

97%

97%

89%

 

(92-99)

(91-99)

(80-94)

 

 

 

 

N=133

N=91

N=90

 

% SP (95% CI) dag 43

100%

100%

100%

 

(97-100)

(96-100)

(96-100)

 

 

SRH

GMR (95% CI) dag 43 tot dag 1

 

(14-18)

(13-17)

(12-16)

 

 

 

% SC (95% CI) dag 43

98%

100%

99%

 

(95-100)

(96-100)

(94-100)

 

 

*Aangezien er geen CHMP-immunogeniciteitscriteria zijn voor kinderen, zijn

de CHMP-immunogeniciteitscriteria die voor de evaluatie van vaccins tegen seizoensgriep bij volwassenen worden gebruikt, toegepast op de serologische gegevens die zijn verzameld na de vaccinatie van kinderen.

SP= seroprotectie

SC= seroconversie

De MN-resultaten tegen A/Vietnam/1194/2004 geven een seroprotectie van 99% aan (95% CI: 94-100), een seroconversie van 97% (95% CI: 91-99) tot 99% (95% CI: 96-100) en een GMR van 29 (95% CI: 25-35) tot 50 (95% CI: 44-58).

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting om de resultaten in te dienen van onderzoek met AFLUNOV in een of meerdere subgroepen van pediatrische patiënten met betrekking tot actieve immunisatie tegen het H5N1-subtype van het influenza A-virus

(zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

Informatie uit niet-klinisch onderzoek

De doeltreffendheid tegen een challenge met een virus dat homoloog en een virus dat heteroloog is ten opzichte van de vaccinstammen werd in een testmodel met fretten geëvalueerd. AFLUNOV, dat HA van A/Vietnam/1194/2004 bevat (homoloog t.o.v. de challenge-stam) en een AFLUNOV-achtig H5N1-vaccin, dat hemagglutinine van de A/turkey/Turkey/1/2005-achtige bevat (heteroloog t.o.v.

de challenge-stam) werden getest. Een groep van 8 fretten kreeg één (dag 21) of twee (dag 0 en 21) doses van het vaccin met 3,75 of 7,5 microgram antigenen. De controledieren kregen alleen adjuvans toegediend. De dieren kregen een op dag 42 intranasaal een challenge toegediend met een dodelijke dosis van het A/Vietnam/1203/04-virus. De dieren werden 16-17 dagen na de challenge gecontroleerd

om de voortgang van de ziekte uitgebreid te kunnen beoordelen, inclusief het moment waarop symptomen ontstaan, mortaliteit of herstel.

Alle (100%) dieren die 2 doses AFLUNOV kregen, waren beschermd, en 94% van de dieren die één dosis AFLUNOV kregen, waren beschermd. 87% van de dieren die een virus dat heteroloog aan de vaccinstam kregen toegediend, waren beschermd na 2 doses van het vaccin en één dosis van het heterologe vaccin beschermde 56% van de dieren. Alle controledieren stierven binnen de 7 dagen nadat de challenge was toegediend. Vaccinatie beschermde de dieren tegen een dodelijke challenge met een virus dat homoloog en een virus dat heteroloog was ten opzichte van het vaccin.

In een vergelijkbare studie werd de intranasale challenge uitgesteld tot ongeveer 4 maanden nadat de tweede dosis van het vaccin dat 3,75 of 7,5 microgram antigenen bevatte, was toegediend. In deze studie was 100% van de dieren beschermd tegen de homologe challenge en 81% tegen de heterologe challenge. Vaccinatie beschermde de dieren tegen een dodelijke challenge, zelfs wanneer de HI-antistoffentiters laag en niet waarneembaar waren.

De doeltreffendheid tegen een challenge met het heterologe virus A/Indonesië/5/05 werd ook getest. Groepen van 6 fretten kreeg één (dag 21) dosis van het vaccin met 3,75 microgram antigenen of twee doses (dag 0 en 21) van het vaccin met 1,0 of 3,75 microgram antigenen (A/Vietnam/1194/2004). Een dodelijke challenge werd intratracheaal toegediend op dag 49. Twee doses van het vaccin beschermden 92% van de dieren en één dosis beschermde 50% van de dieren tegen het virus A/Indonesië/5/05. In vergelijking met de controlegroep die alleen een adjuvans kreeg toegediend, trad minder longschade op bij de gevaccineerde groepen. Ook de virale verspreiding en virale titers in de longen waren lager. Dit suggereert dat vaccinatie mogelijk het risico op overdracht van het virus verlaagt.

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Niet van toepassing.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens, verkregen met AFLUNOV en met het seizoensgriepvaccin dat MF59C.1-adjuvans bevat, duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van toxiciteit bij herhaalde dosering, lokale tolerantie, vruchtbaarheid van de vrouw en reproductieve en ontwikkelingstoxiciteit (tot aan het einde van de borstvoedingsperiode).

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Natriumchloride,

Kaliumchloride (E508),

Kaliumdiwaterstoffosfaat (E340),

Dinatriumfosfaat-dihydraat (E339),

Magnesiumchloride-hexahydraat (E511),

Calciumchloride-dihydraat (E509),

Natriumcitraat (E331),

Citroenzuur (E330),

Water voor injecties.

Zie voor het adjuvans rubriek 2.

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.

6.3Houdbaarheid

2 jaar.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C - 8°C).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

0,5 ml in voorgevulde spuit (type I-glas) met zuiger-stop (broombutylrubber).

Verpakkingen van 1 of 10 voorgevulde spuiten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Onderwerp de suspensie aan een visuele inspectie voordat u ze toedient. Wanneer er deeltjes in het vaccin zitten of het vaccin er abnormaal uitziet, moet het worden verwijderd.

Laat het vaccin op kamertemperatuur komen alvorens het te gebruiken. Voorzichtig schudden voor gebruik.

Al het ongebruikte vaccin of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Seqirus S.r.l.

Via Fiorentina, 1

Siena, Italië.

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/10/658/001-002

9.DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

29 november 2010

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 26581

    Geneesmiddelen op recept vermeld