Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Cholib (fenofibrate / simvastatin) – Samenvatting van de productkenmerken - C10BA04

Updated on site: 05-Oct-2017

Naam van geneesmiddelCholib
ATC codeC10BA04
Werkzame stoffenofibrate / simvastatin
ProducentMylan Products Limited

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Cholib 145 mg/20 mg filmomhulde tabletten

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Eén filmomhulde tablet bevat 145 mg fenofibraat en 20 mg simvastatine.

Hulpstof(fen) met bekend effect:

Eén filmomhulde tablet bevat 160,1 mg lactose (als monohydraat), 145 mg sucrose, 0,7 mg lecithine (verkregen uit sojabonen (E322)) en 0,17 mg zonnegeel FCF (E110).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Filmomhulde tablet (tablet).

Ovale, biconvexe, bruine, filmomhulde tablet van 19,3 x 9,3 mm met schuine randen en de inscriptie 145/20 aan de ene en het Abbott-logo aan de andere kant.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Cholib is geïndiceerd als aanvullende therapie naast dieet en lichaamsbeweging bij volwassen patiënten met hoog cardiovasculair risico die lijden aan gemengde dyslipidemie. Cholib verlaagt het triglyceridengehalte en verhoogt de HDL-cholesterolspiegels indien de LDL-cholesterolspiegels afdoende worden gecontroleerd met een overeenkomende dosis simvastatine-monotherapie.

4.2Dosering en wijze van toediening

Secundaire oorzaken van hyperlipidemie, zoals onbehandelde type 2 diabetes mellitus, hypothyroïdie, nefrotisch syndroom, dysproteïnemie, obstructieve leverziekte, farmacologische behandeling (zoals oraal oestrogeen) en alcoholisme dienen afdoende te worden behandeld voordat therapie met Cholib wordt overwogen en patiënten dienen op een standaard cholesterol- en triglyceridenverlagend dieet te worden gezet dat tijdens de behandeling moet worden voortgezet.

Dosering

De aanbevolen dosering is één tablet per dag. Grapefruitsap dient te worden vermeden (zie rubriek 4.5).

Reactie op de behandeling dient te worden gecontroleerd door bepaling van serumlipidenwaarden (totaal cholesterol (TC), LDL-C, triglyceriden (TG).

Oudere patiënten (≥ 65 jaar)

Aanpassing van de dosis is niet nodig. De gebruikelijke dosis wordt aanbevolen, behalve bij verminderde nierfunctie met een geschatte glomerulaire filtratiesnelheid < 60 ml/min/1,73 m2 waarbij Cholib gecontra-indiceerd is (zie rubriek 4.3).

Patiënten met verminderde nierfunctie

Cholib is gecontra-indiceerd bij patiënten met matige tot ernstige nierinsufficiëntie bij wie de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid < 60 ml/min/1,73 m2 is (zie rubriek 4.3).

Cholib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met milde nierinsufficiëntie bij wie de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid 60 tot 89 ml/min/1,73 m2 bedraagt (zie rubriek 4.3).

Patiënten met verminderde leverfunctie

Cholib is niet onderzocht bij patiënten met verminderde leverfunctie en is daarom in deze populatie gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Pediatrische patiënten

Cholib is gecontra-indiceerd bij kinderen en jongeren tot 18 jaar (zie rubriek 4.3).

Wijze van toediening

Elke tablet dient in zijn geheel met een glas water te worden ingenomen. De tabletten mogen niet worden fijngemaakt of gekauwd. Ze mogen met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen, pinda, soja of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen) (zie ook rubriek 4.4).

Bekende lichtallergie of fototoxische reactie tijdens de behandeling met fibraten of ketoprofen.

Actieve leverziekte of onverklaarbare, aanhoudende verhoging van serumtransaminasen.

Bekende galblaasaandoening.

Chronische of acute pancreatitis met uitzondering van acute pancreatitis als gevolg van ernstige hypertriglyceridemie.

Matige tot ernstige nierinsufficiëntie (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid < 60 ml/min/1,73 m2).

Gelijktijdige toediening van fibraten, statines, danazol, ciclosporine of krachtige CYP3A4-remmers (cytochroom P450 3A4) (zie rubriek 4.5).

Pediatrische patiënten (jonger dan 18 jaar).

Zwangerschap en borstvoeding (zie rubriek 4.6).

Persoonlijke geschiedenis van myopathie en/of rabdomyolyse met statines en/of fibraten of bevestigde verhoogde creatinefosfokinase van meer dan 5 keer de bovengrens van normaal onder een vorige behandeling met statines (zie rubriek 4.4).

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Spieren

Skeletspiertoxiciteit, waaronder zeldzame gevallen van rabdomyolyse met of zonder nierfalen, zijn gemeld bij toediening van lipidenverlagende stoffen, zoals fibraten en statines. Het risico op myopathie met statines en fibraten is bekend en wordt in verband gebracht met de dosis van elke component en de aard van het fibraat.

Verminderde functie van transporteiwitten

Verminderde functie van hepatische OATP-transporteiwitten kan de systemische blootstelling aan simvastatine verhogen en de kans vergroten op myopathie en rabdomyolyse. Verminderde functie kan optreden als gevolg van remming door geneesmiddeleninteractie (bijv. met ciclosporine) of bij patiënten die drager zijn van het genotype SLCO1B1 c.521T>C.

Patiënten die drager zijn van het SLCO1B1-genallel (c.521T>C) dat codeert voor een minder actief OATP1B1-eiwit hebben een verhoogde systemische blootstelling aan simvastatine en een grotere kans op myopathie. De kans op myopathie die samenhangt met hoge dosering van simvastatine (80 mg), is ongeveer 1% in het algemeen, zonder genetische test. Op grond van resultaten van de SEARCH-studie wordt aangenomen dat dragers van homozygote C-allelen (ook CC genoemd), die worden behandeld met 80 mg, een kans van 15% hebben op myopathie binnen één jaar, terwijl deze kans bij dragers van heterozygote C-allelen (CT) 1,5% is. Bij patiënten met het meest gangbare genotype (TT) is de overeenkomstige kans 0,3% (zie rubriek 5.2).

Immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM)

Er zijn zeer zeldzame meldingen gedaan van immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM) gedurende of na behandeling met sommige statines. IMNM wordt klinisch gekenmerkt door persisterende proximale spierzwakte en verhoogd serumcreatinekinase, die aanhouden ondanks stopzetting van de statinebehandeling.

Maatregelen om het risico op myopathie door geneesmiddelinteracties te verlagen

Het risico op spiertoxiciteit kan hoger zijn als Cholib wordt toegediend met een ander fibraat, statine, niacine, fusidinezuur of andere specifieke concomitante stoffen (voor specifieke vormen van interactie zie rubriek 4.5). Artsen die combinatietherapie overwegen met Cholib en lipidemodificerende doses (≥ 1 g/dag) niacine (nicotinezuur) of geneesmiddelen die nicotinezuur bevatten, dienen de mogelijke risico's en voordelen zorgvuldig af te wegen en dienen patiënten zorgvuldig te controleren op symptomen van pijnlijke, gevoelige of zwakke spieren, vooral tijdens de eerste maanden van de behandeling en als de dosis van één van de geneesmiddelen wordt verhoogd.

Bij gelijktijdige toediening van simvastatine en krachtige CYP3A4-remmers is het risico op myopathie en rabdomyolyse significant verhoogd (zie rubriek 4.5).

Cholib mag niet samen met fusidinezuur worden toegediend. Bij patiënten die een statine in combinatie met fusidinezuur kregen toegediend, zijn gevallen (soms met fatale afloop) van rabdomyolyse gemeld (zie rubriek 4.5). Bij patiënten voor wie systemisch gebruik van fusidinezuur van essentieel belang wordt geacht, dient behandeling met statines gedurende de behandeling met fusidinezuur te worden gestaakt. De patiënt moet worden geadviseerd onmiddellijk medische hulp in te roepen wanneer hij/zij symptomen van pijn, gevoeligheid of zwakte van spieren ervaart.

Zeven dagen na de laatste dosis fusidinezuur mag de statinetherapie worden hervat. In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer langdurige systemische behandeling met fusidinezuur is vereist, bijvoorbeeld voor de behandeling van ernstige infecties, dient gelijktijdig gebruik van Cholib en fusidinezuur alleen per patiënt en onder strikt medisch toezicht te worden overwogen.

Creatinekinasemeting

Het creatinekinase mag niet worden gemeten na zware inspanning of bij aanwezigheid van enige andere plausibele reden voor verhoogde creatinekinase, aangezien dit de interpretatie van de waarden bemoeilijkt. Als de uitgangswaarden van de creatinekinaseniveaus significant verhoogd zijn (> 5 x uitgangswaarde), dienen de niveaus binnen 5 tot 7 dagen opnieuw te worden gemeten om de resultaten te bevestigen.

Vóór aanvang van de behandeling

Alle patiënten bij wie behandeling wordt ingesteld of van wie de dosis simvastatine wordt verhoogd, dienen geïnformeerd te worden over het risico op myopathie en hen moet worden geadviseerd om onverklaarbare pijn, gevoeligheid of zwakte van de spieren direct te melden.

Bijzondere voorzichtigheid dient in acht te worden genomen bij patiënten met predisponerende factoren voor rabdomyolyse. Om een referentie-uitgangswaarde vast te stellen, dient in de volgende gevallen het creatinekinase vóór aanvang van een behandeling te worden gemeten:

Ouderen ≥ 65 jaar

Vrouwelijk geslacht

Verminderde nierfunctie

Onbehandelde hypothyroïdie

Hypoalbuminemie

Persoonlijke of familiale geschiedenis van hereditaire spieraandoeningen

Voorgeschiedenis van spiertoxiciteit met een statine of een fibraat

Alcoholmisbruik

In dergelijke situaties dient het risico van de behandeling te worden afgewogen tegen het mogelijke voordeel, en wordt klinische controle aanbevolen.

Om een referentie-uitgangswaarde vast te stellen, dienen de creatinefosfokinaseniveaus te worden gemeten en wordt klinische controle aanbevolen.

Als een patiënt eerder op een fibraat of een statine een spieraandoening heeft gehad, dient behandeling met een ander lid van die klasse altijd voorzichtig te worden ingesteld. Als de uitgangswaarden van de creatinekinaseniveaus significant verhoogd zijn (> 5 x uitgangswaarde), mag de behandeling niet worden gestart.

Als om een andere reden myopathie wordt vermoed, dient de behandeling gestaakt te worden.

Een paar dagen voorafgaand aan grote electieve chirurgie en wanneer zich een grote medische of chirurgische aandoening voordoet, dient behandeling met Cholib tijdelijk te worden gestaakt.

Leveraandoeningen

Bij sommige patiënten behandeld met simvastatine of fenofibraat is een verhoging van de transaminasespiegels gemeld. De verhoging was in de meeste gevallen voorbijgaand, laag en asymptomatisch en het was niet nodig om de behandeling te staken.

Transaminasespiegels moeten worden gecontroleerd voordat de behandeling begint, elke 3 maanden tijdens de eerste 12 maanden van de behandeling en vervolgens periodiek. Er dient aandacht te worden besteed aan patiënten bij wie de transaminasespiegels stijgen. De behandeling dient gestaakt te worden als de spiegels van aspartaataminotransferase (ASAT), ook wel serumglutamaatoxaalacetaattransaminase (SGOT) genoemd, en alanineaminotransferase (ALAT), ook wel serumglutamaatpyruvaattransaminase (SGPT) genoemd, stijgen tot meer dan drie keer de bovengrens van de normaalwaarde.

Wanneer zich symptomen van hepatitis voordoen (bijv. geelzucht, pruritus) en deze diagnose door laboratoriumtesten wordt bevestigd, dient behandeling met Cholib te worden gestaakt.

Bij patiënten die veel alcohol gebruiken dient Cholib voorzichtig gebruikt te worden.

Pancreatitis

Pancreatitis is gemeld bij patiënten die fenofibraat gebruiken (zie de rubrieken 4.3 en 4.8). Deze gebeurtenis kan wijzen op falende werkzaamheid bij patiënten met ernstige hypertriglyceridemie, een geïnduceerde verhoogde concentratie van pancreasenzymen of een secundair fenomeen gemedieerd door galwegstenen of slibvorming met obstructie van de ductus choledochus.

Nierfunctie

Cholib is gecontra-indiceerd bij matig tot ernstig verminderde nierfunctie (zie rubriek 4.3).

Cholib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met milde renale insufficiëntie bij wie de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid 60 tot 89 ml/min/1,73 m2 bedraagt (zie rubriek 4.2).

Bij patiënten die fenofibraat als monotherapie of gelijktijdig met statines toegediend krijgen, zijn reversibele verhogingen van serumcreatinine gemeld. Verhogingen in serumcreatinine waren over het algemeen stabiel in de tijd, zonder aanwijzingen voor verdere stijging bij langdurige behandeling, en keerden na het staken van de behandeling over het algemeen terug naar de uitgangswaarde.

In klinische onderzoeken steeg bij 10% van de patiënten die gelijktijdig fenofibraat en simvastatine kregen toegediend het creatinine meer dan 30 µmol/l boven de uitgangswaarde. Dit gebeurde bij slechts 4,4% van de patiënten die statine als monotherapie kregen. 0,3% van de patiënten met gelijktijdige toediening vertoonde een klinisch relevante stijging van de creatininewaarden tot

> 200 µmol/l.

Behandeling dient onderbroken te worden wanneer de creatininespiegel meer dan 50% hoger is dan de bovengrens van normaal. Het wordt aanbevolen om creatinine te meten tijdens de eerste 3 maanden na aanvang van de behandeling en daarna periodiek.

Interstitiële longziekte

Gevallen van interstitiële longziekte zijn gemeld bij gebruik van bepaalde statines en bij fenofibraat, met name bij langdurige behandeling (zie rubriek 4.8). De kenmerken zijn onder meer dyspneu, niet-productieve hoest en algemene deterioratie van de lichamelijke gezondheid (vermoeidheid, gewichtsverlies en koorts). Indien het vermoeden bestaat dat een patiënt interstitiële longziekte heeft ontwikkeld, dient behandeling met Cholib te worden gestaakt.

Diabetes mellitus

Er zijn aanwijzingen dat statines als klasse een stijging van bloedglucose veroorzaken en bij sommige patiënten, met een hoog risico op diabetes, een niveau van hyperglykemie kunnen veroorzaken waarvoor formele diabeteszorg is aangewezen. Dit risico weegt echter op tegen het lagere vasculaire risico door gebruik van statines en mag daarom geen reden zijn de behandeling met statines te staken. Patiënten met verhoogd risico (nuchtere glucose 5,6 tot 6,9 mmol/l, BMI > 30 kg/m2, verhoogde triglyceriden, hypertensie) dienen klinisch en biochemisch te worden gecontroleerd volgens de nationale richtlijnen.

Veneuze trombo-embolische voorvallen

In de FIELD-studie werd een statistisch significante verhoging van de incidentie van longembolie gemeld (0,7% in de placebogroep versus 1,1% in de fenofibraatgroep; p=0,022) en een statistische niet-significante toename van diepe veneuze trombose (placebo 1,0%; 48/4.900 patiënten) versus fenofibraat 1,4% (67/4.895); p=0,074 waargenomen. Het verhoogde risico op gevallen van veneuze trombose kan zijn gerelateerd aan de verhoogde homocysteïnespiegel, een risicofactor voor trombose en andere onbekende factoren. De klinische betekenis hiervan is onduidelijk. Om deze reden dient voorzichtigheid in acht genomen te worden bij patiënten met een geschiedenis van longembolie.

Hulpstoffen

Dit geneesmiddel bevat lactose en mag om die reden niet worden gebruikt door patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp-lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie.

Dit geneesmiddel bevat sucrose en mag om die reden niet worden gebruikt door patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactosemalabsorptie of sucrase-isomaltase-insufficiëntie.

Dit geneesmiddel bevat zonnegeel FCF (E110) dat allergische reacties kan veroorzaken.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd met Cholib.

Interacties die betrekking hebben op monotherapie

CYP3A4-remmers

Simvastatine is een substraat van CYP3A4 (cytochroom P450 3A4).

Krachtige remmers van CYP3A4 verhogen het risico op myopathie en rabdomyolyse door de remmende werking op HMG-CoA-reductase in het plasma tijdens de behandeling met simvastatine te verhogen. Deze remmers zijn onder meer itraconazol, ketoconazol, posaconazol, erytromycine, claritromycine, telitromycine, HIV-proteaseremmers (zoals nelfinavir) en nefazodon.

Combinatie met itraconazol, ketoconazol, posaconazol, HIV-proteaseremmers (zoals nelfinavir), erytromycine, claritromycine, telitromycine en nefazodon is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3). Indien behandeling met itraconazol, ketoconazol, posaconazol, erytromycine, claritromycine of

telitromycine onvermijdelijk is, dient gebruik van Cholib voor de duur van de behandeling te worden opgeschort. Voorzichtigheid is geboden bij combinatie van Cholib met bepaalde andere, minder krachtige CYP3A4-remmers: fluconazol, verapamil of diltiazem (zie de rubrieken 4.3 en 4.4).

Danazol

Bij gelijktijdige toediening van danazol en simvastatine is het risico op myopathie en rabdomyolyse verhoogd. De simvastatinedosis mag niet hoger zijn dan 10 mg per dag voor patiënten die danazol gebruiken. Gelijktijdig gebruik van Cholib en danazol is daarom gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Ciclosporine

Bij gelijktijdige toediening van ciclosporine en simvastatine is het risico op myopathie en rabdomyolyse verhoogd. Hoewel het mechanisme niet volledig wordt begrepen, is aangetoond dat ciclosporine de blootstelling in plasma (AUC) aan simvastatinezuur verhoogt, waarschijnlijk mede door remming van CYP3A4 en het transporteiwit OATP1B1. Omdat de simvastatinedosis niet hoger mag zijn dan 10 mg per dag bij patiënten die ciclosporine gebruiken, is de gelijktijdige toediening van Cholib en ciclosporine gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Amiodaron, amlodipine, diltiazem en verapamil

Bij gelijktijdige toediening van amiodaron, amlodipine, diltiazem of verapamil en simvastatine 40 mg per dag, is het risico op myopathie en rabdomyolyse verhoogd.

In een klinisch onderzoek werd myopathie gemeld bij 6% van de patiënten die simvastatine 80 mg en amiodaron gebruikten, tegen 0,4% van de patiënten die alleen simvastatine 80 mg gebruikten.

Gelijktijdige toediening van amlodipine en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur met een factor 1,6.

Gelijktijdige toediening van diltiazem en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur met een factor 2,7, waarschijnlijk door remming van CYP3A4.

Gelijktijdige toediening van verapamil en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur in plasma met een factor 2,3, waarschijnlijk gedeeltelijk door remming van CYP3A4.

De Cholib-dosering mag daarom niet hoger zijn dan 145 mg/20 mg per dag voor patiënten die amiodaron, amlodipine, diltiazem of verapamil gebruiken.

Andere statines en fibraten

Gemfibrozil verhoogt de AUC van simvastatinezuur met een factor 1,9, mogelijk door remming van de glucuronidatie-pathway. Bij gelijktijdige toediening van gemfibrozil en simvastatine is het risico op myopathie en rabdomyolyse significant verhoogd. Patiënten die gelijktijdig andere fibraten of statines krijgen toegediend, hebben eveneens een verhoogd risico op rabdomyolyse. Gelijktijdig gebruik van Cholib en gemfibrozil, andere fibraten of statines is daarom gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Niacine (nicotinezuur)

Gevallen van myopathie/rabdomyolyse zijn in verband gebracht met gelijktijdige toediening van statines en niacine (nicotinezuur) bij lipidemodificerende doses (≥ 1 g/dag), wetende dat niacine en statines in monotherapie myopathie kunnen vooroorzaken.

Artsen die combinatietherapie overwegen met Cholib en lipidemodificerende doses (≥ 1 g/dag) niacine (nicotinezuur) of geneesmiddelen die nicotinezuur bevatten, moeten de mogelijke risico's en voordelen zorgvuldig afwegen en dienen patiënten zorgvuldig te controleren op klachten en symptomen van pijnlijke, gevoelige of zwakke spieren, vooral tijdens de eerste maanden van de behandeling en als

de dosis van één van de geneesmiddelen wordt verhoogd.

Fusidinezuur

Bij gelijktijdige toediening van systemisch fusidinezuur en statines, is het risico op myopathie, inclusief rabdomyolyse, verhoogd. Gelijktijdige toediening van deze combinatie kan verhoogde plasmaconcentraties van beide middelen tot gevolg hebben. Het werkingsmechanisme van deze interactie (farmacodynamisch, farmacokinetisch of beide) is nog niet bekend. Bij patiënten die deze combinatie kregen toegediend, zijn gevallen (soms met fatale afloop) van rabdomyolyse gemeld.

Als behandeling met fusidinezuur nodig is, dient behandeling met Cholib voor de gehele duur van de behandeling met fusidinezuur te worden gestaakt. (Zie ook rubriek 4.4).

Grapefruitsap

Grapefruitsap remt CYP3A4. Gelijktijdige inname van grote hoeveelheden (meer dan 1 liter per dag) grapefruitsap en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur in plasma met een factor 7. Inname van 240 ml grapefruitsap ´s morgens en simvastatine ´s avonds leidde eveneens tot verhoogde blootstelling aan simvastatinezuur met een factor 1,9. Inname van grapefruitsap tijdens behandeling met Cholib dient daarom vermeden te worden.

Colchicine

Bij gelijktijdige toediening van colchicine en simvastatine bij patiënten met renale insufficiëntie, zijn gevallen van myopathie en rabdomyolyse gemeld. Patiënten die colchicine en Cholib gebruiken, dienen daarom nauwlettend klinisch te worden gecontroleerd.

Vitamine K-antagonisten

Fenofibraat en simvastatine versterken het effect van vitamine K-antagonisten en kunnen het risico op bloedingen verhogen. Het wordt aanbevolen om de dosering van die orale anticoagulantia te verlagen met ongeveer een derde aan het begin van de behandeling en daarna vervolgens geleidelijk aan te passen aan de hand van de INR-controles (International Normalised Ratio). De INR dient te worden vastgesteld voordat met Cholib wordt gestart en vaak genoeg tijdens de beginfase van de behandeling, om er zeker van te zijn dat er geen significante verandering van de INR optreedt. Zodra een stabiele INR is gedocumenteerd, kunnen controles plaatsvinden met de intervallen die meestal worden aanbevolen voor patiënten die deze orale anticoagulantia krijgen toegediend. Als de Cholib-dosis wordt gewijzigd of gestaakt, dient dezelfde procedure te worden herhaald. Behandeling met Cholib is niet in verband gebracht met bloedingen bij patiënten die geen anticoagulantia krijgen.

Glitazonen

Bij gelijktijdige toediening van fenofibraat en glitazonen zijn enkele gevallen van omkeerbare paradoxale vermindering van HDL-cholesterol gemeld. Daarom wordt aanbevolen om bij gelijktijdige toediening van Cholib en een glitazon het HDL-cholesterol te controleren en bij te lage HDL-cholesterolwaarden een van beide behandelingen te staken.

Rifampicine

Omdat rifampicine een krachtige CYP3A4-remmer is die interfereert met het simvastatinemetabolisme, kan bij patiënten die een langdurige behandeling met rifampicine ondergaan (zoals de behandeling van tuberculose) de werkzaamheid van simvastatine afnemen. Bij normale vrijwilligers daalde de blootstelling aan simvastatinezuur met 93% als gelijktijdig rifampicine werd toegediend.

Invloed op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen

Fenofibraat en simvastatine zijn geen remmers of inductoren van CYP3A4. Cholib zal daarom naar verwachting geen invloed hebben op de plasmaconcentraties van stoffen die via CYP3A4 worden gemetaboliseerd.

Fenofibraat en simvastatine zijn geen remmers van CYP2D6, CYP2E1 of CYP1A2. Fenofibraat is een milde tot matige remmer van CYP2C9 en een zwakke remmer van CYP2C19 en CYP2A6.

Bij gelijktijdige toediening van Cholib en geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door CYP2C19, CYP2A6 of vooral CYP2C9 met een nauwe therapeutische index, dienen de patiënten

zorgvuldig te worden gecontroleerd en indien nodig wordt een dosisaanpassing van deze geneesmiddelen aanbevolen.

Interactie tussen simvastatine en fenofibraat

In twee kleine onderzoeken (n=12) en vervolgens in een groter onderzoek (n=85) bij gezonde personen, is de invloed van herhaalde toediening van fenofibraat op de farmacokinetiek van één of meerdere doses simvastatine onderzocht.

In één onderzoek was de AUC van simvastatinezuur (SVA), een belangrijke actieve metaboliet van simvastatine, gereduceerd met 42% (90% BI 24%-56%) als één dosis van 40 mg simvastatine werd gecombineerd met herhaalde toediening van 160 mg fenofibraat. In het andere onderzoek [Bergman ea, 2004] leidde herhaalde gelijktijdige toediening van 80 mg simvastatine en 160 mg fenofibraat tot een reductie van 36% (90% BI 30%-42%) van de AUC van SVA. In het grotere onderzoek werd een reductie van 21% (90% BI 14%-27%) van de AUC van SVA waargenomen na herhaalde gelijktijdige toediening van 40 mg simvastatine en 145 mg fenofibraat ´s avonds. Dit week niet significant af van de reductie van 29% (90% BI 22%-35%) van de AUC van SVA, waargenomen bij gelijktijdige toediening met een tussenperiode van 12 uur: 40 mg simvastatine ´s avonds en 145 mg fenofibraat

´s morgens.

Het is niet onderzocht of fenofibraat invloed had op andere actieve metabolieten van simvastatine.

Het precieze interactiemechanisme is niet bekend. Op basis van de beschikbare klinische gegevens wordt het effect op LDL-cholesterolreductie niet beschouwd als significant verschillend van simvastatine-monotherapie als het LDL-cholesterol wordt gecontroleerd aan het begin van de behandeling.

De herhaalde toediening van 40 of 80 mg simvastatine, de hoogste geregistreerde dosis, had geen invloed op de gehalten van fenofibrinezuur in evenwichttoestand in het plasma.

Voorschrijfaanbevelingen met betrekking tot interactie van stoffen zijn samengevat in de onderstaande tabel (zie ook de rubrieken 4.2 en 4.3).

Stoffen met farmacologische interactie

Voorschrijfaanbevelingen

Krachtige CYP3A4-remmers:

 

Itraconazol

 

Ketoconazol

 

Fluconazol

 

Posaconazol

Gecontra-indiceerd bij Cholib.

Erytromycine

 

Claritromycine

 

Telitromycine

 

HIV-proteaseremmers (zoals nelfinavir)

 

Nefazodon

 

Danazol

Gecontra-indiceerd bij Cholib.

Ciclosporine

 

Gemfibrozil, andere statines en fibraten

Gecontra-indiceerd bij Cholib.

Amiodaron

 

Verapamil

Maximaal één Cholib 145 mg/20 mg per dag,

Diltiazem

tenzij het klinisch voordeel groter is dan risico.

Amlodipine

 

 

Vermijden met Cholib, tenzij het klinisch voordeel

Niacine (nicotinezuur) ≥ 1 g/dag

groter is dan het risico.

Controleer patiënten op klachten en symptomen van

 

 

pijnlijke, gevoelige of zwakke spieren.

Fusidinezuur

Patiënten moeten nauwlettend worden gecontroleerd.

Overweeg behandeling met Cholib tijdelijk te staken.

 

Grapefruitsap

Vermijden met het innemen van Cholib.

Vitamine K-antagonisten

Dosis van deze orale antistollingsmiddelen moet

worden aangepast op basis van INR-controles.

 

Glitazonen

Controleer HDL-C en staak behandeling

(glitazon of Cholib) als HDL-cholesterol te laag is.

 

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Cholib

Net als simvastatine (zie hierna), is ook Cholib gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap (zie rubriek 4.3).

Fenofibraat

Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van fenofibraat bij zwangere vrouwen.

Uit dieronderzoek is bij toediening van voor de moeder toxische doses een embryotoxisch effect waargenomen (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. Fenofibraat dient om die reden alleen tijdens zwangerschap te worden gebruikt nadat de voordelen en risico’s zorgvuldig zijn afgewogen.

Simvastatine

Simvastatine is gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap. De veiligheid bij zwangere vrouwen is niet vastgesteld. Maternale behandeling met simvastatine kan de foetale spiegels van mevalonaat, een precursor van cholesterolbiosynthese, verlagen. Simvastatine mag daarom niet worden gebruikt door vrouwen die zwanger zijn, zwanger proberen te worden of vermoeden dat zij zwanger zijn. Behandeling met simvastatine moet worden gestaakt voor de duur van de zwangerschap of totdat is vastgesteld dat de vrouw niet zwanger is.

Borstvoeding

Het is niet bekend of fenofibraat, simvastatine en/of metabolieten in de moedermelk worden uitgescheiden. Cholib is daarom gecontra-indiceerd tijdens borstvoeding (zie rubriek 4.3).

Vruchtbaarheid

Bij dieren zijn reversibele effecten op de vruchtbaarheid waargenomen (zie rubriek 5.3). Er zijn geen klinische gegevens over vruchtbaarheid bij gebruik van Cholib.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Fenofibraat heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

Duizeligheid is zelden gemeld tijdens postmarketingervaring met simvastatine. Bij het besturen van voertuigen of het bedienen van machines, moet rekening worden gehouden met deze bijwerking van Cholib.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De vaakst gemelde bijwerkingen tijdens behandeling met Cholib zijn verhoogd creatininegehalte in bloed, infectie van de bovenste luchtwegen, verhoogde bloedplaatjestelling, gastro-enteritis en verhoogde alanineaminotransferase.

Tabel met bijwerkingen

In vier dubbelblinde klinische onderzoeken van 24 weken, hebben 1.237 patiënten een behandeling ondergaan met gelijktijdige toediening van fenofibraat en simvastatine. Een gecombineerde analyse van deze vier onderzoeken laat een uitvalpercentage wegens bijwerkingen zien van 5,0% (51 personen

op 1.012) na 12 weken behandeling met fenofibraat en simvastatine 145 mg/20 mg per dag, en 1,8% (4 personen van 225) na 12 weken behandeling met fenofibraat en

simvastatine 145 mg/40 mg per dag.

Bijwerkingen die tijdens behandeling zijn gemeld door patiënten die zijn behandeld met gelijktijdig toegediende fenofibraat en simvastatine, zijn hierna gerangschikt naar systeem/orgaanklasse en frequentie.

De bijwerkingen van Cholib zijn in lijn met wat bekend is over de twee werkzame stoffen: fenofibraat en simvastatine.

De bijwerkingen zijn gerangschikt op basis van de volgende frequentiegroepen: Zeer vaak (≥ 1/10); Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); Soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); Zeer zelden (< 1/10.000); Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Bijwerkingen waargenomen bij gelijktijdige toediening van fenofibraat en simvastatine (Cholib)

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Frequentie

Infecties en parasitaire aandoeningen

Bovenste luchtweginfectie, gastro-enteritis

Vaak

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Bloedplaatjestelling verhoogd

Vaak

Lever- en galaandoeningen

Alanineaminotransferase verhoogd

Vaak

Huid- en onderhuidaandoeningen

Dermatitis en eczeem

Soms

Onderzoeken

Bloedcreatinine verhoogd

Zeer vaak

(zie de rubrieken 4.3 en 4.4)

 

 

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Bloedcreatinine verhoogd: bij 10% van de patiënten die gelijktijdig fenofibraat en simvastatine kregen toegediend, steeg het creatinine meer dan 30 µmol/l boven de uitgangswaarde tegen 4,4% van de patiënten die statine als monotherapie kregen. 0,3% van de patiënten met gelijktijdige toediening vertoonde een klinisch relevante stijging van de creatininewaarden tot > 200 µmol/l.

Extra informatie over de afzonderlijke actieve bestanddelen van de vaste-dosiscombinatie Bijkomende bijwerkingen die in verband worden gebracht met het gebruik van geneesmiddelen die simvastatine of fenofibraat bevatten en die zijn waargenomen in klinische onderzoeken

en in postmarketingervaring, en die bij Cholib kunnen optreden, worden hierna vermeld. De frequentiecategorieën zijn gebaseerd op informatie uit de Samenvatting van de Productkenmerken van simvastatine en fenofibraat, beschikbaar in de EU.

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Bijwerkingen

Frequentie

 

(fenofibraat)

(simvastatine)

 

Bloed- en

Hemoglobine verlaagd

 

Zelden

lymfestelselaandoeninge

Witte bloedceltelling

 

 

n

verlaagd

 

 

 

 

Anemie

Zelden

Immuunsysteem-

Overgevoeligheid

 

Zelden

aandoeningen

 

 

 

Voedings- en

 

Diabetes mellitus****

Niet

stofwisselingsstoornissen

 

 

bekend

Psychische stoornissen

 

Insomnia

Zeer zelden

 

 

Slaapstoornis, inclusief

Niet

 

 

nachtmerries, depressie

bekend

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Bijwerkingen

Frequentie

 

(fenofibraat)

(simvastatine)

 

Zenuwstelselaandoening

Hoofdpijn

 

Soms

en

 

Paresthesie, duizeligheid,

Zelden

 

 

perifere neuropathie

 

 

 

Geheugen

Zelden

 

 

verstoord/geheugenverlies

 

Bloedvataandoeningen

Trombo-embolie

 

Soms

 

(longembolie, diepe

 

 

 

veneuze trombose)*

 

 

Ademhalingsstelsel-,

 

Interstitiële longziekte

Niet

borstkas- en

 

 

bekend

mediastinumaandoening

 

 

 

en

 

 

 

Maagdarmstelsel-

Maagdarmstelselklachten

 

Vaak

aandoeningen

en -symptomen

 

 

 

(abdominale pijn,

 

 

 

misselijkheid, braken,

 

 

 

diarree, flatulentie)

 

 

 

Pancreatitis*

 

Soms

 

 

Constipatie, dyspepsie

Zelden

Lever- en

Transaminasen verhoogd

 

Vaak

galaandoeningen

Cholelithiase

 

Soms

 

Complicaties van

 

Niet

 

cholelithiase (zoals

 

bekend

 

cholecystitis, cholangitis,

 

 

 

galkoliek, enz.)

 

 

 

 

Gamma-glutamyltransferase

Zelden

 

 

verhoogd

 

 

 

Hepatitis/geelzucht

Zeer zelden

 

 

Leverfalen

 

Huid- en

Ernstige huidreacties

 

Niet

onderhuidaandoeningen

(bijv. erythema

 

bekend

 

multiforme,

 

 

 

Stevens-Johnson-syndroo

 

 

 

m, toxische epidermale

 

 

 

necrolyse, enz.)

 

 

 

Huidovergevoeligheid

 

Soms

 

(zoals rash, pruritus,

 

 

 

urticaria)

 

 

 

Alopecia

 

Zelden

 

Fotosensitiviteitsreacties

 

Zelden

 

 

Hypersensitiviteitssyndroom

Zelden

 

 

***

 

Skeletspierstelsel- en

Spieraandoeningen

 

Soms

bindweefselaandoeninge

(zoals myalgie, myositis,

 

 

n

spasmen en zwakte van

 

 

 

spieren)

 

 

 

Rabdomyolyse met

 

Zelden

 

of zonder nierfalen

 

 

 

(zie rubriek 4.4)

 

 

 

 

Myopathie**

Zelden

 

 

Tendinopathie

Niet

 

 

Immuungemedieerde

bekend

 

 

necrotiserende myopathie (zie

 

 

 

rubriek 4.4)

 

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Bijwerkingen

Frequentie

 

(fenofibraat)

(simvastatine)

 

Voortplantingsstelsel- en

Seksuele disfunctie

 

Soms

borstaandoeningen

 

Erectiele disfunctie

Niet

 

 

 

bekend

Algemene aandoeningen

 

Asthenie

Zelden

en

 

 

 

toedieningsplaatsstoornis

 

 

 

sen

 

 

 

Onderzoeken

Bloedhomocysteïnespiege

 

Zeer vaak

 

l verhoogd

 

 

 

(zie rubriek 4.4)*****

 

 

 

Verhoogd ureumgehalte

 

Zelden

 

in bloed

 

 

 

 

Alkalische fosfatase in bloed

Zelden

 

 

verhoogd

 

 

 

Creatinefosfokinase in bloed

Zelden

 

 

verhoogd

 

 

 

Geglycosyleerde hemoglobine

Niet beken

 

 

verhoogd

d

 

 

Bloedglucose verhoogd

Niet

 

 

 

bekend

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

 

 

Pancreatitis

* In de FIELD-studie, een gerandomiseerd placebogecontroleerd onderzoek uitgevoerd

onder 9.795 patiënten met type 2 diabetes mellitus, werd een statistisch significante stijging van het aantal gevallen van pancreatitis waargenomen bij patiënten die fenofibraat kregen ten opzichte van patiënten die een placebo kregen (0,8% versus 0,5%; p=0,031).

Trombo-embolie

In de FIELD-studie werd een statistisch significante stijging waargenomen van de incidentie van longembolie (0,7% [32/4.900 patiënten] in de placebogroep versus 1,1% [53/4.895 patiënten] in de fenofibraatgroep; p=0,022) en een statistisch niet-significante verhoging van diepe veneuze trombose (placebo 1,0% [48/4.900 patiënten] versus fenofibraat 1,4% [67/4.895 patiënten]; p=0,074).

Myopathie

**In een klinisch onderzoek kwam myopathie vaak voor bij patiënten behandeld met simvastatine 80 mg/dag, vergeleken met patiënten behandeld met 20 mg/dag (respectievelijk 1,0% en 0,02%).

Hypersensitiviteitssyndroom

*** In zeldzame gevallen is een duidelijk hypersensitiviteitssyndroom gemeld, waaronder enkele van de volgende kenmerken: angio-oedeem, lupusachtig syndroom, polymyalgia rheumatica, dermatomyositis, vasculitis, trombocytopenie, eosinofilie, verhoogde bezinkingssnelheid erytrocyten, artritis en artralgie, urticaria, fotosensitiviteit, koorts, blozen, dyspneu en malaise.

Diabetes mellitus

**** Diabetes mellitus: patiënten met verhoogd risico (nuchtere glucose 5,6 tot 6,9 mmol/l,

BMI > 30 kg/m2, verhoogde triglyceriden, hypertensie) dienen klinisch en biochemisch te worden gecontroleerd volgens de nationale richtlijnen.

Bloedhomocysteïnespiegel verhoogd

***** In de FIELD-studie was de gemiddelde stijging van de homocysteïnespiegel in het bloed bij patiënten behandeld met fenofibraat 6,5 µmol/l. De stijging was na het staken van de behandeling met fenofibraat omkeerbaar.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in Appendix V.

4.9Overdosering

Cholib

Een specifiek antidotum is niet bekend. Als overdosering wordt vermoed, moeten zo nodig ondersteunende maatregelen worden getroffen en een symptomatische behandeling worden ingesteld.

Fenofibraat

Er zijn slechts anekdotische gevallen van fenofibraatoverdosering gemeld. In de meeste gevallen werden geen symptomen van overdosering gemeld. Fenofibraat kan niet worden geëlimineerd door hemodialyse.

Simvastatine

Er zijn enkele gevallen van simvastatineoverdosering gemeld; de maximum ingenomen dosis was 3,6 g. Alle patiënten herstelden zonder blijvende gevolgen. Er is geen specifieke behandeling

tegen overdosering. In dergelijke gevallen dienen symptomatische en ondersteunende maatregelen te worden getroffen.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Lipidenmodificerende stoffen, HMG-CoA-reductase-inhibitoren in combinatie met andere lipidenmodificerende stoffen, ATC-code: C10BA04.

Werkingsmechanisme

Fenofibraat

Fenofibraat is een fibrinezuurderivaat waarvan het bij de mens gerapporteerde lipidemodificerende effect wordt gemedieerd via activering van PPARα (peroxisoomproliferatorgeactiveerd receptortype alfa).

Via activering van PPARα activeert fenofibraat de productie van lipoproteïnelipase en verlaagt fenofibraat de productie van apoproteïne CIII. Activering van PPARα veroorzaakt ook een toename van de synthese van de apoproteïnen AI en AII.

Simvastatine

Simvastatine is een onwerkzaam lacton dat in de lever wordt gehydrolyseerd tot de overeenkomstige actieve bèta-hydroxyzuurvorm, een krachtige remmer van HMG-CoA-reductase (3-hydroxy-3-methylglutaryl-coënzym-A-reductase). Dit enzym katalyseert de omzetting van

HMG-CoA in mevalonaat, een vroege en snelheidsbeperkende stap in de biosynthese van cholesterol.

Cholib:

Cholib bevat fenofibraat en simvastatine, die een verschillend werkingsmechanisme hebben, zoals hierboven beschreven.

Farmacodynamische effecten

Fenofibraat

Studies van het effect van fenofibraat op lipoproteïnefracties tonen dalingen van de spiegels van LDL- en VLDL-cholesterol (VLDL-C). De HDL-C-spiegels zijn vaak verhoogd. LDL- en VLDL-triglyceriden zijn verlaagd. Het totaaleffect is een daling in de verhouding van lipoproteïnen met lage en zeer lage dichtheid tot lipoproteïnen met hoge dichtheid.

Fenofibraat heeft ook een uricosurisch effect dat leidt tot een verlaging van de urinezuurspiegels van ongeveer 25%.

Simvastatine

Van simvastatine is aangetoond dat het zowel verhoogde als normale concentraties LDL-C-concentraties verlaagt. LDL wordt gevormd uit VLDL (very low density lipoproteïne) en overwegend afgebroken door de LDL-receptor met hoge affiniteit. Bij het mechanisme van het LDL-verlagende effect van simvastatine kan zowel verlaging van de concentratie VLDL-cholesterol (VLDL-C) als inductie van de LDL-receptor betrokken zijn, met als gevolg een verminderde productie en een verhoogde afbraak van LDL-cholesterol. Apolipoproteïne B daalt ook aanzienlijk tijdens de behandeling met simvastatine. Daarnaast geeft simvastatine een matige verhoging van het HDL-cholesterol en een verlaging van plasma-TG. Als gevolg van deze veranderingen dalen de verhoudingen tussen TC en HDL-C, en LDL-C en HDL-C.

Cholib

De respectieve effecten van simvastatine en fenofibraat zijn complementair.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

Cholib

In het klinische programma zijn vier klinische kernonderzoeken uitgevoerd. In totaal 7.583 personen met gemengde dyslipidemie begonnen aan een statine-inloopperiode van 6 weken. Hiervan

werden 2.474 personen gerandomiseerd voor een behandeling van 24 weken, 1.237 personen kregen gelijktijdig fenofibraat en simvastatine toegediend, 1.230 personen kregen alleen statine als monotherapie. Toediening vond in alle gevallen 's avonds plaats.

Gebruikt type en dosis statine:

 

 

Week 0 tot week 12

Week 12 tot week 24

Onderzo

Statine-

Statine-

Gelijktijdige

Statine-

Gelijktijdige

ek

inloopperio

monothera

toediening

monothera

toediening

 

de

pie

fenofibraat/simvast

pie

fenofibraat/simvast

 

6 weken

 

atine

 

atine

Simvastatin

Simvastatin

Simvastatine

Simvastatin

Simvastatine

 

e

e

20 mg

e

40 mg

 

20 mg

40 mg

 

40 mg

 

Simvastatin

Simvastatin

Simvastatine

Simvastatin

Simvastatine

 

e

e

40 mg

e

40 mg

 

40 mg

40 mg

 

40 mg

 

Atorvastatin

Atorvastatin

Simvastatine

Atorvastatin

Simvastatine

 

e

e

20 mg

e

40 mg

 

10 mg

10 mg

 

20 mg

 

Pravastatine

Pravastatine

Simvastatine

Pravastatine

Simvastatine

 

40 mg

40 mg

20 mg

40 mg

40 mg

Cholib 145/40

Onderzoek 0502 evalueerde een constante dosis van een combinatie van fenofibraat/simvastatine en een statinecomparator gedurende het hele dubbelblinde onderzoek van 24 weken. Het primaire werkzaamheidscriterium was superioriteit van de combinatie van 145 mg fenofibraat en 40 mg simvastatine versus 40 mg simvastatine voor de TG- en LDL-C-afname en HDL-C-toename

na 12 weken.

Na 12 en 24 weken bleek de combinatie van 145 mg fenofibraat en 40 mg simvastatine

(F145/S40) superieur te zijn aan 40 mg simvastatine (S40) voor de TG-afname en HDL-C-toename.

De combinatie F145/S40 bleek alleen na 24 weken voor de LDL-C-afname superieur te zijn aan S40, vanaf een niet-significante extra LDL-C-afname van 1,2% na 12 weken tot een statistisch significante afname van 7,2% na 24 weken.

Percentuele wijziging van TG, LDL-C en HDL-C vanaf de uitgangssituatie tot 12 en 24 weken

Volledige analyse van steekproef

Lipidenparameter

Feno 145+Simva 40

Simva 40

Vergelijking

P-waarde

(mmol/l)

(N=221)

(N=219)

behandeling*

 

Na 12 weken

% gemiddelde wijziging (SD)

 

 

TG

-27,18 (36,18)

-0,74 (39,54)

-28,19

<0,001

 

 

 

(-32,91; -23,13)

 

LDL-C

-6,34 (23,53)

-5,21 (22,01)

-1,24

0,539

 

 

 

(-5,22; 2,7)

 

HDL-C

5,77 (15,97)

-0,75 (12,98)

6,46

<0,001

 

 

 

(3,83; 9,09)

 

Na 24 weken

% gemiddelde

wijziging (SD)

 

 

TG

-22,66 (43,87)

1,81 (36,64)

-27,56

<0,001

 

 

 

(-32,90; -21,80)

 

LDL-C

-3,98 (24,16)

3,07 (30,01)

-7,21

0,005

 

 

 

(-12,20; -2,21)

 

HDL-C

5,08 (16,10)

0,62 (13,21)

4,65

0,001

 

 

 

(1,88; 7,42)

 

*Vergelijking behandeling bestaat uit het verschil tussen het kleinste-kwadratengemiddelde voor Feno 145 + Simva 40 en Simva 40, en de overeenkomende 95% BI.

De resultaten voor de onderzochte biologische parameters na 24 weken worden weergegeven in de volgende tabel. F145/S40 bleek statistisch significant superieur te zijn voor alle parameters, behalve voor de stijging van ApoA1.

ANCOVA (covariantie-analyse) van het percentage wijziging in TC, niet-HDL-C, ApoAI, ApoB,

ApoB/ApoAI en fibrinogeen vanaf de uitgangswaarde tot en met 24 weken – volledige steekproefanalyse

Parameter

Behandelingsgroep

N

Gemiddelden

Vergelijking

P-waarde

 

 

 

(SD)

behandeling*

 

TC (mmol/l)

Feno 145 +

-4,95 (18,59)

 

 

 

Simva 40

1,69 (20,45)

-6,76 (-10,31; -3,20)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

Niet-HDL-C

Feno 145 +

-7,62 (23,94)

 

 

(mmol/l)

Simva 40

2,52 (26,42)

-10,33 (-14,94; -5,72)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

Apo AI (g/l)

Feno 145 +

5,79 (15,96)

 

 

 

Simva 40

4,02 (13,37)

2,34 (-0,32; 4,99)

0,084

 

Simva 40

 

 

 

 

Apo B (g/l)

Feno 145 +

-2,95 (21,88)

 

 

 

Simva 40

6,04 (26,29)

-9,26 (-13,70; -4,82)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

Apo B/Apo AI

Feno 145 +

-4,93 (41,66)

 

 

 

Simva 40

3,08 (26,85)

-8,29 (-15,18; -1,39)

0,019

 

Simva 40

 

 

 

 

Fibrinogeen*

Feno 145 +

-29 (0,04)

 

 

(g/l)

Simva 40

0,01 (0,05)

-0,30 (-0,41; -0,19)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

*Vergelijking behandeling bestaat uit het verschil tussen het kleinste-kwadratengemiddelde voor Feno 145 + Simva 40 en Simva 40, en de overeenkomende 95% BI. SD (standaarddeviatie)

Cholib 145/20

Onderzoek 0501 evalueerde 2 verschillende doses van een combinatie van fenofibraat/simvastatine in vergelijking met 40 mg simvastatine gedurende een dubbelblind onderzoek van 24 weken. Het primaire werkzaamheidscriterium was superioriteit van de combinatie van 145 mg fenofibraat

en 20 mg simvastatine versus 40 mg simvastatine voor de TG-afname en toename van HDL-C en niet-inferioriteit voor afname van LDL-C na 12 weken.

Gemiddeld percentage wijziging vanaf de uitgangswaarde tot 12 weken volledige steekproefanalyse

Parameter

Feno 145+Simva 20

Simva 40

Vergelijking

P-waarde

 

(N=493)

(N=505)

behandeling*

 

 

Gemiddelde (SD)

Gemiddelde (SD)

 

 

 

 

TG (mmol/l)

-28,20 (37,31)

-4,60 (40,92)

-26,47 (-30,0; -22,78)

<0,001

LDL-C (mmol/l)

-5,64 (23,03)

-10,51 (22,98)

4,75

(2,0; 7,51)

n.v.t.

HDL-C (mmol/l)

7,32 (15,84)

1,64 (15,76)

5,76

(3,88; 7,65)

<0,001

TC (mmol/l)

-6,00 (15,98)

-7,56 (15,77)

1,49

(-0,41; 3,38)

0,123

Niet-HDL-C

-9,79

(21,32)

-9,79

(20,14)

-0,11

(-2,61; 2,39)

0,931

(mmol/l)

 

 

 

 

 

 

 

 

Apo AI (g/l)

3,97 (13,15)

0,94 (13,03)

2,98

(1,42; 4,55)

<0,001

Apo B (g/l)

-6,52

(21,12)

-7,97

(17,98)

1,22

(-1,19; 3,63)

0,320

Apo B/Apo AI

-8,49

(24,42)

-7,94

(18,96)

-0,73

(-3,44; 1,97)

0,595

Fibrinogeen (g/l)

-0,31

(0,70)

-0,02

(0,70)

-0,32

(-0,40; -0,24)

< 0,001

*Vergelijking behandeling bestaat uit het verschil tussen het kleinste-kwadratengemiddelde voor Feno 145 + Simva 20 en Simva 40, en de overeenkomende 95% BI.

Na de eerste 12 behandelingsweken bleek de combinatie van 145 mg fenofibraat en 20 mg simvastatine superieur te zijn aan 40 mg simvastatine voor de TG-afname en HDL-C-toename, maar voldeed niet aan de criteria van niet-inferioriteit voor LDL-C. De combinatie van 145 mg fenofibraat en 20 mg simvastatine bewees statistisch significant superieur te zijn bij Apo A1-toename en fibrinogeen-afname vergeleken met 40 mg simvastatine.

Ondersteunende studie

Het ACCORD-lipidenonderzoek (Action to Control Cardiovascular Risk in Diabetes) was een gerandomiseerd placebogecontroleerd onderzoek met 5518 patiënten met type 2 diabetes mellitus

die werden behandeld met fenofibraat naast simvastatine. Behandeling met fenofibraat en simvastatine heeft geen significante verschillen opgeleverd vergeleken met simvastatine-monotherapie voor

de samengestelde primaire uitkomst van niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte en cardiovasculaire sterfte (hazard ratio [HR] 0,92; 95% BI 0,79-1,08, p = 0,32; absolute risicoreductie: 0,74%). In de vooraf bepaalde subgroep van patiënten met dyslipidemie, gedefinieerd als degenen in de laagste tertiel van HDL-C (≤ 34 mg/dl of 0,88 mmol/l) en hoogste tertiel van

TG (≥ 204 mg/dl of 2,3 mmol/l) bij aanvang, toonde behandeling met fenofibraat en simvastatine een relatieve reductie aan van 31% in vergelijking met simvastatine-monotherapie voor de samengestelde primaire uitkomst (hazard ratio [HR] 0,69, 95% BI 0,49-0,97, p = 0,03; absolute

risicoreductie: 4,95%). In een andere vooraf gespecificeerde subgroepanalyse werd een statistisch significante interactie bij geslachtsgebonden behandeling ontdekt (p = 0,01) die duidde op een mogelijk behandelvoordeel van combinatietherapie bij mannen (p = 0,037), maar een mogelijk hoger risico voor de primaire uitkomst bij vrouwen die werden behandeld met combinatietherapie vergeleken met simvastatine-monotherapie (p = 0,069). Dit was in de hiervoor vermelde subgroep van patiënten met dyslipidemie niet waargenomen, maar er was ook geen duidelijk bewijs van een voordeel voor dyslipidemische vrouwen die werden behandeld met fenofibraat en simvastatine, en een mogelijk schadelijk effect in deze subgroep kon niet worden uitgesloten.

Pediatrische patiënten

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Cholib in alle subgroepen van pediatrische patiënten met gecombineerde dyslipidemie (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

De geometrische gemiddelde ratio’s en 90% BI’s voor de vergelijking van AUC, AUC(0-t) en Cmax van de actieve metabolieten, fenofibrinezuur en simvastatinezuur, van de vaste-dosiscombinatie Cholib 145 mg/20 mg-tablet en de gelijktijdige toediening van de afzonderlijke tabletten fenofibraat 145 mg en simvastatine 20 mg, zoals gebruikt in het klinische programma, waren alle binnen het 80-125% bio-equivalentie-interval.

De geometrische gemiddelde maximale plasmaspiegel (Cmax) van de inactieve moederverbinding simvastatine was 2,7 ng/ml voor de vast-dosiscombinatie Cholib 145 mg/20 mg-tablet en 3,9 ng/ml voor de gelijktijdige toediening van de afzonderlijke tabletten 145 mg fenofibraat en 20 mg simvastatine, zoals gebruikt in het klinische programma.

De geometrische gemiddelde ratio’s en 90% BI’s voor de vergelijking van plasmablootstelling (AUC en AUC(0-t)) aan simvastatine na toediening van de vaste-dosiscombinatie

Cholib 145 mg/20 mg-tablet en na gelijktijdige toediening van de afzonderlijke tabletten met 145 mg fenofibraat en 20 mg simvastatine zoals gebruikt in het klinische programma waren alle binnen het 80-125% bio-equivalentie-interval.

Absorptie:

Maximale plasmaconcentraties (Cmax) van fenofibraat treden binnen 2 tot 4 uur na orale toediening op. Plasmaconcentraties zijn stabiel tijdens doorlopende behandeling bij elk individu.

Fenofibraat is niet in water oplosbaar en moet met voedsel worden ingenomen om de absorptie te vergemakkelijken. Het gebruik van gemicroniseerd fenofibraat en NanoCrystal®-technologie voor het preparaat van de fenofibraat 145 mg-tablet verbetert de absorptie.

In tegenstelling tot oudere preparaten met fenofibraat, zijn de maximale plasmaconcentratie en de totale blootstelling van dit preparaat onafhankelijk van de inname van voedsel.

Een onderzoek naar het effect van voeding bij toediening van dit preparaat van fenofibraat 145 mg tabletten aan gezonde mannelijke en vrouwelijke proefpersonen in nuchtere toestand en met een vetrijke maaltijd wees uit dat blootstelling (AUC en Cmax) aan fenofibrinezuur niet wordt beïnvloed door voedsel.

Daarom hoeft bij het innemen van fenofibraat in Cholib geen rekening te worden gehouden met maaltijden.

Kinetisch onderzoek na toediening van een enkelvoudige dosis en continue behandeling heeft aangetoond dat het geneesmiddel zich niet ophoopt.

Simvastatine is een onwerkzaam lacton dat in vivo gemakkelijk gehydrolyseerd wordt tot het overeenkomstige bèta-hydroxyzuur, een krachtige remmer van HMG-CoA-reductase. De hydrolyse vindt voornamelijk in de lever plaats; hydrolyse in menselijk plasma verloopt zeer traag.

Simvastatine wordt goed geabsorbeerd en ondergaat een uitgebreide first-passextractie in de lever. De extractie in de lever is afhankelijk van de hepatische bloedstroom. De lever is de plek waar de actieve vorm voornamelijk werkzaam is. De beschikbaarheid van het bèta-hydroxyzuur in de systemische circulatie na een orale dosis simvastatine bleek minder dan 5% van de dosis te zijn. De maximale plasmaconcentratie van actieve remmers wordt na ongeveer 1 tot 2 uur na toediening van simvastatine bereikt. Gelijktijdige inname van voedsel heeft geen effect op de absorptie.

Bij farmacokinetisch onderzoek met eenmalige en meervoudige doses simvastatine bleek dat er na meervoudige toediening geen accumulatie van het geneesmiddel optrad.

Distributie

Fenofibrinezuur wordt sterk gebonden aan plasma-albumine (meer dan 99%). De proteïnebinding van simvastatine en de actieve metaboliet is > 95%.

Biotransformatie en eliminatie

Na orale toediening wordt fenofibraat snel gehydrolyseerd door esterasen tot de actieve metaboliet fenofibrinezuur. In het plasma kan geen onveranderd fenofibraat worden gedetecteerd. Fenofibraat is geen substraat voor CYP3A4. Er is geen hepatisch microsomaal metabolisme bij betrokken.

Het geneesmiddel wordt voornamelijk uitgescheiden in de urine. Vrijwel alle geneesmiddel wordt binnen 6 dagen uitgescheiden. Fenofibraat wordt voornamelijk uitgescheiden in de vorm van fenofibrinezuur en het bijbehorende glucuronideconjugaat. Bij oudere patiënten is de schijnbare totale plasmaklaring van fenofibrinezuur niet gewijzigd.

Kinetisch onderzoek na toediening van een enkelvoudige dosis en continue behandeling heeft aangetoond dat het geneesmiddel niet accumuleert. Fenofibrinezuur wordt niet geëlimineerd door hemodialyse.

Gemiddelde plasmahalfwaardetijd: de eliminatiehalfwaardetijd van fenofibrinezuur bedraagt ongeveer 20 uur.

Simvastatine is een substraat van CYP3A4. Simvastatine wordt actief in de hepatocyten opgenomen door het transporteiwit OATP1B1. De belangrijkste metabolieten van simvastatine in menselijk plasma zijn het bèta-hydroxyzuur en daarnaast vier actieve metabolieten. Na een orale

dosis radioactief simvastatine bij de mens werd 13% van de radioactiviteit in de urine uitgescheiden en 60% in de feces binnen 96 uur. De in de feces teruggevonden hoeveelheid vertegenwoordigt geabsorbeerde geneesmiddelequivalenten die in de gal zijn uitgescheiden, evenals niet-geabsorbeerd geneesmiddel. Na een intraveneuze injectie van de bèta-hydroxyzuurmetaboliet, bedroeg de halfwaardetijd ongeveer 1,9 uur. Gemiddeld slechts 0,3% van de intraveneuze dosis wordt in de vorm van remmers uitgescheiden met de urine.

In twee kleine onderzoeken (n=12) en vervolgens in een groter onderzoek (n=85) bij gezonde personen, is de invloed van herhaalde toediening van fenofibraat op de farmacokinetiek van één of meerdere doses simvastatine onderzocht.

In één onderzoek was de AUC van het simvastatinezuur (SVA), een belangrijke actieve metaboliet van simvastatine, gereduceerd met 42% (90% BI 24%-56%) als één dosis van 40 mg simvastatine werd gecombineerd met herhaalde toediening van 160 mg fenofibraat. In het andere onderzoek [Bergman ea, 2004] leidde herhaalde gelijktijdige toediening van 80 mg simvastatine en 160 mg fenofibraat tot een reductie van 36% (90% CI 30%-42%) in de AUC aan SVA. In het grotere onderzoek werd een reductie van 21% (90% BI 14%-27%) in de AUC van SVA waargenomen na herhaalde gelijktijdige toediening van 40 mg simvastatine en 145 mg fenofibraat ´s avonds. Dit week niet significant af van de reductie van 29% (90% BI 22%-35%) in de AUC van SVA, waargenomen bij gelijktijdige toediening met een tussenperiode van 12 uur: 40 mg simvastatine ´s avonds en 145 mg fenofibraat ´s morgens.

Het is niet onderzocht of fenofibraat invloed had op andere actieve metabolieten van simvastatine.

Het precieze werkingsmechanisme is niet bekend. In de beschikbare klinische gegevens wordt het effect op LDL-cholesterolreductie niet beschouwd als significant verschillend van simvastatine-monotherapie als het LDL-cholesterol aan het begin van de behandeling onder controle is.

De herhaalde toediening van 40 of 80 mg simvastatine, de hoogste geregistreerde dosis, had geen invloed op de gehalten van fenofibrinezuur in evenwichttoestand in het plasma.

Speciale populaties

Bij dragers van het c.521T>C-allel op het SLCO1B1-gen is de OATP1B1-activiteit lager. De gemiddelde blootstelling (AUC) van de belangrijkste actieve metaboliet, simvastatinezuur, is 120% bij heterozygote dragers (CT) van het C-allel en 221% bij homozygote dragers (CC), vergeleken met patiënten die het meest gangbare genotype (TT) hebben. In de Europese populatie komt het C-allel voor met een frequentie van 18%. Bij patiënten met SLCO1B1-polymorfisme bestaat een risico op verhoogde blootstelling aan simvastatine, wat kan leiden tot een verhoogd risico op rabdomyolyse (zie rubriek 4.4).

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Er zijn geen preklinische onderzoeken uitgevoerd met de vaste-dosiscombinatie Cholib.

Fenofibraat

Onderzoeken naar acute toxiciteit hebben geen relevante informatie over specifieke toxiciteit van fenofibraat opgeleverd.

In een oraal, niet-klinisch onderzoek van drie maanden bij ratten met fenofibrinezuur, de actieve metaboliet van fenofibraat, zijn toxiciteit voor de skeletspieren (met name spieren rijk aan type I – langzaam oxiderende – spiervezels) en cardiale degeneratie, bloedarmoede en verminderd lichaamsgewicht waargenomen bij blootstellingniveaus van ≥50 maal de blootstelling bij de mens voor de skelettoxiciteit en >15 maal voor de cardiomyotoxiciteit.

Bij honden die gedurende 3 maanden zijn behandeld bij blootstellingen van ongeveer 7 maal de klinische AUC, kwamen reversibele zweren en erosies in het maagdarmkanaal voor.

Onderzoeken naar mutageniteit van fenofibraat waren negatief.

In onderzoeken naar carcinogeniciteit zijn bij ratten en muizen levertumoren aangetroffen die toe te schrijven zijn aan peroxisoom-proliferatie. Deze veranderingen zijn specifiek voor knaagdieren en zijn bij vergelijkbare dosisniveaus niet waargenomen bij andere diersoorten. Dit is niet van belang voor therapeutisch gebruik bij de mens.

Onderzoeken bij muizen, ratten en konijnen brachten geen teratogene effecten aan het licht. Embryotoxische effecten zijn waargenomen bij doses in het bereik van maternale toxiciteit. Bij hoge doses zijn verlenging van de drachtperiode en moeilijkheden bij de bevalling waargenomen.

Er zijn geen effecten op de vruchtbaarheid waargenomen in niet-klinische onderzoeken naar reproductietoxiciteit van fenofibraat. Reversibele hypospermie en testikelvacuolisatie en immaturiteit van de ovaria zijn echter wel waargenomen in een toxiciteitsonderzoek met herhaalde doses fenofibrinezuur bij jonge honden.

Simvastatine

Op basis van conventioneel dieronderzoek naar farmacodynamiek, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeniteit zijn er geen andere risico’ s voor de patiënt dan die welke op grond van het farmacologische mechanisme kunnen worden verwacht. Bij maximaal verdragen doses bij zowel de rat als het konijn veroorzaakte simvastatine geen foetale misvormingen en had het geen effect op de vruchtbaarheid, de voortplantingsfunctie of neonatale ontwikkeling.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Tabletkern:

Butylhydroxyanisol (E320) Lactosemonohydraat Natriumlaurylsulfaat

Zetmeel, gepregelatiniseerd (maïs) Docusaatnatrium

Sucrose Citroenzuurmonohydraat (E330) Hypromellose (E464) Crospovidon (E1202) Magnesiumstearaat (E572)

Gesiliconiseerde microkristallijne cellulose (bestaande uit cellulose, microkristallijn en silicium, colloïdaal watervrij)

Ascorbinezuur (E300)

Filmomhulling:

Poly(vinylalcohol), gedeeltelijk gehydrolyseerd (E1203)

Titaniumdioxide (E171)

Talk (E553b)

Lecithine (verkregen uit sojabonen (E322))

Xanthaangom (E415)

Rood ijzeroxide (E172)

Geel ijzeroxide (E172)

Zonnegeel FCF (E110)

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

2 jaar.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 30°C.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Blisterverpakkingen (alu/alu).

Verpakkingsgrootten: 10, 30 en 90 filmomhulde tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Mylan Products Ltd, 20 station Close, Potters Bar, EN6 ITL Verenigd Koninkrijk

8.NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/13/866/001-002

EU/1/13/866/005

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 augustus 2013

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Cholib 145 mg/40 mg filmomhulde tabletten

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Eén filmomhulde tablet bevat 145 mg fenofibraat en 40 mg simvastatine.

Hulpstof(fen) met bekend effect:

Eén filmomhulde tablet bevat 194,7 mg lactose (als monohydraat), 145 mg sucrose en 0,8 mg lecithine (verkregen uit sojabonen (E322)).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Filmomhulde tablet (tablet).

Ovale, biconvexe, steenrode, filmomhulde tablet van 19,3 x 9,3 mm met schuine randen en de inscriptie 145/40 aan de ene en het Abbott-logo aan de andere kant.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Cholib is geïndiceerd als aanvullende therapie naast dieet en lichaamsbeweging bij volwassen patiënten met hoog cardiovasculair risico die lijden aan gemengde dyslipidemie. Cholib verlaagt het triglyceridengehalte en verhoogt de HDL-cholesterolspiegels indien de LDL-cholesterolspiegels afdoende worden gecontroleerd met een overeenkomende dosis simvastatine-monotherapie.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Secundaire oorzaken van hyperlipidemie, zoals onbehandelde type 2 diabetes mellitus, hypothyroïdie, nefrotisch syndroom, dysproteïnemie, obstructieve leverziekte, farmacologische behandeling (zoals oraal oestrogeen) en alcoholisme dienen afdoende te worden behandeld voordat therapie met Cholib wordt overwogen en patiënten dienen op een standaard cholesterol- en triglyceridenverlagend dieet te worden gezet dat tijdens de behandeling moet worden voortgezet.

Dosering

De aanbevolen dosering is één tablet per dag. Grapefruitsap dient te worden vermeden (zie rubriek 4.5).

Reactie op de behandeling dient te worden gecontroleerd door bepaling van serumlipidenwaarden (totaal cholesterol (TC), LDL-C, triglyceriden (TG).

Oudere patiënten (≥ 65 jaar)

Aanpassing van de dosis is niet nodig. De gebruikelijke dosis wordt aanbevolen, behalve bij verminderde nierfunctie met een geschatte glomerulaire filtratiesnelheid < 60 ml/min/1,73 m2 waarbij Cholib gecontra-indiceerd is (zie rubriek 4.3).

Patiënten met verminderde nierfunctie

Cholib is gecontra-indiceerd bij patiënten met matige tot ernstige nierinsufficiëntie bij wie de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid < 60 ml/min/1,73 m2 is (zie rubriek 4.3).

Cholib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met milde nierinsufficiëntie bij wie de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid 60 tot 89 ml/min/1,73 m2 bedraagt (zie rubriek 4.3).

Patiënten met verminderde leverfunctie

Cholib is niet onderzocht bij patiënten met verminderde leverfunctie en is daarom in deze populatie gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Pediatrische patiënten

Cholib is gecontra-indiceerd bij kinderen en jongeren tot 18 jaar (zie rubriek 4.3).

Wijze van toediening

Elke tablet dient in zijn geheel met een glas water te worden ingenomen. De tabletten mogen niet worden fijngemaakt of gekauwd. Ze mogen met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen, pinda, soja of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen) (zie ook rubriek 4.4).

Bekende lichtallergie of fototoxische reactie tijdens de behandeling met fibraten of ketoprofen.

Actieve leverziekte of onverklaarbare, aanhoudende verhoging van serumtransaminasen.

Bekende galblaasaandoening.

Chronische of acute pancreatitis met uitzondering van acute pancreatitis als gevolg van ernstige hypertriglyceridemie.

Matige tot ernstige nierinsufficiëntie (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid

<60 ml/min/1,73 m2).

Gelijktijdige toediening van fibraten, statines, danazol, ciclosporine of krachtige CYP3A4-remmers (cytochroom P450 3A4) (zie rubriek 4.5).

Pediatrische patiënten (jonger dan 18 jaar).

Zwangerschap en borstvoeding (zie rubriek 4.6).

Persoonlijke geschiedenis van myopathie en/of rabdomyolyse met statines en/of fibraten of bevestigde verhoogde creatinefosfokinase van meer dan 5 keer de bovengrens van normaal onder een vorige behandeling met statines (zie rubriek 4.4).

Gelijktijdige toediening van amiodaron, verapamil, amlodipine of diltiazem (zie rubriek 4.5).

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Spieren

Skeletspiertoxiciteit, waaronder zeldzame gevallen van rabdomyolyse met of zonder nierfalen, zijn gemeld bij toediening van lipidenverlagende stoffen, zoals fibraten en statines. Het risico op myopathie met statines en fibraten is bekend en wordt in verband gebracht met de dosis van elke component en de aard van het fibraat.

Verminderde functie van transporteiwitten

Verminderde functie van hepatische OATP-transporteiwitten kan de systemische blootstelling aan simvastatine verhogen en de kans vergroten op myopathie en rabdomyolyse. Verminderde functie kan optreden als gevolg van remming door geneesmiddeleninteractie (bijv. met ciclosporine) of bij patiënten die drager zijn van het genotype SLCO1B1 c.521T>C.

Patiënten die drager zijn van het SLCO1B1-genallel (c.521T>C) dat codeert voor een minder actief OATP1B1-eiwit hebben een verhoogde systemische blootstelling aan simvastatine en een grotere kans op myopathie. De kans op myopathie die samenhangt met hoge dosering van simvastatine (80 mg), is ongeveer 1% in het algemeen, zonder genetische test. Op grond van resultaten van de SEARCH-studie wordt aangenomen dat dragers van homozygote C-allelen (ook CC genoemd), die worden behandeld met 80 mg, een kans van 15% hebben op myopathie binnen één jaar, terwijl deze kans bij dragers van

heterozygote C-allelen (CT) 1,5% is. Bij patiënten met het meest gangbare genotype (TT) is de overeenkomstige kans 0,3% (zie rubriek 5.2).

Immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM)

Er zijn zeer zeldzame meldingen gedaan van immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM) gedurende of na behandeling met sommige statines. IMNM wordt klinisch gekenmerkt door persisterende proximale spierzwakte en verhoogd serumcreatinekinase, die aanhouden ondanks stopzetting van de statinebehandeling.

Maatregelen om het risico op myopathie door geneesmiddelinteracties te verlagen

Het risico op spiertoxiciteit kan hoger zijn als Cholib wordt toegediend met een ander fibraat, statine, niacine, fusidinezuur of andere specifieke concomitante stoffen (voor specifieke vormen van interactie zie rubriek 4.5). Artsen die combinatietherapie overwegen met Cholib en lipidemodificerende doses (≥ 1 g/dag) niacine (nicotinezuur) of geneesmiddelen die nicotinezuur bevatten, dienen de mogelijke risico's en voordelen zorgvuldig af te wegen en dienen patiënten zorgvuldig te controleren op symptomen van pijnlijke, gevoelige of zwakke spieren, vooral tijdens de eerste maanden van

de behandeling en als de dosis van één van de geneesmiddelen wordt verhoogd.

Bij gelijktijdige toediening van simvastatine en krachtige CYP3A4-remmers is het risico op myopathie en rabdomyolyse significant verhoogd (zie rubriek 4.5).

Cholib mag niet samen met fusidinezuur worden toegediend. Bij patiënten die een statine in combinatie met fusidinezuur kregen toegediend, zijn gevallen (soms met fatale afloop) van rabdomyolyse gemeld (zie rubriek 4.5). Bij patiënten voor wie systemisch gebruik van fusidinezuur van essentieel belang wordt geacht, dient behandeling met statines gedurende de behandeling met fusidinezuur te worden gestaakt. De patiënt moet worden geadviseerd onmiddellijk medische hulp in te roepen wanneer hij/zij symptomen van pijn, gevoeligheid of zwakte van spieren ervaart.

Zeven dagen na de laatste dosis fusidinezuur mag de statinetherapie worden hervat. In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer langdurige systemische behandeling met fusidinezuur is vereist, bijvoorbeeld voor de behandeling van ernstige infecties, dient gelijktijdig gebruik van Cholib en fusidinezuur alleen per patiënt en onder strikt medisch toezicht te worden overwogen.

Creatinekinasemeting

Het creatinekinase mag niet worden gemeten na zware inspanning of bij aanwezigheid van enige andere plausibele reden voor verhoogde creatinekinase, aangezien dit de interpretatie van de waarden bemoeilijkt. Als de uitgangswaarden van de creatinekinaseniveaus significant verhoogd zijn

(> 5 x uitgangswaarde), dienen de niveaus binnen 5 tot 7 dagen opnieuw te worden gemeten om de resultaten te bevestigen.

Vóór aanvang van de behandeling

Alle patiënten bij wie behandeling wordt ingesteld of van wie de dosis simvastatine wordt verhoogd, dienen geïnformeerd te worden over het risico op myopathie en hen moet worden geadviseerd om onverklaarbare pijn, gevoeligheid of zwakte van de spieren direct te melden.

Bijzondere voorzichtigheid dient in acht te worden genomen bij patiënten met predisponerende factoren voor rabdomyolyse. Om een referentie-uitgangswaarde vast te stellen, dient in de volgende gevallen het creatinekinase vóór aanvang van een behandeling te worden gemeten:

Ouderen ≥ 65 jaar

Vrouwelijk geslacht

Verminderde nierfunctie

Onbehandelde hypothyroïdie

Hypoalbuminemie

Persoonlijke of familiale geschiedenis van hereditaire spieraandoeningen

Voorgeschiedenis van spiertoxiciteit met een statine of een fibraat

Alcoholmisbruik

In dergelijke situaties dient het risico van de behandeling te worden afgewogen tegen het mogelijke voordeel, en wordt klinische controle aanbevolen.

Om een referentie-uitgangswaarde vast te stellen, dienen de creatinefosfokinaseniveaus te worden gemeten en wordt klinische controle aanbevolen.

Als een patiënt eerder op een fibraat of een statine een spieraandoening heeft gehad, dient behandeling met een ander lid van die klasse altijd voorzichtig te worden ingesteld. Als de uitgangswaarden van de creatinekinaseniveaus significant verhoogd zijn (> 5 x uitgangswaarde), mag de behandeling niet worden gestart.

Als om een andere reden myopathie wordt vermoed, dient de behandeling gestaakt te worden.

Een paar dagen voorafgaand aan grote electieve chirurgie en wanneer zich een grote medische of chirurgische aandoening voordoet, dient behandeling met Cholib tijdelijk te worden gestaakt.

Leveraandoeningen

Bij sommige patiënten behandeld met simvastatine of fenofibraat is een verhoging van de transaminasespiegels gemeld. De verhoging was in de meeste gevallen voorbijgaand, laag en asymptomatisch en het was niet nodig om de behandeling te staken.

Transaminasespiegels moeten worden gecontroleerd voordat de behandeling begint, elke 3 maanden tijdens de eerste 12 maanden van de behandeling en vervolgens periodiek. Er dient aandacht te worden besteed aan patiënten bij wie de transaminasespiegels stijgen. De behandeling dient gestaakt te worden als de spiegels van aspartaataminotransferase (ASAT), ook wel serumglutamaatoxaalacetaattransaminase (SGOT) genoemd, en alanineaminotransferase (ALAT), ook wel serumglutamaatpyruvaattransaminase (SGPT) genoemd, stijgen tot meer dan drie keer de bovengrens van de normaalwaarde.

Wanneer zich symptomen van hepatitis voordoen (bijv. geelzucht, pruritus) en deze diagnose door laboratoriumtesten wordt bevestigd, dient behandeling met Cholib te worden gestaakt.

Bij patiënten die veel alcohol gebruiken dient Cholib voorzichtig gebruikt te worden.

Pancreatitis

Pancreatitis is gemeld bij patiënten die fenofibraat gebruiken (zie de rubrieken 4.3 en 4.8). Deze gebeurtenis kan wijzen op falende werkzaamheid bij patiënten met ernstige hypertriglyceridemie, een geïnduceerde verhoogde concentratie van pancreasenzymen of een secundair fenomeen gemedieerd door galwegstenen of slibvorming met obstructie van de ductus choledochus.

Nierfunctie

Cholib is gecontra-indiceerd bij matig tot ernstig verminderde nierfunctie (zie rubriek 4.3).

Cholib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met milde renale insufficiëntie bij wie de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid 60 tot 89 ml/min/1,73 m2 bedraagt (zie rubriek 4.2).

Bij patiënten die fenofibraat als monotherapie of gelijktijdig met statines toegediend krijgen, zijn reversibele verhogingen van serumcreatinine gemeld. Verhogingen in serumcreatinine waren over het algemeen stabiel in de tijd, zonder aanwijzingen voor verdere stijging bij langdurige behandeling, en keerden na het staken van de behandeling over het algemeen terug naar de uitgangswaarde.

In klinische onderzoeken steeg bij 10% van de patiënten die gelijktijdig fenofibraat en simvastatine kregen toegediend het creatinine meer dan 30 µmol/l boven de uitgangswaarde. Dit gebeurde bij slechts 4,4% van de patiënten die statine als monotherapie kregen. 0,3% van de patiënten met

gelijktijdige toediening vertoonde een klinisch relevante stijging van de creatininewaarden tot > 200 µmol/l.

Behandeling dient onderbroken te worden wanneer de creatininespiegel meer dan 50% hoger is dan de bovengrens van normaal. Het wordt aanbevolen om creatinine te meten tijdens de eerste 3 maanden na aanvang van de behandeling en daarna periodiek.

Interstitiële longziekte

Gevallen van interstitiële longziekte zijn gemeld bij gebruik van bepaalde statines en bij fenofibraat, met name bij langdurige behandeling (zie rubriek 4.8). De kenmerken zijn onder meer dyspneu, niet-productieve hoest en algemene deterioratie van de lichamelijke gezondheid (vermoeidheid, gewichtsverlies en koorts). Indien het vermoeden bestaat dat een patiënt interstitiële longziekte heeft ontwikkeld, dient behandeling met Cholib te worden gestaakt.

Diabetes mellitus

Er zijn aanwijzingen dat statines als klasse een stijging van bloedglucose veroorzaken en bij sommige patiënten, met een hoog risico op diabetes, een niveau van hyperglykemie kunnen veroorzaken waarvoor formele diabeteszorg is aangewezen. Dit risico weegt echter op tegen het lagere vasculaire risico door gebruik van statines en mag daarom geen reden zijn de behandeling met statines te staken. Patiënten met verhoogd risico (nuchtere glucose 5,6 tot 6,9 mmol/l, BMI > 30 kg/m2, verhoogde triglyceriden, hypertensie) dienen klinisch en biochemisch te worden gecontroleerd volgens de nationale richtlijnen.

Veneuze trombo-embolische voorvallen

In de FIELD-studie werd een statistisch significante verhoging van de incidentie van longembolie gemeld (0,7% in de placebogroep versus 1,1% in de fenofibraatgroep; p=0,022) en een statistische niet-significante toename van diepe veneuze trombose (placebo 1,0%; 48/4.900 patiënten) versus fenofibraat 1,4% (67/4.895); p=0,074 waargenomen. Het verhoogde risico op gevallen van veneuze trombose kan zijn gerelateerd aan de verhoogde homocysteïnespiegel, een risicofactor voor trombose en andere onbekende factoren. De klinische betekenis hiervan is onduidelijk. Om deze reden dient voorzichtigheid in acht genomen te worden bij patiënten met een geschiedenis van longembolie.

Hulpstoffen

Dit geneesmiddel bevat lactose en mag om die reden niet worden gebruikt door patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp-lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie.

Dit geneesmiddel bevat sucrose en mag om die reden niet worden gebruikt door patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactosemalabsorptie of sucrase-isomaltase-insufficiëntie.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd met Cholib.

Interacties die betrekking hebben op monotherapie

CYP3A4-remmers

Simvastatine is een substraat van CYP3A4 (cytochroom P450 3A4).

Krachtige remmers van CYP3A4 verhogen het risico op myopathie en rabdomyolyse door de remmende werking op HMG-CoA-reductase in het plasma tijdens de behandeling met simvastatine te verhogen. Deze remmers zijn onder meer itraconazol, ketoconazol, posaconazol, erytromycine, claritromycine, telitromycine, HIV-proteaseremmers (zoals nelfinavir) en nefazodon.

Combinatie met itraconazol, ketoconazol, posaconazol, HIV-proteaseremmers (zoals nelfinavir), erytromycine, claritromycine, telitromycine en nefazodon is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3). Indien behandeling met itraconazol, ketoconazol, posaconazol, erytromycine, claritromycine of

telitromycine onvermijdelijk is, dient gebruik van Cholib voor de duur van de behandeling te worden opgeschort. Voorzichtigheid is geboden bij combinatie van Cholib met bepaalde andere, minder krachtige CYP3A4-remmers: fluconazol, verapamil of diltiazem (zie de rubrieken 4.3 en 4.4).

Danazol

Bij gelijktijdige toediening van danazol en simvastatine is het risico op myopathie en rabdomyolyse verhoogd. De simvastatinedosis mag niet hoger zijn dan 10 mg per dag voor patiënten die danazol gebruiken. Gelijktijdig gebruik van Cholib en danazol is daarom gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Ciclosporine

Bij gelijktijdige toediening van ciclosporine en simvastatine is het risico op myopathie en rabdomyolyse verhoogd. Hoewel het mechanisme niet volledig wordt begrepen, is aangetoond dat ciclosporine de blootstelling in plasma (AUC) aan simvastatinezuur verhoogt, waarschijnlijk mede door remming van CYP3A4 en het transporteiwit OATP1B1. Omdat de simvastatinedosis niet hoger mag zijn dan 10 mg per dag bij patiënten die ciclosporine gebruiken, is de gelijktijdige toediening van Cholib en ciclosporine gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Amiodaron, amlodipine, diltiazem en verapamil

Bij gelijktijdige toediening van amiodaron, amlodipine, diltiazem of verapamil en simvastatine 40 mg per dag, is het risico op myopathie en rabdomyolyse verhoogd.

In een klinisch onderzoek werd myopathie gemeld bij 6% van de patiënten die simvastatine 80 mg en amiodaron gebruikten, tegen 0,4% van de patiënten die alleen simvastatine 80 mg gebruikten.

Gelijktijdige toediening van amlodipine en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur met een factor 1,6.

Gelijktijdige toediening van diltiazem en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur met een factor 2,7, waarschijnlijk door remming van CYP3A4.

Gelijktijdige toediening van verapamil en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur in plasma met een factor 2,3, waarschijnlijk gedeeltelijk door remming van CYP3A4.

De Cholib-dosering mag daarom niet hoger zijn dan 145 mg/20 mg per dag voor patiënten die amiodaron, amlodipine, diltiazem of verapamil gebruiken.

Andere statines en fibraten

Gemfibrozil verhoogt de AUC van simvastatinezuur met een factor 1,9, mogelijk door remming van de glucuronidatie-pathway. Bij gelijktijdige toediening van gemfibrozil en simvastatine is het risico op myopathie en rabdomyolyse significant verhoogd. Patiënten die gelijktijdig andere fibraten of statines krijgen toegediend, hebben eveneens een verhoogd risico op rabdomyolyse. Gelijktijdig gebruik van Cholib en gemfibrozil, andere fibraten of statines is daarom gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Niacine (nicotinezuur)

Gevallen van myopathie/rabdomyolyse zijn in verband gebracht met gelijktijdige toediening van statines en niacine (nicotinezuur) bij lipidemodificerende doses (≥ 1 g/dag), wetende dat niacine en statines in monotherapie myopathie kunnen vooroorzaken.

Artsen die combinatietherapie overwegen met Cholib en lipidemodificerende doses (≥ 1 g/dag) niacine (nicotinezuur) of geneesmiddelen die nicotinezuur bevatten, moeten de mogelijke risico's en voordelen zorgvuldig afwegen en dienen patiënten zorgvuldig te controleren op klachten en symptomen van pijnlijke, gevoelige of zwakke spieren, vooral tijdens de eerste maanden van de behandeling en als de dosis van één van de geneesmiddelen wordt verhoogd.

Fusidinezuur

Bij gelijktijdige toediening van systemisch fusidinezuur en statines, is het risico op myopathie, inclusief rabdomyolyse, verhoogd. Gelijktijdige toediening van deze combinatie kan verhoogde plasmaconcentraties van beide middelen tot gevolg hebben. Het werkingsmechanisme van deze interactie (farmacodynamisch, farmacokinetisch of beide) is nog niet bekend. Bij patiënten die deze combinatie kregen toegediend, zijn gevallen (soms met fatale afloop) van rabdomyolyse gemeld.

Als behandeling met fusidinezuur nodig is, dient behandeling met Cholib voor de gehele duur van de behandeling met fusidinezuur te worden gestaakt. (Zie ook rubriek 4.4).

Grapefruitsap

Grapefruitsap remt CYP3A4. Gelijktijdige inname van grote hoeveelheden (meer dan 1 liter per dag) grapefruitsap en simvastatine verhoogde de blootstelling aan simvastatinezuur in plasma met een factor 7. Inname van 240 ml grapefruitsap ´s morgens en simvastatine ´s avonds leidde eveneens tot verhoogde blootstelling aan simvastatinezuur met een factor 1,9. Inname van grapefruitsap tijdens behandeling met Cholib dient daarom vermeden te worden.

Colchicine

Bij gelijktijdige toediening van colchicine en simvastatine bij patiënten met renale insufficiëntie, zijn gevallen van myopathie en rabdomyolyse gemeld. Patiënten die colchicine en Cholib gebruiken, dienen daarom nauwlettend klinisch te worden gecontroleerd.

Vitamine K-antagonisten

Fenofibraat en simvastatine versterken het effect van vitamine K-antagonisten en kunnen het risico op bloedingen verhogen. Het wordt aanbevolen om de dosering van die orale anticoagulantia te verlagen met ongeveer een derde aan het begin van de behandeling en daarna vervolgens geleidelijk aan te passen aan de hand van de INR-controles (International Normalised Ratio). De INR dient te worden vastgesteld voordat met Cholib wordt gestart en vaak genoeg tijdens de beginfase van de behandeling, om er zeker van te zijn dat er geen significante verandering van de INR optreedt. Zodra een stabiele INR is gedocumenteerd, kunnen controles plaatsvinden met de intervallen die meestal worden aanbevolen voor patiënten die deze orale anticoagulantia krijgen toegediend. Als de Cholib-dosis wordt gewijzigd of gestaakt, dient dezelfde procedure te worden herhaald. Behandeling met Cholib is niet in verband gebracht met bloedingen bij patiënten die geen anticoagulantia krijgen.

Glitazonen

Bij gelijktijdige toediening van fenofibraat en glitazonen zijn enkele gevallen van omkeerbare paradoxale vermindering van HDL-cholesterol gemeld. Daarom wordt aanbevolen om bij gelijktijdige toediening van Cholib en een glitazon het HDL-cholesterol te controleren en bij te lage HDL-cholesterolwaarden een van beide behandelingen te staken.

Rifampicine

Omdat rifampicine een krachtige CYP3A4-remmer is die interfereert met het simvastatinemetabolisme, kan bij patiënten die een langdurige behandeling met rifampicine ondergaan (zoals de behandeling van tuberculose) de werkzaamheid van simvastatine afnemen. Bij normale vrijwilligers daalde de blootstelling aan simvastatinezuur met 93% als gelijktijdig rifampicine werd toegediend.

Invloed op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen

Fenofibraat en simvastatine zijn geen remmers of inductoren van CYP3A4. Cholib zal daarom naar verwachting geen invloed hebben op de plasmaconcentraties van stoffen die via CYP3A4 worden gemetaboliseerd.

Fenofibraat en simvastatine zijn geen remmers van CYP2D6, CYP2E1 of CYP1A2. Fenofibraat is een milde tot matige remmer van CYP2C9 en een zwakke remmer van CYP2C19 en CYP2A6.

Bij gelijktijdige toediening van Cholib en geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door CYP2C19, CYP2A6 of vooral CYP2C9 met een nauwe therapeutische index, dienen de patiënten

zorgvuldig te worden gecontroleerd en indien nodig wordt een dosisaanpassing van deze geneesmiddelen aanbevolen.

Interactie tussen simvastatine en fenofibraat

In twee kleine onderzoeken (n=12) en vervolgens in een groter onderzoek (n=85) bij gezonde personen, is de invloed van herhaalde toediening van fenofibraat op de farmacokinetiek van één of meerdere doses simvastatine onderzocht.

In één onderzoek was de AUC van simvastatinezuur (SVA), een belangrijke actieve metaboliet van simvastatine, gereduceerd met 42% (90% BI 24%-56%) als één dosis van 40 mg simvastatine werd gecombineerd met herhaalde toediening van 160 mg fenofibraat. In het andere onderzoek [Bergman ea, 2004] leidde herhaalde gelijktijdige toediening van 80 mg simvastatine en 160 mg fenofibraat tot een reductie van 36% (90% BI 30%-42%) van de AUC van SVA. In het grotere onderzoek werd een reductie van 21% (90% BI 14%-27%) van de AUC van SVA waargenomen na herhaalde gelijktijdige toediening van 40 mg simvastatine en 145 mg fenofibraat ´s avonds. Dit week niet significant af van de reductie van 29% (90% BI 22%-35%) van de AUC van SVA, waargenomen bij gelijktijdige toediening met een tussenperiode van 12 uur: 40 mg simvastatine ´s avonds en 145 mg fenofibraat

´s morgens.

Het is niet onderzocht of fenofibraat invloed had op andere actieve metabolieten van simvastatine.

Het precieze interactiemechanisme is niet bekend. Op basis van de beschikbare klinische gegevens wordt het effect op LDL-cholesterolreductie niet beschouwd als significant verschillend van simvastatine-monotherapie als het LDL-cholesterol wordt gecontroleerd aan het begin van de behandeling.

De herhaalde toediening van 40 of 80 mg simvastatine, de hoogste geregistreerde dosis, had geen invloed op de gehalten van fenofibrinezuur in evenwichttoestand in het plasma.

Voorschrijfaanbevelingen met betrekking tot interactie van stoffen zijn samengevat in de onderstaande tabel (zie ook de rubrieken 4.2 en 4.3).

Stoffen met farmacologische

Voorschrijfaanbevelingen

interactie

 

Krachtige CYP3A4-remmers:

 

Itraconazol

 

Ketoconazol

 

Fluconazol

 

Posaconazol

 

Erytromycine

Gecontra-indiceerd bij Cholib.

Claritromycine

 

Telitromycine

 

HIV-proteaseremmers (zoals

 

nelfinavir)

 

Nefazodon

 

Danazol

Gecontra-indiceerd bij Cholib.

Ciclosporine

 

Gemfibrozil, andere statines en

Gecontra-indiceerd bij Cholib.

fibraten

 

Amiodaron

 

Verapamil

Gecontra-indiceerd bij Cholib 145 mg/40 mg.

Diltiazem

 

Amlodipine

 

 

Vermijden met Cholib, tenzij het klinisch voordeel groter is dan

Niacine (nicotinezuur) ≥ 1 g/dag

het risico.

Controleer patiënten op klachten en symptomen van pijnlijke,

 

 

gevoelige of zwakke spieren.

Stoffen met farmacologische

Voorschrijfaanbevelingen

interactie

 

Fusidinezuur

Patiënten moeten nauwlettend worden gecontroleerd. Overweeg

behandeling met Cholib tijdelijk te staken.

 

Grapefruitsap

Vermijden met het innemen van Cholib.

Vitamine K-antagonisten

Dosis van deze orale antistollingsmiddelen moet

worden aangepast op basis van INR-controles.

 

Glitazonen

Controleer HDL-C en staak behandeling (glitazon of Cholib)

als HDL-cholesterol te laag is.

 

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Cholib

Net als simvastatine (zie hierna), is ook Cholib gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap (zie rubriek 4.3).

Fenofibraat

Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van fenofibraat bij zwangere vrouwen.

Uit dieronderzoek is bij toediening van voor de moeder toxische doses een embryotoxisch effect waargenomen (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. Fenofibraat dient om die reden alleen tijdens zwangerschap te worden gebruikt nadat de voordelen en risico’s zorgvuldig zijn afgewogen.

Simvastatine

Simvastatine is gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap. De veiligheid bij zwangere vrouwen is niet vastgesteld. Maternale behandeling met simvastatine kan de foetale spiegels van mevalonaat, een precursor van cholesterolbiosynthese, verlagen. Simvastatine mag daarom niet worden gebruikt door vrouwen die zwanger zijn, zwanger proberen te worden of vermoeden dat zij zwanger zijn. Behandeling met simvastatine moet worden gestaakt voor de duur van de zwangerschap of totdat is vastgesteld dat de vrouw niet zwanger is.

Borstvoeding

Het is niet bekend of fenofibraat, simvastatine en/of metabolieten in de moedermelk worden uitgescheiden. Cholib is daarom gecontra-indiceerd tijdens borstvoeding (zie rubriek 4.3).

Vruchtbaarheid

Bij dieren zijn reversibele effecten op de vruchtbaarheid waargenomen (zie rubriek 5.3). Er zijn geen klinische gegevens over vruchtbaarheid bij gebruik van Cholib.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Fenofibraat heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

Duizeligheid is zelden gemeld tijdens postmarketingervaring met simvastatine. Bij het besturen van voertuigen of het bedienen van machines, moet rekening worden gehouden met deze bijwerking van Cholib.

4.8 Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De vaakst gemelde bijwerkingen tijdens behandeling met Cholib zijn verhoogd creatininegehalte in bloed, infectie van de bovenste luchtwegen, verhoogde bloedplaatjestelling, gastro-enteritis en verhoogde alanineaminotransferase.

Tabel met bijwerkingen

In vier dubbelblinde klinische onderzoeken van 24 weken, hebben 1.237 patiënten een behandeling ondergaan met gelijktijdige toediening van fenofibraat en simvastatine. Een gecombineerde analyse van deze vier onderzoeken laat een uitvalpercentage wegens bijwerkingen zien van 5,0% (51 personen op 1.012) na 12 weken behandeling met fenofibraat en simvastatine 145 mg/20 mg per dag,

en 1,8% (4 personen van 225) na 12 weken behandeling met fenofibraat en simvastatine 145 mg/40 mg per dag.

Bijwerkingen die tijdens behandeling zijn gemeld door patiënten die zijn behandeld met gelijktijdig toegediende fenofibraat en simvastatine, zijn hierna gerangschikt naar systeem/orgaanklasse en frequentie.

De bijwerkingen van Cholib zijn in lijn met wat bekend is over de twee werkzame stoffen: fenofibraat en simvastatine

De bijwerkingen zijn gerangschikt op basis van de volgende frequentiegroepen: Zeer vaak (≥ 1/10);

Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); Soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); Zeer zelden (< 1/10.000); Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Bijwerkingen waargenomen bij gelijktijdige toediening van fenofibraat en simvastatine (Cholib)

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Frequentie

Infecties en parasitaire

Bovenste luchtweginfectie, gastro-enteritis

Vaak

aandoeningen

 

 

Bloed- en

Bloedplaatjestelling verhoogd

Vaak

lymfestelselaandoeningen

 

 

Lever- en galaandoeningen

Alanineaminotransferase verhoogd

Vaak

Huid- en

Dermatitis en eczeem

Soms

onderhuidaandoeningen

 

 

Onderzoeken

Bloedcreatinine verhoogd (zie de

Zeer vaak

rubrieken 4.3 en 4.4)

 

 

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Bloedcreatinine verhoogd: bij 10% van de patiënten die gelijktijdig fenofibraat en simvastatine kregen toegediend, steeg het creatinine meer dan 30 µmol/l boven de uitgangswaarde tegen 4,4% van de patiënten die statine als monotherapie kregen. 0,3% van de patiënten met gelijktijdige toediening vertoonde een klinisch relevante stijging van de creatininewaarden tot > 200 µmol/l.

Extra informatie over de afzonderlijke actieve bestanddelen van de vaste-dosiscombinatie Bijkomende bijwerkingen die in verband worden gebracht met het gebruik van geneesmiddelen die simvastatine of fenofibraat bevatten en die zijn waargenomen in klinische onderzoeken

en in postmarketingervaring, en die bij Cholib kunnen optreden, worden hierna vermeld. De frequentiecategorieën zijn gebaseerd op informatie uit de Samenvatting van de Productkenmerken van simvastatine en fenofibraat, beschikbaar in de EU.

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Bijwerkingen

Frequentie

 

(fenofibraat)

(simvastatine)

 

Bloed- en

Hemoglobine verlaagd

 

Zelden

lymfestelselaandoeningen

Witte bloedceltelling

 

 

 

verlaagd

 

 

 

 

Anemie

Zelden

Immuunsysteem-

Overgevoeligheid

 

Zelden

aandoeningen

 

 

 

Voedings- en

 

Diabetes mellitus****

Niet

stofwisselingsstoornissen

 

 

bekend

Psychische stoornissen

 

Insomnia

Zeer zelden

 

 

Slaapstoornis, inclusief

Niet

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Bijwerkingen

Frequentie

 

(fenofibraat)

(simvastatine)

 

 

 

nachtmerries, depressie

bekend

Zenuwstelselaandoeninge

Hoofdpijn

 

Soms

n

 

Paresthesie, duizeligheid,

Zelden

 

 

perifere neuropathie

 

 

 

Geheugen

Zelden

 

 

verstoord/geheugenverlies

 

Bloedvataandoeningen

Trombo-embolie

 

Soms

 

(longembolie, diepe

 

 

 

veneuze trombose)*

 

 

Ademhalingsstelsel-,

 

Interstitiële longziekte

Niet

borstkas- en

 

 

bekend

mediastinumaandoeninge

 

 

 

n

 

 

 

Maagdarmstelsel-

Maagdarmstelselklachten

 

Vaak

aandoeningen

en -symptomen

 

 

 

(abdominale pijn,

 

 

 

misselijkheid, braken,

 

 

 

diarree, flatulentie)

 

 

 

Pancreatitis*

 

Soms

 

 

Constipatie, dyspepsie

Zelden

Lever- en

Transaminasen verhoogd

 

Vaak

galaandoeningen

Cholelithiase

 

Soms

 

Complicaties van

 

Niet

 

cholelithiase (zoals

 

bekend

 

cholecystitis, cholangitis,

 

 

 

galkoliek, enz.)

 

 

 

 

Gamma-glutamyltransferase

Zelden

 

 

verhoogd

 

 

 

Hepatitis/geelzucht

Zeer zelden

 

 

Leverfalen

 

Huid- en

Ernstige huidreacties

 

Niet

onderhuidaandoeningen

(bijv. erythema

 

bekend

 

multiforme,

 

 

 

Stevens-Johnson-syndroo

 

 

 

m, toxische epidermale

 

 

 

necrolyse, enz.)

 

 

 

Huidovergevoeligheid

 

Soms

 

(zoals rash, pruritus,

 

 

 

urticaria)

 

 

 

Alopecia

 

Zelden

 

Fotosensitiviteitsreacties

 

Zelden

 

 

Hypersensitiviteitssyndroom

Zelden

 

 

***

 

Skeletspierstelsel- en

Spieraandoeningen

 

Soms

bindweefselaandoeningen

(zoals myalgie, myositis,

 

 

 

spasmen en zwakte van

 

 

 

spieren)

 

 

 

Rabdomyolyse met

 

Zelden

 

of zonder nierfalen

 

 

 

(zie rubriek 4.4)

 

 

 

 

Myopathie**

Zelden

 

 

Tendinopathie

Niet

 

 

Immuungemedieerde

bekend

 

 

necrotiserende myopathie

 

Systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Bijwerkingen

Frequentie

 

(fenofibraat)

(simvastatine)

 

 

 

(zie rubriek 4.4)

 

Voortplantingsstelsel- en

Seksuele disfunctie

 

Soms

borstaandoeningen

 

Erectiele disfunctie

Niet

 

 

 

bekend

Algemene aandoeningen

 

Asthenie

Zelden

en

 

 

 

toedieningsplaatsstoorniss

 

 

 

en

 

 

 

Onderzoeken

Bloedhomocysteïnespieg

 

Zeer vaak

 

el verhoogd

 

 

 

(zie rubriek 4.4)*****

 

 

 

Verhoogd ureumgehalte

 

Zelden

 

in bloed

 

 

 

 

Alkalische fosfatase in bloed

Zelden

 

 

verhoogd

 

 

 

Creatinefosfokinase in bloed

Zelden

 

 

verhoogd

 

 

 

Geglycosyleerde

Niet

 

 

hemoglobine verhoogd

bekend

 

 

Bloedglucose verhoogd

Niet

 

 

 

bekend

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

 

 

Pancreatitis

* In de FIELD-studie, een gerandomiseerd placebogecontroleerd onderzoek uitgevoerd

onder 9795 patiënten met type 2 diabetes mellitus, werd een statistisch significante stijging van het aantal gevallen van pancreatitis waargenomen bij patiënten die fenofibraat kregen ten opzichte van patiënten die een placebo kregen (0,8% versus 0,5%; p=0,031).

Trombo-embolie

In de FIELD-studie werd een statistisch significante stijging waargenomen van de incidentie van longembolie (0,7% [32/4900 patiënten] in de placebogroep versus 1,1% [53/4895 patiënten] in de fenofibraatgroep; p=0,022) en een statistisch niet-significante verhoging van diepe veneuze trombose (placebo 1,0% [48/4900 patiënten] versus fenofibraat 1,4% [67/4895 patiënten]; p=0,074).

Myopathie

**In een klinisch onderzoek kwam myopathie vaak voor bij patiënten behandeld met simvastatine 80 mg/dag, vergeleken met patiënten behandeld met 20 mg/dag (respectievelijk 1,0% en 0,02%).

Hypersensitiviteitssyndroom

*** In zeldzame gevallen is een duidelijk hypersensitiviteitssyndroom gemeld, waaronder enkele van de volgende kenmerken: angio-oedeem, lupusachtig syndroom, polymyalgia rheumatica, dermatomyositis, vasculitis, trombocytopenie, eosinofilie, verhoogde bezinkingssnelheid erytrocyten, artritis en artralgie, urticaria, fotosensitiviteit, koorts, blozen, dyspneu en malaise.

Diabetes mellitus

**** Diabetes mellitus: patiënten met verhoogd risico (nuchtere glucose 5,6 tot 6,9 mmol/l,

BMI > 30 kg/m2, verhoogde triglyceriden, hypertensie) dienen klinisch en biochemisch te worden gecontroleerd volgens de nationale richtlijnen.

Bloedhomocysteïnespiegel verhoogd

***** In de FIELD-studie was de gemiddelde stijging van de homocysteïnespiegel in het bloed bij patiënten behandeld met fenofibraat 6,5 µmol/l. De stijging was na het staken van de behandeling met fenofibraat omkeerbaar.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in Appendix V.

4.9 Overdosering

Cholib

Een specifiek antidotum is niet bekend. Als overdosering wordt vermoed, moeten zo nodig ondersteunende maatregelen worden getroffen en een symptomatische behandeling worden ingesteld.

Fenofibraat

Er zijn slechts anekdotische gevallen van fenofibraatoverdosering gemeld. In de meeste gevallen werden geen symptomen van overdosering gemeld. Fenofibraat kan niet worden geëlimineerd door hemodialyse.

Simvastatine

Er zijn enkele gevallen van simvastatineoverdosering gemeld; de maximum ingenomen dosis was 3,6 g. Alle patiënten herstelden zonder blijvende gevolgen. Er is geen specifieke behandeling tegen overdosering. In dergelijke gevallen dienen symptomatische en ondersteunende maatregelen te worden getroffen.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Lipidenmodificerende stoffen, HMG-CoA-reductase-inhibitoren in combinatie met andere lipidenmodificerende stoffen, ATC-code: C10BA04.

Werkingsmechanisme

Fenofibraat

Fenofibraat is een fibrinezuurderivaat waarvan het bij de mens gerapporteerde lipidemodificerende effect wordt gemedieerd via activering van PPARα (peroxisoomproliferatorgeactiveerd receptortype alfa).

Via activering van PPARα activeert fenofibraat de productie van lipoproteïnelipase en verlaagt fenofibraat de productie van apoproteïne CIII. Activering van PPARα veroorzaakt ook een toename van de synthese van de apoproteïnen AI en AII.

Simvastatine

Simvastatine is een onwerkzaam lacton dat in de lever wordt gehydrolyseerd tot de overeenkomstige actieve bèta-hydroxyzuurvorm, een krachtige remmer van HMG-CoA-reductase (3-hydroxy-3-methylglutaryl-coënzym-A-reductase). Dit enzym katalyseert de omzetting van HMG-CoA in mevalonaat, een vroege en snelheidsbeperkende stap in de biosynthese van cholesterol.

Cholib:

Cholib bevat fenofibraat en simvastatine, die een verschillend werkingsmechanisme hebben, zoals hierboven beschreven.

Farmacodynamische effecten

Fenofibraat

Studies van het effect van fenofibraat op lipoproteïnefracties tonen dalingen van de spiegels van LDL- en VLDL-cholesterol (VLDL-C). De HDL-C-spiegels zijn vaak verhoogd. LDL- en

VLDL-triglyceriden zijn verlaagd. Het totaaleffect is een daling in de verhouding van lipoproteïnen met lage en zeer lage dichtheid tot lipoproteïnen met hoge dichtheid.

Fenofibraat heeft ook een uricosurisch effect dat leidt tot een verlaging van de urinezuurspiegels van ongeveer 25%.

Simvastatine

Van simvastatine is aangetoond dat het zowel verhoogde als normale concentraties LDL-C-concentraties verlaagt. LDL wordt gevormd uit VLDL (very low density lipoproteïne) en overwegend afgebroken door de LDL-receptor met hoge affiniteit. Bij het mechanisme van het

LDL-verlagende effect van simvastatine kan zowel verlaging van de concentratie VLDL-cholesterol (VLDL-C) als inductie van de LDL-receptor betrokken zijn, met als gevolg een verminderde productie en een verhoogde afbraak van LDL-cholesterol. Apolipoproteïne B daalt ook aanzienlijk tijdens

de behandeling met simvastatine. Daarnaast geeft simvastatine een matige verhoging van het HDL-cholesterol en een verlaging van plasma-TG. Als gevolg van deze veranderingen dalen de verhoudingen tussen TC en HDL-C, en LDL-C en HDL-C.

Cholib

De respectieve effecten van simvastatine en fenofibraat zijn complementair.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

Cholib

In het klinische programma zijn vier klinische kernonderzoeken uitgevoerd. In totaal 7.583 personen met gemengde dyslipidemie begonnen aan een statine-inloopperiode van 6 weken. Hiervan

werden 2.474 personen gerandomiseerd voor een behandeling van 24 weken, 1.237 personen kregen gelijktijdig fenofibraat en simvastatine toegediend, 1.230 personen kregen alleen statine als monotherapie. Toediening vond in alle gevallen 's avonds plaats.

Gebruikt type en dosis statine:

 

 

Week 0 tot week 12

Week 12 tot week 24

Onderzoe

Statine-

Statine-

Gelijktijdige

Statine-

Gelijktijdige

k

inloopperiode

monotherapie

toediening

monotherapie

toediening

 

6 weken

 

fenofibraat/

 

fenofibraat/

 

 

 

simvastatine

 

simvastatine

Simvastatine

Simvastatine

Simvastatine

Simvastatine

Simvastatine

 

20 mg

40 mg

20 mg

40 mg

40 mg

Simvastatine

Simvastatine

Simvastatine

Simvastatine

Simvastatine

 

40 mg

40 mg

40 mg

40 mg

40 mg

Atorvastatine

Atorvastatine

Simvastatine

Atorvastatine

Simvastatine

 

10 mg

10 mg

20 mg

20 mg

40 mg

Pravastatine

Pravastatine

Simvastatine

Pravastatine

Simvastatine

 

40 mg

40 mg

20 mg

40 mg

40 mg

Cholib 145/40

Onderzoek 0502 evalueerde een constante dosis van een combinatie van fenofibraat/simvastatine en een statinecomparator gedurende het hele dubbelblinde onderzoek van 24 weken. Het primaire werkzaamheidscriterium was superioriteit van de combinatie van 145 mg fenofibraat en 40 mg simvastatine versus 40 mg simvastatine voor de TG- en LDL-C-afname en HDL-C-toename

na 12 weken.

Na 12 en 24 weken bleek de combinatie van 145 mg fenofibraat en 40 mg simvastatine (F145/S40) superieur te zijn aan 40 mg simvastatine (S40) voor de TG-afname en HDL-C-toename.

De combinatie F145/S40 bleek alleen na 24 weken voor de LDL-C-afname superieur te zijn aan S40, vanaf een niet-significante extra LDL-C-afname van 1,2% na 12 weken tot een statistisch significante afname van 7,2% na 24 weken.

Percentuele wijziging van TG, LDL-C en HDL-C vanaf de uitgangssituatie tot 12 en 24 weken

Volledige analyse van steekproef

Lipidenparameter

Feno 145+Simva 40

Simva 40

Vergelijking

P-waarde

(mmol/l)

(N=221)

(N=219)

behandeling*

 

Na 12 weken

% gemiddelde wijziging (SD)

 

 

TG

-27,18 (36,18)

-0,74 (39,54)

-28,19

<0,001

 

 

 

(-32,91; -23,13)

 

LDL-C

-6,34 (23,53)

-5,21 (22,01)

-1,24

0,539

 

 

 

(-5,22; 2,7)

 

HDL-C

5,77 (15,97)

-0,75 (12,98)

6,46

<0,001

 

 

 

(3,83; 9,09)

 

Na 24 weken

% gemiddelde wijziging (SD)

 

 

TG

-22,66 (43,87)

1,81 (36,64)

-27,56

<0,001

 

 

 

(-32,90; -21,80)

 

LDL-C

-3,98 (24,16)

3,07 (30,01)

-7,21

0,005

 

 

 

(-12,20; -2,21)

 

HDL-C

5,08 (16,10)

0,62 (13,21)

4,65

0,001

 

 

 

(1,88; 7,42)

 

*Vergelijking behandeling bestaat uit het verschil tussen het kleinste-kwadratengemiddelde voor Feno 145 + Simva 40 en Simva 40, en de overeenkomende 95% BI.

De resultaten voor de onderzochte biologische parameters na 24 weken worden weergegeven in de volgende tabel. F145/S40 bleek statistisch significant superieur te zijn voor alle parameters, behalve voor de stijging van ApoA1.

ANCOVA (covariantie-analyse) van het percentage wijziging in TC, niet-HDL-C, ApoAI, ApoB,

ApoB/ApoAI en fibrinogeen vanaf de uitgangswaarde tot en met 24 weken – volledige steekproefanalyse

Parameter

Behandelingsgroep

N

Gemiddelden

Vergelijking

P-waarde

 

 

 

(SD)

behandeling*

 

TC (mmol/l)

Feno 145 +

-4,95 (18,59)

 

 

 

Simva 40

1,69 (20,45)

-6,76 (-10,31; -3,20)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

Niet-HDL-C

Feno 145 +

-7,62 (23,94)

 

 

(mmol/l)

Simva 40

2,52 (26,42)

-10,33 (-14,94; -5,72)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

Apo AI (g/l)

Feno 145 +

5,79 (15,96)

 

 

 

Simva 40

4,02 (13,37)

2,34 (-0,32; 4,99)

0,084

 

Simva 40

 

 

 

 

Apo B (g/l)

Feno 145 +

-2,95 (21,88)

 

 

 

Simva 40

6,04 (26,29)

-9,26 (-13,70; -4,82)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

Apo B/Apo AI

Feno 145 +

-4,93 (41,66)

 

 

 

Simva 40

3,08 (26,85)

-8,29 (-15,18; -1,39)

0,019

 

Simva 40

 

 

 

 

Fibrinogeen*

Feno 145 +

-29 (0,04)

 

 

(g/l)

Simva 40

0,01 (0,05)

-0,30 (-0,41; -0,19)

<0,001

 

Simva 40

 

 

 

 

*Vergelijking behandeling bestaat uit het verschil tussen het kleinste-kwadratengemiddelde voor Feno 145 + Simva 40 en Simva 40, en de overeenkomende 95% BI. SD (standaarddeviatie)

Cholib 145/20

Onderzoek 0501 evalueerde 2 verschillende doses van een combinatie van fenofibraat/simvastatine in vergelijking met 40 mg simvastatine gedurende een dubbelblind onderzoek van 24 weken. Het primaire werkzaamheidscriterium was superioriteit van de combinatie van 145 mg fenofibraat

en 20 mg simvastatine versus 40 mg simvastatine voor de TG-afname en toename van HDL-C en niet-inferioriteit voor afname van LDL-C na 12 weken.

Gemiddeld percentage wijziging vanaf de uitgangswaarde tot 12 weken volledige steekproefanalyse

Parameter

Feno 145+Simva 20

Simva 40

Vergelijking

P-waarde

 

(N=493)

(N=505)

behandeling*

 

 

Gemiddelde (SD)

Gemiddelde

 

 

 

 

 

 

 

(SD)

 

 

 

 

 

TG (mmol/l)

-28,20 (37,31)

-4,60 (40,92)

-26,47 (-30,0; -22,78)

<0,001

LDL-C (mmol/l)

-5,64 (23,03)

-10,51 (22,98)

4,75

(2,0; 7,51)

n.v.t.

HDL-C (mmol/l)

7,32 (15,84)

1,64 (15,76)

5,76

(3,88; 7,65)

<0,001

TC (mmol/l)

-6,00 (15,98)

-7,56 (15,77)

1,49

(-0,41; 3,38)

0,123

Niet-HDL-C (mmol/l)

-9,79

(21,32)

-9,79 (20,14)

-0,11

(-2,61; 2,39)

0,931

Apo AI (g/l)

3,97 (13,15)

0,94 (13,03)

2,98

(1,42; 4,55)

<0,001

Apo B (g/l)

-6,52

(21,12)

-7,97

(17,98)

1,22

(-1,19; 3,63)

0,320

Apo B/Apo AI

-8,49

(24,42)

-7,94

(18,96)

-0,73

(-3,44; 1,97)

0,595

Fibrinogeen (g/l)

-0,31

(0,70)

-0,02

(0,70)

-0,32

(-0,40; -0,24)

< 0,001

*Vergelijking behandeling bestaat uit het verschil tussen het kleinste-kwadratengemiddelde voor Feno 145 + Simva 20 en Simva 40, en de overeenkomende 95% BI.

Na de eerste 12 behandelingsweken bleek de combinatie van 145 mg fenofibraat en 20 mg simvastatine superieur te zijn aan 40 mg simvastatine voor de TG-afname en HDL-C-toename, maar voldeed niet aan de criteria van niet-inferioriteit voor LDL-C. De combinatie van 145 mg fenofibraat en 20 mg simvastatine bewees statistisch significant superieur te zijn bij Apo A1-toename en fibrinogeen-afname vergeleken met 40 mg simvastatine.

Ondersteunende studie

Het ACCORD-lipidenonderzoek (Action to Control Cardiovascular Risk in Diabetes) was een gerandomiseerd placebogecontroleerd onderzoek met 5518 patiënten met type 2 diabetes mellitus

die werden behandeld met fenofibraat naast simvastatine. Behandeling met fenofibraat en simvastatine heeft geen significante verschillen opgeleverd vergeleken met simvastatine-monotherapie voor

de samengestelde primaire uitkomst van niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte en cardiovasculaire sterfte (hazard ratio [HR] 0,92; 95% BI 0,79-1,08, p = 0,32; absolute risicoreductie: 0,74%). In de vooraf bepaalde subgroep van patiënten met dyslipidemie, gedefinieerd als degenen in de laagste tertiel van HDL-C (≤ 34 mg/dl of 0,88 mmol/l) en hoogste tertiel van TG (≥ 204 mg/dl of 2,3 mmol/l) bij aanvang, toonde behandeling met fenofibraat en simvastatine een

relatieve reductie aan van 31% in vergelijking met simvastatine-monotherapie voor de samengestelde primaire uitkomst (hazard ratio [HR] 0,69, 95% BI 0,49-0,97, p = 0,03; absolute

risicoreductie: 4,95%). In een andere vooraf gespecificeerde subgroepanalyse werd een statistisch significante interactie bij geslachtsgebonden behandeling ontdekt (p = 0,01) die duidde op een mogelijk behandelvoordeel van combinatietherapie bij mannen (p = 0,037), maar een mogelijk hoger risico voor de primaire uitkomst bij vrouwen die werden behandeld met combinatietherapie vergeleken met simvastatine-monotherapie (p = 0,069). Dit was in de hiervoor vermelde subgroep van patiënten met dyslipidemie niet waargenomen, maar er was ook geen duidelijk bewijs van een voordeel voor dyslipidemische vrouwen die werden behandeld met fenofibraat en simvastatine, en een mogelijk schadelijk effect in deze subgroep kon niet worden uitgesloten.

Pediatrische patiënten

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Cholib in alle subgroepen van pediatrische patiënten met gecombineerde dyslipidemie (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

De geometrische gemiddelde ratio’s en 90% BI’s voor de vergelijking van AUC, AUC(0-t) en Cmax voor fenofibrinezuur, simvastatine en simvastatinezuur van de vaste combinatiedosis in de Cholib 145 mg/40 mg-tablet was bio-equivalent aan gelijktijdige toediening van afzonderlijke tabletten met 145 mg fenofibraat en 40 mg simvastatine zoals in het klinische programma waren alle binnen het 80-125% bioequivalentie-interval.

Absorptie:

Maximale plasmaconcentraties (Cmax) van fenofibraat treden binnen 2 tot 4 uur na orale toediening op. Plasmaconcentraties zijn stabiel tijdens doorlopende behandeling bij elk individu.

Fenofibraat is niet in water oplosbaar en moet met voedsel worden ingenomen om de absorptie te vergemakkelijken. Het gebruik van gemicroniseerd fenofibraat en NanoCrystal®-technologie voor het preparaat van de fenofibraat 145 mg-tablet verbetert de absorptie.

In tegenstelling tot oudere preparaten met fenofibraat, zijn de maximale plasmaconcentratie en de totale blootstelling van dit preparaat onafhankelijk van de inname van voedsel.

Een onderzoek naar het effect van voeding bij toediening van dit preparaat van fenofibraat 145 mg tabletten aan gezonde mannelijke en vrouwelijke proefpersonen in nuchtere toestand en met een vetrijke maaltijd wees uit dat blootstelling (AUC en Cmax) aan fenofibrinezuur niet wordt beïnvloed door voedsel.

Daarom hoeft bij het innemen van fenofibraat in Cholib geen rekening te worden gehouden met maaltijden.

Kinetisch onderzoek na toediening van een enkelvoudige dosis en continue behandeling heeft aangetoond dat het geneesmiddel zich niet ophoopt.

Simvastatine is een onwerkzaam lacton dat in vivo gemakkelijk gehydrolyseerd wordt tot het overeenkomstige bèta-hydroxyzuur, een krachtige remmer van HMG-CoA-reductase. De hydrolyse vindt voornamelijk in de lever plaats; hydrolyse in menselijk plasma verloopt zeer traag.

Simvastatine wordt goed geabsorbeerd en ondergaat een uitgebreide first-passextractie in de lever. De extractie in de lever is afhankelijk van de hepatische bloedstroom. De lever is de plek waar de actieve vorm voornamelijk werkzaam is. De beschikbaarheid van het bèta-hydroxyzuur in de systemische circulatie na een orale dosis simvastatine bleek minder dan 5% van de dosis te zijn. De maximale plasmaconcentratie van actieve remmers wordt na ongeveer 1 tot 2 uur na toediening van simvastatine bereikt. Gelijktijdige inname van voedsel heeft geen effect op de absorptie.

Bij farmacokinetisch onderzoek met eenmalige en meervoudige doses simvastatine bleek dat er na meervoudige toediening geen accumulatie van het geneesmiddel optrad.

Distributie

Fenofibrinezuur wordt sterk gebonden aan plasma-albumine (meer dan 99%). De proteïnebinding van simvastatine en de actieve metaboliet is > 95%.

Biotransformatie en eliminatie

Na orale toediening wordt fenofibraat snel gehydrolyseerd door esterasen tot de actieve metaboliet fenofibrinezuur. In het plasma kan geen onveranderd fenofibraat worden gedetecteerd. Fenofibraat is geen substraat voor CYP3A4. Er is geen hepatisch microsomaal metabolisme bij betrokken.

Het geneesmiddel wordt voornamelijk uitgescheiden in de urine. Vrijwel alle geneesmiddel wordt binnen 6 dagen uitgescheiden. Fenofibraat wordt voornamelijk uitgescheiden in de vorm van fenofibrinezuur en het bijbehorende glucuronideconjugaat. Bij oudere patiënten is de schijnbare totale plasmaklaring van fenofibrinezuur niet gewijzigd.

Kinetisch onderzoek na toediening van een enkelvoudige dosis en continue behandeling heeft aangetoond dat het geneesmiddel niet accumuleert. Fenofibrinezuur wordt niet geëlimineerd door hemodialyse.

Gemiddelde plasmahalfwaardetijd: de eliminatiehalfwaardetijd van fenofibrinezuur bedraagt ongeveer 20 uur.

Simvastatine is een substraat van CYP3A4. Simvastatine wordt actief in de hepatocyten opgenomen door het transporteiwit OATP1B1. De belangrijkste metabolieten van simvastatine in menselijk plasma zijn het bèta-hydroxyzuur en daarnaast vier actieve metabolieten. Na een orale

dosis radioactief simvastatine bij de mens werd 13% van de radioactiviteit in de urine uitgescheiden en 60% in de feces binnen 96 uur. De in de feces teruggevonden hoeveelheid vertegenwoordigt geabsorbeerde geneesmiddelequivalenten die in de gal zijn uitgescheiden, evenals niet-geabsorbeerd geneesmiddel. Na een intraveneuze injectie van de bèta-hydroxyzuurmetaboliet, bedroeg de halfwaardetijd ongeveer 1,9 uur. Gemiddeld slechts 0,3% van de intraveneuze dosis wordt in de vorm van remmers uitgescheiden met de urine.

In twee kleine onderzoeken (n=12) en vervolgens in een groter onderzoek (n=85) bij gezonde personen, is de invloed van herhaalde toediening van fenofibraat op de farmacokinetiek van één of meerdere doses simvastatine onderzocht.

In één onderzoek was de AUC van het simvastatinezuur (SVA), een belangrijke actieve metaboliet van simvastatine, gereduceerd met 42% (90% BI 24%-56%) als één dosis van 40 mg simvastatine werd gecombineerd met herhaalde toediening van 160 mg fenofibraat. In het andere onderzoek [Bergman ea, 2004] leidde herhaalde gelijktijdige toediening van 80 mg simvastatine en 160 mg fenofibraat tot een reductie van 36% (90% CI 30%-42%) in de AUC aan SVA. In het grotere onderzoek werd een reductie van 21% (90% BI 14%-27%) in de AUC van SVA waargenomen na herhaalde gelijktijdige toediening van 40 mg simvastatine en 145 mg fenofibraat ´s avonds. Dit week niet significant af van de reductie van 29% (90% BI 22%-35%) in de AUC van SVA, waargenomen bij gelijktijdige toediening met een tussenperiode van 12 uur: 40 mg simvastatine ´s avonds en 145 mg fenofibraat ´s morgens.

Het is niet onderzocht of fenofibraat invloed had op andere actieve metabolieten van simvastatine.

Het precieze werkingsmechanisme is niet bekend. In de beschikbare klinische gegevens wordt het effect op LDL-cholesterolreductie niet beschouwd als significant verschillend van simvastatine-monotherapie als het LDL-cholesterol aan het begin van de behandeling onder controle is.

De herhaalde toediening van 40 of 80 mg simvastatine, de hoogste geregistreerde dosis, had geen invloed op de gehalten van fenofibrinezuur in evenwichttoestand in het plasma.

Speciale populaties

Bij dragers van het c.521T>C-allel op het SLCO1B1-gen is de OATP1B1-activiteit lager. De gemiddelde blootstelling (AUC) van de belangrijkste actieve metaboliet, simvastatinezuur, is 120% bij heterozygote dragers (CT) van het C-allel en 221% bij homozygote dragers (CC), vergeleken met patiënten die het meest gangbare genotype (TT) hebben. In de Europese populatie komt het C-allel voor met een frequentie van 18%. Bij patiënten met SLCO1B1-polymorfisme bestaat een risico op verhoogde blootstelling aan simvastatine, wat kan leiden tot een verhoogd risico op rabdomyolyse (zie rubriek 4.4).

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Er zijn geen preklinische onderzoeken uitgevoerd met de vaste-dosiscombinatie Cholib.

Fenofibraat

Onderzoeken naar acute toxiciteit hebben geen relevante informatie over specifieke toxiciteit van fenofibraat opgeleverd.

In een oraal, niet-klinisch onderzoek van drie maanden bij ratten met fenofibrinezuur, de actieve metaboliet van fenofibraat, zijn toxiciteit voor de skeletspieren (met name spieren rijk aan type I – langzaam oxiderende – spiervezels) en cardiale degeneratie, bloedarmoede en verminderd lichaamsgewicht waargenomen bij blootstellingniveaus van ≥50 maal de blootstelling bij de mens voor de skelettoxiciteit en >15 maal voor de cardiomyotoxiciteit.

Bij honden die gedurende 3 maanden zijn behandeld bij blootstellingen van ongeveer 7 maal de klinische AUC, kwamen reversibele zweren en erosies in het maagdarmkanaal voor.

Onderzoeken naar mutageniteit van fenofibraat waren negatief.

In onderzoeken naar carcinogeniciteit zijn bij ratten en muizen levertumoren aangetroffen die toe te schrijven zijn aan peroxisoom-proliferatie. Deze veranderingen zijn specifiek voor knaagdieren en zijn bij vergelijkbare dosisniveaus niet waargenomen bij andere diersoorten. Dit is niet van belang voor therapeutisch gebruik bij de mens.

Onderzoeken bij muizen, ratten en konijnen brachten geen teratogene effecten aan het licht. Embryotoxische effecten zijn waargenomen bij doses in het bereik van maternale toxiciteit. Bij hoge doses zijn verlenging van de drachtperiode en moeilijkheden bij de bevalling waargenomen.

Er zijn geen effecten op de vruchtbaarheid waargenomen in niet-klinische onderzoeken naar reproductietoxiciteit van fenofibraat. Reversibele hypospermie en testikelvacuolisatie en immaturiteit van de ovaria zijn echter wel waargenomen in een toxiciteitsonderzoek met herhaalde doses fenofibrinezuur bij jonge honden.

Simvastatine

Op basis van conventioneel dieronderzoek naar farmacodynamiek, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeniteit zijn er geen andere risico’ s voor de patiënt dan die welke op grond van het farmacologische mechanisme kunnen worden verwacht. Bij maximaal verdragen doses bij zowel de rat als het konijn veroorzaakte simvastatine geen foetale misvormingen en had het geen effect op de vruchtbaarheid, de voortplantingsfunctie of neonatale ontwikkeling.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Tabletkern:

Butylhydroxyanisol (E320)

Lactosemonohydraat

Natriumlaurylsulfaat

Zetmeel, gepregelatiniseerd (maïs)

Docusaatnatrium

Sucrose

Citroenzuurmonohydraat (E330)

Hypromellose (E464)

Crospovidon (E1202)

Magnesiumstearaat (E572)

Gesiliconiseerde microkristallijne cellulose (bestaande uit cellulose, microkristallijn en silicium, colloïdaal watervrij)

Ascorbinezuur (E300)

Filmomhulling:

Poly(vinylalcohol), gedeeltelijk gehydrolyseerd (E1203)

Titaniumdioxide (E171)

Talk (E553b)

Lecithine (verkregen uit sojabonen (E322))

Xanthaangom (E415)

Rood ijzeroxide (E172)

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

2 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 30°C.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Blisterverpakkingen (alu/alu).

Verpakkingsgrootten: 10, 30 en 90 filmomhulde tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Mylan Products Ltd, 20 station Close, Potters Bar, EN6 ITL Verenigd Koninkrijk

8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/13/866/003-004

EU/1/13/866/006

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 augustus 2013

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld