Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Effentora (fentanyl) – Samenvatting van de productkenmerken - N02AB03

Updated on site: 06-Oct-2017

Naam van geneesmiddelEffentora
ATC codeN02AB03
Werkzame stoffentanyl
ProducentTeva B.V.

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Effentora 100 microgram buccale tabletten

Effentora 200 microgram buccale tabletten

Effentora 400 microgram buccale tabletten

Effentora 600 microgram buccale tabletten

Effentora 800 microgram buccale tabletten

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Effentora 100 microgram buccale tabletten

Elke buccale tablet bevat 100 microgram fentanyl (als citraat).

Hulpstof met bekend effect: elk tablet bevat 10 mg natrium.

Effentora 200 microgram buccale tabletten

Elke buccale tablet bevat 200 microgram fentanyl (als citraat).

Hulpstof met bekend effect: elk tablet bevat 20 mg natrium.

Effentora 400 microgram buccale tabletten

Elke buccale tablet bevat 400 microgram fentanyl (als citraat).

Hulpstof met bekend effect: elk tablet bevat 20 mg natrium.

Effentora 600 microgram buccale tabletten

Elke buccale tablet bevat 600 microgram fentanyl (als citraat).

Hulpstof met bekend effect: elke tablet bevat 20 mg natrium.

Effentora 800 microgram buccale tabletten

Elke buccale tablet bevat 800 microgram fentanyl (als citraat).

Hulpstof met bekend effect: elke tablet bevat 20 mg natrium.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Buccale tablet.

Effentora 100 microgram buccale tabletten

Platte, witte, ronde tablet met schuine randen, met aan de ene kant een 'C' ingestanst en aan de andere kant een '1'.

Effentora 200 microgram buccale tabletten

Platte, witte, ronde tablet met schuine randen, met aan de ene kant een 'C' ingestanst en aan de andere kant een '2'.

Effentora 400 microgram buccale tabletten

Platte, witte, ronde tablet met schuine randen, met aan de ene kant een 'C' ingestanst en aan de andere kant een '4'.

Effentora 600 microgram buccale tabletten

Platte, witte, ronde tablet met schuine randen, met aan de ene kant een 'C' ingestanst en aan de andere kant een '6'.

Effentora 800 microgram buccale tabletten

Platte, witte, ronde tablet met schuine randen, met aan de ene kant een 'C' ingestanst en aan de andere kant een '8'.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Effentora is geïndiceerd voor de behandeling van doorbraakpijn bij volwassenen met kanker die voor chronische kankerpijn al onderhoudstherapie met opioïden ontvangen.

Doorbraakpijn is een tijdelijke exacerbatie van pijn die optreedt bij overigens gecontroleerde persisterende pijn.

Patiënten die onderhoudstherapie met opioïden ontvangen, zijn diegenen die gedurende een week of langer minimaal 60 mg morfine per dag oraal gebruiken, of minimaal 25 microgram fentanyl per uur transdermaal, of minimaal 30 mg oxycodon per dag, of minimaal 8 mg hydromorfon per dag oraal of een equivalent analgetische dosis van een ander opioïd.

4.2Dosering en wijze van toediening

De behandeling dient te worden ingesteld door en onder toezicht te blijven van een arts met ervaring in de behandeling van kankerpatiënten met opioïden. Artsen dienen rekening te houden met de mogelijkheid van misbruik van fentanyl. Patiënten dienen geïnstrueerd te worden om niet gelijktijdig twee verschillende formuleringen van fentanyl te gebruiken voor de behandeling van doorbraakpijnen, en om andere voorgeschreven fentanylproducten tegen doorbraakpijn weg te gooien indien op Effentora wordt overgegaan. Het aantal tabletsterktes dat de patiënt op een willekeurig moment tot zijn beschikking heeft, dient tot een minimum beperkt te worden om verwarring en mogelijke overdosering te voorkomen.

Dosering

Dosistitratie

Effentora moet individueel worden getitreerd tot een 'effectieve' dosis die adequate analgesie biedt en waarmee de bijwerkingen tot een minimum worden beperkt. In klinisch onderzoek was de effectieve dosis Effentora voor doorbraakpijn niet voorspelbaar aan de hand van de dagelijkse onderhoudsdosis opioïd.

Totdat een effectieve dosis is bereikt, moet de patiënt zorgvuldig worden bewaakt.

Titratie bij patiënten die niet overstappen vanaf andere fentanylbevattende producten

De initiële dosis Effentora moet 100 microgram zijn, en wordt naar behoefte naar boven toe getitreerd via de reeks beschikbare tabletsterktes (100, 200, 400, 600, 800 microgram).

Titratie bij patiënten die overstappen vanaf andere fentanylbevattende producten

Gezien de verschillende absorptieprofielen mag het overstappen niet geschieden op basis van een 1:1 ratio. Als wordt overgestapt van een ander oraal product met fentanylcitraat dan is onafhankelijke dosistitratie met Effentora nodig omdat de biologische beschikbaarheid van product tot product aanzienlijk verschilt. Bij deze patiënten kan een aanvangsdosis hoger dan 100 microgram worden overwogen.

Titratiemethode

Als tijdens de titratie niet binnen 30 minuten na aanvang van de toediening van een enkele tablet een adequate analgesie is bereikt, mag een tweede tablet Effentora van dezelfde sterkte worden gebruikt.

Als voor de behandeling van een episode van doorbraakpijn meer dan één tablet noodzakelijk is, kan voor het behandelen van de volgende episode van doorbraakpijn een verhoging van de dosis naar de volgende hogere beschikbare sterkte worden overwogen.

Tijdens titratie kunnen meerdere tabletten worden gebruikt: tijdens de dosistitratie kunnen overeenkomstig het volgende schema voor de behandeling van een enkele episode van doorbraakpijn maximaal vier tabletten van 100 microgram of maximaal vier tabletten van 200 microgram worden gebruikt:

Als het aanvankelijke tablet van 100 mg niet afdoende is, kan de patiënt worden geïnstrueerd de volgende episode van doorbraakpijn te behandelen met twee tabletten van 100 mg. Het verdient aanbeveling aan elke kant van de mond één tablet te plaatsen. Als deze dosis als effectieve dosis wordt beschouwd, kan de behandeling van volgende episodes van doorbraakpijn worden voortgezet met een enkele tablet Effentora van 200 microgram.

Als een enkele tablet van 200 microgram Effentora (of twee tabletten van 100 microgram) niet als afdoende wordt beschouwd, kan de patiënt worden geïnstrueerd om voor de behandeling van de volgende episode van doorbraakpijn twee tabletten van 200 microgram te gebruiken (of vier tabletten van 100 microgram). Het verdient aanbeveling aan elke kant van de mond twee tabletten te plaatsen. Als deze dosis als effectieve dosis wordt beschouwd, kan de behandeling van volgende episodes doorbraakpijn worden voortgezet met een enkel tablet Effentora van 400 microgram.

Voor titratie naar 600 microgram en 800 microgram moeten tabletten van 200 microgram worden gebruikt.

Doses hoger dan 800 microgram werden in klinisch onderzoek niet onderzocht.

Voor de behandeling van een individuele episode van doorbraakpijn mogen niet meer dan twee tabletten worden gebruikt, behalve bij titratie met gebruik van maximaal vier tabletten zoals hierboven is beschreven.

De patiënt moet minimaal 4 uur wachten voordat tijdens titratie een volgende episode van doorbraakpijn met Effentora wordt behandeld.

Onderhoudstherapie

Zodra tijdens de titratie een effectieve dosis is vastgesteld, moet de patiënt doorgaan met het gebruik van deze dosis in de vorm van één tablet van die bepaalde sterkte. Doorbraakpijnepisodes kunnen variëren in intensiteit en de benodigde Effentora-dosis zou kunnen toenemen in de tijd door progressie van de onderliggende kanker. In deze gevallen kan een tweede tablet met dezelfde sterkte worden gebruikt. Indien een tweede tablet Effentora nodig is gedurende opeenvolgende episodes, dient de gebruikelijke onderhoudsdosis aangepast te worden (zie onder). Patiënten dienen ten minste 4 uur te wachten voordat tijdens onderhoudstherapie een volgende episode van doorbraakpijn met Effentora wordt behandeld.

Dosisaanpassing

De onderhoudsdosis van Effentora moet worden verhoogd wanneer een patiënt per episode van doorbraakpijn meer dan een tablet nodig heeft voor verscheidene opeenvolgende episodes van doorbraakpijn. Voor het opnieuw aanpassen van de dosis gelden dezelfde principes als beschreven onder dosistitratie (zie hierboven).

Het opnieuw aanpassen van de onderhoudstherapiedosering met opioïden kan noodzakelijk zijn als de patiënt zich consistent presenteert met meer dan vier episodes van doorbraakpijn per 24 uur.

Staken van de behandeling

De behandeling met Effentora dient onmiddellijk te worden stopgezet als de patiënt geen doorbraakpijnepisodes meer heeft. De behandeling voor de persisterende achtergrondpijn moet worden voortgezet zoals voorgeschreven.

Als alle therapie met opioïden moet worden stopgezet, moet de arts de patiënt nauwgezet controleren om het risico op plotselinge ontwenningseffecten te beheersen.

Lever- of nierfunctiestoornis

Effentora moet met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met een matige of ernstige lever- of nierinsufficiëntie (zie rubriek 4.4).

Patiënten met een droge mond

Patiënten die last hebben van een droge mond wordt geadviseerd om voorafgaand aan de toediening van Effentora ter bevochtiging van de mondholte water te drinken. Als de bruistablet bij deze aanbeveling niet voldoende oplost, is wellicht een verandering van therapie aan te raden.

Gebruik bij oudere patiënten (ouder dan 65 jaar)

In klinisch onderzoek bleek dat bij patiënten die ouder waren dan 65 jaar over het algemeen werd getitreerd naar een lagere effectieve dosis dan bij jongere patiënten. Het verdient aanbeveling om bij het titreren van de dosis Effentora bij oudere patiënten extra voorzichtig te zijn.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van Effentora bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

Een Effentora-tablet dat eenmaal aan vocht is blootgesteld, maakt gebruik van een schuimvormende reactie voor het afgeven van de werkzame stof. Daarom moet de patiënt worden geïnstrueerd het blistervakje pas te openen als hij/zij klaar is voor plaatsing van de tablet in de buccale holte.

Openen van de blisterverpakking

Aan patiënten moet worden geïnstrueerd dat zij NIET proberen de tablet door het blistervakje heen naar buiten te duwen, omdat hierdoor het buccale tablet beschadigd kan raken. De juiste methode om de tablet uit de blisterverpakking te halen is:

Een van de blistervakjes moet van de blisterverpakking worden losgehaald door deze bij de perforaties los te scheuren. Het blistervakje moet dan op de lijn die op de folie aan de onderkant is afgedrukt op de aangegeven plaats worden omgebogen. De folie aan de onderkant moet worden losgetrokken zodat de tablet vrijkomt.

De patiënt moet worden geïnstrueerd dat de tablet niet mag worden verkruimeld of gebroken.

Nadat de tablet uit de blisterverpakking is verwijderd, mag de tablet niet worden bewaard omdat de integriteit van de tablet niet kan worden gegarandeerd en vanwege het risico van accidentele blootstelling aan een tablet.

Toediening van de tablet

De patiënt moet de tablet uit het blistervakje verwijderen en het Effentora-tablet onmiddellijk in zijn geheel in de buccale holte plaatsen (dichtbij een achterste molaar tussen de wang en het tandvlees).

Op de tablet Effentora mag niet worden gezogen, niet worden gekauwd en het mag niet worden doorgeslikt, omdat dit resulteert in lagere plasmaconcentraties dan wanneer het op de voorgeschreven wijze wordt gebruikt.

Effentora moet in de buccale holte worden geplaatst en daar net zo lang worden gehouden totdat de tablet uiteenvalt, wat gewoonlijk ongeveer 14-25 minuten duurt.

Als alternatief kan de tablet sublinguaal geplaatst worden (zie rubriek 5.2)

Indien na 30 minuten restanten van de tablet Effentora achterblijven, mogen deze met een glas water worden doorgeslikt.

De tijdsduur die na oromucosale toediening nodig is voor het volledig uiteenvallen van de tablet lijkt geen invloed hebben op de vroege systemische blootstelling aan fentanyl.

Patiënten mogen niets eten of drinken terwijl er een tablet in de buccale holte zit.

In geval van buccale slijmvliesirritatie verdient het aanbeveling binnen de buccale holte een andere plaats voor de tablet te kiezen.

4.3

Contra-indicaties

 

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde

 

hulpstof(fen).

Patiënten zonder opioïdenonderhoudstherapie omdat er een verhoogd risico is van een

 

ademhalingsdepressie.

Een ernstige ademhalingsdepressie of ernstige obstructieve longaandoeningen.

 

Behandeling van een acute pijn anders dan een doorbraakpijn.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Accidenteel gebruik bij kinderen

Patiënten en degenen die hen verzorgen moeten worden geïnstrueerd dat Effentora een werkzaam bestanddeel bevat in een hoeveelheid die dodelijk kan zijn, met name voor kinderen. Daarom moeten alle tabletten buiten het zicht en bereik van kinderen worden gehouden.

Monitoring

Om de risico's van opioïdgerelateerde bijwerkingen te minimaliseren en om de effectieve dosis vast te stellen is het van belang dat de patiënt tijdens het titratieproces nauwkeurig wordt gecontroleerd.

Onderhoudsbehandeling met opioïden

Het is belangrijk dat de onderhoudsbehandeling met opioïden, die voor de aanhoudende pijn worden gebruikt, is gestabiliseerd voordat met de behandeling met Effentora wordt begonnen en dat de patiënt doorgaat met de onderhoudsbehandeling met opioïden terwijl Effentora wordt gebruikt.

Ademhalingsdepressie

Net als bij andere opioïden bestaat het risico van een klinisch significante ademhalingsdepressie die samenhangt met het gebruik van fentanyl. Onjuiste selectie van patiënten (bijvoorbeeld patiënten zonder onderhoudstherapie met opioïden) en/of onjuiste dosering hebben geresulteerd in een fatale afloop, zowel bij Effentora als ook bij andere fentanylproducten.

Effentora mag alleen gebruikt worden onder voorwaarden die beschreven staan in rubriek 4.1.

Chronic obstructive pulmonary disease (COPD)

Extra voorzichtigheid moet worden betracht bij het titreren van Effentora bij patiënten met niet- ernstige COPD (chronic obstructive pulmonary disease) of een andere medische aandoening waardoor zij gepredisponeerd kunnen zijn voor een ademhalingsdepressie, omdat zelfs bij normale therapeutische doses Effentora de aansturing van de ademhaling nog meer kan afnemen, zelfs tot aan ademhalingsinsufficiëntie.

Alcohol

Het gelijktijdige gebruik van alcohol met fentanyl kan een toegenomen dempende werking hebben, hetgeen kan resulteren in een fatale afloop (zie rubriek 4.5).

Verhoogde intracraniële druk, bewustzijnsstoornis

Effentora mag alleen met uiterste voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten die bijzonder gevoelig zijn voor de intracraniële effecten van CO2-retentie, zoals patiënten bij wie aanwijzingen bestaan voor een verhoogde intracraniële druk of bewustzijnsstoornissen. Opioïden kunnen het klinisch verloop van een patiënt met hoofdletsel maskeren en mogen alleen worden gebruikt als dit klinisch gerechtvaardigd is.

Hartaandoening

Fentanyl kan bradycardie veroorzaken. Fentanyl dient voorzichtig te worden gebruikt bij patiënten met eerder opgetreden of bestaande bradyaritmieën.

Lever- of nierfunctiestoornis

Bovendien moet voorzichtigheid worden betracht bij de toediening van Effentora bij patiënten met een lever- of nierfunctiestoornis. De invloed van lever- en nierinsufficiëntie op de farmacokinetiek van het geneesmiddel is niet onderzocht. Bij intraveneuze toediening is echter aangetoond dat de klaring van fentanyl door lever- en nierinsufficiëntie als gevolg van veranderingen in de metabole klaring en plasma-eiwitten wordt gewijzigd. Na toediening van Effentora kunnen een gestoorde lever- en nierfunctie allebei de biologische beschikbaarheid van ingeslikte fentanyl verhogen en de systemische klaring verlagen, wat kan leiden tot sterkere en langere opioïde effecten. Daarom is bijzondere voorzichtigheid geboden tijdens het titratieproces bij patiënten met een matige of ernstige lever- of nierfunctiestoornis.

Bij patiënten met hypovolemie en hypotensie is een zorgvuldige afweging op zijn plaats.

Serotoninesyndroom

Voorzichtigheid is geboden wanneer Effentora gelijktijdig wordt toegediend met geneesmiddelen die de serotonerge neurotransmittersystemen beïnvloeden.

Ontwikkeling van een in potentie levensbedreigend serotoninesyndroom kan optreden bij gelijktijdig gebruik van serotonerge geneesmiddelen, zoals selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) en serotonine-norepinefrineheropnameremmers (SNRI's), en geneesmiddelen die de metabolisatie van serotonine verstoren (waaronder monoamineoxidaseremmers [MAO-remmers]). Dit kan optreden binnen de aanbevolen dosering.

Serotoninesyndroom kan zich manifesteren in de vorm van veranderingen van de gemoedstoestand (bijv. agitatie, hallucinaties, coma), autonome instabiliteit (bijv. tachycardie, labiele bloeddruk, hyperthermie), neuromusculaire afwijkingen (bijv. hyperreflexie, ongecoördineerdheid, rigiditeit) en/of gastro-intestinale symptomen (bijv. nausea, braken, diarree).

Indien serotoninesyndroom wordt vermoed, dient behandeling met Effentora te worden gestaakt.

Tolerantie, afhankelijkheid

Tolerantie en fysieke en/of psychische afhankelijkheid kan zich ontwikkelen bij herhaalde toediening van opioïden zoals fentanyl. Iatrogene verslaving na therapeutisch gebruik van opioïden is echter zeldzaam.

Natriumarm dieet

Effentora 100 microgram buccale tabletten bevatten 10 mg natrium per tablet.

Effentora 200, 400, 600 en 800 microgram buccale tabletten bevatten 20 mg natrium per tablet. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij patiënten op een natriumarm dieet.

Anafylaxie en overgevoeligheid

Anafylaxie en overgevoeligheid zijn gemeld in verband met het gebruik van orale transmucosale fentanylproducten (zie rubriek 4.8).

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Geneesmiddelen die de CYP3A4-activiteit beïnvloeden

Fentanyl wordt voornamelijk gemetaboliseerd via het humane cytochroom P450 3A4-iso- enzymsysteem (CYP3A4), daarom kunnen mogelijk interacties optreden wanneer Effentora gelijktijdig wordt gegeven met geneesmiddelen die de CYP3A4-activiteit beïnvloeden.

CYP3A4-inductoren

Gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die de 3A4-activiteit induceren, kunnen de werkzaamheid van Effentora reduceren.

CYP3A4-remmers

Het gelijktijdig gebruik van Effentora met sterke CYP3A4-remmers (zoals ritonavir, ketoconazol, itraconazol, troleandomycine, claritromycine en nelfinavir) of matig sterke CYP3A4-remmers (zoals amprenavir, aprepitant, diltiazem, erytromycine, fluconazol, fosamprenavir, grapefruitsap en verapamil) kan resulteren in een verhoogde plasmaconcentratie van fentanyl, die een mogelijk ernstige geneesmiddelreactie kan veroorzaken, inclusief een fatale ademhalingsdepressie. Patiënten die Effentora gelijktijdig met matig sterke of sterke CYP3A4-remmers ontvangen, moeten gedurende langere tijd zorgvuldig worden gecontroleerd. Bij een verhoging van de dosis moet de benodigde voorzichtigheid worden betracht.

Geneesmiddelen die een toegenomen dempende werking kunnen hebben op het CZS

Gelijktijdige toediening van fentanyl met andere depressoren van het centrale zenuwstelsel, inclusief andere opioïden, sedativa of hypnotica, algemene anesthetica, fenothiazines, kalmerende middelen, relaxantia van de skeletmusculatuur, sederende antihistaminen en alcohol kan een extra dempende werking hebben, hetgeen kan resulteren in een fatale afloop (zie rubriek 4.4).

Partiële opiaat agonisten/antagonisten

Het gelijktijdig gebruik met partiële opiaat agonisten/antagonisten (bijv. buprenorfine, nalbufine, pentazocine) wordt niet aanbevolen.Deze stoffen hebben een hoge affiniteit voor opiaatreceptoren met een relatief lage intrinsieke activiteit waardoor ten dele het analgetisch effect van fentanyl geantagoneerd wordt en dat kan leiden tot ontwenningsverschijnselen in opiaat afhankelijke patiënten.

Serotonerge middelen

Gelijktijdige toediening van fentanyl en een serotonerg middel, zoals een selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI) of een serotonine-norepinefrineheropnameremmer (SNRI) of een monoamineoxidaseremmer (MAO-remmer) kan het risico van serotoninesyndroom, een in potentie levensbedreigende aandoening, verhogen. Effentora wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten die in de afgelopen 14 dagen MAO-remmers hebben gebruikt omdat bij gebruik van opioïde analgetica ernstige en onvoorspelbare potentiëring door MAO-remmers is gemeld.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van fentanyl bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. Effentora dient niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt, tenzij strikt noodzakelijk.

Bij langdurig gebruik van fentanyl tijdens de zwangerschap is er een risico op neonataal ontwenningsverschijnselen-syndroom voor opioïden dat levensbedreigend kan zijn als het niet wordt herkend en behandeld. Het moet worden behandeld volgens de protocollen ontwikkeld door experts in de neonatologie. Als bij een zwangere vrouw langdurig gebruik van opioïden noodzakelijk is, adviseer de patiënt dan over het risico van neonataal ontwenningsverschijnselen-syndroom voor opioïden en zorg ervoor dat geschikte behandeling beschikbaar is (zie rubriek 4.8).

Het verdient aanbeveling fentanyl niet te gebruiken tijdens de bevalling (ook niet bij een keizersnede) omdat fentanyl de placenta passeert en bij de foetus een ademhalingsdepressie kan veroorzaken. Indien Effentora wordt toegediend, moet voor het kind een antidotum voorhanden zijn.

Borstvoeding

Fentanyl komt in de moedermelk terecht en kan bij het kind dat borstvoeding krijgt sedatie en een ademhalingsdepressie veroorzaken. Fentanyl mag niet door vrouwen die borstvoeding geven, worden gebruikt en borstvoeding mag niet opnieuw gestart worden tot minimaal 5 dagen na de laatste toediening van fentanyl.

Vruchtbaarheid

Met betrekking tot mensen zijn er geen gegevens over de vruchtbaarheid beschikbaar. In dieronderzoek was de mannelijke vruchtbaarheid verminderd (zie rubriek 5.3).

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Opioïde analgetica verstoren echter het mentale en/of fysieke vermogen dat nodig is voor het uitvoeren van potentieel gevaarlijke taken (zoals het besturen van een voertuig en het bedienen van machines). Aan patiënten moet worden geadviseerd geen voertuigen te besturen of machines te bedienen als zij bij het gebruik van Effentora last hebben van slaperigheid, duizeligheid of visusstoornissen en zij mogen geen voertuigen besturen of machines bedienen totdat ze weten hoe ze op het middel reageren.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De voor opioïden typerende bijwerkingen kunnen bij gebruik van Effentora worden verwacht. In veel gevallen zullen deze stoppen of in intensiteit afnemen bij voortgezet gebruik van het geneesmiddel, naarmate de patiënt naar de best passende dosis wordt getitreerd. De ernstigste bijwerkingen zijn echter ademhalingsdepressie (wat potentieel kan leiden tot apnoe of tot ademhalingsstilstand), circulatoire depressie, hypotensie en shock en alle patiënten moeten hierop nauwkeurig worden gecontroleerd.

De klinische onderzoeken met Effentora werden opgezet om de veiligheid en werkzaamheid bij de behandeling van doorbraakpijn te evalueren en alle patiënten gebruikten gelijktijdig opioïden, zoals morfine met vertraagde afgifte of transdermale fentanyl, voor hun persisterende pijn. Daarom is het niet mogelijk om de bijwerkingen van alleen Effentora duidelijk te scheiden van de bijwerkingen van de andere middelen.

Lijst van bijwerkingen in tabelvorm

De volgende bijwerkingen zijn gemeld voor Effentora en/of andere fentanylbevattende verbindingen gedurende klinische onderzoeken en bij ervaringen na het op de markt brengen. De bijwerkingen zijn hieronder gerangschikt volgens MedDRA terminologie, systeemorgaanklasse en frequentie (frequenties zijn gedefinieerd als: zeer vaak ≥ 1/10, vaak ≥ 1/100, < 1/10, soms ≥ 1/1.000, < 1/100, zelden ≥ 1/10.000, < 1/1000, niet bekend (geen schatting mogelijk op basis van bestaande gegevens)); binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen naar afnemende ernst gerangschikt:

 

Zeer vaak

Vaak

Soms

Zelden

Onbekend

Infecties en

 

Orale

Faryngitis

Orale pustel

 

parasitaire

 

candidiasis

 

 

 

aandoeningen

 

 

 

 

 

Bloed- en

 

Anemie

Trombocytopenie

 

 

lymfestelselaan-

 

Neutropenie

 

 

 

doeningen

 

 

 

 

 

Immuunsysteem-

 

 

 

Overgevoelig-

 

aandoeningen

 

 

 

heid*

 

Endocriene

 

 

 

Hypogonadis-

Bijnierinsuf-

aandoeningen

 

 

 

me

ficiëntie

 

 

 

 

 

Androgeen-

 

 

 

 

 

deficiëntie

Voedings- en

 

Anorexie

 

 

 

stofwisselings-

 

 

 

 

 

stoornissen

 

 

 

 

 

Psychische

 

Depressie

Euforische

 

 

stoornissen

 

Angst

stemming

 

 

 

 

Verwardheid

Nervositeit

 

 

 

 

Slapeloosheid

Hallucinaties

 

 

 

 

 

Visuele hallucinatie

 

 

 

 

 

Veranderde

 

 

 

 

 

geestestoestand

 

 

 

 

 

Geneesmiddelenafh

 

 

 

 

 

ankelijkheid

 

 

 

 

 

(verslaving)*

 

 

 

 

 

Desoriëntatie

 

 

Zenuwstelsel-

Duizeligheid

Dysgeusie

Verlaagd

Cognitieve

Bewusteloos-

aandoeningen

Hoofdpijn

Slaperigheid

bewustzijnsniveau

aandoening

heid*

 

 

Lethargie

Aandachtsstoornis

Motorische

Convulsie

 

 

Tremor

Evenwichtsstoornis

disfunctie

 

 

 

Sedatie

Dysartrie

 

 

 

 

Hypo-esthesie

 

 

 

 

 

Migraine

 

 

 

Oogaandoeningen

 

 

Visusstoornis

Vreemd gevoel

 

 

 

 

Rode ogen

in het oog

 

 

 

 

Wazig zien

Fotopsie

 

 

 

 

Verminderde

 

 

 

 

 

gezichtsscherpte

 

 

Evenwichts-

 

 

Vertigo

 

 

orgaan- en

 

 

Tinnitus

 

 

ooraandoeningen

 

 

Oorklachten

 

 

Hartaandoeningen

 

Tachycardie

Bradycardie

 

 

Bloedvat-

 

Hypotensie

Roodheid van de

 

 

aandoeningen

 

Hypertensie

huid

 

 

 

 

 

Opvliegers

 

 

Ademhalings-

 

Dyspnoe

Ademhalings-

 

Ademhalings

stelsel-, borstkas-

 

Faryngolaryn-

depressie

 

stilstand*

en mediastinum-

 

geale pijn

Slaapapnoe-

 

 

aandoeningen

 

 

syndroom

 

 

 

Zeer vaak

Vaak

Soms

Zelden

Onbekend

Maagdarmstelsel-

Misselijkheid

Obstipatie

Ileus

Blaarvorming

 

aandoeningen

Braken

Stomatitis

Mondzweren

van het

 

 

 

Droge mond

Orale hypo-esthesie

mondslijmvlies

 

 

 

Diarree

Mondklachten

Droge lippen

 

 

 

Buikpijn

Verkleuring van het

 

 

 

 

Gastro-

mondslijmvlies

 

 

 

 

oesofageale

Afwijkingen van de

 

 

 

 

refluxziekte

weke delen van de

 

 

 

 

Maagklachten

mond

 

 

 

 

Dyspepsie

Glossodynie

 

 

 

 

Kiespijn

Blaarvorming van

 

 

 

 

 

de tong

 

 

 

 

 

Pijn aan het

 

 

 

 

 

tandvlees

 

 

 

 

 

Ulceratie van de

 

 

 

 

 

tong

 

 

 

 

 

Afwijkingen van de

 

 

 

 

 

tong

 

 

 

 

 

Oesofagitis

 

 

 

 

 

Kloofjes in de

 

 

 

 

 

lippen

 

 

 

 

 

Tandafwijkingen

 

 

Lever- en

 

 

Dilatatie van de

 

 

galaandoeningen

 

 

galwegen

 

 

Huid- en

 

Jeuk

Koud zweet

Onychorrhexis

 

onderhuidaan-

 

Hyperhidrose

Gezwollen gezicht

 

 

doeningen

 

Uitslag

Gegeneraliseerde

 

 

 

 

 

pruritus

 

 

 

 

 

Alopecia

 

 

Skeletspierstelsel-

 

Myalgie

Spiertrekkingen

 

 

en

 

Rugpijn

Spierzwakte

 

 

bindweefselaan-

 

 

 

 

 

doeningen

 

 

 

 

 

Nier- en

 

 

Urineretentie

 

 

urineweg-

 

 

 

 

 

aandoeningen

 

 

 

 

 

Algemene

Toedieningspl

Perifeer oedeem

Malaise

 

Pyrexie

aandoeningen en

aatsreacties,

Vermoeidheid

Traagheid

 

Neonataal

toedienings-

inclusief

Asthenie

Borstklachten

 

ontwen-

plaats-stoornissen

bloedingen,

Ontwenningsver

Zich vreemd voelen

 

ningsver-

 

pijn, ulcus,

schijnselen*

Zenuwachtigheid

 

schijnselen-

 

irritatie,

Rillingen

Dorst

 

syndroom

 

paresthesie,

 

Koudegevoel

 

(zie

 

anesthesie,

 

Warmtegevoel

 

rubriek 4.6)

 

erytheem,

 

 

 

 

 

oedeem,

 

 

 

 

 

zwelling en

 

 

 

 

 

blaasjes

 

 

 

 

Onderzoeken

 

Gewichtsafnam

Verlaagd aantal

 

 

 

 

e

trombocyten

 

 

 

 

 

Snellere hartslag

 

 

 

 

 

Lagere hematocriet-

 

 

 

 

 

waarde

 

 

 

 

 

Lagere hemo-

 

 

 

 

 

globinewaarde

 

 

Zeer vaak

Vaak

Soms

Zelden

Onbekend

Letsels,

Vallen

 

 

 

intoxicaties en

 

 

 

 

verrichtingscom-

 

 

 

 

plicaties

 

 

 

 

* Zie rubriek Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Tolerantie, fysieke en/of psychologische afhankelijkheid kunnen zich ontwikkelen bij herhaalde toediening van opioïden, zoals fentanyl (zie rubriek 4.4).

Opioïdontwenningsverschijnselen als misselijkheid, overgeven, diarree, angst, rillingen, tremor en zweten zijn waargenomen met transmucosaal fentanyl.

Verlies van bewustzijn en ademhalingsstilstand zijn waargenomen in relatie met een overdosering (zie rubriek 4.9).

Overgevoeligheidsreacties zijn gemeld tijdens de postmarketingfase, waaronder huiduitslag, erytheem, zwelling van lippen en gezicht, en urticaria (zie rubriek 4.4).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Symptomen

Naar verwachting zijn de symptomen van een overdosis fentanyl in aard gelijk aan die van intraveneus fentanyl en ander opioïden, en zijn deze een uitbreiding van de farmacologische werking, met als ernstigste significante bijwerkingen veranderde geestestoestand, bewusteloosheid, hypotensie, ademhalingsdepressie, ademnood en ademhalingsinsufficiëntie, die tot de dood hebben geleid.

Behandeling

Onmiddellijke behandeling van een overdosis opioïden omvat onder meer het verwijderen van de buccale tablet Effentora, als dit zich nog steeds in de mond bevindt, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de luchtwegen open zijn, fysieke en verbale stimulatie van de patiënt, beoordeling van het bewustzijnsniveau, van de status van de ademhaling en van de bloedsomloop, en indien nodig ondersteuning van de ademhaling.

Overdosis (accidentele ingestie) bij een persoon die niet eerder met opioïden is behandeld

Voor behandeling van een overdosis (accidentele ingestie) bij een persoon die niet eerder met opioïden is behandeld, moet intraveneuze toegang worden verkregen en moet indien klinisch geïndiceerd naloxon of een andere opioïdantagonist worden toegediend. De duur van de ademhalingsdepressie na een overdosis kan langer zijn dan de effecten van de werking van de opioïdantagonist (de halfwaardetijd van naloxon varieert bijvoorbeeld van 30 tot 81 minuten) en herhaalde toediening kan noodzakelijk zijn. Raadpleeg voor gegevens over de betreffende opioïdantagonist de daarbij horende samenvatting van de productkenmerken.

Overdosis bij patiënten die een onderhoudsbehandeling met opioïden ondergaan

Voor behandeling van een overdosis bij patiënten die een onderhoudsbehandeling met opioïden ondergaan, moet intraveneuze toegang worden verkregen. Een verstandig gebruik van naloxon of van een andere opioïdantagonist kan in sommige gevallen gerechtvaardigd zijn, maar dit gaat gepaard met het risico van het versnellen van een acuut onthoudingssyndroom.

Hoewel na het gebruik van Effentora geen spierrigiditeit is waargenomen die de ademhaling belemmert, is dit bij het gebruik van fentanyl en andere opioïden wel mogelijk. Als dit optreedt, moet dit worden behandeld door ondersteuning van de ademhaling, door toediening van een opioïdantagonist, en als laatste alternatief door gebruik van een neuromusculaire blokker.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: analgetica; opioïden, ATC-code N02AB03.

Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten

Fentanyl is een opioïde analgeticum waarbij voornamelijk een interactie plaatsvindt met de µ-receptor van het opioïd. De primaire therapeutische werking is analgesie en sedatie. De secundaire farmacologische effecten zijn ademhalingsdepressie, bradycardie, hypothermie, obstipatie, miosis, fysieke afhankelijkheid en euforie.

Het analgetische effect van fentanyl is gerelateerd aan de plasmaspiegel. Over het algemeen nemen de effectieve concentratie en de concentratie waarbij toxiciteit optreedt toe bij het toenemen van de tolerantie voor opioïden. De snelheid waarmee de tolerantie ontstaat, is van persoon tot persoon zeer verschillend. Als gevolg hiervan moet de dosis Effentora per persoon worden getitreerd om het gewenste effect te bereiken (zie rubriek 4.2).

Alle opioïde µ-receptoragonisten, inclusief fentanyl, veroorzaken een dosisafhankelijke ademhalingsdepressie. Het risico van ademhalingsdepressie neemt af bij patiënten die chronisch met opioïden worden behandeld, omdat deze patiënten een tolerantie ontwikkelen voor ademhalingsdepressie-effecten.

Opioïden kunnen de hypothalamus-hypofyse-bijnieras en –gonadenas beïnvloeden. Enkele veranderingen die te zien kunnen zijn, zijn onder andere een verhoging van prolactine in serum en dalingen van cortisol en testosteron in plasma. Klinische verschijnselen en symptomen kunnen zich manifesteren als gevolg van deze hormonale veranderingen (zie ook rubriek 4.8).

Klinische werkzaamheid en veiligheid

De veiligheid en werkzaamheid van Effentora zijn beoordeeld bij patiënten die het geneesmiddel gebruiken bij de aanvang van de episode van doorbraakpijn. Preventief gebruik van Effentora voor voorspelbare pijnepisodes in niet in de klinische trials onderzocht. Er zijn twee dubbelblinde, gerandomiseerde, placebogecontroleerde, cross-over-onderzoeken verricht waarbij in totaal 248 patiënten met doorbraakpijn en kanker werden opgenomen die gemiddeld 1 tot 4 episodes doorbraakpijn per dag ervoeren, terwijl zij onderhoudstherapie met opioïden ontvingen. Tijdens een initiële open-label-fase werden patiënten getitreerd naar een effectieve dosis Effentora. Patiënten bij wie een effectieve dosis werd vastgesteld mochten aan de dubbelblinde fase van het onderzoek deelnemen. De primaire variabele voor werkzaamheid was de beoordeling van de pijnintensiteit door de patiënt. De patiënten beoordeelden de pijnintensiteit op een 11-puntsschaal. Voor elke episode van doorbraakpijn werd de pijnintensiteit voorafgaand aan en op verschillende tijdstippen na de behandeling beoordeeld.

Bij 67 procent van de patiënten was titratie naar een effectieve dosis mogelijk.

In het pivotale klinische onderzoek (onderzoek 1) was het primaire eindpunt de gemiddelde som van de verschillen in pijnintensiteitsscores vanaf het moment van dosering tot 60 minuten later, inclusief (SPID60), wat statistisch significant was in vergelijking met een placebo (p<0,0001).

Gemiddelde (SEM) verschillen in pijnintensiteit

Onderzoek 1: Gemiddeld (+/- SEM) verschil in pijnintensiteit bij elk tijdpunt (set voor volledige analyse)

SPID60 gemiddelde (+/- SD)

EFFENTORA=9,7(5,58) p<0,0001

Placebo=4,9(4,38)

Tijd na toediening onderzoeksgeneesmiddel (minuten)

Behandelgroep EFFENTORA

Placebo

+ p<0.0001 EFFENTORA versus placebo, ten gunste van EFFENTORA, door een variantie-analyse PID= verschil in pijnintensiteit; SEM=standaardfout van het gemiddelde

Onderzoek 2: Gemiddeld (+/- SEM) ) verschil in pijnintensiteit bij elk tijdpunt (set voor volledige analyse)

Gemiddelde (SEM) verschillen in pijnintensiteit

SPID30 gemiddelde (+/- SD)

EFFENTORA=3,2(2,60) p<0,0001

Placebo=2,0(2,21)

Tijd na toediening onderzoeksgeneesmiddel (minuten)

Behandelgroep EFFENTORA  Placebo

* p<0,01 EFFENTORA versus placebo, ten gunste van EFFENTORA, , via de Wilcoxon signed rank test met één groep

+ p<0.0001 EFFENTORA versus placebo, ten gunste van EFFENTORA , via de Wilcoxon signed rank test test met één groep

PID= verschil in pijnintensiteit; SEM=standaardfout van het gemiddelde

In het tweede pivotale onderzoek (onderzoek 2) was het primaire eindpunt SPID30, dat ook statistisch significant was in vergelijking met een placebo (p<0,0001).

Statistisch significante verbetering in het verschil in de pijnintensiteit werd in onderzoek 1 al binnen 10 minuten en in onderzoek 2 al binnen 15 minuten (vroegste gemeten tijdpunt) waargenomen bij Effentora versus placebo. In elk van de onderzoeken bleven de verschillen op elk volgend tijdpunt significant.

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Algemene introductie

Fentanyl is in hoge mate lipofiel en kan zeer snel worden geabsorbeerd via de orale mucosa en langzamer via de conventionele gastrointestinale route. Het ondergaat first-pass metabolisering in de lever en de darmen en de metabolieten dragen niet bij aan de therapeutische werking van fentanyl.

Voor Effentora is gebruik gemaakt van een andere technologie voor afgifte van het geneesmiddel waarbij gebruik wordt gemaakt van een schuimvormende reactie die de snelheid waarmee en de mate waarin fentanyl via de buccale mucosa wordt geabsorbeerd vergroot. Veranderingen in de pH van voorbijgaande aard die de schuimvormende reactie vergezellen, kunnen de oplossing optimaliseren (bij een lagere pH) en membraanpermeatie (bij een hogere pH).

Verblijfstijd (gedefinieerd als tijdsduur die de tablet nodig heeft om volledig te desintegreren na buccale toediening), heeft geen invloed op de vroege systemische blootstelling aan fentanyl. Een vergelijkende studie met één tablet Effentora van 400 mcg buccaal toegediend (bijv. tussen de wang en het tandvlees) of sublinguaal toegediend voldeed aan de criteria voor bio-equivalentie.

De effecten van nier- of leverfunctiestoornissen op de farmacokinetiek van Effentora zijn niet bestudeerd.

Absorptie:

Na oromucosale toediening van Effentora wordt fentanyl snel geabsorbeerd met een absolute biologische beschikbaarheid van 65%. Het absorptieprofiel van Effentora is grotendeels het gevolg van een snelle initiële absorptie vanuit de buccale mucosa, met piekplasmaconcentraties na veneuze monsterneming die gewoonlijk binnen een uur na oromuccosale toediening werden verkregen. Ongeveer 50% van de totale toegediende dosis wordt transmucosaal snel geabsorbeerd en komt systemisch beschikbaar. De resterende helft van de totale dosis wordt ingeslikt en langzaam vanuit het maagdarmkanaal geabsorbeerd. Ongeveer 30% van de ingeslikte hoeveelheid (50% van de totale dosis) ontsnapt aan de first-pass eliminatie door de lever en de darmen en komt systemisch beschikbaar.

De belangrijkste farmacokinetische parameters worden in de tabel hieronder aangegeven.

Farmacokinetische parameters* bij volwassen proefpersonen die Effentora ontvangen

Farmacokinetische

Effentora 400 microgram

parameter (gemiddeld)

 

 

 

 

Absolute biologische

65% (±20%)

beschikbaarheid

 

 

 

 

Transmucosaal geabsorbeerde

48% (±31,8%)

fractie

 

 

 

 

 

Tmax (minuut) **

46,8

(20-240)

 

 

 

Cmax (ng/ml)

1,02

(± 0,42)

 

 

 

AUC0-tmax (ng.uur/ml)

0,40

(± 0,18)

 

 

 

AUC0-inf (ng.uur/ml)

6,48

(± 2,98)

* Op basis van veneuze bloedmonsters (plasma). Fentanylconcentraties in serum waren hoger dan die in plasma: de AUC en Cmax in serum waren respectievelijk circa 20% en 30% hoger dan de AUC en Cmax in plasma. DE oorzaak van dit verschil is niet bekend.

**Gegevens voor Tmax gepresenteerd als mediaan (bereik).

In farmacokinetisch onderzoek waarin de absolute en relatieve biologische beschikbaarheid van Effentora en orale transmucosale fentanyl (OTFC) met elkaar werden vergeleken, vertoonde de snelheid en mate van absorptie van fentanyl in Effentora een blootstelling die 30% tot 50% hoger was dan die voor orale transmucosale fentanylcitraat. Als wordt overgestapt van een ander oraal product met fentanylcitraat dan is onafhankelijke dosistitratie met Effentora nodig omdat de biologische beschikbaarheid van product tot product aanzienlijk verschilt. Bij deze patiënten kan een aanvangsdosis hoger dan 100 microgram worden overwogen.

Gemiddelde plasmaconcentratie versus tijd

Profielen na enkele doses van EFFENTORA en OTFC bij gezonde proefpersonen

 

1.0

 

 

 

 

400 mcg EFFENTORA

 

 

 

 

 

 

OTFC (genormaliseerd tot 400 mcg)

 

 

1.0

 

 

 

 

 

 

(ng/ml)

0.8

0.8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

plasma

 

0.6

 

 

 

 

 

 

0.6

 

 

 

 

 

 

 

in

0.4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-concentratie

0.4

0.2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0.0

 

 

 

 

 

 

 

Fentanyl

 

0.2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0.0

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijd na toediening dosis (in uren)

OTFC-gegevens werden aangepast (800 mcg tot 400 mcg)

Verschillen in blootstelling met Effentora werden waargenomen in een klinisch onderzoek bij patiënten met graad-1-mucositis. De Cmax en AUC0-8 waren respectievelijk 1% en 25% hoger bij patiënten met mucositis ten opzichte van patiënten zonder mucositis. De waargenomen veranderingen waren niet klinisch significant.

Distributie

Fentanyl is in hoge mate lipofiel en wordt goed verdeeld voorbij het vasculaire systeem, met een groot klaarblijkelijk verdelingsvolume. Na buccale toediening van Effentora ondergaat fentanyl een snelle initiële distributie die een evenwichtige verdeling van fentanyl aangeeft tussen het plasma en het in hoge mate doorbloede weefsels (hersenen, hart en longen). Als gevolg hiervan wordt fentanyl opnieuw gedistribueerd tussen de diepe weefselcompartimenten (spieren en vet) en het plasma.

De plasma-eiwitbinding van fentanyl is 80% tot 85%. Het belangrijkste bindende eiwit is alfa-1-zuur glycoproteïne, maar zowel albumine als lipoproteïnen dragen hier in zekere mate aan bij. Bij acidose neemt de vrije fractie van fentanyl toe.

Biotransformatie

De metabole route na buccale toediening van Effentora is niet in klinisch onderzoek gekarakteriseerd. Fentanyl wordt door het CYP3A4-isoform in de lever en in het darmslijmvlies gemetaboliseerd tot norfentanyl. In experimenteel onderzoek bij dieren is norfentanyl niet farmacologisch actief. Meer dan 90% van de toegediende doses fentanyl wordt geëlimineerd via biotransformatie van N- gedealkyleerde en gehydroxyleerde inactieve metabolieten.

Eliminatie

Na intraveneuze toediening van fentanyl wordt minder dan 7% van de toegediende dosis ongewijzigd in de urine uitgescheiden, en slechts ongeveer 1% wordt ongewijzigd in de feces uitgescheiden. De metabolieten worden voornamelijk in de urine uitgescheiden, terwijl de fecale excretie minder belangrijk is.

Na toediening van Effentora is de terminale eliminatiefase van fentanyl het gevolg van de redistributie tussen plasma en een diep weefselcompartiment. Deze fase van de eliminatie gaat langzaam, en resulteert in een mediane terminale halfwaardetijd t1/2 van ongeveer 22 uur na buccale toediening van de schuimvormende samenstelling en ongeveer 18 uur na intraveneuze toediening. De totale plasmaklaring van fentanyl na intraveneuze toediening is ongeveer 42 l/uur.

Lineariteit/non-lineariteit

Dosisproportionaliteit van 100 microgram naar 1000 microgram is aangetoond.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeniciteit.

Onderzoek naar toxiciteit voor embryofoetale ontwikkeling uitgevoerd bij ratten en konijnen toonde geen door de verbinding geïnduceerde misvormingen of variaties in de ontwikkeling bij toediening gedurende de periode van organogenese.

In een onderzoek naar fertiliteit en vroegembryonale ontwikkeling bij ratten werd een door mannetjes gemedieerd effect waargenomen bij hoge doseringen (300 mcg/kg/dag s.c.) en dit wordt beschouwd als een secundair effect van het sedatieve effect van fentanyl in experimenteel onderzoek bij dieren.

In een onderzoek naar pre- en postnatale ontwikkeling bij ratten, was het overlevingspercentage van de nakomelingen significant lager bij doses die ernstige maternale toxiciteit veroorzaakten. Andere bevindingen bij maternale toxische doseringen in F1-pups waren vertraagde lichamelijke ontwikkeling, sensorische functies, reflexen en gedrag. Deze effecten konden zowel een indirect gevolg zijn van een veranderde moederlijke verzorging en/of door verlaagde lactatiesnelheid of een direct gevolg van de fentanyl op de pups.

Carcinogeniciteitstudies (een 26 weken durende dermale alternatieve bioassay in Tg.AC transgene muizen; een 2-jarige subcutane carcinogeniciteitstudie bij ratten) met fentanyl hebben niet geleid tot bevindingen die wijzen op een mogelijk oncogene werking. Bij de beoordeling van coupes van hersenen in het carcinogeniciteitsonderzoek bij ratten werden laesies gevonden in hersenen van dieren die hoge doses fentanylcitraat toegediend hadden gekregen. Het is niet bekend wat de relevantie van deze bevindingen is voor mensen.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Mannitol

Natriumzetmeelglycolaat type A

Natriumwaterstofcarbonaat

Natriumcarbonaat, watervrij

Citroenzuur, watervrij

Magnesiumstearaat

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

3 jaar

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Met aluminium gelamineerde blisterverpakking van PVC/Al-folie/polyamide/PVC met papieren/polyester afsluitfolie.

De blisterverpakkingen worden geleverd in dozen van 4 of 28 tabletten. Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Aan patiënten en verzorgers moet worden geadviseerd ongeopende tabletten die van een recept zijn overgebleven af te voeren zodra ze niet meer nodig zijn.

Al het resterende in gebruik genomen of niet in gebruik genomen maar niet meer nodige geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

TEVA B.V.

Swensweg 5

2031 GA Haarlem

Nederland

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Effentora 100 microgram buccale tabletten

EU/1/08/441/001-002

Effentora 200 microgram buccale tabletten

EU/1/08/441/003-004

Effentora 400 microgram buccale tabletten

EU/1/08/441/005-006

Effentora 600 microgram buccale tabletten

EU/1/08/441/007-008

Effentora 800 microgram buccale tabletten

EU/1/08/441/009-010

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 04 april 2008

Datum van laatste verlenging: 20 februari 2013

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld