Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Fampyra (fampridine) – Samenvatting van de productkenmerken - N07XX07

Updated on site: 06-Oct-2017

Naam van geneesmiddelFampyra
ATC codeN07XX07
Werkzame stoffampridine
ProducentBiogen Idec Ltd  

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Fampyra 10 mg tabletten met verlengde afgifte

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke tablet met verlengde afgifte bevat 10 mg fampridine.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Tablet met verlengde afgifte.

Een gebroken witte, filmomhulde, ovale biconvexe tablet van 13 x 8 mm waarvan de platte kant aan een kant bedrukt is met A10.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Fampyra is geïndiceerd voor de verbetering van het lopen bij volwassen patiënten met multiple sclerosis met beperkt loopvermogen (EDSS 4-7).

4.2Dosering en wijze van toediening

Behandeling met Fampyra mag uitsluitend plaatsvinden op voorschrift en onder supervisie van artsen die ervaring hebben met de behandeling van MS.

Dosering

De aanbevolen dosis is tweemaal daags een tablet van 10 mg, met 12 uur tussenpauze (een tablet ’s ochtends en een tablet ’s avonds). Fampyra mag niet vaker of in een hogere dosis worden toegediend dan wordt aanbevolen (zie rubriek 4.4). De tabletten moeten zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

Fampyra-behandeling starten en evalueren

Fampyra dient aanvankelijk slechts voor de duur van twee tot vier weken te worden voorgeschreven omdat klinische voordelen over het algemeen binnen twee tot vier weken na het starten met Fampyra kunnen worden vastgesteld

Een beoordeling van het loopvermogen, bijv. de Timed 25 Foot Walk (T25FW) of de uit 12 items bestaande Multiple Sclerosis Walking Scale (MSWS-12), wordt aanbevolen om verbetering binnen twee tot vier weken te beoordelen. Indien geen verbetering wordt waargenomen, moet de behandeling met Fampyra worden gestaakt.

De behandeling met Fampyra moet worden gestaakt indien de patiënt geen verbetering meldt.

Opnieuw evalueren van de behandeling met Fampyra

Als een verslechtering van het loopvermogen wordt waargenomen, moet de arts overwegen de behandeling te onderbreken zodat de voordelen van Fampyra nogmaals kunnen worden beoordeeld (zie boven). Tijdens de herbeoordeling moet de toediening van Fampyra tijdelijk worden stopgezet en

moet de beoordeling van het loopvermogen worden herhaald. De behandeling met Fampyra moet worden gestaakt als het lopen van de patiënt geen verbetering meer vertoont.

Overgeslagen dosis

Het gebruikelijke doseringsregime moet altijd worden gevolgd. Als een dosis is vergeten, mag geen dubbele dosis worden ingenomen.

Ouderen

Bij oudere patiënten moet de nierfunctie worden gecontroleerd voordat de behandeling met Fampyra wordt gestart. Het wordt aanbevolen bij oudere patiënten de nierfunctie te monitoren om een eventuele nierfunctiestoornis vast te kunnen stellen (zie rubriek 4.4).

Patiënten met nierfunctiestoornissen

Fampyra is gecontra-indiceerd voor patiënten met een lichte, matige of ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring <80 ml/min) (zie rubriek 4.3).

Patiënten met leverfunctiestoornissen

Voor patiënten met leverfunctiestoornissen is aanpassing van de dosis niet nodig.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van Fampyra bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

Fampyra is voor oraal gebruik.

De tablet moet in zijn geheel worden ingeslikt. De tablet mag niet worden gebroken, geplet, opgelost, opgezogen of gekauwd.

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

Gelijktijdige behandeling met andere geneesmiddelen die fampridine (4-aminopyridine) bevatten.

Patiënten met een voorgeschiedenis van toevallen of met toevallen in de huidige anamnese.

Patiënten met een lichte, matige of ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring <80 ml/min).

Gelijktijdig gebruik van Fampyra met geneesmiddelen die een remmer zijn van de Organic Cation Transporter 2 (OCT2), bijvoorbeeld cimetidine.

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Risico op toevallen

Door behandeling met fampridine neemt het risico op een toeval toe (zie rubriek 4.8).

Fampyra moet met voorzichtigheid worden toegediend indien er sprake is van factoren die zorgen voor een lagere drempel voor het optreden van toevallen.

Fampyra moet worden gestaakt bij patiënten die tijdens de behandeling een toeval krijgen.

Nierfunctiestoornis

Fampyra wordt primair ongewijzigd uitgescheiden door de nieren. Patiënten met een nierfunctiestoornis hebben hogere plasmaconcentraties die in verband worden gebracht met een toename van bijwerkingen, in het bijzonder van neurologische effecten. Voor alle patiënten wordt aanbevolen dat de nierfunctie voorafgaand aan de behandeling wordt bepaald en regelmatig tijdens de behandeling wordt gemonitord (in het bijzonder bij oudere patiënten van wie de nierfunctie verminderd kan zijn). De creatinineklaring kan worden geschat met behulp van de Cockroft- Gaultformule.

Fampyra mag niet aan patiënten met nierfunctiestoornissen worden toegediend (creatinineklaring <80 ml/min) (zie rubriek 4.3).

Voorzichtigheid is geboden wanneer Fampyra gelijktijdig wordt voorgeschreven met andere geneesmiddelen die substraten zijn van OCT2, bijvoorbeeld carvedilol, propranolol en metformine.

Overgevoeligheidsreacties

In post-marketingervaring zijn ernstige overgevoeligheidsreacties (waaronder anafylactische reactie) gemeld. De meerderheid van deze gevallen deed zich binnen de eerste week van de behandeling voor. Aan patiënten met een medische geschiedenis van allergische reacties moet bijzondere aandacht worden besteed. Als een anafylactische of andere ernstige allergische reactie optreedt, moet de behandeling met Fampyra worden gestaakt en niet opnieuw worden gestart.

Andere waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen

Voorzichtigheid moet worden betracht bij toediening van Fampyra aan patiënten met cardiovasculaire symptomen van hartritmestoornissen en sinoatriale of atrioventriculaire geleidingsstoornissen (deze effecten worden waargenomen bij een overdosis). Er zijn slechts beperkte veiligheidsgegevens over deze patiënten beschikbaar.

Bij gebruik van Fampyra is een toename waargenomen van de incidentie van duizeligheid en evenwichtsstoornissen; dit kan leiden tot een verhoogd risico op vallen. Patiënten moeten daarom loophulpmiddelen gebruiken indien nodig.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd.

Gelijktijdige behandeling met andere geneesmiddelen die fampridine (4-aminopyridine) bevatten, is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).

Fampridine wordt voornamelijk via de nieren geëlimineerd waarbij de actieve niersecretie verantwoordelijk is voor ongeveer 60% (zie rubriek 5.2). OCT2 is het transporteiwit dat verantwoordelijk is voor de actieve secretie van fampridine. Derhalve is het gelijktijdig gebruik van fampridine in combinatie met geneesmiddelen die OCT2 remmen, bijvoorbeeld cimetidine, gecontra- indiceerd (zie rubriek 4.3) en moet voorzichtigheid worden betracht met het gelijktijdige gebruik van fampridine in combinatie met geneesmiddelen die substraten zijn van OCT2, bijvoorbeeld carvedilol, propranolol en metformine (zie rubriek 4.4).

Interferon: fampridine werd gelijktijdig met interferon-bèta toegediend en er werd geen farmacokinetische wisselwerking tussen de geneesmiddelen waargenomen.

Baclofen: fampridine werd gelijktijdig met baclofen toegediend en er werd geen farmacokinetische wisselwerking tussen de geneesmiddelen waargenomen.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn beperkte gegevens over het gebruik van fampridine bij zwangere vrouwen.

Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Uit voorzorg heeft het de voorkeur het gebruik van Fampyra te vermijden tijdens de zwangerschap.

Borstvoeding

Het is niet bekend of fampridine in de moedermelk of in dierlijke melk wordt uitgescheiden. Het gebruik van Fampyra door vrouwen die borstvoeding geven wordt niet aanbevolen.

Vruchtbaarheid

Bij experimenteel onderzoek op dieren zijn geen effecten op de vruchtbaarheid waargenomen.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Fampyra heeft een matige invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen omdat Fampyra duizeligheid kan veroorzaken.

4.8Bijwerkingen

De veiligheid van Fampyra is beoordeeld in gerandomiseerd, gecontroleerd klinisch onderzoek, in open-label studies en in de post-marketing setting.

De gevonden bijwerkingen zijn meestal neurologisch en omvatten toevallen, slapeloosheid, angst, evenwichtsstoornis, duizeligheid, paresthesie, tremor, hoofdpijn en asthenie. Dit is consistent met de farmacologische activiteit van fampridine. De hoogste incidentie van bijwerkingen die zijn gevonden in placebogecontroleerd klinisch onderzoek bij multiple-sclerose patiënten met Fampyra gegeven in de aanbevolen dosis, wordt gemeld als urineweginfectie (bij ongeveer 12% van de patiënten).

De bijwerkingen worden hieronder gepresenteerd naar systeem/orgaanklasse en absolute frequentie. De frequenties worden gedefinieerd als: Zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥1/1.000 tot <1/100); zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); onbekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gepresenteerd in volgorde van afnemende ernst.

MedDRA

Bijwerking

Frequentiecategorie

systeem/orgaanklassen

 

 

Infecties en parasitaire

Urineweginfectie

Zeer vaak

aandoeningen

 

 

 

 

 

Immuunsysteemaandoeningen

Anafylaxie

Soms

 

Angio-oedeem

Soms

 

Overgevoeligheid

Soms

Psychische stoornissen

Slapeloosheid

Vaak

 

Angst

Vaak

Zenuwstelselaandoeningen

Duizeligheid

Vaak

 

Hoofdpijn

Vaak

 

Evenwichtsstoornis

Vaak

 

Paresthesie

Vaak

 

 

 

Tremor

Vaak

 

Toeval

Soms

 

Verergering van trigeminus

Soms

 

neuralgie

 

Hartaandoeningen

Hartkloppingen

Vaak

 

Tachycardie

Soms

Bloedvataandoeningen

Hypotensie*

Soms

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en

Dyspneu

Vaak

mediastinumaandoeningen

Faryngolaryngeale pijn

Vaak

Maagdarmstelselaandoeningen

Misselijkheid

Vaak

 

Braken

Vaak

 

Constipatie

Vaak

 

Dyspepsie

Vaak

Huid- en onderhuidaandoeningen

Rash

Soms

 

Urticaria

Soms

Skeletspierstelsel- en

Rugpijn

Vaak

bindweefselaandoeningen

 

 

Algemene aandoeningen en

Asthenie

Vaak

toedieningsplaatsstoornissen

Borstongemak *

Soms

* Deze symptomen werden waargenomen in de context van overgevoeligheid

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Toevallen

In post-marketingervaring zijn toevallen gemeld. De frequentie is onbekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Zie rubrieken 4.3 en 4.4 voor nadere informatie over het risico op toevallen.

Overgevoeligheid

In post-marketingervaring zijn overgevoeligheidsreacties (waaronder anafylaxie) gemeld die optraden met één of meer van de volgende symptomen: dyspneu, borstongemak, hypotensie, angio-oedeem, rash en urticaria. Voor verdere informatie over overgevoeligheidsreacties wordt verwezen naar rubrieken 4.3 en 4.4.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Symptomen

Acute symptomen van overdosis met Fampyra waren consistent met excitatie van het centrale zenuwstelsel en omvatten verwardheid, trillerigheid, diaforese, toevallen en amnesie.

Bijwerkingen van het centrale zenuwstelsel bij hoge doses 4-aminopyridine zijn onder andere verwardheid, toevallen, status epilepticus, onwillekeurige en choreoathetotische bewegingen. Andere bijwerkingen bij hoge doses waren gevallen van hartaritmie (bijvoorbeeld supraventriculaire

tachycardie en bradycardie) en ventriculaire tachycardie als gevolg van mogelijke QT-verlenging. Meldingen van hypertensie zijn ook ontvangen.

Behandeling

Patiënten die overdoseren moeten ondersteunende zorg krijgen. Herhaaldelijk voorkomen van toevallen moet worden behandeld met benzodiazepine, fenytoïne of andere geschikte acute anti- epilepsiebehandeling.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: overige geneesmiddelen voor het centrale zenuwstelsel, ATC-code: N07XX07.

Farmacodynamische effecten

Fampyra is een kaliumkanaalblokker. Door het blokkeren van kaliumkanalen vermindert Fampyra de lekkage van ionenstroom door deze kanalen, waarbij het de repolarisatie verlengt en zo de actiepotentiaalvorming in gedemyeliniseerde axonen en de neurologische functie verbetert. Het is aannemelijk dat door het verbeteren van de actiepotentiaalvorming meer impulsen zouden kunnen worden geleid in het centrale zenuwstelsel.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

Er zijn drie fase III-, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde bevestigingsstudies, (MS-F203 en MS-F204 en 218MS305) uitgevoerd. Het percentage responders was onafhankelijk van gelijktijdige immunomodulatoire therapie (waaronder interferonen, glatirameeracetaat, fingolimod en natalizumab). De dosis Fampyra was 10 mg BID.

Studies MS-F203 en MS-F204

Het primaire eindpunt in de studies MS-F203 en MS-F204 was het percentage responders met betrekking tot loopsnelheid zoals gemeten door de Timed 25-foot Walk (T25FW). Een responder werd gedefinieerd als een patiënt die consistent een hogere loopsnelheid had gedurende tenminste drie bezoeken van een mogelijk aantal van vier tijdens de dubbelblinde periode, vergeleken met de maximumwaarde uit vijf bezoeken wanneer de patiënt niet werd behandeld.

Een significant groter percentage van met Fampyra behandelde patiënten was responder vergeleken met placebo (MS-F203: 34,8% vs. 8,3%, p<0,001; MS-F204: 42,9% vs. 9,3%, p<0,001).

Patiënten die reageerden op Fampyra verhoogden hun loopsnelheid met gemiddeld 26,3% vs. 5,3% op placebo (p<0,001) (MS-F203) en 25,3% vs. 7,8% (p< 0,001) (MS-F204). De verbetering bleek snel (binnen weken) na de start van Fampyra.

Statistisch en klinisch belangrijke verbeteringen in het lopen werden gezien, zoals gemeten door middel van de uit 12 items bestaande Multiple Sclerosis Walking Scale.

Tabel 1: Studies MS-F203 en MS-F204

STUDIE *

MS-F203

MS-F204

 

 

 

Fampyra

Placebo

 

Fampyra

 

Placebo

 

 

 

 

10 mg BID

 

 

10 mg BID

aantal proefpersonen

 

 

Consistente

8,3%

 

34,8%

9,3%

 

42,9%

verbetering

 

 

 

 

 

 

Verschil

 

 

26,5%

 

 

33,5%

BI95%

 

 

17,6%, 35,4%

 

 

23,2%, 43,9%

P-waarde

 

 

< 0,001

 

 

< 0,001

 

 

 

 

 

 

 

≥20% verbetering

11,1%

 

31,7%

15,3%

 

34,5%

Verschil

 

 

20,6%

 

 

19,2%

BI95%

 

 

11,1%,30,1%

 

 

8,5%,29,9%

P-waarde

 

 

<0,001

 

 

<0,001

Loopsnelheid Feet/sec

Ft per sec

 

Ft per sec

Ft per sec

 

Ft per sec

Baseline

2,04

 

2,02

2,21

 

2,12

Eindpunt

2,15

 

2,32

2,39

 

2,43

Verandering

0,11

 

0,30

0,18

 

0,31

Verschil

 

0,19

 

0,12

p-waarde

 

0,010

 

0,038

Gemiddeld %

5,24

 

13,88

7,74

 

14,36

verandering

 

 

 

 

 

 

Verschil

 

8,65

 

6,62

p-waarde

< 0,001

 

0,007

MSWS-12-score

 

 

 

 

 

 

(gem., sem)

 

 

 

 

 

 

Baseline

69,27 (2,22)

 

71,06 (1,34)

67,03 (1,90)

 

73,81 (1,87)

Gemiddelde

-0,01 (1,46)

 

-2,84 (0,878)

0,87 (1,22)

 

-2,77 (1,20)

verandering

 

 

 

 

 

 

Verschil

 

2,83

 

3,65

p-waarde

 

0,084

 

0,021

LEMMT (gem., sem)

 

 

 

 

 

 

(Lower Extremity

 

 

 

 

 

 

Manual Muscle Test)

 

 

 

 

 

 

Baseline

3,92 (0,070)

 

4,01 (0,042)

4,01 (0,054)

 

3,95 (0,053)

Gemiddelde

0,05 (0,024)

 

0,13 (0,014)

0,05 (0,024)

 

0,10 (0,024)

verandering

 

 

 

 

 

 

Verschil

 

0,08

 

0,05

p-waarde

 

0,003

 

0,106

Ashworth Score

 

 

 

 

 

 

(een test voor

 

 

 

 

 

 

spierspasticiteit)

 

 

 

 

 

 

Baseline

0,98 (0,078)

 

0,95 (0,047)

0,79 (0.058)

 

0,87 (0,057)

Gemiddelde

-0,09 (0,037)

 

-0,18 (0,022)

-0,07 (0.033)

 

-0,17 (0,032)

verandering

 

 

 

 

 

 

Verschil

 

0,10

 

0,10

p-waarde

 

0,021

 

0,015

Studie 218MS305

Studie 218MS305 werd uitgevoerd bij 636 patiënten met multipele sclerose en loopbeperking. De duur van de dubbelblinde behandeling was 24 weken met een follow-up 2 weken na afloop van de behandeling. Het primaire eindpunt was een verbetering in het loopvermogen, gemeten als het percentage patiënten dat over een periode van 24 weken een gemiddelde verbetering van ≥ 8 punten bereikte ten opzichte van de uitgangswaarde van de MSWS-12-score. In deze studie was er een statistisch significant behandelingsverschil, met een groter percentage van met Fampyra behandelde patiënten die een verbetering in het loopvermogen vertoonden, ten opzichte van met placebo behandelde patiënten (relatief risico van 1,38 (95% BI: [1,06, 1,70]). Verbeteringen deden zich over het algemeen binnen 2 tot 4 weken na aanvang van de behandeling voor en verdwenen binnen 2 weken na het stoppen met de behandeling.

Met Fampyra behandelde patiënten vertoonden ook een statistisch significante verbetering in de Timed Up and Go (TUG) test, een maat voor statisch en dynamisch evenwicht en fysieke mobiliteit. In dit secundaire eindpunt bereikte over een periode van 24 weken een groter percentage van met

Fampyra behandelde patiënten ≥ 15% gemiddelde verbetering ten opzichte van de uitgangswaarde van de TUG-snelheid, in vergelijking met placebo. Het verschil in de Berg Balance Scale (BBS; een maat voor statisch evenwicht) was niet statistisch significant.

Bovendien vertoonden patiënten die werden behandeld met Fampyra een statistisch significante gemiddelde verbetering ten opzichte van de uitgangswaarde in vergelijking met placebo in de Multiple Sclerosis Impact Scale (MSIS-29) fysieke score (LSM-verschil -3,31, p<0,001).

Tabel 2: Studie 218MS305

Over een periode van 24

Placebo

Fampyra 10 mg

Verschil (95% BI)

weken

N = 318*

BID

p - waarde

 

 

N = 315*

 

Percentage patiënten met

34%

43%

Risicoverschil: 10,4%

gemiddelde verbetering van

 

 

(3% ; 17,8%)

≥ 8 punten en opzichte van

 

 

0,006

de uitgangswaarde van de

 

 

 

MSWS-12-score

 

 

 

 

 

 

 

MSWS-12-score

 

 

LSM: -4,14

Uitgangswaarde

65,4

63,6

(-6,22 ; -2,06)

Verbetering ten

-2,59

-6,73

<0,001

opzichte van de

 

 

 

uitgangswaarde

 

 

 

TUG

 

 

 

Percentage patiënten met

35%

43%

Risicoverschil: 9,2%

gemiddelde verbetering van

 

 

(0,9% ; 17,5%)

≥ 15% in TUG-snelheid

 

 

0,03

 

 

 

 

TUG

 

 

LSM: -1,36

Uitgangswaarde

27,1

24,9

(-2,85 ; 0,12)

Verbetering ten

-1,94

-3,3

0,07

opzichte van de

 

 

 

uitgangswaarde

 

 

 

MSIS-29 fysieke score

55,3

52,4

LSM: -3,31

Uitgangswaarde

-4,68

-8,00

(-5,13 ; -1,50)

Verbetering ten

 

 

<0,001

opzichte van de

 

 

 

uitgangswaarde

 

 

 

 

 

 

BBS-score

 

 

LSM: 0,41

Uitgangswaarde

40,2

40,6

(-0,13 ; 0,95)

Verbetering ten

1,34

1,75

0,141

opzichte van de

 

 

 

uitgangswaarde

 

 

 

*Intent-to-treat populatie = 633; LSM = kleinste-kwadraten-gemiddelde

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting om resultaten in te dienen van onderzoek met Fampyra in alle subgroepen van pediatrische patiënten met multiple sclerose met loopbeperking (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie:

Oraal toegediende fampridine wordt snel en volledig geabsorbeerd uit het maag-darmkanaal. Fampridine heeft een nauwe therapeutische index. De absolute biologische beschikbaarheid van Fampyra tabletten met verlengde afgifte is niet vastgesteld, maar de relatieve biologische beschikbaarheid (zoals vergeleken met een waterige oplossing voor oraal gebruik) is 95%. De Fampyra tablet met verlengde afgifte heeft een vertraging in de absorptie van fampridine die wordt gemanifesteerd door een tragere stijging naar een lagere piekconcentratie, zonder enig effect op de mate van absorptie.

Als Fampyra tabletten worden ingenomen met voedsel, is de vermindering in het gebied onder de plasmaconcentratie-tijdcurve (AUC0-∞) van fampridine ongeveer 2-7% (10 mg dosis). De geringe vermindering in AUC zal naar verwachting geen vermindering veroorzaken in de therapeutische werkzaamheid. De Cmax stijgt echter met 15-23%. Omdat er een duidelijk verband bestaat tussen de Cmax en dosisgerelateerde bijwerkingen, wordt aanbevolen om Fampyra zonder voedsel in te nemen (zie rubriek 4.2).

Distributie:

Fampridine is een in vet oplosbaar geneesmiddel dat de bloed-hersenbarrière gemakkelijk passeert. Fampridine is grotendeels ongebonden aan plasma-eiwitten (gebonden fractie varieerde tussen 3-7% in humaan plasma). Fampridine heeft een distributievolume van ongeveer 2,6 l/kg.

Fampridine is geen substraat voor P-glycoproteïne.

Biotransformatie:

Fampridine wordt bij de mens gemetaboliseerd door oxidatie aan 3-hydroxy-4-aminopyridine en verder geconjugeerd aan het 3-hydroxy-4-aminopyridinesulfaat. Er werd geen farmacologische activiteit gevonden voor de fampridinemetabolieten tegen geselecteerde kaliumkanalen in vitro.

De 3-hydroxylatie van fampridine naar 3-hydroxy-4-aminopyridine door humane levermicrosomen leek te worden gekatalyseerd door cytochroom-P450-2E1 (CYP2E1).

Er was bewijs van directe remming van CYP2E1 door fampridine bij 30 μM (ongeveer 12% remming) wat ongeveer 100 maal de gemiddelde fampridineconcentratie in plasma is, gemeten voor de tablet van 10 mg.

Behandeling van gekweekte humane hepatocyten met fampridine had weinig of geen effect op de inductie van de enzymactiviteit van CYP1A2, CYP2B6, CYP2C9, CYP2C19, CYP2E1 en CYP3A4/5.

Eliminatie:

De belangrijkste eliminatieroute voor fampridine is renale excretie, met ongeveer 90% van de dosis teruggevonden in urine als parent drug binnen 24 uur. De renale klaring (CLR 370 ml/min) is

aanzienlijk groter dan de glomerulaire filtratiesnelheid als gevolg van gecombineerde glomerulaire filtratie en actieve excretie door het renale transporteiwit OCT2. Fecale excretie is verantwoordelijk voor minder dan 1% van de toegediende dosis.

Fampyra wordt gekenmerkt door lineaire (dosisproportionele) farmacokinetische eigenschappen met een terminale eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer 6 uur. De maximumplasmaconcentratie (Cmax) en, in mindere mate, het gebied onder de plasmaconcentratie-tijdcurve (AUC) stijgen evenredig met de dosis. Er is geen bewijs van klinisch relevante accumulatie van fampridine, genomen in de aanbevolen dosis, bij patiënten met een volledige nierfunctie. Bij patiënten met een nierfunctiestoornis treedt accumulatie op naar gelang de mate van stoornis.

Speciale populaties

Ouderen:

Klinische studies naar Fampyra omvatten onvoldoende aantallen proefpersonen van 65 jaar en ouder om te bepalen of zij anders reageren dan jongere patiënten. Fampyra wordt primair onveranderd uitgescheiden door de nieren en omdat bekend is dat de creatinineklaring met de leeftijd afneemt, moet monitoring van de nierfunctie bij oudere patiënten worden overwogen (zie rubriek 4.2).

Pediatrische populatie:

Er zijn geen gegevens beschikbaar

Patiënten met verminderde nierfunctie:

Fampridine wordt primair geëlimineerd door de nieren en daarom moet de nierfunctie worden gecontroleerd bij patiënten van wie de nierfunctie belemmerd zou kunnen zijn. Patiënten met lichte nierfunctiestoornis hebben naar verwachting ongeveer 1.7 tot 1.9 maal de fampridineconcentraties bereikt door patiënten met een normale nierfunctie. Fampyra mag niet worden toegediend aan patiënten met een lichte, matige of ernstige nierfunctiestoornis (zie rubriek 4.3).

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Fampridine werd bestudeerd in toxiciteitsstudies met herhaalde orale doses bij verscheidene diersoorten.

Ongewenste reacties op oraal toegediend fampridine traden snel op, het vaakst binnen de eerste 2 uur na de dosering. De klinische verschijnselen die evident waren na hoge enkelvoudige doses of herhaalde lagere doses waren gelijk bij alle bestudeerde soorten en omvatten tremors, convulsies, ataxie, dyspneu, verwijde pupillen, prostratie, abnormale vocalisatie, versnelde ademhaling en speekselvloed. Abnormaal lopen en hyperexcitabiliteit werden ook waargenomen. Deze klinische verschijnselen waren niet onverwacht en vertegenwoordigen een versterkte farmacologie van fampridine. Bovendien werden bij ratten individuele gevallen waargenomen van fatale urinewegobstructies. De klinische relevantie van deze bevindingen moet nog worden opgehelderd, maar causaal verband met fampridinebehandeling kan niet worden uitgesloten.

Bij reproductietoxiciteitsstudies bij ratten en konijnen werden verminderd gewicht en levensvatbaarheid waargenomen van foetussen en nakomelingen bij maternaal toxische doses. Er werd echter geen verhoogd risico op misvormingen of nadelige effecten op de vruchtbaarheid opgemerkt.

In een batterij van studies in vitro en in vivo vertoonde fampridine geen potentieel voor mutageniteit, clastogeniteit of carcinogeniteit.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Tabletkern:

Hypromellose

Microkristallijne cellulose

Silica, colloïdaal watervrij

Magnesiumstearaat

Filmomhulling:

Hypromellose

Titaniumdioxide (E-171)

Polyethyleenglycol 400

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

3 jaar.

Na het voor het eerst openen van de fles, binnen 7 dagen gebruiken.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht en vocht.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Fampyra wordt geleverd in flessen of blisterverpakkingen.

Flessen

HDPE (hoge dichtheid polyethyleen) fles met polypropyleen dop, elke fles bevat 14 tabletten en een silicagel desiccans.

Verpakkingsgrootte van 28 (2 flesjes van 14) tabletten. Verpakkingsgrootte van 56 (4 flesjes van 14) tabletten.

Blisterverpakkingen

Blisterfolie (aluminium/aluminium), elke blister bevat 14 tabletten.

Verpakkingsgrootte van 28 (2 blisters van 14) tabletten.

Verpakkingsgrootte van 56 (4 blisters van 14) tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Biogen Idec Limited

Innovation House

70 Norden Road

Maidenhead

Berkshire

SL6 4AY

Verenigd Koninkrijk

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/11/699/001

EU/1/11/699/002

EU/1/11/699/003

EU/1/11/699/004

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 20 juli 2011

Datum van laatste hernieuwing: 18 mei 2017

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld