Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Nplate (romiplostim) – Bijsluiter - B02BX04

Updated on site: 08-Oct-2017

Naam van geneesmiddelNplate
ATC codeB02BX04
Werkzame stofromiplostim
ProducentAmgen Europe B.V.

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

Nplate 250 microgram poeder voor oplossing voor injectie

Nplate 500 microgram poeder voor oplossing voor injectie

Romiplostim

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.

-Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

-Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

-Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.

-Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Inhoud van deze bijsluiter

1.Wat is Nplate en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

2.Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

3.Hoe gebruikt u dit middel?

4.Mogelijke bijwerkingen

5.Hoe bewaart u dit middel?

6.Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.Wat is Nplate en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

De werkzame stof in Nplate is romiplostim. Dit eiwit wordt gebruikt om lage aantallen bloedplaatjes (trombocyten) te behandelen bij patiënten met immuun (idiopathische) trombocytopenische purpura (ook wel ITP genoemd). ITP is een ziekte waarbij het immuunsysteem van uw lichaam zijn eigen bloedplaatjes vernietigt. In uw bloed helpen bloedplaatjes bij het dichten van wonden en het vormen van bloedproppen. Zeer lage aantallen bloedplaatjes kunnen bloeduitstortingen en ernstige bloedingen veroorzaken.

Nplate wordt gebruikt voor de behandeling van volwassen patiënten (van 18 jaar en ouder) bij wie de milt al dan niet is verwijderd vanwege chronische ITP en die eerder behandeld zijn met corticosteroïden of immunoglobulines en waarbij deze behandelingen niet werken.

Nplate werkt door het beenmerg (deel van het bot dat bloedcellen aanmaakt) te stimuleren om meer bloedplaatjes te produceren. Dit zou moeten helpen om bloeduitstortingen en bloedingen geassocieerd met ITP te voorkomen.

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6.

U bent allergisch voor andere geneesmiddelen die worden geproduceerd met behulp van DNA- technologie die gebruik maakt van het micro-organisme Escherichia coli (E. coli).

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Als u stopt met het gebruik van Nplate treedt een laag bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) waarschijnlijk opnieuw op. Als u stopt met het gebruik van Nplate dient uw bloedplaatjesaantal te worden gecontroleerd, en uw arts zal passende voorzorgsmaatregelen met u bespreken.

Als u risico loopt op bloedproppen of wanneer bloedproppen voorkomen in uw familie. Het risico op bloedproppen is verhoogd wanneer u:

-leverproblemen heeft;

-ouder bent (≥ 65 jaar);

-bedlegerig bent;

-kanker heeft;

-de anticonceptiepil of hormoonvervangende therapie gebruikt;

-recent een ingreep of een verwonding heeft gehad;

-overgewicht heeft;

-rookt.

Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.

Als u een zeer hoog bloedplaatjesaantal heeft, kan dit de kans op bloedproppen vergroten. Uw arts zal uw dosis Nplate aanpassen om ervoor te zorgen dat uw aantal bloedplaatjes niet te hoog wordt.

Veranderingen in het beenmerg (toename van reticuline en mogelijke beenmergfibrose)

Langdurig gebruik van Nplate kan veranderingen in uw beenmerg veroorzaken. Deze veranderingen kunnen leiden tot abnormale of minder bloedcellen. De milde vorm van deze veranderingen in het beenmerg wordt “toename van reticuline” genoemd en is waargenomen in klinische onderzoeken met Nplate. Het is niet bekend of dit kan verergeren tot een ernstigere vorm die bekend staat als “fibrose”. Tekenen van veranderingen in het beenmerg kunnen optreden als afwijkingen in uw bloedonderzoeken. In het geval van afwijkende bloedonderzoeken, zal uw arts besluiten of dit betekent dat u een beenmergonderzoek zou moeten ondergaan of dat u moet stoppen met het gebruik van Nplate.

Verergering van bloedkankervormen

Uw arts kan beslissen om een beenmergbiopsie te doen indien het nodig is om er zeker van te zijn dat u ITP heeft en geen andere ziekte zoals myelodysplastisch syndroom (MDS), een ziekte van het beenmerg waarbij de aanmaak van bloedcellen gestoord is. Als u MDS heeft en Nplate krijgt, kan uw blastcellenaantal stijgen en is het mogelijk dat uw MDS verergert tot acute myeloïde leukemie; dit is een bepaald type bloedkanker.

Verlies van respons op romiplostim

Als u behandeld wordt met romiplostim kan een verlies van respons of het onvermogen om voldoende bloedplaatjes te behouden, optreden. Uw arts zal in dat geval de oorzaak trachten te achterhalen en daarbij onder andere overwegen of u een toename van vezels in het beenmerg (reticuline) heeft of antilichamen heeft ontwikkeld die de activiteit van romiplostim kunnen neutraliseren.

Kinderen en jongeren tot 18 jaar

Nplate wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen jonger dan 18.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Nplate nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Als u ook geneesmiddelen gebruikt die het ontstaan van bloedproppen voorkomen (antistollingsmiddelen of antibloedplaatjestherapie) is er een grotere kans op bloedingen. Uw arts zal dit met u bespreken.

Als u corticosteroïden, danazol en/of azathioprine gebruikt, waarmee u behandeld kan worden voor ITP, kan de dosis die u moet gebruiken worden verlaagd of kan met het gebruik ervan worden gestopt indien gegeven in combinatie met Nplate.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Nplate wordt niet aanbevolen voor gebruik tijdens de zwangerschap tenzij aangegeven door uw arts.

Het is niet bekend of romiplostim aanwezig is in de moedermelk bij de mens. Gebruik van Nplate wordt niet aanbevolen als u borstvoeding geeft. Een besluit betreffende het beëindigen van borstvoeding of het beëindigen van de behandeling met romiplostim dient te worden overwogen rekening houdend met het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van de behandeling met romiplostim voor u.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Overleg met uw arts voordat u gaat rijden of machines gaat bedienen, omdat enkele bijwerkingen (bijvoorbeeld tijdelijke aanvallen van duizeligheid) uw vermogen om dit veilig te doen, kunnen verslechteren.

3.Hoe gebruikt u dit middel?

Nplate zal worden toegediend onder direct toezicht van uw arts, die de hoeveelheid Nplate die u ontvangt nauwkeurig in de gaten zal houden.

Nplate wordt eenmaal per week via een injectie onder de huid toegediend (subcutaan).

Uw aanvangsdosis is 1 microgram Nplate per kilogram lichaamsgewicht één keer per week. Uw arts zal u vertellen hoeveel u moet gebruiken. Nplate dient één keer per week te worden geïnjecteerd om uw bloedplaatjesaantal op peil te houden. Uw arts zal regelmatig bloedmonsters afnemen om te meten hoe uw bloedplaatjes reageren en kan uw dosis aanpassen indien dit noodzakelijk is.

Als uw bloedplaatjesaantal eenmaal onder controle is, zal uw arts uw bloed regelmatig blijven controleren. Uw dosis kan verder worden aangepast om uw bloedplaatjesaantal op lange termijn onder controle te blijven houden.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Uw arts ziet erop toe dat u de juiste hoeveelheid Nplate ontvangt. Als u meer van Nplate heeft gekregen dan u zou mogen, zult u mogelijk geen lichamelijke klachten ondervinden, maar kan het aantal bloedplaatjes in uw bloed stijgen tot een zeer hoge waarde en dit kan het risico op het ontstaan van bloedklonters verhogen. Als uw arts vermoedt dat u meer Nplate ontvangen heeft dan zou moeten, wordt daarom aanbevolen dat u gecontroleerd wordt op klachten of verschijnselen van bijwerkingen en dat u onmiddellijk een passende behandeling krijgt.

Heeft u te weinig van dit middel gebruikt?

Uw arts ziet erop toe dat u de juiste hoeveelheid Nplate ontvangt. Als u minder van Nplate heeft gekregen dan u zou moeten krijgen, zult u mogelijk geen lichamelijke klachten ondervinden, maar zal het aantal bloedplaatjes in uw bloed te laag kunnen worden waardoor het risico van een bloeding kan toenemen. Als uw arts vermoedt dat u minder Nplate ontvangen heeft dan zou moeten, wordt daarom aanbevolen dat u gecontroleerd wordt op klachten of verschijnselen van bijwerkingen en dat u onmiddellijk een passende behandeling krijgt.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Als u een dosis Nplate heeft gemist, zal uw arts met u bespreken wanneer u uw volgende dosis moet krijgen.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Als u stopt met het gebruik van Nplate is het waarschijnlijk dat uw lage bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) opnieuw optreedt. Uw arts zal beslissen of u dient te stoppen met het gebruik van Nplate.

4.Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen bij meer dan 1 op de 10 mensen optreden

hoofdpijn;

allergische reactie;

bovenste luchtweginfectie.

Vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 10 mensen optreden

beenmergaandoening, waaronder toename van vezels in het beenmerg (reticuline);

problemen met slapen (slapeloosheid);

duizeligheid;

jeuk of tinteling in de handen of voeten (paresthesie);

migraine;

roodheid van de huid (blozen);

bloedstolsel in een longslagader (longembolie);

misselijkheid;

diarree;

buikpijn;

spijsverteringsstoornis (dyspepsie);

verstopping (obstipatie);

jeuken van de huid (pruritus);

bloeding onder de huid (ecchymose);

blauwe plek (kneuzing);

huiduitslag;

gewrichtspijn (artralgie);

spierpijn of spierslapte (myalgie);

pijn in uw handen of voeten;

spierspasmen;

rugpijn;

botpijn;

vermoeidheid;

injectieplaatsreacties;

gezwollen handen en voeten (perifeer oedeem);

griepachtige symptomen (influenza-achtig ziektebeeld);

pijn;

algehele zwakte (asthenie);

koorts (pyrexie);

rillingen;

kneuzing;

zwelling van het gezicht, de lippen, mond, tong of keel wat moeite met slikken of ademen zou kunnen veroorzaken (angio-oedeem);

maag- en darmontsteking;

hartkloppingen.

Vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 10 mensen optreden (kunnen worden ontdekt bij bloed- of urinetests)

laag bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) en laag bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) na het stoppen met Nplate;

hoger dan normaal bloedplaatjesaantal (trombocytose);

bloedarmoede (anemie).

Soms voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 100 mensen optreden

beenmergfalen; aandoening van het beenmerg dat littekens veroorzaakt (myelofibrose); vergrote milt (splenomegalie); vaginale bloeding, rectale bloeding; mondbloeding; injectieplaatsbloeding;

hartaanval (myocardinfarct); verhoogde hartslag;

duizeligheid of een draaierig gevoel (vertigo);

problemen met de ogen waaronder: oogbloeding; moeilijkheden met focussen of een troebel zicht (accommodatiestoornissen, papiloedeem of oogaandoening); blindheid; jeukende ogen (oogpruritus); toename van traanvocht; of visuele stoornissen;

problemen met het maagdarmstelsel waaronder: braken; slechte adem (ademgeur); slikstoornis (dysfagie); indigestie of zuurbranden (gastro-oesofageale reflux); bloed in de ontlasting (hematochezie); maagproblemen; mondzweren of mondblaren (stomatitis); tandverkleuring;

gewichtsafname; gewichtstoename; intolerantie voor alcohol; gebrek aan eetlust (anorexie); uitdroging;

algeheel onwel gevoel (malaise); pijn op de borst; geïrriteerdheid; gezichtszwelling (gelaatsoedeem); opvliegers; verhoogde lichaamstemperatuur; nerveus gevoel;

griep; plaatselijke infectie; ontsteking van de neus- en keelholten (nasofaryngitis);

problemen met de neus en keel waaronder: hoesten; neusloop (rinorroe); droge keel; kortademigheid of moeite met ademhalen (dyspneu); neusverstopping; pijnlijke ademhaling;

pijnlijke gezwollen gewrichten veroorzaakt door urinezuur (afbraakproduct van voedsel) (jicht);

gespannen spieren; spierzwakte; schouderpijn; spiertrekkingen;

problemen met uw zenuwstelsel waaronder onvrijwillige spiercontracties (clonus); smaakstoornis (dysgeusie); vermindering van smaak (hypogeusie); verminderde gevoeligheid, vooral in de huid (hypesthesie); veranderingen in de zenuwfuncties van de armen en benen (perifere neuropathie); bloedprop in de zogenaamde transverse sinus (transverse sinustrombose);

depressie; abnormale dromen;

haarverlies (alopecia); lichtgevoeligheid (fotosensitiviteitsreactie); acne; allergische reactie in de huid na contact met allergenen (contactdermatitis); huidverschijnselen met uitslag en blaren (eczeem); droge huid; roodheid van de huid (erytheem); ernstige schilferende of vervellende huiduitslag (exfoliatieve huiduitslag); abnormale haargroei; verdikking en jeuken van de huid als gevolg van herhaald krabben (prurigo); bloeding onder het huidoppervlak of blauwe plekken op de huid (purpura); huiduitslag met bulten (papulaire huiduitslag); jeukende huiduitslag (pruritische huiduitslag); algehele jeukende huiduitslag (urticaria); huidknobbels; abnormale geur van de huid;

problemen met de circulatie waaronder bloedprop in de ader van de lever (poortadertrombose); diepe veneuze trombose; lage bloeddruk (hypotensie); verhoogde bloeddruk; blokkade van een bloedvat (perifeer embolisme); afname van de doorbloeding in de handen, enkels en voeten (perifere ischemie); zwelling en stolling in een ader, die bij aanraking extreem gevoelig kan zijn (flebitis of oppervlakkige tromboflebitis); bloedprop (trombose)

een zeldzame aandoening die wordt gekenmerkt door periodes van branderige pijn, roodheid en warm aanvoelen van handen en voeten (erytromelalgie).

Soms voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 100 mensen optreden (kunnen worden ontdekt bij bloed- of urinetests)

een zeldzaam type van bloedarmoede waarbij de rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes allemaal in aantal zijn afgenomen (aplastische anemie);

verhoogd aantal witte bloedcellen (leukocytose);

bovenmatige bloedplaatjesproductie (trombocytemie); toename van bloedplaatjesaantallen; abnormaal aantal cellen in het bloed dat bloedingen voorkomt (abnormale bloedplaatjesaantallen);

wijzigingen in sommige bloedtesten (toename in transaminase; verhoogd bloedlactaatdehydrogenase);

of kanker van de witte bloedcellen (multipel myeloom);

eiwitten in de urine.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos en het etiket van de injectieflacon achter EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Dit geneesmiddel mag uit de koelkast worden genomen voor een periode van maximaal 24 uur bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). Als het langer dan 24 uur moet worden bewaard, moet het in de koelkast worden teruggezet.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen zo niet in het milieu.

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

-De werkzame stof in dit middel is romiplostim.

Elke injectieflacon Nplate 250 microgram poeder voor oplossing voor injectie bevat in totaal 375 microgram romiplostim. Elke injectieflacon bevat een overfill om er zeker van te zijn dat 250 µg romiplostim kan worden toegediend. Na reconstitutie bevat een toe te dienen volume van 0,5 ml oplossing 250 microgram romiplostim (500 microgram/ml).

Elke injectieflacon Nplate 500 microgram poeder voor oplossing voor injectie bevat in totaal 625 microgram romiplostim. Elke injectieflacon bevat een overfill om er zeker van te zijn dat 500 µg romiplostim kan worden toegediend. Na reconstitutie bevat een toe te dienen volume van 1 ml oplossing 500 microgram romiplostim (500 microgram/ml).

-De andere stoffen in dit middel zijn mannitol (E421), sacharose, l-histidine, zoutzuur (voor pH- aanpassing) en polysorbaat 20.

Hoe ziet Nplate eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Nplate is een wit poeder voor oplossing voor injectie, geleverd in een 5 ml glazen injectieflacon.

Elke verpakking bevat 1 of 4 injectieflacons van ofwel 250 microgram ofwel 500 microgram romiplostim.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant:

Amgen Europe B.V. Minervum 7061 4817 ZK Breda Nederland

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

Amgen Europe B.V. Minervum 7061 4817 ZK Breda Nederland

Fabrikant:

Amgen Technology Ireland (ADL)

Pottery Road

Dun Laoghaire

Co Dublin

Ierland

Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.

België/Belgique/Belgien

Lietuva

s.a. Amgen n.v.

Amgen Switzerland AG Vilniaus filialas

Tel/Tél: +32 (0)2 7752711

Tel: +370 5 219 7474

България

Luxembourg/Luxemburg

Амджен България ЕООД

s.a. Amgen

Тел.: +359 (0)2 424 7440

Belgique/Belgien

 

Tel/Tél: +32 (0)2 7752711

Česká republika

Magyarország

Amgen s.r.o.

Amgen Kft.

Tel: +420 221 773 500

Tel.: +36 1 35 44 700

Danmark

Malta

Amgen, filial af Amgen AB, Sverige

Amgen B.V.

Tlf: +45 39617500

The Netherlands

 

Tel: +31 (0)76 5732500

Deutschland

Nederland

AMGEN GmbH

Amgen B.V.

Tel.: +49 89 1490960

Tel: +31 (0)76 5732500

 

Eesti

Norge

Amgen Switzerland AG Vilniaus filialas

Amgen AB

Tel: +372 586 09553

Tel: +47 23308000

Ελλάδα

Österreich

Amgen Ελλάς Φαρμακευτικά Ε.Π.Ε.

Amgen GmbH

Τηλ.: +30 210 3447000

Tel: +43 (0)1 50 217

España

Polska

Amgen S.A.

Amgen Biotechnologia Sp. z o.o.

Tel: +34 93 600 18 60

Tel.: +48 22 581 3000

France

Portugal

Amgen S.A.S.

Amgen Biofarmacêutica, Lda.

Tél: +33 (0)9 69 363 363

Tel: +351 21 4220550

Hrvatska

România

Amgen d.o.o.

Amgen România SRL

Tel: + 385 (0)1 6562 57 20

Tel: +4021 527 3000

Ireland

Slovenija

Amgen Limited

AMGEN zdravila d.o.o.

United Kingdom

Tel: +386 (0)1 585 1767

Tel: +44 (0)1223 420305

 

Ísland

Slovenská republika

Vistor hf.

Amgen Slovakia s.r.o.

Sími: +354 535 7000

Tel: +421 33 321 13 22

Italia

Suomi/Finland

Amgen S.r.l.

Amgen AB, sivuliike Suomessa/Amgen AB, filial i

Tel: +39 02 6241121

Finland

 

Puh/Tel: +358 (0)9 54900500

Kύπρος

Sverige

C.A. Papaellinas Ltd

Amgen AB

Τηλ.: +357 22741 741

Tel: +46 (0)8 6951100

Latvija

United Kingdom

Amgen Switzerland AG Rīgas filiāle

Amgen Limited

Tel: +371 257 25888

Tel: +44 (0)1223 420305

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Andere informatiebronnen

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Nplate is een steriel maar ongeconserveerd product en is uitsluitend bedoeld voor éénmalig gebruik. Nplate dient te worden gereconstitueerd in overeenstemming met goed aseptisch gebruik.

Nplate 250 microgram poeder voor oplossing voor injectie dient te worden gereconstitueerd met 0,72 ml steriel water voor injecties, wat een onmiddellijk leverbaar volume van 0,5 ml oplevert. Elke injectieflacon bevat een overfill om er zeker van te zijn dat er 250 µg romiplostim

kan worden toegediend (zie onderstaande tabel aangaande de inhoud van de injectieflacon).

of

Nplate 500 microgram poeder voor oplossing voor injectie dient te worden gereconstitueerd met 1,2 ml steriel water voor injecties, wat een onmiddellijk leverbaar volume van 1 ml oplevert. Elke injectieflacon bevat een overfill om er zeker van te zijn dat er 500 µg romiplostim kan worden toegediend (zie onderstaande tabel aangaande de inhoud van de injectieflacon).

Inhoud injectieflacon:

Nplate

Totale inhoud

 

Volume van

 

Leverbaar

Uiteindelijke

injectieflacon

van romiplostim

 

steriel water

 

product en

concentratie

voor eenmalig

in injectieflacon

 

voor injectie

 

volume

 

gebruik

 

 

 

 

 

 

 

250 µg

375 µg

+

0.72 ml

=

µg in 0.5 ml

500 µg/ml

500 µg

625 µg

+

1.2 ml

=

µg in 1 ml

500 µg/ml

Natriumchloride-oplossingen of bacteriostatisch water dient niet te worden gebruikt bij het reconstitueren van het geneesmiddel.

Water voor injecties dient in de injectieflacon te worden geïnjecteerd. De inhoud van de injectieflacon mag gedurende het oplossen voorzichtig worden rondgedraaid en gekeerd. De injectieflacon dient niet te worden geschud of krachtig te worden bewogen. Over het algemeen duurt het minder dan 2 minuten om Nplate op te lossen. Kijk vóór toediening of de vloeistof deeltjes bevat of verkleurd is. De gereconstitueerde oplossing hoort helder en kleurloos te zijn en mag niet worden toegediend als er deeltjes en/of verkleuringen worden waargenomen.

Vanuit microbiologisch oogpunt dient het geneesmiddel onmiddellijk gebruikt te worden. Indien het middel niet onmiddellijk wordt gebruikt, is de gebruiker verantwoordelijk voor de bewaringstermijnen en –omstandigheden vóór gebruik. Deze dienen gewoonlijk niet langer dan 24 uur bij 25°C of 24 uur in een koelkast (2°C – 8°C) te zijn, beschermd tegen licht.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig de lokale voorschriften.

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

Nplate 250 microgram poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie Nplate 500 microgram poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Romiplostim

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.

-Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

-Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

-Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.

-Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Inhoud van deze bijsluiter

1.Wat is Nplate en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

2.Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

3.Hoe gebruikt u dit middel?

4.Mogelijke bijwerkingen

5.Hoe bewaart u dit middel?

6.Inhoud van de verpakking en overige informatie

7.Instructies voor bereiding en toediening van een injectie van dit middel

1. Wat is Nplate en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

De werkzame stof in Nplate is romiplostim. Dit eiwit wordt gebruikt om lage aantallen bloedplaatjes (trombocyten) te behandelen bij patiënten met immuun (idiopathische) trombocytopenische purpura (ook wel ITP genoemd). ITP is een ziekte waarbij het immuunsysteem van uw lichaam zijn eigen bloedplaatjes vernietigt. In uw bloed helpen bloedplaatjes bij het dichten van wonden en het vormen van bloedproppen. Zeer lage aantallen bloedplaatjes kunnen bloeduitstortingen en ernstige bloedingen veroorzaken.

Nplate wordt gebruikt voor de behandeling van volwassen patiënten (van 18 jaar en ouder) bij wie de milt al dan niet is verwijderd vanwege chronische ITP en die eerder behandeld zijn met corticosteroïden of immunoglobulines en waarbij deze behandelingen niet werken.

Nplate werkt door het beenmerg (deel van het bot dat bloedcellen aanmaakt) te stimuleren om meer bloedplaatjes te produceren. Dit zou moeten helpen om bloeduitstortingen en bloedingen geassocieerd met ITP te voorkomen.

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden onder rubriek 6.

U bent allergisch voor andere geneesmiddelen die worden geproduceerd met behulp van DNA-technologie die gebruik maakt van het micro-organisme Escherichia coli (E. coli).

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Als u stopt met het gebruik van Nplate treedt een laag bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) waarschijnlijk opnieuw op. Als u stopt met het gebruik van Nplate dient uw bloedplaatjesaantal te worden gecontroleerd, en uw arts zal passende voorzorgsmaatregelen met u bespreken.

Als u risico loopt op bloedproppen of wanneer bloedproppen voorkomen in uw familie. Het risico op bloedproppen is verhoogd wanneer u:

-leverproblemen heeft;

-ouder bent (≥ 65 jaar);

-bedlegerig bent;

-kanker heeft;

-de anticonceptiepil of hormoonvervangende therapie gebruikt;

-recent een ingreep of een verwonding heeft gehad;

-overgewicht heeft;

-rookt.

Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.

Als u een zeer hoog bloedplaatjesaantal heeft, kan dit de kans op bloedproppen vergroten. Uw arts zal uw dosis Nplate aanpassen om ervoor te zorgen dat uw aantal bloedplaatjes niet te hoog wordt.

Veranderingen in het beenmerg (toename van reticuline en mogelijke beenmergfibrose)

Langdurig gebruik van Nplate kan veranderingen in uw beenmerg veroorzaken. Deze veranderingen kunnen leiden tot abnormale of minder bloedcellen. De milde vorm van deze veranderingen in het beenmerg wordt “toename van reticuline” genoemd en is waargenomen in klinische onderzoeken met Nplate. Het is niet bekend of dit kan verergeren tot een ernstigere vorm die bekend staat als “fibrose”. Tekenen van veranderingen in het beenmerg kunnen optreden als afwijkingen in uw bloedonderzoeken. In het geval van afwijkende bloedonderzoeken, zal uw arts besluiten of dit betekent dat u een beenmergonderzoek zou moeten ondergaan of dat u moet stoppen met het gebruik van Nplate.

Verergering van bloedkankervormen

Uw arts kan beslissen om een beenmergbiopsie te doen indien het nodig is om er zeker van te zijn dat u ITP heeft en geen andere ziekte zoals myelodysplastisch syndroom (MDS), een ziekte van het beenmerg waarbij de aanmaak van bloedcellen gestoord is. Als u MDS heeft en Nplate krijgt, kan uw blastcellenaantal stijgen en is het mogelijk dat uw MDS verergert tot acute myeloïde leukemie; dit is een bepaald type bloedkanker.

Verlies van respons op romiplostim

Als u behandeld wordt met romiplostim kan een verlies van respons of het onvermogen om voldoende bloedplaatjes te behouden, optreden. Uw arts zal in dat geval de oorzaak trachten te achterhalen en daarbij onder andere overwegen of u een toename van vezels in het beenmerg (reticuline) heeft of antilichamen heeft ontwikkeld die de activiteit van romiplostim kunnen neutraliseren.

Kinderen en jongeren tot 18 jaar

Nplate wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen jonger dan 18.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Nplate nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Als u ook geneesmiddelen gebruikt die het ontstaan van bloedproppen voorkomen (antistollingsmiddelen of antibloedplaatjestherapie) is er een grotere kans op bloedingen. Uw arts zal dit met u bespreken.

Als u corticosteroïden, danazol en/of azathioprine gebruikt, waarmee u behandeld kan worden voor ITP, kan de dosis die u moet gebruiken worden verlaagd of kan met het gebruik ervan worden gestopt indien gegeven in combinatie met Nplate.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Nplate wordt niet aanbevolen voor gebruik tijdens de zwangerschap tenzij aangegeven door uw arts.

Het is niet bekend of romiplostim aanwezig is in de moedermelk bij de mens. Gebruik van Nplate wordt niet aanbevolen als u borstvoeding geeft. Een besluit betreffende het beëindigen van borstvoeding of het beëindigen van de behandeling met romiplostim dient te worden overwogen rekening houdend met het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van de behandeling met romiplostim voor u.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Overleg met uw arts voordat u gaat rijden of machines gaat bedienen, omdat enkele bijwerkingen (bijvoorbeeld tijdelijke aanvallen van duizeligheid) uw vermogen om dit veilig te doen, kunnen verslechteren.

3. Hoe gebruikt u dit middel?

Nplate zal worden toegediend onder direct toezicht van uw arts, die de hoeveelheid Nplate die u ontvangt nauwkeurig in de gaten zal houden.

Nplate wordt eenmaal per week via een injectie onder de huid toegediend (subcutaan).

Uw aanvangsdosis is 1 microgram Nplate per kilogram lichaamsgewicht één keer per week. Uw arts zal u vertellen hoeveel u moet gebruiken. Nplate dient één keer per week te worden geïnjecteerd om uw bloedplaatjesaantal op peil te houden. Uw arts zal regelmatig bloedmonsters afnemen om te meten hoe uw bloedplaatjes reageren en kan uw dosis aanpassen indien dit noodzakelijk is.

Als uw bloedplaatjesaantal eenmaal onder controle is, zal uw arts uw bloed regelmatig blijven controleren. Uw dosis kan verder worden aangepast om uw bloedplaatjesaantal op lange termijn onder controle te blijven houden.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Instructies voor bereiding en toediening van een injectie van dit middel

Na een passende training kan uw arts ook tegen u zeggen dat u Nplate zelf mag toedienen. Lees hiervoor de instructies voor toediening van Nplate onderaan deze bijsluiter, zoals besproken met uw arts.

Als u van uw arts zelf de injecties mag toedienen, moet u elke maand voor controle bij uw arts terugkomen zodat de arts kan vaststellen of Nplate bij u werkt of dat een andere behandeling moet worden overwogen.

Na de eerste maand van zelftoediening van Nplate, moet u laten zien dat u nog steeds zelf uw Nplate injectie correct kunt voorbereiden en toedienen.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Uw arts ziet erop toe dat u de juiste hoeveelheid Nplate ontvangt. Als u meer van Nplate heeft gekregen dan u zou mogen, zult u mogelijk geen lichamelijke klachten ondervinden, maar kan het aantal bloedplaatjes in uw bloed stijgen tot een zeer hoge waarde en dit kan het risico op het ontstaan van bloedklonters verhogen. Als uw arts vermoedt dat u meer Nplate ontvangen heeft dan zou moeten, wordt het aanbevolen dat u gecontroleerd wordt op klachten of verschijnselen van bijwerkingen en dat u onmiddellijk een passende behandeling krijgt.

Als u van uw arts zelf de injecties mag toedienen en u heeft te veel van dit middel gebruikt, moet u onmiddellijk uw arts inlichten.

Heeft u te weinig van dit middel gebruikt?

Uw arts ziet erop toe dat u de juiste hoeveelheid Nplate ontvangt. Als u minder van Nplate heeft gekregen dan u zou moeten krijgen, zult u mogelijk geen lichamelijke klachten ondervinden, maar zal het aantal bloedplaatjes in uw bloed te laag kunnen worden waardoor het risico van een bloeding kan toenemen. Als uw arts vermoedt dat u minder Nplate ontvangen heeft dan zou moeten, wordt het aanbevolen dat u gecontroleerd wordt op klachten of verschijnselen van bijwerkingen en dat u onmiddellijk een passende behandeling krijgt.

Als u van uw arts zelf de injecties mag toedienen en u heeft te weinig van dit middel gebruikt, moet u onmiddellijk uw arts inlichten.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Als u een dosis Nplate heeft gemist, zal uw arts met u bespreken wanneer u uw volgende dosis moet krijgen.

Als u van uw arts zelf de injecties mag toedienen en u bent vergeten uzelf een injectie toe te dienen, moet u onmiddellijk uw arts inlichten.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Als u stopt met het gebruik van Nplate is het waarschijnlijk dat uw lage bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) opnieuw optreedt. Uw arts zal beslissen of u dient te stoppen met het gebruik van Nplate.

Dit middel zelf toedienen

Uw arts kan besluiten dat u het best Nplate zelf kunt toedienen. Uw arts, verpleegkundige of apotheker zal u laten zien hoe u bij uzelf Nplate moet injecteren. Probeer niet uzelf een injectie te geven als u nog niet geoefend heeft. Het is zeer belangrijk dat u Nplate goed bereidt en de juiste dosis gebruikt (zie rubriek 7, Instructies voor bereiding en toediening van een injectie van dit middel, onderaan deze bijsluiter).

4. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen bij meer dan 1 op de 10 mensen optreden

hoofdpijn;

allergische reactie;

bovenste luchtweginfectie.

Vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 10 mensen optreden

beenmergaandoening, waaronder toename van vezels in het beenmerg (reticuline);

problemen met slapen (slapeloosheid);

duizeligheid;

jeuk of tintelingen in de handen of voeten (paresthesie);

migraine;

roodheid van de huid (blozen);

bloedstolsel in een longslagader (longembolie);

misselijkheid;

diarree;

buikpijn;

spijsverteringsstoornis (dyspepsie);

verstopping (obstipatie);

jeuken van de huid (pruritus);

bloeding onder de huid (ecchymose);

blauwe plek (kneuzing);

huiduitslag;

gewrichtspijn (artralgie);

spierpijn of spierslapte (myalgie);

pijn in uw handen of voeten;

spierspasmen;

rugpijn;

botpijn;

vermoeidheid;

injectieplaatsreacties;

gezwollen handen en voeten (perifeer oedeem);

griepachtige symptomen (influenza-achtig ziektebeeld);

pijn;

algehele zwakte (asthenie);

koorts (pyrexie);

rillingen;

kneuzing;

zwelling van het gezicht, de lippen, mond, tong of keel wat moeite met slikken of ademen zou kunnen veroorzaken (angio-oedeem);

maag- en darmontsteking;

hartkloppingen.

Vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 10 mensen optreden (kunnen worden ontdekt bij bloed- of urinetests)

laag bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) en laag bloedplaatjesaantal (trombocytopenie) na het stoppen met Nplate;

hoger dan normaal bloedplaatjesaantal (trombocytose);

bloedarmoede (anemie).

Soms voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 100 mensen optreden

beenmergfalen; aandoening van het beenmerg dat littekens veroorzaakt (myelofibrose); vergrote milt (splenomegalie); vaginale bloeding, rectale bloeding; mondbloeding; injectieplaatsbloeding;

hartaanval (myocardinfarct); verhoogde hartslag;

duizeligheid of een draaierig gevoel (vertigo);

problemen met de ogen waaronder: oogbloeding; moeilijkheden met focussen of een troebel zicht (accommodatiestoornissen, papiloedeem of oogaandoening); blindheid; jeukende ogen (oogpruritus); toename van traanvocht; of visuele stoornissen;

problemen met het maagdarmstelsel waaronder: braken; slechte adem (ademgeur); slikstoornis (dysfagie); indigestie of zuurbranden (gastro-oesofageale reflux); bloed in de ontlasting (hematochezie); maagproblemen; mondzweren of mondblaren (stomatitis); tandverkleuring;

gewichtsafname; gewichtstoename; intolerantie voor alcohol; gebrek aan eetlust (anorexie); uitdroging;

algeheel onwel gevoel (malaise); pijn op de borst; geïrriteerdheid; gezichtszwelling (gelaatsoedeem); opvliegers; verhoogde lichaamstemperatuur; nerveus gevoel;

griep; plaatselijke infectie; ontsteking van neus- en keelholten (nasofaryngitis);

problemen met de neus en keel waaronder: hoesten; neusloop (rinorroe); droge keel; kortademigheid of moeite met ademhalen (dyspneu); neusverstopping; pijnlijke ademhaling;

pijnlijke gezwollen gewrichten veroorzaakt door urinezuur (afbraakproduct van voedsel) (jicht);

gespannen spieren; spierzwakte; schouderpijn; spiertrekkingen;

problemen met uw zenuwstelsel waaronder onvrijwillige spiercontracties (clonus); smaakstoornis (dysgeusie); vermindering van smaak (hypogeusie); verminderde gevoeligheid, vooral in de huid (hypesthesie); veranderingen in de zenuwfuncties van de armen en benen (perifere neuropathie); bloedprop in de zogenaamde transverse sinus (transverse sinustrombose);

depressie; abnormale dromen;

haarverlies (alopecia); lichtgevoeligheid (fotosensitiviteitsreactie); acne; allergische reactie in de huid na contact met allergenen (contactdermatitis); huidverschijnselen met uitslag en blaren (eczeem); droge huid; roodheid van de huid (erytheem); ernstige schilferende of vervellende huiduitslag (exfoliatieve huiduitslag); abnormale haargroei; verdikking en jeuken van de huid als gevolg van herhaald krabben (prurigo); bloeding onder het huidoppervlak of blauwe plekken op de huid (purpura); huiduitslag met bulten (papulaire huiduitslag); jeukende huiduitslag (pruritische huiduitslag); algehele jeukende huiduitslag (urticaria); huidknobbels; abnormale geur van de huid;

problemen met de circulatie waaronder bloedprop in de ader van de lever (poortadertrombose); diepe veneuze trombose; lage bloeddruk (hypotensie); verhoogde bloeddruk; blokkade van een bloedvat (perifeer embolisme); afname van de doorbloeding in de handen, enkels en voeten (perifere ischemie); zwelling en stolling in een ader, die bij aanraking extreem gevoelig kan zijn (flebitis of oppervlakkige tromboflebitis); bloedprop (trombose).

een zeldzame aandoening die wordt gekenmerkt door periodes van branderige pijn, roodheid en warm aanvoelen van handen en voeten (erytromelalgie).

Soms voorkomende bijwerkingen: kunnen bij maximaal 1 op de 100 mensen optreden (kunnen worden ontdekt bij bloed- of urinetests)

een zeldzaam type van bloedarmoede waarbij de rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes allemaal in aantal zijn afgenomen (aplastische anemie);

verhoogd aantal witte bloedcellen (leukocytose);

bovenmatige bloedplaatjesproductie (trombocytemie); toename van bloedplaatjesaantallen; abnormaal aantal cellen in het bloed dat bloedingen voorkomt (abnormale bloedplaatjesaantallen);

wijzigingen in sommige bloedtesten (toename in transaminase; verhoogd bloedlactaatdehydrogenase);

of kanker van de witte bloedcellen (multipel myeloom);

eiwitten in de urine.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5. Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket van de injectieflacon achter EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Dit geneesmiddel mag uit de koelkast worden genomen voor een periode van maximaal 24 uur bij kamertemperatuur (maximaal 25°C). Als het langer dan 24 uur moet worden bewaard, moet het in de koelkast worden teruggezet.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen zo niet in het milieu.

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

-De werkzame stof in dit middel is romiplostim.

Elke injectieflacon Nplate 250 microgram poeder voor oplossing voor injectie bevat in totaal 375 microgram romiplostim. Elke injectieflacon bevat een overfill om er zeker van te zijn dat 250 µg romiplostim kan worden toegediend. Na het oplossen bevat een toe te dienen hoeveelheid van 0,5 ml oplossing 250 microgram romiplostim (500 microgram/ml).

Elke injectieflacon Nplate 500 microgram poeder voor oplossing voor injectie bevat in totaal 625 microgram romiplostim. Elke injectieflacon bevat een overfill om er zeker van te zijn dat 500 µg romiplostim kan worden toegediend. Na het oplossen bevat een toe te dienen hoeveelheid van 1 ml oplossing 500 microgram romiplostim (500 microgram/ml).

-De andere stoffen in dit middel zijn:Poeder: mannitol (E421), sacharose, l-histidine, zoutzuur (voor pH-aanpassing) en polysorbaat 20.

Oplosmiddel: water voor injecties.

Hoe ziet Nplate eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Nplate is een wit poeder voor oplossing voor injectie, geleverd in een 5 ml glazen injectieflacon.

Nplate wordt geleverd in een verpakkingsgrootte van 1 of 4 verpakkingen. Iedere verpakking bevat: 1 injectieflacon met 250 microgram of 500 microgram romiplostim.

1 voorgevulde spuit met 0,72 of 1,2 ml water voor injecties voor reconstitutie. 1 zuiger voor de voorgevulde spuit.

1 steriele flaconadapter.

1 steriele 1 ml Luer Lock-spuit.

1 steriele veiligheidsnaald.

4 alcoholdoekjes.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant:

Amgen Europe B.V. Minervum 7061 4817 ZK Breda Nederland

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

Amgen Europe B.V. Minervum 7061 4817 ZK Breda Nederland

Fabrikant:

Amgen Technology Ireland (ADL)

Pottery Road

Dun Laoghaire

Co Dublin

Ierland

Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.

België/Belgique/Belgien

Lietuva

s.a. Amgen n.v.

Amgen Switzerland AG Vilniaus filialas

Tel/Tél: +32 (0)2 7752711

Tel: +370 5 219 7474

България

Luxembourg/Luxemburg

Амджен България ЕООД

s.a. Amgen

Тел.: +359 (0)2 424 7440

Belgique/Belgien

 

Tel/Tél: +32 (0)2 7752711

Česká republika

Magyarország

Amgen s.r.o.

Amgen Kft.

Tel: +420 221 773 500

Tel.: +36 1 35 44 700

Danmark

Malta

Amgen, filial af Amgen AB, Sverige

Amgen B.V.

Tlf: +45 39617500

The Netherlands

 

Tel: +31 (0)76 5732500

Deutschland

Nederland

AMGEN GmbH

Amgen B.V.

Tel.: +49 89 1490960

Tel: +31 (0)76 5732500

Eesti

Norge

Amgen Switzerland AG Vilniaus filialas

Amgen AB

Tel: +372 586 09553

Tel: +47 23308000

Ελλάδα

Österreich

Amgen Ελλάς Φαρμακευτικά Ε.Π.Ε.

Amgen GmbH

Τηλ.: +30 210 3447000

Tel: +43 (0)1 50 217

España

Polska

Amgen S.A.

Amgen Biotechnologia Sp. z o.o.

Tel: +34 93 600 18 60

Tel.: +48 22 581 3000

France

Portugal

Amgen S.A.S.

Amgen Biofarmacêutica, Lda.

Tél: +33 (0)9 69 363 363

Tel: +351 21 4220550

Hrvatska

România

Amgen d.o.o.

Amgen România SRL

Tel: + 385 (0)1 562 57 20

Tel: +4021 527 3000

Ireland

Slovenija

Amgen Limited

AMGEN zdravila d.o.o.

United Kingdom

Tel: +386 (0)1 585 1767

Tel: +44 (0)1223 420305

 

Ísland

Slovenská republika

Vistor hf.

Amgen Slovakia s.r.o.

Sími: +354 535 7000

Tel: +421 33 321 13 22

Italia

Suomi/Finland

Amgen S.r.l.

Amgen AB, sivuliike Suomessa/Amgen AB, filial i

Tel: +39 02 6241121

Finland

 

Puh/Tel: +358 (0)9 54900500

Kύπρος

Sverige

C.A. Papaellinas Ltd

Amgen AB

Τηλ.: +357 22741 741

Tel: +46 (0)8 6951100

Latvija

United Kingdom

Amgen Switzerland AG Rīgas filiāle

Amgen Limited

Tel: +371 257 25888

Tel: +44 (0)1223 420305

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Andere informatiebronnen

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

7.Instructies voor bereiding en toediening van een injectie van dit middel

Deze rubriek bevat informatie over hoe u bij uzelf Nplate injecteert. Het is belangrijk dat u niet probeert de injectie bij uzelf toe te dienen vóór u dit geoefend heeft met uw arts, verpleegkundige of apotheker. Als u vragen heeft over hoe u moet injecteren, vraag uw arts, verpleegkundige of apotheker dan u te helpen. Het is zeer belangrijk dat het geneesmiddel juist wordt klaargemaakt en de juiste dosis wordt gebruikt.

Deze rubriek is als volgt onderverdeeld:

Voor u begint

Stap 1. Materialen voor een injectie klaarzetten

Stap 2. Injectieflacon klaarmaken voor gebruik, bevestigen flaconadapter

Stap 3. Spuit met steriel water klaarmaken

Stap 4. Nplate oplossen door water in de injectieflacon te injecteren

Stap 5. Nieuwe injectiespuit voor injectie klaarmaken

Stap 6. Injectienaald klaarmaken

Stap 7. Een injectieplaats kiezen en klaarmaken

Stap 8. De Nplate-oplossing toedienen

Stap 9. Materialen weggooien

Voor u begint

Lees alle gebruiksinstructies goed door. Deze instructies zijn bedoeld voor patiënten die het zelf toedienen al hebben geoefend met hun zorgverlener (bijv. een arts, verpleegkundige of apotheker). Als u nog niet heeft geoefend, neem dan contact op met uw zorgverlener.

De set voor zelfinjectie van Nplate moet tot gebruik in de oorspronkelijke verpakking worden bewaard om de injectieflacon met Nplate te beschermen tegen licht. Bewaar de set met Nplate voor zelfinjectie in de koelkast bij 2ºC tot 8ºC.

Zodra Nplate is opgelost, moet het meteen worden toegediend.

Na toediening van uw voorgeschreven dosis is het mogelijk dat u overtollige Nplate-oplossing in de injectieflacon over heeft. Overgebleven Nplate-oplossing mag niet worden bewaard om een volgende keer te gebruiken! Overgebleven Nplate-oplossing moet onmiddellijk na beëindiging van het injectieproces worden weggegooid. Nplate-oplossing die in de injectieflacon is overgebleven, mag NOOIT voor een volgende injectie worden gebruikt.

Stap 1. Materialen voor een injectie klaarzetten

Doe het volgende:

Kies een goed verlicht, vlak werkoppervlak, zoals een tafel.

Neem de set voor zelfinjectie van Nplate uit de koelkast. Niet gebruiken als deze bevroren is. Als u vragen heeft over het bewaren, neem dan contact op met uw zorgverlener voor verdere instructies. Controleer de houdbaarheidsdatum op de set voor zelfinjectie. Als de houdbaarheidsdatum verstreken is, de set niet gebruiken. Stop en neem contact op met uw zorgverlener.

Opmerking: als u instructies heeft gehad van uw zorgverlener dat u voor uw dosis Nplate meer dan één injectie moet toedienen, moet u meer dan één set voor zelfinjectie gebruiken. Volg de stappen zoals beschreven in deze bijsluiter en gebruik zoveel sets voor zelfinjectie als nodig om uw volledige voorgeschreven dosis Nplate toe te dienen.

Zorg ervoor dat de volgende materialen gereed staan:

Verpakking met alcoholdoekje x4

Injectieflacon met poeder, 250 microgram OF

Flaconadapter 13 mm x1

500 microgram x1

 

 

 

Zuiger voor de met steriel water voorgevulde

Met steriel water voorgevulde injectiespuit x1

injectiespuit x1

 

 

 

1 ml-injectiespuit met Luer Lockpunt x1

Injectieveiligheidsnaald x1

 

 

 

 

Materialen pas openen wanneer dit in de instructies wordt aangegeven.

Onderdelen die beschadigd zijn of waarvan de verpakking is beschadigd, niet gebruiken.

Materialen niet opnieuw gebruiken.

Stap 2. Injectieflacon klaarmaken voor gebruik, bevestigen flaconadapter

Nodig: 2 verpakkingen met een alcoholdoekje, 1 injectieflacon en 1 verpakking met flaconadapter.

Doe het volgende:

Was uw handen met zeep en warm water.

Reinig het vlakke werkoppervlak met een nieuw alcoholdoekje.

Verwijder de rode (250 microgram) of blauwe (500 microgram) plastic dop van de injectieflacon.

Gebruik een nieuw alcoholdoekje om de stop van de injectieflacon te reinigen.

Raak de stop van de injectieflacon na reinigen niet meer aan.

Trek de papieren achterkant langzaam van de flaconadapter en laat de flaconadapter in de plastic verpakking zitten.

Raak de stop van de injectieflacon of aanpriknaald van de flaconadapter niet aan.

Terwijl u de injectieflacon op een tafel houdt en de flaconadapter in de plastic verpakking laat zitten, brengt u de aanpriknaald van de flaconadapter boven het midden van de stop op de injectieflacon.

Duw de flaconadapter omlaag op de injectieflacon tot hij stevig op z’n plaats zit en u hem niet verder kunt duwen.

Verwijder de plastic verpakking van de flaconadapter en laat de flaconadapter op de injectieflacon zitten.

Raak de bovenkant van de flaconadapter niet aan.

Stap 3. Spuit met steriel water klaarmaken

Nodig: met steriel water voorgevulde spuit en zuiger.

Let op het volgende voor u begint met stap 3:

De doorzichtige plastic zuiger MOET altijd eerst worden bevestigd voordat de witte punt van de met steriel water voorgevulde injectiespuit wordt afgebroken. Voer stap 3a vóór stap 3b uit.

Doe het volgende:

Stap 3a: bevestig de doorzichtige plastic zuiger op de met steriel water voorgevulde spuit door het gedraaide uiteinde van de zuiger in de spuit te plaatsen en de staaf voorzichtig met de wijzers van de klok mee op de grijze zuiger van de injectiespuit te draaien tot u enige weerstand voelt. Niet te strak aandraaien.

Stap 3b: houd de spuit met één hand vast, buig de punt van de witte plastic afdekdop met uw andere hand naar beneden.

Hierdoor breekt de verzegeling van de witte plastic afdekdop.

Als de verzegeling verbroken is, verwijdert u de witte plastic afdekdop. In de dop ziet u dan grijs rubber.

Stap 4. Nplate oplossen door water in de injectieflacon te injecteren

Nodig: met steriel water voorgevulde spuit en injectieflacon met de flaconadapter daarop bevestigd.

Let op het volgende voor u begint met stap 4:

Het oplossen moet langzaam en voorzichtig gebeuren. Dit is een geneesmiddel met eiwitten en eiwitten kunnen gemakkelijk beschadigd raken door onjuist mengen en te hard schudden.

Doe het volgende:

Bevestig de met water gevulde spuit op de flaconadapter terwijl u de injectieflacon op de tafel houdt door de zijkant van de flaconadapter met één hand vast te pakken en de punt van de spuit met de andere hand met de wijzers van de klok mee op de adapter te draaien tot u enige weerstand voelt.

Duw de zuiger heel langzaam en voorzichtig omlaag om al het water uit de spuit in de injectieflacon te injecteren. Het water moet langzaam op het poeder vloeien.

Spuit het water niet met kracht in de injectieflacon.

Opmerking: nadat het water in de injectieflacon is geïnjecteerd, komt de zuiger vaak wat omhoog. U hoeft geen druk op de zuiger uit te blijven oefenen voor de rest van stap 4.

Langzaam en voorzichtig duwen

Voordat u verder gaat:

Zorg ervoor dat vóór het oplossen al het water vanuit de spuit in de injectieflacon is overgebracht.

Houd het gedeelte waar de injectieflacon en flaconadapter op elkaar aansluiten tussen uw vingers vast, draai de injectieflacon rustig door uw pols te bewegen tot alle poeder is opgelost en de vloeistof in de injectieflacon helder en kleurloos is.

De injectieflacon voorzichtig draaien.

Goed

De injectieflacon niet schudden.

De injectieflacon niet tussen de handpalmen rollen.

Opmerking: het kan wel 2 minuten duren voordat het poeder volledig is opgelost.

Fout

Voordat u verdergaat:

Bekijk de oplossing en controleer deze op deeltjes en/of verkleuring. De oplossing moet helder en kleurloos zijn en alles moet zijn opgelost.

Opmerking: als de oplossing gekleurd is of deeltjes bevat, neem dan contact op met uw zorgverlener.

Verzeker u ervan dat het poeder volledig is opgelost voordat de spuit wordt verwijderd.

Wanneer Nplate volledig is opgelost, verwijdert u de lege spuit van de flaconadapter door deze los te draaien tegen de wijzers van de klok in.

Gooi de lege spuit weg in een naaldencontainer. Houd de injectieflacon met Nplate-oplossing. Maak onmiddellijk een nieuwe spuit voor injectie klaar.

Wacht niet met het injecteren van Nplate.

Stap 5. Nieuwe injectiespuit voor injectie klaarmaken

Nodig: een nieuwe verpakking met een 1 ml-spuit en de injectieflacon met opgeloste, heldere Nplate.

Voordat u verdergaat:

Controleer uw dosis voor u met deze stap begint. Opmerking: de Nplate-oplossing is zeer krachtig; daarom is het belangrijk de dosis nauwkeurig af te meten.

Zorg ervoor dat vóór het injecteren alle luchtbellen verwijderd zijn.

Doe het volgende:

Neem de 1 ml-spuit uit de verpakking.

Zuig lucht op in de spuit tot het markeerstreepje van 1 ml.

Trek de zuiger niet verder terug dan 1 ml.

Bevestig de 1 ml-spuit op de flaconadapter van de Nplate-oplossing door de punt van de spuit op de flaconadapter te draaien met de wijzers van de klok mee tot u enige weerstand voelt.

Zuig lucht op in de spuit tot het markeerstreepje van 1 ml

A.Duw lucht in de injectieflacon.

B.Blijf druk op de zuiger houden.

C. Draai de

spuit-flacon-combinatie ondersteboven, zodat de injectieflacon zich recht boven de spuit bevindt.

A. B.C.

Ondersteboven draaien

Trek alle vloeistof op in de spuit.

-De maximaal toe te dienen hoeveelheid voor de injectieflacon van 250 microgram is 0,5 ml en voor de injectieflacon met 500 microgram

1 ml.

Trek de zuiger niet uit de achterkant van de spuit.

Het is belangrijk dat u de zuiger in de spuit laat zitten.

Goed

Controleer op luchtbellen in de spuit en verwijder deze allemaal.

-Tik zachtjes met uw vingers tegen de spuit om de luchtbellen uit de vloeistof los te maken.

-Duw de zuiger langzaam omhoog om de luchtbellen uit de spuit te verwijderen.

Duw de zuiger langzaam terug om alleen de hoeveelheid die door uw zorgverlener is voorgeschreven in de spuit te krijgen.

Zorg ervoor dat de bovenkant van de kop van de zuiger bij het markeerstreepje op de spuit staat dat overeenkomt met uw voorgeschreven dosis. Duw zo nodig

vloeistof terug in de injectieflacon om de gewenste dosis te krijgen.

 

 

Luchtbellen: fout

Goed

 

 

 

 

Pas de hoeveelheid aan uw voorgeschreven dosis aan

Controleer nogmaals om zeker te weten dat de spuit de juiste hoeveelheid vloeistof voor uw dosis bevat en dat alle luchtbellen verwijderd zijn.

Voordat u verdergaat:

Zorg ervoor dat de juiste hoeveelheid vloeistof voor uw dosis in de spuit blijft.

Zorg ervoor dat alle luchtbellen uit de spuit verwijderd zijn.

Zodra alle luchtbellen zijn verwijderd en de spuit met uw juiste dosis is gevuld, draait u de spuit van de flaconadapter los.

Houd de gevulde spuit in uw hand en raak de punt van de spuit niet aan.

Leg de gevulde spuit na verwijdering van de injectieflacon niet neer.

Stap 6. Injectienaald klaarmaken

Nodig: gevulde spuit met de afgemeten dosis Nplate en veiligheidsnaald.

Doe het volgende:

Houd de spuit in uw handpalm met de punt naar boven en neem de veiligheidsnaald uit de verpakking.

Bevestig de veiligheidsnaald op de gevulde spuit met een draaiende beweging terwijl u er stevig op duwt. Draai met de wijzers van de klok mee voor vergrendeling in de Luer Lockpunt.

Het geneesmiddel is nu klaar voor injectie. Ga ONMIDDELLIJK verder met stap 7.

Stap 7. Een injectieplaats kiezen en klaarmaken Nodig: nieuw alcoholdoekje.

Doe het volgende:

Kies uw injectieplaats. De volgende drie injectieplaatsen voor Nplate worden aangeraden:

-Halverwege het bovenbeen aan de voorkant

-Buik, behalve 5 centimeter rondom de navel

-Als iemand anders bij u de injectie toedient, kan ook de buitenkant van de bovenarmen worden gebruikt

-Wissel de plaats bij elke injectie af.

Niet injecteren op plaatsen met blauwe plekken of waar de huid gevoelig of hard is.

Niet injecteren op plaatsen met littekenweefsel of striae.

Wrijf de plaats waar Nplate zal worden geïnjecteerd met een ronddraaiende beweging schoon met het alcoholdoekje.

Raak dit gebied niet meer aan voordat de injectie wordt toegediend.

Stap 8. De Nplate-oplossing toedienen

Nodig: de gevulde spuit met bevestigde naald.

Doe het volgende:

Trek de roze beschermdop naar achteren

(in de richting van de spuit en van de naald af).

Injectieplaats

VoorkantAchterkant

Verwijder de doorzichtige naalddop door de spuit in de ene hand te houden en met de andere hand de beschermdop er voorzichtig recht af te trekken.

Verwijder de doorzichtige naalddop vóór u de injectie toedient.

Knijp voorzichtig met één hand het schoongemaakte deel van de huid stevig samen. Houd met de andere hand de spuit

(als een potlood) vast onder een hoek van 45 graden ten opzichte van de huid.

Duw met een korte, scherpe beweging de naald in de huid.

Injecteer de voorgeschreven dosis onder de huid volgens de aanwijzingen van uw arts, verpleegkundige of apotheker.

Wanneer de spuit leeg is, de naald uit de huid trekken onder dezelfde hoek als bij het inbrengen.

De injectieplaats kan iets bloeden. U kunt gedurende 10 seconden een watje of gaasje op de injectieplaats drukken.

Niet over de injectieplaats wrijven. Zo nodig kan op de injectieplaats een pleister worden geplakt.

Na het injecteren plaatst u met uw duim

(of vingertop) de roze beschermdop weer terug door deze met dezelfde hand naar voren te duwen tot u een klik hoort en/of voelt die aangeeft dat de beschermdop vastklikt op zijn plaats over de naald.

Kijk of de naaldpunt bedekt is. Zorg dat de naald altijd is afgedekt met de roze beschermdop voor u hem weggooit.

Stap 9. Materialen weggooien

Doe het volgende:

Gooi de spuit met afgedekte naald onmiddellijk weg in een naaldencontainer.

Gooi de gebruikte injectieflacon met Nplate onmiddellijk weg in een naaldencontainer.

Zorg ervoor dat alle andere materialen in geschikte containers worden weggegooid.

De injectiespuit met naald en de injectieflacon met Nplate mogen NOOIT opnieuw worden gebruikt.

Gooi de gebruikte naald en spuit weg in een naaldencontainer.

Gooi eventuele resten Nplate weg in een geschikte afvalcontainer. In de injectieflacon achtergebleven Nplate mag NOOIT voor een nieuwe injectie worden gebruikt.

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld