Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Pandemrix (split influenza virus inactivated, containing...) – Samenvatting van de productkenmerken - J07BB02

Updated on site: 09-Oct-2017

Naam van geneesmiddelPandemrix
ATC codeJ07BB02
Werkzame stofsplit influenza virus inactivated, containing antigen equivalent to A/California/07/2009 (H1N1)-derived strain used NYMC X-179A
ProducentGlaxoSmithKline Biologicals S.A.

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Pandemrix, suspensie en emulsie voor emulsie voor injectie

Influenzavaccin (H1N1)v (gesplitst virion, geïnactiveerd, met adjuvans)

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Na menging bevat 1 dosis (0,5 ml):

Gesplitst influenzavirus, geïnactiveerd, dat antigeen* bevat equivalent aan:

A/California/07/2009 (H1N1)v-afgeleide stam met gebruik van NYMC X-179A 3,75 microgram**

*

gekweekt in eieren

**

hemagglutinine

AS03-adjuvans bestaat uit squaleen (10,69 milligram), DL-α-tocoferol (11,86 milligram) en polysorbaat 80 (4,86 milligram).

De suspensie en emulsie vormen na menging een multidoseringsvaccin in injectieflacon. Zie rubriek 6.5 voor het aantal doses per injectieflacon.

Hulpstof met bekend effect

Het vaccin bevat 5 microgram thiomersal.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Suspensie en emulsie voor emulsie voor injectie.

De suspensie is een kleurloze, melkwitte vloeistof.

De emulsie is een wit- tot geelachtige, homogene melkachtige vloeistof.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Profylaxe van influenza veroorzaakt door een (H1N1)v 2009 virus (zie rubriek 4.4). Pandemrix dient alleen te worden gebruikt als de aanbevolen jaarlijkse trivalente/quadrivalente seizoensinfluenzavaccins niet beschikbaar zijn en wanneer immunisatie tegen (H1N1)v noodzakelijk geacht wordt (zie rubrieken 4.4 en 4.8).

Pandemrix dient te worden gebruikt in overeenstemming met de officiële richtlijnen.

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering

In de doseringsadviezen wordt rekening gehouden met de veiligheids- en immunogeniciteitsgegevens van lopende klinische studies bij gezonde proefpersonen (zie rubrieken 4.4, 4.8 en 5.1 voor meer informatie).

Er zijn geen gegevens beschikbaar over kinderen jonger dan 6 maanden.

Volwassenen van 18 jaar en ouder

1 dosis van 0,5 ml op een gekozen datum.

Immunogeniteitsgegevens verkregen 3 weken na één dosering van Pandemrix (H1N1)v suggereren dat een eenmalige dosis voldoende zou kunnen zijn.

Wanneer een tweede dosis wordt gegeven, moet een tussenperiode in acht worden genomen van ten minste 3 weken tussen de eerste en de tweede dosis.

Zie rubriek 5.1 met betrekking tot de immuunrespons op een of twee doses Pandemrix (H1N1)v waaronder antilichaamspiegels na 6 en 12 maanden.

Pediatrische patiënten

Kinderen en adolescenten van 10-17 jaar

De dosering kan in overeenstemming zijn met de doseringsadviezen voor volwassenen.

Kinderen vanaf 6 maanden tot en met 9 jaar

Eén dosis van 0,25 ml van het vaccin op een gekozen datum.

Er is een hogere immuunrespons na een tweede dosis van 0,25 ml toegediend na een tussenperiode van 3 weken.

Bij toediening van een tweede dosis dient de beschikbare informatie in rubrieken 4.4, 4.8 en 5.1 in overweging te worden genomen.

Kinderen jonger dan 6 maanden oud

Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Het wordt aanbevolen dat iedereen, die de eerste dosis Pandemrix krijgt toegediend, het hele vaccinatieschema met Pandemrix afmaakt (zie rubriek 4.4).

Wijze van toediening

Vaccinatie dient te worden uitgevoerd via intramusculaire injectie bij voorkeur in de deltaspier (bovenarm) of in het anterolaterale gedeelte van de dij (afhankelijk van de spiermassa).

Voor instructies over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.

4.3Contra-indicaties

Eerder opgetreden (levensbedreigende) anafylactische reactie op één van de bestanddelen of residuen (ei en kippeneiwitten, ovalbumine, formaldehyde, gentamicinesulfaat en natriumdeoxycholaat) van dit vaccin.

Bij personen die ernstig ziek zijn en hoge koorts of acute infectie hebben, moet immunisatie uitgesteld worden.

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Van het vaccin kan alleen verwacht worden dat het bescherming biedt tegen influenza veroorzaakt door A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stammen.

Voorzichtigheid is geboden bij toediening van dit vaccin aan personen met een bekende overgevoeligheid (andere dan anafylactische reactie) voor het werkzame bestanddeel, één van de hulpstoffen vermeld in rubriek 6.1, thiomersal of residuen (ei en kippeneiwitten, ovalbumine, formaldehyde, gentamicinesulfaat en natriumdeoxycholaat).

Zoals geldt voor alle injecteerbare vaccins, dienen adequate medische behandeling en supervisie direct beschikbaar te zijn, in het geval zich na toediening van het vaccin een zeldzame anafylactische reactie voordoet.

Pandemrix mag absoluut nooit intravasculair worden toegediend.

Er zijn geen gegevens beschikbaar over toediening van Pandemrix via de subcutane toedieningsweg. Daarom dient een behandelend arts de voordelen en de mogelijke risico’s af te wegen van toediening aan personen met trombocytopenie of een bloedingsziekte die een contra-indicatie is voor intramusculaire toediening.

De antilichaamrespons bij patiënten met endogene of iatrogene immunosuppressie kan mogelijk ontoereikend zijn.

Het is mogelijk dat niet bij alle gevaccineerden een beschermende afweerrespons wordt opgeroepen (zie rubriek 5.1).

Er zijn geen gegevens beschikbaar over veiligheid, immunogeniciteit en werkzaamheid, die de uitwisselbaarheid van Pandemrix met andere (H1N1)v-vaccins ondersteunen.

Epidemiologische studies met Pandemrix in verschillende Europese landen duiden op een verhoogd risico op narcolepsie met of zonder kataplexie bij gevaccineerde ten opzichte van niet-gevaccineerde personen. Bij kinderen/jongeren (leeftijd tot 20 jaar) gaven deze studies een extra 1,4 tot 8 gevallen op de 100.000 gevaccineerden. Beschikbare epidemiologische gegevens bij volwassenen ouder dan 20 jaar gaven ongeveer 1 extra geval op de 100.000 gevaccineerden. Deze data suggereren dat het excessieve risico lijkt af te nemen met het toenemen van de leeftijd bij vaccinatie.

De relatie tussen Pandemrix en narcolepsie wordt nog verder onderzocht.

Pandemrix dient alleen te worden gebruikt als de aanbevolen jaarlijkse trivalente/quadrivalente seizoensinfluenzavaccins niet beschikbaar zijn en wanneer immunisatie tegen (H1N1)v noodzakelijk geacht wordt (zie rubriek 4.8).

Pediatrische patiënten

Er zijn geen gegevens beschikbaar uit klinische studies met Pandemrix (H1N1)v over veiligheid en immunogeniteit bij kinderen jonger dan 6 maanden. Vaccinatie in deze leeftijdsgroep wordt niet aanbevolen.

Bij kinderen in de leeftijd van 6 tot 35 maanden (n=51), die twee doses van 0,25 ml (halve volwassenendosis) kregen toegediend met een tussenperiode van 3 weken, werd een toename van het aantal injectieplaatsreacties en algemene symptomen na de tweede dosis waargenomen (zie rubriek 4.8). In het bijzonder nam het aantal gevallen van koorts (okseltemperatuur ≥ 38 °C) behoorlijk toe na de tweede dosis. Daarom wordt aangeraden bij jonge kinderen (tot circa 6 jaar oud) na iedere vaccinatie met Pandemrix de lichaamstemperatuur te controleren en maatregelen te nemen om de koorts te verlagen (bijvoorbeeld door koortsverlagende medicatie wanneer dit klinisch noodzakelijk wordt geacht).

Syncope (flauwvallen) kan voorkomen na, of zelfs voor, elke vaccinatie, in het bijzonder bij adolescenten door een psychogene reactie op de injectie met een naald. Dit kan vergezeld gaan van verschillende neurologische klachten zoals voorbijgaande verstoring van het gezichtsvermogen,

paresthesie en tonisch-klonische bewegingen van de ledematen tijdens het herstel. Het is belangrijk dat er maatregelen worden genomen om verwondingen als gevolg van het flauwvallen te voorkomen.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Gegevens verkregen over gelijktijdige toediening van Pandemrix (H1N1)v met een seizoensinfluenzavaccin zonder adjuvans (Fluarix gesplitst virion, geïnactiveerd vaccin) bij gezonde volwassenen ouder dan 60 jaar wezen niet op enige significante interferentie met de immuunrespons van Pandemrix (H1N1)v. De immuunrespons van Fluarix was bevredigend.

Gelijktijdige toediening werd niet in verband gebracht met hogere aantallen lokale of systemische bijwerkingen vergeleken met toediening van alleen Pandemrix.

Daarom wijzen de gegevens erop dat Pandemrix gelijktijdig kan worden toegediend met seizoensinfluenzavaccins zonder adjuvans (met toediening in tegenovergestelde ledematen).

Gegevens verkregen na toediening van een seizoensinfluenzavaccin zonder adjuvans (Fluarix, zoals hierboven omschreven) drie weken voor toediening van een dosis Pandemrix (H1N1)v bij gezonde volwassenen ouder dan 60 jaar wijzen niet op enige significante interferentie met de immuunrespons op Pandemrix (H1N1)v. Daarom tonen de gegevens aan dat Pandemrix drie weken na de toediening van seizoensinfluenzavaccins zonder adjuvans mag worden toegediend.

In een klinisch onderzoek waarin een seizoensinfluenzavaccin zonder adjuvans (Fluarix, zoals hierboven omschreven) 3 weken na de tweede dosis Pandemrix werd toegediend (de twee doseringen werden 21 dagen na elkaar toegediend) werd een lagere immuunrespons voor Fluarix waargenomen vergeleken met die bij personen die niet eerder Pandemrix toegediend hadden gekregen. Het is niet bekend of de waargenomen effecten zouden gelden voor toediening van een seizoensinfluenzavaccin zonder adjuvans na een enkele dosering Pandemrix óf als de dosisintervallen na de toediening van Pandemrix langer zijn. Het verdient de voorkeur om seizoensinfluenzavaccins zonder adjuvans toe te dienen voor of tegelijk met de eerste dosis Pandemrix.

Er zijn geen gegevens beschikbaar over gelijktijdige toediening van Pandemrix met andere vaccins. Als gelijktijdige toediening van een ander vaccin echter wordt overwogen dan dienen de vaccins in verschillende ledematen te worden gegeven. De bijwerkingen kunnen dan heviger zijn.

De immunologische reactie kan afgenomen zijn in het geval dat de patiënt een immunosuppressieve behandeling ondergaat.

Na vaccinatie tegen influenza zijn vals-positieve uitslagen waargenomen bij serologische testen waarbij gebruik wordt gemaakt van de ELISA-methode voor de detectie van antilichamen tegen humaan immunodeficiëntievirus-1 (HIV-1), hepatitis-C-virus en, met name, HTLV-1. In deze gevallen is de uitslag van de Western Blot methode negatief. Deze voorbijgaande vals-positieve resultaten zouden kunnen liggen aan een IgM-kruisreactie door het vaccin.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Pandemrix is toegediend aan vrouwen in elk trimester van de zwangerschap. De informatie over de resultaten van naar schatting ruim 200.000 vrouwen die zijn gevaccineerd gedurende de zwangerschap is momenteel beperkt. Er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogd risico op nadelige resultaten van meer dan 100 zwangerschappen die in een prospectieve klinische studie zijn vervolgd.

Onderzoeken bij dieren wijzen niet op reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).

Gegevens van zwangere vrouwen die werden gevaccineerd met andere geïnactiveerde seizoensvaccins zonder adjuvans wijzen niet op misvormingen of op foetale of neonatale toxiciteit.

Borstvoeding

Pandemrix kan worden toegediend aan vrouwen die borstvoeding geven.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen vruchtbaarheidsgegevens beschikbaar.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Een aantal van de effecten vermeld in rubriek 4.8 “Bijwerkingen” kan van invloed zijn op de rijvaardigheid en het vermogen machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

In klinische onderzoeken werd de incidentie van bijwerkingen geëvalueerd bij meer dan 1000 proefpersonen van 18 jaar en ouder die Pandemrix (H1N1) kregen toegediend.

Bij volwassenen in de leeftijd van 18 tot en met 60 jaar waren de vaakst gerapporteerde bijwerkingen na vaccinatie injectieplaatspijn (87,8%), vermoeidheid (32,9%), hoofdpijn (28,1%), artralgie (17,9%), myalgie (30,0%), rillingen (19,4%), zwelling van injectieplaats (11,5%) en zweten (11,3%).

Bij personen ouder dan 60 jaar waren de meest gerapporteerde bijwerkingen na vaccinatie injectieplaatspijn (59,0%), myalgie (20,6%), vermoeidheid (17,9%), hoofdpijn (17,6%) en artralgie (14,3%).

Lijst van bijwerkingen in tabelvorm

De gemelde bijwerkingen zijn per dosis gerangschikt naar frequentie:

Zeer vaak (≥ 1/10)

Vaak (≥ 1/100, < 1/10)

Soms (≥ 1/1.000, < 1/100)

Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000)

Zeer zelden (< 1/10.000)

Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Systeem/orgaanklasse

Frequentie

Bijwerkingen

Klinische onderzoeken

 

 

Bloed- en

Soms

Lymfadenopathie

lymfestelselaandoeningen

 

 

Psychische stoornissen

Soms

Insomnia

Zenuwstelselaandoeningen

Zeer vaak

Hoofdpijn

 

Soms

Paresthesie, duizeligheid

Maagdarmstelselaandoeningen

Vaak

Gastro-intestinale symptomen (zoals

 

 

diarree, braken, abdominale pijn, nausea)

Huid- en

Zeer vaak

Toegenomen zweten

onderhuidaandoeningen

Soms

Pruritus, rash

Skeletspierstelsel- en

Zeer vaak

Artralgie, myalgie

bindweefselaandoeningen

 

 

Algemene aandoeningen en

Zeer vaak

Zwelling en pijn op de injectieplaats,

 

 

toedieningsplaatsstoornissen

 

 

vermoeidheid, rillingen

 

 

Vaak

Roodheid en pruritus op de injectieplaats,

 

 

 

koorts

 

 

Soms

Induratie en warmte op de injectieplaats,

Postmarketing ervaring met

 

Pandemrix (H1N1)v

influenza-achtige ziekte, malaise

 

 

Immuunsysteemaandoeningen

 

 

Anafylaxie, allergische reacties

Zenuwstelselaandoeningen

 

Zeer zelden1

Koortsstuipen

 

 

Narcolepsie met of zonder kataplexie (zie

 

 

 

rubriek 4.4)

 

 

 

Somnolentie2

Huid- en

 

 

Angio-oedeem, gegeneraliseerde

onderhuidaandoeningen

 

 

huidreacties, urticaria

Algemene aandoeningen en

 

 

Reacties op de injectieplaats (ontsteking,

toedieningsplaatsstoornissen

 

 

massa, ecchymose)

Postmarketing ervaring met trivalente seizoensinfluenzavaccins

Bloed- en

 

Zelden

Voorbijgaande trombocytopenie

lymfestelselaandoeningen

 

 

 

Zenuwstelselaandoeningen

 

Zelden

Neuralgie

 

 

Zeer zelden

Neurologische aandoeningen,

 

 

 

encefalomyelitis, neuritis en het Guillain-

 

 

 

Barré syndroom

Bloedvataandoeningen

 

Zeer zelden

Vasculitis met voorbijgaande

 

 

 

betrokkenheid van de nieren

1frequentie gebaseerd op de geschatte bijdrage aan het risico, afkomstig uit epidemiologische studies in verschillende Europese landen (zie rubriek 4.4)

2Gerapporteerd bij patiënten met narcolepsie en als een tijdelijke gebeurtenis volgend op vaccinatie

In klinische onderzoeken waarin de reactogeniciteit werd onderzocht bij volwassenen van 18 jaar en ouder die twee 0,5 ml doses Pandemrix (H1N1)v kregen, werden er hogere aantallen van algemene begeleidende symptomen waargenomen (zoals vermoeidheid, hoofdpijn, artralgie, myalgie, rillingen, zweten en koorts) na de tweede dosis in vergelijking met de eerste dosis.

Pediatrische patiënten

Kinderen van 10-17 jaar oud

In klinische studies waarin de reactogeniciteit werd onderzocht bij kinderen van 10 tot 17 jaar oud die of twee 0,5 ml doses (volwassenendosis) of twee 0,25 ml doses (halve volwassenendosis) (met een tussenperiode van 21 dagen) van Pandemrix (H1N1)v kregen, was de frequentie per dosis van de volgende bijwerkingen zoals weergegeven in de tabel:

Bijwerkingen

 

 

10-17 jaar

 

 

Halve volwassenendosis

Volwassenendosis

 

na 1e dosis

na 2e dosis

na 1e dosis

na 2e dosis

 

n=118

n=117

n=98

n=93

pijn

73,7%

68,4%

92,9%

96,8%

roodheid

22,9%

31,6%

21,4%

28,0%

zwelling

30,5%

25,6%

41,8%

53,8%

rillen

20,3%

16,2%

14,3%

26,9%

zweten

7,6%

6,8%

5,1%

7,5%

koorts >38 °C

1,7%

5,1%

3,1%

9,7%

 

 

 

 

koorts>39 °C

1,7%

1,7%

0,0%

1,1%

artralgie

9,3%

15,4%

26,5%

34,4%

myalgie

22,0%

23,1%

34,7%

47,3%

vermoeidheid

28,0%

27,4%

40,8%

51,6%

maagdarmstelsel

11,0%

12,0%

6,1%

6,5%

hoofdpijn

35,6%

35,0%

41,8%

53,8%

Kinderen van 3-9 jaar oud

In klinische studies waarin de reactogeniciteit werd onderzocht bij kinderen van 3 tot 5 en van 6 tot 9 jaar oud die of twee 0,25 ml doses (halve volwassenendosis) of twee 0,5 ml doses (volwassenendosis) (met een tussenperiode van 21 dagen) van Pandemrix (H1N1)v kregen, was de frequentie per dosis van de volgende bijwerkingen zoals weergegeven in de tabel:

 

 

3-5 jaar

 

 

6-9 jaar

 

Bijwerkingen

Halve

Volwassenendosis

Halve

Volwassenendosis

volwassenendosis

 

 

volwassenendosis

 

 

 

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

 

n=60

n=56

n=53

n=52

n=65

n=63

n=57

n=57

pijn

60,0%

55,4%

75,5%

84,6%

63,1%

65,1%

94,7%

96,5%

roodheid

26,7%

41,1%

28,3%

34,6%

23,1%

33,3%

24,6%

33,3%

zwelling

21,7%

28,6%

34,0%

30,8%

23,1%

25,4%

28,1%

45,6%

rillerigheid

13,3%

7,1%

3,8%

9,6%

10,8%

6,3%

7,0%

22,8%

zweten

10,0%

5,4%

1,9%

7,7%

6,2%

7,9%

1,8%

7,0%

koorts >38 °C

10,0%

14,3%

5,7%

32,6%

4,6%

6,4%

1,8%

12,3%

koorts >39 °C

1,7%

5,4%

0,0%

3,8%

0,0%

3,2%

0,0%

1,8%

diarree

5,0%

5,4%

1,9%

5,8%

NA

NA

NA

NA

suf voelen

23,3%

17,9%

15,1%

28,8%

NA

NA

NA

NA

prikkelbaarheid

20,0%

26,8%

18,9%

26,9%

NA

NA

NA

NA

verlies van eetlust

20,0%

17,9%

15,1%

32,7%

NA

NA

NA

NA

artralgie

NA

NA

NA

NA

15,4%

14,3%

14,0%

22,8%

myalgie

NA

NA

NA

NA

16,9%

17,5%

22,8%

28,1%

vermoeidheid

NA

NA

NA

NA

27,7%

20,6%

35,1%

49,1%

gastrointestinaal

NA

NA

NA

NA

13,8%

7,9%

15,8%

14,0%

hoofdpijn

NA

NA

NA

NA

21,5%

20,6%

42,1%

45,6%

NA= niet beschikbaar

 

 

 

 

 

 

 

 

Kinderen van 6-35 maanden oud

In een klinische studie die de reactogeniciteit bij kinderen in de leeftijd van 6 tot 35 maanden onderzocht die of twee 0,25 ml doses (halve volwassenendosis) of twee 0,5 ml doses (volwassenendosis) (met een tussenperiode van 21 dagen) van Pandemrix (H1N1)v kregen, was er een toename van injectieplaatsreacties en algemene symptomen na de tweede dosis in vergelijking met de eerste dosis met name in het aantal gevallen van koorts gemeten onder de oksel (>38 °C). De frequentie per dosis van de volgende bijwerkingen was zoals weergegeven in de tabel:

Bijwerkingen

Halve volwassenendosis

Volwassenendosis

 

na 1e dosis

 

na 2e dosis

na 1e dosis

na 2e dosis

 

n=104

 

n=104

n=53

n=52

pijn

35,6%

 

41,3%

58,5%

51,9%

roodheid

18,3%

 

32,7%

32,1%

44,2%

zwelling

11,5%

 

28,8%

20,8%

32,7%

koorts (>38 °C)

6,8%

 

41,4%

7,6%

46,1%

(okseltemperatuur)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

koorts (>39 °C)

1,0%

2,9%

1,9%

17,3%

(okseltemperatuur)

 

 

 

 

duizeligheid

16,3%

33,7%

20,8%

42,3%

prikkelbaarheid

26,9%

43,3%

22,6%

51,9%

verlies van eetlust

17,3%

39,4%

20,8%

50,0%

Dit geneesmiddel bevat thiomersal (een organische kwikverbinding) als conserveermiddel en daardoor kunnen overgevoeligheidsreacties optreden (zie rubriek 4.4).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V*.

4.9 Overdosering

Er zijn geen gevallen van overdosering gerapporteerd.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: influenzavaccins, ATC-code J07BB02.

Farmacodynamische effecten

Immuunrespons op Pandemrix (H1N1)v

Volwassenen van 18-60 jaar oud

Twee klinische studies evalueerden de immunogeniciteit van Pandemrix bij gezonde proefpersonen van 18-60 jaar. Alle proefpersonen kregen twee doses van 0,5 ml met een tussenperiode van 21 dagen, behalve in studie D-Pan H1N1-008 waarin de helft van de personen slechts één dosering van 0,5 ml kreeg. De anti-hemagglutinine (anti-HA) antilichaamrespons was als volgt:

anti-HA-

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

D-Pan H1N1-007

 

 

D-Pan H1N1-008

 

 

21 dagen na 1e dosis

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 1e dosis

21 dagen na 2e dosis

 

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

 

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

 

geïnclu-

sero-

geïnclu-

sero-

geïnclu-

sero-

geïnclu-

sero-

 

deerde

negatief

deerde

negatief

deerde

negatief

deerde

negatief

 

per-

voor

per-

voor

per-

voor

per-

voor

 

sonen

vaccinatie

sonen

vaccinati

sonen

vaccinatie

sonen

vaccinatie

 

n=60

n=37

n=59

e

n=120

n=76

n=66

n=42

 

[95%

[95% BI]

[95% BI]

n=37

[95%

[95% BI]

[95%

[95% BI]

 

BI]

 

 

[95% BI]

BI]

 

BI]

 

Seroprotec-

100%

100%

100%

100%

97,5%

96,1%

100%

100%

tie1

[94,0;

[90,5;

[93,9;

[90,5;

[92,9;

[88,9;99,2]

[94,6;

[91,6;100]

 

100]

100]

100]

100]

99,5]

 

100]

 

Seroconver-

98,3%

100%

98,3%

100%

95,0%

96,1%

98,5%

100%

sie2

[91,1;

[90,5;

[90,9;

[90,5;

[89,4;

[88,9;99,2]

[91,8;

[91,6;100]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100]

100]

100]

100]

98,1]

 

100]

 

Seroconver-

 

 

 

 

42,15

50,73

69,7

105,9

siefactor3

38,1

47,0

72,9

113,3

[33,43;

[37,84;

[53,79;

[81,81;137,

 

 

 

 

 

53,16]

68,02]

90,32]

08]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren vóór vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren vóór vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en voor vaccinatie.

Zes maanden na de eerste dosis was de seroprotectie als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

antilichaam

D-Pan H1N1-007

 

D-Pan H1N1-008

 

 

6 maanden na 2 doses van

6 maanden na 2 doses van

6 maanden na 1 dosis van

 

0,5 ml

0,5 ml

0,5 ml

 

Totaal aantal

 

Aantal

Totaal aantal

Aantal

Totaal aantal

Aantal

 

geïncludeerde

personen

geïncludeerde

personen

geïncludeerde

personen

 

personen

 

seronegatief

personen

seronegatief

personen

seronegatief

 

N=59

 

vóór

N=67

vóór

N=51

vóór

 

[95% BI]

 

vaccinatie

[95% BI]

vaccinatie

[95% BI]

vaccinatie

 

 

 

N=35

 

N=43

 

N=32

Seroprotectie1

 

 

[95% BI]

 

[95% BI]

 

[95% BI]

100%

 

100%

97,0%

95,3%

86,3%

78,1%

 

[93,9;100]

 

[90,0;100]

[89,6;99,6]

[84,2;99,4]

[73,7;94,3]

[60,0;90,7]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40

 

Twaalf maanden na de eerste dosis was de seroprotectie als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

antilichaam

D-Pan H1N1-007

 

D-Pan H1N1-008

 

 

12 maanden na 2 doses van

12 maanden na 2 doses van

12 maanden na 1 dosis van

 

0,5 ml

0,5 ml

0,5 ml

 

Totaal aantal

Aantal

Totaal aantal

Aantal

Totaal aantal

Aantal

 

geïncludeerde

personen

geïncludeerde

personen

geïncludeerde

personen

 

personen

seronegatief

personen

seronegatief

personen

seronegatief

 

N=59

vóór

N=67

vóór

N=52

vóór

 

[95% BI]

vaccinatie

[95% BI]

vaccinatie

[95% BI]

vaccinatie

 

 

N=36

 

N=43

 

N=32

Seroprotectie1

 

[95% BI]

 

[95% BI]

 

[95% BI]

78,0%

66,7%

79,1%

69,8%

65,4%

53,1%

 

[65,3;87,7]

[49,8;80,9]

[67,4;88,1]

[53,9;82,8]

[50,9;78,0]

[34,7;70,9]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40

 

In onderzoek D-Pan-H1N1-008 was de neutraliserende antilichaamrespons als volgt:

Serum

 

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

neutraliserend

 

 

 

 

 

 

 

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na 2 doses van 0,5 ml

 

Na 1 dosis van 0,5 ml

 

Dag 21

 

Dag 42

Maand 6

Dag 21

 

Dag 42

Maand 6

 

N=22

 

N=22

N=22

N=17

 

N=17

N=17

Vaccinrespons-

68,2%

 

90,9%

81,8%

70,6%

 

64,7%

35,3%

 

 

 

 

 

 

 

 

percentage 2

[45,1;86,1]

[70,8;98,9]

[59,7;94,8]

[44,0;89,7]

 

[38,3;85,8]

[14,2;61,7]

1antigeniciteit

vergelijkbaar met

A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32 1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de prevaccinatie antilichaamtiter

Ouderen (> 60 jaar oud)

De anti-HA-antilichaamrespons bij gezonde personen van 61 jaar en ouder die één of twee doseringen van 0,5 ml met een tussenperiode van 21 dagen kregen was als volgt:

anti-HA-antilichaam

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

 

61-70 jaar

 

 

71-80 jaar

 

 

21 dagen na 1e dosis

21 dagen na 2e dosis

21 dagen na 1e dosis

21 dagen na 2e dosis

 

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

 

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

 

geïnclu-

sero-

geïnclu-

sero-

geïnclu-

sero-

geïnclu-

sero-

 

deerde

negatief

deerde

negatief

deerde

negatief

deerde

negatief

 

per-

voor

per-

vóór

per-

voor

per-

vóór

 

sonen

vaccinatie

sonen

vaccinatie

sonen

vaccinatie

sonen

vaccinatie

 

n=75

n=43

n=40

n=23

n=40

n=23

n=24

n=15

 

[95 %

[95 % BI]

[95 %

[95 % BI]

[95 %

[95 % BI]

[95 % [95 % BI]

 

BI]

 

BI]

 

BI]

 

BI]

 

Seroprotectie1

88,0%

81,4%

97,5%

95,7%

87,5%

82,6%

100%

100%

 

[78,4;

[66,6;91,6]

[86,8;

[78,1;99,9]

[73,2;

[61,2;95,0]

[85,8;

[78,2;100]

 

94,4]

 

99,9]

 

95,8]

 

100]

 

Seroconversie2

80,0%

81,4%

95,0%

95,7%

77,5%

82,6%

91,7%

100%

 

[69,2;

[66,6;91,6]

[83,1;

[78,1;99,9]

[61,5;

[61,2;95,0]

[73,0;

[78,2;100]

 

88,4]

 

99,4]

 

89,2]

 

99,0]

 

Seroconversiefactor3

13,5

20,3

37,45

62,06

13,5

20,67

28,95

50,82

 

[10,3;

[13,94;

[25,29;

[42,62;

[8,6;

[11,58;

[17,02;

[32,97;

 

17,7]

28,78]

55,46]

90,37]

21,1]

36,88]

49,23]

78,35]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren vóór vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren vóór vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en vóór vaccinatie.

anti-HA-

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

antilichaam

 

 

 

>80 jaar

 

 

21 dagen na 1e dosis

21 dagen na 2e dosis

 

Totaal aantal

 

Aantal personen

Totaal aantal

Aantal personen

 

geïncludeerde

seronegatief voor

geïncludeerde

seronegatief voor

 

personen

 

vaccinatie

personen

vaccinatie

 

n=5

 

n=3

n=3

n=1

 

[95 % BI]

 

[95 % BI]

[95 % BI]

[95 % BI]

Seroprotectie1

80,0%

 

66,7%

100%

100%

 

[28,4;99,5]

 

[9,4;99,2]

[29,2;100]

[2,5;100]

Seroconversie2

80.0%

 

66,7%

100%

100%

 

[28,4;99,5]

 

[9,4;99,2]

[29,2;100]

[2,5;100]

Seroconversie-

18.4

 

17,95

25.49

64,0

factor3

[4,3;78,1]

 

[0,55;582,25]

[0,99;654,60]

 

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren vóór vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren vóór vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en voor vaccinatie.

Zes maanden na de eerste dosis was de seroprotectie als volgt:

anti-HA

 

 

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

antilichaam

 

 

 

61-70 jaar

 

 

71-80 jaar

 

 

 

 

 

6 maanden na 2 doses

6 maanden na 1 dosis

6 maanden na 2 doses

6 maanden na 1 dosis

 

 

 

van 0,5 ml

van 0,5 ml

van 0,5 ml

van 0,5 ml

 

 

 

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

 

 

 

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

 

 

 

geïnclu-

seronegatief

geïnclu-

seronega-

geïnclu-

seronega-

geïnclu-

seronega-

 

 

 

deerde

vóór

deerde

tief vóór

deerde

tief vóór

deerde

tief vóór

 

 

 

personen

vaccinatie

persone

vaccinatie

persone

vaccinatie

persone

vaccinatie

 

 

 

N=41

 

n

N=19

n

N=15

n

 

N=7

 

 

 

[95% BI]

N=23

N=33

[95% BI]

N=24

[95% BI]

N=15

[95% BI]

 

 

 

 

 

[95% BI]

[95%

 

[95%

 

[95%

 

 

 

 

 

 

 

 

BI]

 

BI]

 

BI]

 

 

Seropro-

 

92,7%

91,3%

51,5%

31,6%

83,3%

73,3%

66,7%

28,6%

tectieperce

 

[80,1;

 

[72,0;

[33,5;

[12,6;

[62,6;

[44,9;

[38,4;

[3,7;

ntage1

 

98,5]

 

98,9]

69,2]

56,6]

95,3]

92,2]

88,2]

71,0]

 

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

anti-HA

 

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

 

antilichaam

 

 

 

 

>80 jaar

 

 

 

 

 

6 maanden na 2 doses van 0,5 ml

6 maanden na 1 dosis van 0,5 ml

 

Totaal aantal

Aantal personen

Totaal aantal geïncludeerde personen2

 

geïncludeerde

seronegatief vóór

N=2

 

personen

vaccinatie

[95% BI]

 

N=3

N=1

 

 

[95% BI]

[95% BI]

 

Seroprotectie-

100%

100%

50.0%

percentage1

[29,2;100]

[2,5;100]

[1,3;98,7]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40

2alle personen seronegatief vóór vaccinatie

 

Twaalf maanden na de eerste dosis was de seroprotectie als volgt:

anti-HA

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

antilichaam

 

61-70 jaar

 

 

71-80 jaar

 

 

12 maanden na 2 doses

12 maanden na 1 dosis

12 maanden na 2 doses

12 maanden na 1 dosis

 

van 0,5 ml

van 0,5 ml

van 0,5 ml

van 0,5 ml

 

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

Totaal

Aantal

 

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

aantal

personen

 

geïnclu-

seronega-

geïnclu-

seronega-

geïnclu-

seronega-

geïnclu-

seronega-

 

deerde

tief vóór

deerde

tief vóór

deerde

tief vóór

deerde

tief vóór

 

personen

vaccinatie

personen

vaccinatie

personen

vaccinatie

personen

vaccinatie

 

N=40

N=23

N=33

N=19

N=25

N=16

N=15

N=7

 

[95% BI]

[95% BI]

[95% BI]

[95% BI]

[95% BI]

[95% BI]

[95% BI]

[95% BI]

Seroprotectie-

55,0%

34,8%

39,4%

21,1%

48,0%

25,0%

53,3%

14,3%

percentage1

[38,5;70,7]

[16,4;57,3]

[22,9;57,9]

[6,1;45,6]

[27,8;68,7]

[7,3;52,4]

[26,6;78,7]

[0,4;57,9]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40

anti-HA antilichaam

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

>80 jaar

 

 

12 maanden na 2 doses van 0,5 ml

12 maanden na 1 dosis

 

 

 

van 0,5 ml

 

Totaal aantal

Aantal personen

Totaal aantal

 

geïncludeerde

seronegatief vóór

geïncludeerde

 

personen

vaccinatie

personen2

 

N=3

N=1

N=2

 

[95% BI]

[95% BI]

[95% BI]

Seropro-

100%

100%

50,0%

tectiepercentage1

[29,2;100]

[2,5;100]

[1,3;98,7]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40

2alle personen seronegatief vóór vaccinatie

De neutraliserende antilichaamrespons bij personen >60 jaar was als volgt:

Serum

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

neutraliserend

 

 

 

 

 

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

Na 2 doses van 0,5 ml

Na 1 dosis van 0,5 ml

 

Dag 21

Dag 42

Maand 6

Dag 21

Dag 42

Maand 6

 

N=22

N=22

N=22

N=18

N=18

N=18

Vaccin

68,2%

86,4%

63,6%

33,3%

27,8%

38,9%

responspercentage2

[45,1;86,1]

[65,1;97,1]

[40,7;82,8]

[13,3;59,0]

[9,7;53,5]

[17,3;64,3]

1antigeniciteit vergelijkbaar met A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32 1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de prevaccinatie antilichaamtiter

Pediatrische patiënten

Kinderen van 10-17 jaar oud

Twee klinische studies onderzochten de toediening van een halve (0,25 ml) en een hele (0,5 ml) volwassenendosis Pandemrix bij gezonde kinderen van 10-17 jaar oud. De anti-HA- antilichaamrespons 21 dagen na de eerste dosis en de tweede dosis waren als volgt:

anti-

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

HA-

 

Halve dosis

 

 

Hele dosis

 

antilich

 

(D-Pan-H1N1-023)

 

 

(D-Pan-H1N1-010)

 

aam

Totaal aantal

Aantal personen

Totaal aantal personen4

Aantal personen

 

personen4

seronegatief vóór

[95% BI]

seronegatief vóór

 

[95% BI]

vaccinatie

 

 

vaccinatie

 

 

 

[95% BI

 

 

 

 

 

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

na 1e dosis

na 2e dosis

na 1e dosis

na 2e

 

dosis

dosis

dosis

dosis

N=92

N=88

N=59

dosis

 

N=54

N=54

N=37

N=37

 

 

 

N=57

Seropro

98,1%

100%

97,3%

100%

100%

100%

100%

100%

tectie1

[90,1;

[93,4;

[85,8;

[90,5;

[96,1;

[95,9;

[93,9;100]

[93,7;

 

100]

100]

99,9]

100]

100]

100]

 

100]

Serocon

96,3%

98,1%

97,3%

100%

96.7%

96.6%

100%

100%

versie2

[87,3;

[90,1;

[85,8;

[90,5;

[90,8;

[90,4;

[93,9;100]

[93,7;

 

99,5]

100]

99,9]

100]

99,3]

99,3]

 

100]

Serocon

48,29

107,74

67,7

187,92

72,2

139,1

99,4

249,8

versiefa

[35,64;

[76,64;

[49,21;

[150,67;

[57,2;

[105,7;

[81,0;

[212,9;

ctor3

65,42]

151,45]

93,05

234,38]

91,2]

183,1]

122,1]

293,2]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren vóór vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren vóór vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en vóór vaccinatie.

4volgens het protocol

Op dag 180 was het seroprotectiepercentage bij kinderen die twee halve doses (0,25 ml) ontvingen 100%.

Twaalf maanden na de eerste dosis, was het seroprotectiepercentage 90,2% bij kinderen die twee halve (0,25 ml) doses ontvingen en 100% bij degenen die twee hele (0,5 ml) volwassenen doses ontvingen.

De neutraliserende antilichaamresponsen waren als volgt:

Serum-

 

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

 

neutraliserend

 

 

 

 

 

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

Halve dosis

 

 

Hele dosis

 

 

na 1e dosis

na 2e dosis

maand 6

na 1e dosis

na 2e dosis

maand 12

 

N=13

N=14

N=13

N=30

N=29

N=28

vaccinrespons-

69,2%

100%

92,3%

86,7%

100%

89,3%

percentage 2

[38,6;90,9]

[76,8;100]

[64,0;99,8

[69,3;96,2]

[88,1;100]

[71,8;97,7]

 

 

 

]

 

 

 

1antigeniciteit vergelijkbaar met A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32 1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de prevaccinatie antilichaamtiter

Kinderen van 3 tot 9 jaar oud

In twee klinische studies waarin kinderen van 3 tot 9 jaar oud twee 0,25 ml doses (halve volwassenendosis) of twee 0,5 ml doses (volwassenendosis) kregen van Pandemrix was de anti-HA- antilichaamrespons 21 dagen na de eerste en tweede dosis als volgt:

2

anti-HA-antilichaam

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

 

3-5 jaar

 

 

 

 

Halve volwassenendosis

 

Volwassenendosis5

 

 

(D-Pan-H1N1-023)

 

(D-Pan-H1N1-010)

 

Totaal aantal personen4

Aantal personen

Aantal personen4

 

 

n=28

seronegatief vóór

n=51

 

[95% BI]

vaccinatie

[95% BI]

 

 

 

n=26

 

 

 

 

 

[95% BI]

 

 

 

na 1e dosis

na 2e dosis

na 1e dosis

na 2e dosis

na 1e dosis

na 2e dosis

Seroprotectie1

100%

100%

100%[

100%

100%

100%

 

[87,7;

[87,7;

86,8;

[86,8;100]

[93,0;100]

[93,0;100]

 

100]

100]

100]

 

 

 

Seroconversie2

100%[

100%

100%[

100%

100%

100%

 

87,7;

[87,7;

86,8;

[86,8;100]

[93,0;100]

[93,0;100]

 

100]

100]

100]

 

 

 

Seroconversiefactor3

33,62

237,68

36,55

277,31

49,1

384,9

 

[26,25;

[175,28;322,29]

[29,01;

[22381;

[41,9;57,6]

[336,4;440,3]

 

43,05]

 

46,06]

343,59]

 

 

1seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren voor vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren voor vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en voor vaccinatie.

4volgens het protocol

5alle personen seronegatief voor vaccinatie

anti-HA-

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

 

 

 

6-9 jaar

 

 

 

 

antilichaam

 

Halve volwassenendosis

 

 

Volwassenendosis

 

 

 

(D-Pan-H1N1-023)

 

 

(D-Pan-H1N1-010)

 

 

Totaal aantal

Aantal personen

Totaal aantal

Aantal personen

 

personen4

seronegatief vóór

personen4

seronegatief vóór

 

n=30

vaccinatie

 

n=55

vaccinatie

 

[95% BI]

n=29

[95% BI]

 

n=48

 

 

 

[95% BI]

 

 

[95% BI]

 

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

Seroprotectie1

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

 

[88,4;100

[88,4;

[88,1;100

[88,1;

[93,5;

[93,5;

[92,6;

[92,6;

 

]

100]

]

100]

100]

100]

100]

100]

Seroconversie

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

 

[88,4;100

[88,4;

[88,1;100

[88,1;

[93,5;

[93,5;100

[92,6;

[92,6;

 

]

100]

]

100]

100]

]

100]

100}

Seroconversie

36,33

185,25

37,7

196,81

59,0

225,7

61,7

283,2

factor3

[27,96;

[142,09;

[28,68;

[154,32;

[48,3;

[182,7;

[49,9;

[246,0;

 

47,22]

241,52]

48,71]

251,00]

72,0]

278,2]

76,3]

326,0]

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren voor vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren voor vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en voor vaccinatie.

4volgens het protocol

Op dag 180 was het seroprotectiepercentage bij kinderen die twee halve doses (0,25 ml) ontvingen 100% in beide leeftijdsgroepen. Twaalf maanden na de eerste dosis, was het seroprotectiepercentage 85% in beide leeftijdsgroepen. Bij kinderen die twee (0,5 ml) volwassenen doses ontvingen, was het seroprotectiepercentage twaalf maanden na de eerste dosis 100% bij kinderen in de leeftijd 3-5 jaar en 98% bij degenen in de leeftijd 6-9 jaar.

De neutraliserende antilichaamresponsen waren als volgt:

serumneutraliserend

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3-5 jaar

 

 

 

Halve volwassenen dosis

 

Volwassenen dosis

 

na 1e

na 2e

Maand 6

na 1e

na 2e dosis

Maand 12

 

dosis

dosis

N=16

dosis

N=29

N=24

 

N=16

N=15

 

N=32

 

 

vaccinrespons-

50,0%

100%

100%

81,3%

100%

100%

percentage2

[24,7;

[78,2;

[79,4;100]

[63,6;

[88,1;

[85,8;100]

 

75,3]

100]

 

92,8]

100]

 

1antigeniciteit vergelijkbaar met A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32 1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de prevaccinatie-antilichaamtiter

serumneutraliserend

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6-9 jaar

 

 

 

Halve volwassenen dosis

 

Volwassenen dosis

 

na 1e

na 2e

Maand 6

na 1e

na 2e

Maand 12

 

dosis

dosis

N=15

dosis

dosis

N=31

 

N=14

N=15

 

N=37

N=37

 

vaccinrespons-

71,4%

100%

93,3%

86,7%

100%

96,8%

percentage2

[41,9;

[78,2;

[68,1;99,8]

[69,3;

[88,1;

[83,3;99,1]

 

91,6]

100]

 

96,2]

100]

 

1antigeniciteit vergelijkbaar met A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32 1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de prevaccinatie-antilichaamtiter

Kinderen van 6-35 maanden oud

In een klinische studie (D-Pan-H1N1-009) bij gezonde kinderen van 6 maanden tot 35 maanden oud (gestratificeerd in reeksen van 6 tot 11, 12 tot 23 en 24 tot 35 maanden oud) was de anti-HA- antilichaamrespons 21 dagen na de eerste en de tweede halve volwassenendosis (d.w.z. 0,25 ml) of de volwassenendosis (d.w.z. 0,5 ml) van Pandemrix als volgt:

anti-HA-antilichaam

 

 

 

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6-11 maanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Halve volwassenendosis

 

Volwassenendosis

 

 

 

 

 

 

Totaal aantal

 

Aantal personen

Totaal aantal

Aantal personen

 

 

 

 

 

personen4

 

seronegatief voor

personen4

seronegatief voor

 

 

 

 

 

[95% BI]

 

vaccinatie

[95% BI]

vaccinatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[95 % BI]

 

 

[95 % BI]

 

 

 

 

 

na 1e

 

 

na 2e

 

na 1e

 

na 2e

na 1e

na 2e

na 1e

 

na 2e

 

 

 

 

 

dosis

 

 

dosis

 

dosis

 

dosis

dosis

dosis

dosis

 

dosis

 

 

 

 

 

N=34

 

 

N = 32

 

N=30

 

N=28

N=15

N=15

N=14

 

N=14

 

Seroprotectie1

 

 

100%

 

 

100%

 

100%

 

100%

100%

100%

100%

 

100%

 

 

 

 

 

[89,7;

 

 

[89,1;

 

[88,4;

 

[87,7;

[78,2;

[78,2;

[76,8;

 

[76,8;

 

 

 

 

 

100]

 

 

100]

 

100]

 

100]

100]

100]

100]

 

100]

 

Seroconversie2

 

 

97,1%

 

 

100%

 

100%

 

100%

100%

100%

100%

 

100%

 

 

 

 

 

[84,7;

 

 

[89,1;

 

[88,4;

 

[87,7;

[78,2;

[78,2;

[76,8;

 

[76,8;

 

 

 

 

 

99,9]

 

 

100]

 

100]

 

100]

100]

100]

100]

 

100]

 

Seroconversiefactor3

 

48,12

 

 

276,14

 

64,0

 

441,3

46,29

370,48

49,9

 

452,4

 

 

 

 

 

[34,34;

 

[164,23;

 

[52,3;

 

[365,7;

[38,83;

[217,97;

[40,3;

 

[322,4;

 

 

 

 

 

67,42]

 

 

455,99]

 

78,3]

 

532,6]

59,80]

629,69]

61,9]

 

634,6]

 

 

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

 

 

 

 

 

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren voor vaccinatie en na vaccinatie een

 

 

 

beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren vóór vaccinatie en een viervoudige

 

 

 

titerverhoging hebben;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en voor

 

 

 

vaccinatie,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4volgens het protocol

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

anti-HA-

 

 

 

 

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

 

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12-23 maanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Halve volwassenendosis

 

 

 

Volwassenendosis

 

 

 

 

 

 

Totaal aantal

 

Aantal personen

Totaal aantal

Aantal personen

 

 

 

 

 

personen4

seronegatief voor

personen4

seronegatief voor

 

 

 

 

 

[95% BI]

 

vaccinatie

[95% BI]

vaccinatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[95 % BI]

 

 

[95 % BI]

 

 

 

 

na 1e

 

na 2e

na 1e

 

na 2e

na 1e

na 2e

na 1e

na 2e

 

 

 

 

dosis

 

dosis

dosis

 

dosis

dosis

dosis

dosis

dosis

 

 

 

N=34

 

N= 32

N=33

 

N=31

N=16

N=17

N=15

N=16

 

 

Seroprotectie1

100%

 

100%

100%

100%

100%

100%

100%

 

100%

 

 

 

[89,7;

 

[89,1;

[89,4;

[88,8;

[79,4;

[80,5;

[78,2;

 

[79,4;

 

 

 

 

100]

 

100]

100]

100]

100]

100]

100]

 

100]

 

 

Seroconversie2

100%

 

100%

100%

100%

100%

100%

100%

 

100%

 

 

 

[89,7;

 

[89,1;

[89,4;

[88,8;

[79,4;

[80,5;

[78,2;

 

[79,4;

 

 

 

 

100]

 

100]

100]

100]

100]

100]

100]

 

100]

 

 

Seroconversie-

63,37

 

386,45

66,7

404,8

64,06

472,16

75,3

 

523,2

 

 

factor3

[48,13;

[308,54;

[51,4;

[327,8;

[38,55;

[343,74;

[50,3;

 

[408,5;

 

 

 

83,43]

 

484,02]

86,7]

500,0]

106,44]

648,57]

112,5]

 

670,1]

 

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren voor vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren vóór vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en voor vaccinatie,

4volgens het protocol

anti-HA-

 

Immuunrespons op A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

 

antilichaam

 

 

24-35 maanden

 

 

 

Halve volwassenendosis 4

 

Volwassenendosis

 

 

Totaal aantal personen5

Totaal aantal personen5

Aantal personen seronegatief

 

[95% BI]

[95% BI]

voor vaccinatie

 

 

 

 

 

[95 % BI]

 

na 1e dosis

na 2e dosis

na 1e dosis

na 2e dosis

na 1e dosis

na 2e dosis

 

N=33

N= 33

N=16

N=16

N=12

N=12

Seroprotectie1

100%

100%

100%

100%

100%

100%

 

[89,4; 100]

[89,4; 100]

[79,4;100]

[79,4;100]

[73,5;100]

[73,5;100]

Seroconversie2

100%

100%

93,8

100%

100%

100%

 

[89,4; 100]

[89,4; 100]

[69,8;

[79,4;100]

[73,5;100]

[73,5;100]

 

 

 

99,8]

 

 

 

Seroconversie

52,97

389,64

33,44

189,16

55,4

406,4

factor3

[42,08;

[324,25;

[18,59;

[83,80;

[39,8;77,2]

[296,2;557,4]

 

66,68]

468,21]

60,16]

427,01]

 

 

1 seroprotectie: deel van de proefpersonen met hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40;

2 seroconversie: deel van de proefpersonen die seronegatief waren voor vaccinatie en na vaccinatie een beschermende titer hebben van ≥ 1:40 of seropositief waren vóór vaccinatie en een viervoudige titerverhoging hebben;

3 seroconversiefactor: verhouding tussen de geometrisch gemiddelde titer (GMT) na vaccinatie en voor vaccinatie,

4alle proefpersonen seronegatief vóór vaccinatie.

5volgens het protocol

Twaalf maanden na de eerste dosis was het seroprotectiepercentage 100% bij alle leeftijdsgroepen en doseringsgroepen.

De klinische relevantie van de hemagglutinatieremming (HI) titer ≥ 1:40 bij kinderen is onbekend.

De neutraliserende antilichaamresponsen waren als volgt:

serumneutrali-

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

serend

 

 

 

 

 

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6-11 maanden

 

 

 

 

Halve dosis

 

Volwassenen dosis

 

na 1e

na 2e

Maand 12

na 1e dosis

na 2e dosis

Maand 12

 

dosis

dosis

N=22

N=14

N=14

N=10

 

N=28

N=28

 

 

 

 

vaccinrespons-

57,1%

96,4%

86,4%

57,1%

100%

100%

percentage2

[37,2;

[81,7;

[65,1;97,1]

[28,9;

76,8;

[69,2;100]

 

75,5]

99,9]

 

82,3]

100]

 

1antigeniciteit vergelijkbaar met A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32 1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de prevaccinatie antilichaamtiter

serumneutrali-

 

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

serend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12-23 maanden

 

 

 

 

 

 

 

Halve dosis

 

 

Volwassenendosis

 

 

na 1e

 

na 2e

 

Maand 12

na 1e dosis

 

na 2e dosis

 

Maand 12

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dosis

dosis

N=13

N=7

N=8

N=7

 

N=14

N=16

 

 

 

 

vaccinrespons-

57,1%

100%

92,3%

71,4%

100%

100%

percentage2

[28,9;

[79,4;

[64,0;

[29,0;

[63,1;

[59,0;

 

82,3]

100]

99,8]

96,3]

100]

100,0]

1antigeniciteit vergelijkbaar met A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32

1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de prevaccinatie-antilichaamtiter

Serumneutraliserend

Immuunrespons op A/Netherlands/602/9 (H1N1)v-achtige stam1

antilichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

24-35 maanden

 

 

 

 

Halve dosis

 

Volwassenendosis

 

na 1e dosis

na 2e dosis

Maand 12

na 1e dosis

na 2e dosis

Maand 12

 

N=17

N=17

N=14

N=8

N=7

N=5

vaccinrespons-

58,8%

100%

100%

62,5%

100%

100%

percentage2

[32,9;81,6]

[80,5;100]

[76,8;100]

[24,5;91,5]

[59,0;100]

[47,8;100]

1antigeniciteit vergelijkbaar met A/California/7/2009 (H1N1)v-achtige stam

2percentage van gevaccineerden die, indien initieel seronegatief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 32 1/DIL na vaccinatie of, indien initieel seropositief, een antilichaamtiter bereiken ≥ 4 maal de

prevaccinatie-antilichaamtiter

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Pandemrix in een of meerdere subgroepen van pediatrische patiënten bij de preventie van influenza-infectie (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

Gegevens uit niet-klinisch onderzoek:

Het vermogen om bescherming te verkrijgen tegen homologe en heterologe vaccinstammen is niet- klinisch beoordeeld met gebruik van een challenge-testmodel met fretten.

Bij elk experiment werden vier groepen van zes fretten intramusculair geïmmuniseerd met een AS03 adjuvansvaccin, dat HA uit H5N1/A/Vietnam/1194/04 (NIBRG-14) bevat. Doses van 15; 5; 1,7 of 0,6 microgram HA werden getest in het homologe challenge-onderzoek en doses van 15; 7,5; 3,8 of 1,75 microgram HA werden getest in het heterologe challenge-onderzoek. De controlegroepen bestonden uit fretten die waren geïmmuniseerd met alleen het adjuvans, of een vaccin zonder adjuvans

(15 microgram HA) of met een fosfaatgebufferde zoutoplossing. De fretten werden ingeënt op dag 0 en 21 en kregen op dag 49 als challenge intratracheaal een dodelijke dosis van ofwel H5N1/A/Vietnam/1194/04 of van heteroloog H5N1/A/Indonesië/5/05. Van de dieren die het adjuvansvaccin hadden gekregen waren respectievelijk 87% en 96% beschermd tegen de dodelijke homologe of heterologe challenge. Ook de virale verspreiding in de bovenste luchtwegen was verminderd bij de gevaccineerde dieren in vergelijking met de controlegroepen. Dit kan wijzen op een lager risico op virale transmissie. In de controlegroepen zonder adjuvans en in de controlegroep die adjuvans kreeg, zijn alle dieren drie of vier dagen na het begin van de challenge gestorven of moesten ze worden gedood omdat ze stervende waren.

Aanvullende gegevens zijn beschikbaar uit studies uitgevoerd met een vaccin dat in samenstelling lijkt op Pandemrix maar antigeen afkomstig van H5N1-virussen bevat. Raadpleeg hiervoor de productinformatie van het pandemisch influenzavaccin (H5N1) (gesplitst virion, geïnactiveerd, met adjuvans).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Niet van toepassing.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens, verkregen met het mock-up vaccin gebruik makend van een H5N1 stam, duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, acute toxiciteit en toxiciteit bij herhaalde dosering, lokale tolerantie, vruchtbaarheid van de vrouw, toxiciteit voor embryo/foetus en toxiciteit na de geboorte (tot aan het einde van de borstvoedingsperiode).

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Injectieflacon met suspensie:

Polysorbaat 80

Octoxynol 10

Thiomersal

Natriumchloride (NaCl)

Dinatriumwaterstoffosfaat (Na2HPO4)

Kaliumdiwaterstoffosfaat (KH2PO4)

Kaliumchloride (KCl)

Magnesiumchloride (MgCl2)

Water voor injecties

Injectieflacon met emulsie:

Natriumchloride (NaCl)

Dinatriumwaterstoffosfaat (Na2HPO4)

Kaliumdiwaterstoffosfaat (KH2PO4)

Kaliumchloride (KCl)

Water voor injecties

Voor adjuvantia, zie rubriek 2.

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.

6.3Houdbaarheid

2 jaar.

Na menging moet het vaccin binnen 24 uur worden gebruikt. Chemische en fysische stabiliteit tijdens gebruik is aangetoond gedurende 24 uur bij 25°C.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na reconstitutie, zie rubriek 6.3.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Een verpakking bevat:

-een verpakking van 50 injectieflacons (type I glas) met 2,5 ml suspensie met een stop (butylrubber).

-twee verpakkingen van 25 injectieflacons (type I glas) met 2,5 ml emulsie met een stop (butylrubber).

Het volume na menging van 1 injectieflacon suspensie (2,5 ml) met 1 injectieflacon emulsie (2,5 ml) geeft 10 doses van het vaccin (5 ml).

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Pandemrix bestaat uit twee componenten:

Suspensie: multidose injectieflacon, die het antigeen bevat.

Emulsie: multidose injectieflacon, die het adjuvans bevat.

Voor toediening dienen beide componenten te worden gemengd.

Instructies voor menging en toediening van het vaccin:

1.Voordat beide componenten worden gemengd, dienen de emulsie (adjuvans) en suspensie (antigeen) gedurende minimaal 15 minuten op kamertemperatuur te worden gebracht; iedere injectieflacon moet worden geschud en visueel worden gecontroleerd op vreemde deeltjes en/of abnormale fysische verschijnselen. Mocht één van deze waarnemingen worden gedaan (zoals bijvoorbeeld rubberdeeltjes van de dop), dan dient het vaccin te worden weggegooid.

2.Het vaccin wordt gemengd door de inhoud van de injectieflacon met het adjuvans met een 5 ml spuit op te zuigen en toe te voegen aan de injectieflacon met het antigeen. Het wordt aanbevolen om de spuit te voorzien van een 23-G naald. Echter, indien deze naaldgrootte niet beschikbaar is, kan ook een 21-G naald worden gebruikt. De injectieflacon die het adjuvans bevat, moet ondersteboven worden gehouden om ervoor te zorgen dat de gehele inhoud opgezogen kan worden.

3.Na toevoeging van het adjuvans aan het antigeen dient het mengsel goed te worden geschud. Het gemengde vaccin is een wit- tot geelachtige, homogene melkachtige vloeibare emulsie. Als iets anders wordt waargenomen, dient het vaccin te worden weggegooid.

4.Het totaalvolume in de Pandemrix injectieflacon na menging is ten minste 5 ml. Het vaccin moet toegediend worden volgens de aanbevolen dosering (zie rubriek 4.2).

5.De injectieflacon dient voor elke toediening goed te worden geschud en visueel te worden gecontroleerd op vreemde deeltjes en/of abnormale fysische verschijnselen. Mocht één van deze waarnemingen worden gedaan (zoals bijvoorbeeld rubberdeeltjes van de dop), dan dient het vaccin te worden weggegooid.

6.Elke dosis van het vaccin van 0,5 ml (volledige dosis) of van 0,25 ml (halve dosis) wordt met een 1 ml spuit voor injectie opgezogen en intramusculair toegediend. Het wordt aanbevolen om de spuit te voorzien van een naald met een diameter van maximaal 23-G.

7.Na menging het vaccin binnen 24 uur gebruiken. Het gemengde vaccin kan worden bewaard in de koelkast (2°C tot 8°C) of bij kamertemperatuur beneden 25°C. Als het gemengde vaccin wordt bewaard in de koelkast, moet het eerst gedurende minimaal 15 minuten op kamertemperatuur worden gebracht voordat het wordt opgetrokken.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

GlaxoSmithKline Biologicals s.a.

Rue de l'Institut 89

B-1330 Rixensart

België

8.NUMMER(S) VAN VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/08/452/001

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING//VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 20 mei 2008

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld