Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

PecFent (fentanyl) – Samenvatting van de productkenmerken - N02AB03

Updated on site: 09-Oct-2017

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

PecFent 100 microgram/spray neusspray, oplossing

PecFent 400 microgram/spray neusspray, oplossing

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

PecFent 100 microgram/spray neusspray, oplossing

Elke ml oplossing bevat 1000 microgram fentanyl (als citraat)

1 spray (100 microliter) bevat 100 microgram fentanyl (als citraat)

Flessen bevatten:

0,95 ml (950 microgram fentanyl) - fles met 2 sprays of

1,55 ml (1.550 microgram fentanyl) - fles met 8 sprays

PecFent 400 microgram/spray neusspray, oplossing

Elke ml oplossing bevat 4.000 microgram fentanyl (als citraat)

1 spray (100 microliter) bevat 400 microgram fentanyl (als citraat)

Elke fles bevat 1,55 ml (6.200 microgram fentanyl)

Hulpstoffen met bekend effect:

Elke spray bevat 0,02 mg propylparahydroxybenzoaat (E216).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Neusspray, oplossing (neusspray)

Een heldere tot praktisch heldere, kleurloze waterige oplossing.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

PecFent is geïndiceerd voor het onder controle houden van doorbraakpijn (BTP) bij volwassenen die al een onderhoudstherapie met opioïden ondergaan voor chronische kankerpijn. Doorbraakpijn is een plotseling opkomende verergering van pijn die optreedt bij een achtergrond van anders onder controle gehouden aanhoudende pijn.

Patiënten die een onderhoudstherapie met opioïden ondergaan, zijn die patiënten die dagelijks ten minste 60 mg orale morfine, ten minste 25 microgram transdermale fentanyl per uur, ten minste 30 mg oxycodon per dag, ten minste 8 mg orale hydromorfon dagelijks of een equi-analgetische dosis van een andere opioïd voor een week of langer ontvangen.

Dosering en wijze van toediening

De behandeling dient te worden geïnitieerd door, en onder toezicht te blijven van, een arts die ervaring heeft in de toepassing van opioïdentherapie bij kankerpatiënten. Artsen dienen alert te zijn op de mogelijkheid van misbruik van fentanyl.

Dosering

PecFent dient te worden getitreerd tot een “effectieve” dosis die adequate analgesie biedt en bijwerkingen tot een minimum beperkt zonder overmatige (of ondraaglijke) bijwerkingen te veroorzaken, gedurende twee opeenvolgende behandelde episoden van BTP. De werkzaamheid van een gegeven dosis dient te worden geëvalueerd gedurende de volgende periode van 30 minuten.

Patiënten dienen zorgvuldig te worden gemonitord tot een effectieve dosis is bereikt.

PecFent is in twee sterktes verkrijgbaar: 100 microgram/spray en 400 microgram/spray.

Eén dosis PecFent kan toediening van 1 spray (doses van 100 microgram of 400 microgram) of

2 sprays (doses van 200 microgram of 800 microgram) van dezelfde sterkte (een sterkte van hetzij 100 microgram of 400 microgram) omvatten.

Patiënten dienen maximaal 4 doses per dag te gebruiken. Patiënten dienen minimaal 4 uur na een dosis te wachten, alvorens een volgende BTP-episode met PecFent te behandelen.

PecFent kan doses van 100, 200, 400 en 800 microgram als volgt afgeven:

Benodigde dosis

Productsterkte

Hoeveelheid

(microgram)

(microgram)

 

Eén spray toegediend in één neusgat

Eén spray toegediend in elk neusgat

Eén spray toegediend in één neusgat

Eén spray toegediend in elk neusgat

Aanvangsdosis

De aanvangsdosis PecFent voor het behandelen van BTP-episoden is altijd 100 microgram (één spray), zelfs bij patiënten die van andere fentanyl-bevattende producten voor hun BTP overschakelen.

Patiënten moeten ten minste 4 uur wachten alvorens een volgende BTP-episode met PecFent te behandelen.

Titratiemethode

Patiënten dienen een aanvangstitratielevering van één fles (2 sprays of 8 sprays) van PecFent 100 microgram/spray voorgeschreven te krijgen.

Patiënten van wie de aanvangsdosis 100 microgram is en die moeten titreren naar een hogere dosis als gevolg van het uitblijven van effect kan men opdragen twee sprays van 100 microgram (één in elk neusgat) te gebruiken voor hun volgende BTP-episode. Wanneer deze dosis niet helpt, kan men de patiënt een fles PecFent 400 microgram/spray voorschrijven en opdragen over te schakelen op één spray van 400 microgram voor hun volgende pijnepisode. Wanneer deze dosis niet helpt, kan men de patiënt opdragende dosis te verhogen naar twee sprays van 400 microgram (één in elk neusgat).

Vanaf de aanvang van de behandeling dienen patiënten nauwlettend gevolgd, en de dosis getitreerd te worden, tot een effectieve dosis is bereikt en gedurende twee opeenvolgende behandelde BIP-episoden wordt bevestigd.

Titratie bij patiënten die wisselen tussen producten die fentanyl met onmiddellijke afgifte bevatten

Er kunnen aanzienlijke verschillen bestaan in het farmacokinetische profiel van fentanylbevattende geneesmiddelen met onmiddellijke afgifte, hetgeen resulteert in klinisch belangrijke verschillen in de snelheid en mate van absorptie van fentanyl. Daarom is het bij het schakelen tussen geneesmiddelen die fentanyl bevatten die zijn geïndiceerd voor het behandelen van doorbraakpijn, inclusief intranasale formuleringen, essentieel dat patiënten opnieuw worden getitreerd met het nieuwe geneesmiddel, en niet worden overgeschakeld op basis van dosis-voor-dosis (microgram-voor-microgram).

Onderhoudstherapie

Zodra een effectieve dosis is bepaald tijdens titratie, dienen patiënten door te gaan met het innemen van deze dosis tot maximaal 4 doses per dag.

Dosisbijstelling

Over het algemeen dient de onderhoudsdosis van PecFent alleen te worden verhoogd wanneer de dan gebruikte dosis de BIP gedurende een aantal opeenvolgende episoden niet adequaat kan behandelen.

Een herziening van de dosis van de achtergrondtherapie met opioïden kan nodig zijn wanneer patiënten constant meer dan vier BTP-episoden per 24 uur hebben.

Wanneer bijwerkingen ondraaglijk zijn of aanhouden, dient de dosis te worden verlaagd of de behandeling met PecFent te worden vervangen door een ander analgeticum.

Stoppen met de behandeling

Men dient onmiddellijk te stoppen met de behandeling met PecFent wanneer de patiënt geen doorbraakpijnepisoden meer ondervindt. De behandeling voor aanhoudende achtergrondpijn dient volgens voorschrift te geschieden.

Wanneer stoppen met de gehele opioïdentherapie nodig is, moet de patiënt nauwlettend worden gevolgd door de arts, daar geleidelijke afnemende opioïdentitratietherapie noodzakelijk is om de mogelijkheid van abrupte ontwenningseffecten te vermijden.

Specifieke populaties

Ouderen (ouder dan 65 jaar)

In het klinische trialprogramma met PecFent, waren 104 (26,1%) van de patiënten ouder dan 60 jaar, 67 (16,8%) ouder dan 65 jaar en 15 (3,8%) ouder dan 75 jaar. Er was geen indicatie dat oudere patiënten gewoonlijk titreerden naar lagere doses of meer bijwerkingen ondervonden. Desondanks dient, met het oog op het belang van de nier- en leverfunctie in het metabolisme en de klaring van fentanyl, extra zorg te worden besteed aan het gebruik van PecFent bij oudere patiënten. Er zijn geen gegevens over de farmacokinetische eigenschappen van PecFent bij oudere patiënten beschikbaar.

Lever- of nierinsufficiëntie

Men dient voorzichtig te zijn met het toedienen van PecFent aan patiënten met matige of ernstige lever- of nierinsufficiëntie (zie rubriek 4.4).

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van PecFent bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar zijn nog niet vastgesteld.

Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

PecFent is alleen bestemd voor nasaal gebruik.

De fles dient direct voorafgaand aan gebruik uit de kindveilige verpakking te worden genomen en de veiligheidsdop dient verwijderd te worden. De fles moet voorafgaand aan het eerste gebruik worden voorbereid door hem rechtop te houden en simpelweg op de vingergrepen aan weerskanten van de spuitmond te drukken en deze weer los te laten tot er een groene streep verschijnt in het telvenster (moet na vier sprays zichtbaar worden).

Fles met 2 sprays:

De fles met 2 sprays kan niet opnieuw worden voorbereid voor gebruik en wanneer beide doses zijn gebruikt, of als er meer dan 5 dagen zijn verstreken na de voorbereiding voor gebruik, dient de fles en de inhoud ervan te worden verwijderd zoals beschreven staat in rubriek 6.6.

Fles met 8 sprays:

Wanneer het product 5 dagen niet is gebruikt, dient het opnieuw te worden voorbereid door één keer te sprayen.

Men dient patiënten te vertellen dat zij de datum van het eerste gebruik in de hiervoor bedoelde ruimte op het etiket van de kindveilige container moeten noteren.

Voor het toedienen van PecFent wordt de spuitmond een korte afstand (ongeveer 1 cm) in het neusgat geschoven en iets omhoog gericht naar de brug van de neus. Vervolgens wordt een spray toegediend door op de vingergrepen aan weerskanten van de spuitmond te drukken en deze weer los te laten. U hoort een klik en het op de teller getoonde cijfer stijgt met één.

Men dient patiënten te vertellen dat zij het toedienen van de spray mogelijk niet zullen voelen en dat zij daarom moeten vertrouwen op de hoorbare klik en het oplopende cijfer op de teller om te bevestigen dat een spray is toegediend.

De druppeltjes van de PecFent spray vormen een gel in de neus. Men dient patiënten te waarschuwen dat zij hun neus niet direct na toediening van PecFent moeten snuiten.

De veiligheidsdop dient na elk gebruik te worden teruggezet en de fles weer in de kindveilige verpakking geplaatst voor veilige opslag.

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).

Patiënten zonder opioïdenonderhoudstherapie omdat er een verhoogd risico is van een ademhalingsdepressie.

Ernstige respiratoire depressie of zelfs ernstige obstructieve longaandoeningen.

Behandeling van een acute pijn anders dan een doorbraakpijn.

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Patiënten en hun verzorgers moeten worden geïnformeerd dat PecFent een werkzame stof bevat in een hoeveelheid die fataal kan zijn voor een kind.

Om de risico’s van opioïden-gerelateerde bijwerkingen tot een minimum te beperken en om de effectieve dosis te bepalen, is het belangrijk dat patiënten tijdens de titratieperiode nauwlettend worden gemonitord door professionals in de gezondheidszorg.

Het is belangrijk dat de behandeling met langwerkende opioïden voor het behandelen van de persisterende pijn van de patiënt is gestabiliseerd voordat de therapie met PecFent begint.

Respiratoire depressie

Er is een risico van klinisch significante respiratoire depressie in verband met het gebruik van fentanyl. Patiënten met pijn die chronische opioïdentherapie ondergaan, ontwikkelen tolerantie voor respiratoire depressie en vandaar dat het risico van respiratoire depressie bij deze patiënten afneemt. Het gebruik van gelijktijdige depressiva van het centrale zenuwstelsel kan het risico van respiratoire depressie verhogen (zie rubriek 4.5).

Chronische longziekte

Bij patiënten met chronisch obstructieve longziekten kan fentanyl ernstiger bijwerkingen veroorzaken. Bij deze patiënten kunnen opioïden de respiratoire inspanning verminderen en de weerstand in de luchtwegen verhogen.

Verhoogde intracraniale druk

PecFent dient alleen met de grootste voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten die bijzonder gevoelig kunnen zijn voor de intracraniale effecten van CO2-retentie zoals diegenen met een indicatie van verhoogde intracraniale druk of verminderd bewustzijn. Opioïden kunnen het klinisch verloop bij patiënten met hoofdletsel maskeren en dienen uitsluitend te worden gebruikt wanneer dit klinisch toelaatbaar is.

Hartziekte

Fentanyl kan bradycardie veroorzaken. PecFent dient daarom voorzichtig te worden gebruikt bij patiënten met eerder opgetreden of bestaande bradyaritmieën.

Lever- of nierinsufficiëntie

Daarnaast dient men voorzichtig te zijn met het toedienen van PecFent aan patiënten met lever- of nierinsufficiëntie. De invloed van lever- en nierinsufficiëntie op de farmacokinetische eigenschappen van het geneesmiddel is niet geëvalueerd. Aangetoond is echter dat bij intraveneuze toediening de klaring van fentanyl verandert bij lever- en nierinsufficiëntie, als gevolg van veranderingen in metabolische klaring en plasmaproteïnen. Daarom dient men extra voorzichtig te zijn tijdens het titratieproces bij patiënten met matige of ernstige lever- of nierinsufficiëntie.

Bij patiënten met hypovolemie en hypotensie dient men behandeling zorgvuldig te overwegen.

Mogelijkheid van misbruik en tolerantie

Tolerantie en fysieke en/of psychologische afhankelijkheid kunnen zich na herhaalde toediening van opioïden zoals fentanyl ontwikkelen. Iatrogene addictie na therapeutisch gebruik van opioïden is echter zeldzaam.

Atleten dienen te worden geïnformeerd dat behandeling met fentanyl zou kunnen leiden tot positieve dopingtests.

Serotoninesyndroom

Voorzichtigheid is geboden wanneer PecFent gelijktijdig wordt toegediend met geneesmiddelen die de serotonerge neurotransmittersystemen beïnvloeden.

Ontwikkeling van een in potentie levensbedreigend serotoninesyndroom kan optreden bij gelijktijdig gebruik van serotonerge geneesmiddelen, zoals selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) en serotonine-norepinefrineheropnameremmers (SNRI's), en geneesmiddelen die de metabolisatie van serotonine verstoren (waaronder monoamineoxidaseremmers [MAO-remmers]). Dit kan optreden binnen de aanbevolen dosering (zie rubriek 4.5).

Serotoninesyndroom kan zich manifesteren in de vorm van veranderingen van de gemoedstoestand (bijv. agitatie, hallucinaties, coma), autonome instabiliteit (bijv. tachycardie, labiele bloeddruk, hyperthermie), neuromusculaire afwijkingen (bijv. hyperreflexie, ongecoördineerdheid, rigiditeit) en/of gastro-intestinale symptomen (bijv. nausea, braken, diarree).

Indien serotoninesyndroom wordt vermoed, dient behandeling met PecFent te worden gestaakt.

Wijze van toediening

PecFent is alleen bedoeld voor nasaal gebruik en mag niet via een andere weg worden toegediend. Door de fysisch-chemische eigenschappen van hulpstoffen die deel uitmaken van de formulering, moet met name intraveneuze of intra-arteriële injectie worden vermeden.

Nasale condities

Wanneer de patiënt recidiverende perioden met epistaxis of nasaal ongemak ondervindt tijdens het gebruik van PecFent, dient een alternatieve toedieningsmethode voor behandeling van doorbraakpijn te worden overwogen.

PecFent hulpstoffen

PecFent bevat propylparahydroxybenzoaat (E216). Propylparahydroxybenzoaat kan allergische reacties veroorzaken (mogelijk vertraagd) en, bij uitzondering, bronchospasme (wanneer het geneesmiddel niet correct wordt toegediend).

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Fentanyl wordt voornamelijk gemetaboliseerd via het humaan cytochroom P450 3A4 iso- enzymsysteem (CYP3A4), daarom kunnen mogelijke interacties optreden wanneer PecFent gelijktijdig wordt gegeven met geneesmiddelen die de werking van CYP3A4 beïnvloeden. Gelijktijdige toediening met geneesmiddelen die 3A4-activiteit induceren kan de werkzaamheid van PecFent verminderen. Het gelijktijdige gebruik van PecFent met sterke CYP3A4-remmers (bijv. ritonavir, ketoconazol, itraconazol, troleandomycine, claritromycine en nelfinavir) of matige CYP3A4-remmers (bijv. amprenavir, aprepitant, diltiazem, erytromycine, fluconazol, fosamprenavir, grapefruitsap en verapamil) kan resulteren in verhoogde fentanylplasmaconcentraties, hetgeen mogelijk ernstige bijwerkingen kan veroorzaken, inclusief fatale respiratoire depressie. Patiënten die PecFent gelijktijdig met matige of sterke CYP3A4-remmers ontvangen dienen gedurende langere tijd zorgvuldig te worden gemonitord. Men dient voorzichtig te zijn met dosisverhoging.

Het gelijktijdig gebruik van andere depressiva van het centrale zenuwstelsel, inclusief andere opiaten, sedativa of hypnotica, algehele anesthetica, fenothiazinen, tranquillizers, skeletspierrelaxantia, sederende antihistamines en alcohol kunnen additieve depressieve effecten produceren.

Serotonerge geneesmiddelen:

Gelijktijdige toediening van fentanyl en een serotonerg geneesmiddel, zoals een selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI) of een serotonine-norepinefrineheropnameremmer (SNRI) of een monoamineoxidaseremmer (MAO-remmer) kan het risico van serotoninesyndroom, een in potentie levensbedreigende aandoening, verhogen.

PecFent wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten die in de voorgaande 14 dagen monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) hebben gebruikt, omdat bij gebruik van opioïde analgetica ernstige en onvoorspelbare potentiëring door MAO-remmers is gemeld.

Het gelijktijdig gebruik van partiële opioïdagonisten/antagonisten (bijv. buprenorfine, nalbufine, pentazocine) wordt afgeraden. Zij hebben een hoge affiniteit met opioïdreceptoren met een relatief lage intrinsieke activiteit en neutraliseren daarom voor een deel het analgetisch effect van fentanyl en kunnen ontwenningssymptomen induceren bij van opioïd-afhankelijke personen.

Van gelijktijdig gebruik van nasaal toegediende oxymetazoline is aangetoond dat het de absorptie van PecFent vermindert (zie rubriek 5.2). Het gelijktijdig gebruik van nasaal toegediende vasoconstrictieve decongestiva tijdens titratie wordt daarom niet aanbevolen, daar dit kan leiden tot titratie van patiënten op een hogere dosis dan nodig is. Een PecFent-onderhoudsbehandeling kan ook minder effectief zijn bij patiënten met rhinitis wanneer deze gelijktijdig met een nasaal vasoconstrictief decongestivum wordt gebruikt. Wanneer dit gebeurt, dient men patiënten te adviseren te stoppen met hun decongestivum.

Gelijktijdig gebruik van PecFent en andere via de neus toegediende geneesmiddelen (anders dan oxymetazoline) is niet geëvalueerd in de klinische trials. Andere binnen 15 minuten vóór de dosering met PecFent nasaal toegediende behandelingen dienen vermeden te worden.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van fentanyl bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. PecFent dient niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt, tenzij strikt noodzakelijk.

Na langdurige behandeling kan fentanyl ontwenning veroorzaken bij de pasgeboren baby. Het is raadzaam fentanyl niet tijdens de weeën en de bevalling (inclusief keizersnede) te gebruiken omdat fentanyl de placenta passeert en respiratoire depressie bij de foetus kan veroorzaken. Bij toediening van PecFent dient een antidotum voor het kind snel beschikbaar te zijn.

Borstvoeding

Fentanyl passeert in borstvoeding en kan sedatie en respiratoire depressie bij het zogende kind veroorzaken. Fentanyl dient niet te worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven en het geven van borstvoeding dient pas na ten minste 5 dagen na de laatste toediening van fentanyl opnieuw te worden gestart.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen klinische gegevens over de effecten van fentanyl op de vruchtbaarheid.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Opioïdanalgetica kunnen het geestelijk of lichamelijk vermogen om een voertuig te besturen of machines te bedienen aantasten.

Men dient patiënten te adviseren geen voertuig te besturen of machines te bedienen wanneer zij somnolentie, duizeligheid, of zichtstoornis of andere bijwerkingen ondervinden die hun vermogen om een voertuig te besturen of machines te bedienen kunnen aantasten.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

Met PecFent zijn de voor opioïden typerende bijwerkingen te verwachten. Deze zullen bij voortdurend gebruik van het geneesmiddel vaak in intensiteit afnemen of verdwijnen, naarmate de patiënt op de meest geschikte dosis wordt getitreerd. De ernstigste bijwerkingen zijn respiratoire depressie (mogelijk leidend tot apneu of respiratoir arrest), circulatoire depressie, hypotensie en shock en alle patiënten dienen daarop te worden gemonitord.

De klinische onderzoeken van PecFent werden ontworpen om de veiligheid en werkzaamheid bij het behandelen van BTP te evalueren en alle patiënten ondergingen tevens opioïd-achtergrondtherapieën, zoals morfine of morfine met vertraagde afgifte of transdermaal fentanyl, voor hun aanhoudende pijn. Daarom is het niet mogelijk de effecten van PecFent alleen te scheiden.

Bijwerkingen weergegeven in tabelvorm

De volgende bijwerkingen zijn gemeld voor PecFent en/of andere fentanylbevattende verbindingen gedurende klinische onderzoeken en bij ervaringen na het op de markt brengen (frequenties gedefinieerd als zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1000, <1/100); zelden (≥1/10.000,

<1/1000); zeer zelden (<1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

 

Vaak

Soms

Niet bekend

Infecties en parasitaire

 

Longontsteking

 

aandoeningen

 

Nasofaryngitis

 

 

 

Faryngitis

 

 

 

Rhinitis

 

 

Vaak

Soms

Niet bekend

Bloed- en

 

Neutropenie

 

lymfestelsel-

 

 

 

aandoeningen

 

 

 

Immuunsysteem-

 

Overgevoeligheid

 

aandoeningen

 

 

 

Voedings- en

 

Dehydratie

 

stofwisselings-

 

Hyperglykemie

 

stoornissen

 

Verminderde eetlust

 

 

 

Toegenomen eetlust

 

Psychische stoornissen

Desoriëntatie

Drugsmisbruik

Slapeloosheid

 

 

Delirium

 

 

 

Hallucinatie

 

 

 

Verwarde toestand

 

 

 

Depressie

 

 

 

ADHD

 

 

 

(aandachtstekortstoornis

 

 

 

met hyperactiviteit)

 

 

 

Angst

 

 

 

Euforische stemming

 

 

 

Nervositeit

 

Zenuwstelsel-

Dysgeusie

Verlies van bewustzijn

 

aandoeningen

Duizeligheid

Verlaagd

 

 

Somnolentie

bewustzijnsniveau

 

 

Hoofdpijn

Convulsie

 

 

 

Ageusie

 

 

 

Anosmie

 

 

 

Aantasting van het

 

 

 

geheugen

 

 

 

Parosmie

 

 

 

Spraakstoornis

 

 

 

Sedering

 

 

 

Lethargie

 

 

 

Tremor

 

Evenwichtsorgaan- en

 

Vertigo

 

ooraandoeningen

 

 

 

Hartaandoeningen

 

Cyanose

 

Bloedvataandoeningen

 

Cardiovasculaire

Roodheid van de huid

 

 

insufficiëntie

 

 

 

Lymfe-oedeem

 

 

 

Hypotensie

 

 

 

Opvliegers

 

 

Vaak

Soms

Niet bekend

Ademhalingsstelsel-,

Epistaxis

Obstructie van de

Respiratoire depressie

borstkas- en

Rhinorrhoea

bovenste luchtwegen

 

mediastinum-

Nasaal ongemak

Faryngolaryngeale pijn

 

aandoeningen

 

Rinalgie

 

 

 

Nasale mucosale

 

 

 

aandoening

 

 

 

Hoesten

 

 

 

Dyspneu

 

 

 

Niezen

 

 

 

Congestie van de

 

 

 

bovenste luchtwegen

 

 

 

Neusverstopping

 

 

 

Intranasale hypo-

 

 

 

esthesie

 

 

 

Keelirritatie

 

 

 

Postnasale drip

 

 

 

Nasale droogheid

 

Maagdarmstelsel-

Braken

Intestinale perforatie

 

aandoeningen

Misselijkheid

Peritonitis

 

 

Verstopping

Orale hypo-esthesie

 

 

 

Orale paresthesie

 

 

 

Diarree

 

 

 

Braakneigingen

 

 

 

Buikpijn

 

 

 

Tongaandoening

 

 

 

Mondulceratie

 

 

 

Dyspepsie

 

 

 

Droge mond

 

Huid- en onderhuid-

Pruritus

Hyperhydrose

 

aandoeningen

 

Urticaria

 

Skeletspierstelsel- en

 

Artralgie

 

bindweefsel-

 

Spiertrekking

 

aandoeningen

 

 

 

Nier- en urineweg-

 

Anurie

 

aandoeningen

 

Dysurie

 

 

 

Proteïnurie

 

 

 

Urine-aarzeling

 

Voortplantingsstelsel-

 

Vaginale hemorragie

 

en borstaandoeningen

 

 

 

Algemene

 

Niet-cardiale pijn op de

Ontwenningssyndroom*

aandoeningen en

 

borst

 

toedieningsplaats-

 

Asthenie

 

stoornissen

 

Koude rillingen

 

 

 

Gezichtsoedeem

 

 

 

Perifeer oedeem

 

 

 

Loopstoornis

 

 

 

Pyrexie

 

 

 

Vermoeidheid

 

 

 

Malaise

 

 

 

Dorst

 

Onderzoeken

 

Bloedplaatjestelling

 

 

 

verminderd

 

 

 

Gewichtstoename

 

 

Vaak

Soms

Niet bekend

Letsels, intoxicaties en

 

Vallen

 

verrichtings-

 

Opzettelijk

 

complicaties

 

drugsmisbruik

 

 

 

Medicatiefout

 

*Zie de volgende rubriek hieronder

 

 

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Opioïdenontwenningssymptomen zoals misselijkheid, braken, diarree, angst, koude rillingen, tremor en zweten zijn waargenomen met transmucosaal fentanyl.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

De symptomen van fentanyloverdosering via de nasale weg komen naar verwachting overeen met die van intraveneus fentanyl en andere opioïden en vormen een uitbreiding van de farmaceutische werking, waarbij het meest ernstige effect respiratoire depressie is.

Onmiddellijke behandeling van opioïdoverdosering omvat het zeker stellen van een vrije luchtweg, fysieke en verbale stimulering van de patiënt, bepaling van het bewustzijnsniveau, ventilatoire en circulatoire status en geassisteerde ventilatie (ventilatoire ondersteuning) indien nodig.

Voor het behandelen van overdosering (onbedoelde ingestie) bij een opioïdnaïeve patiënt dient intraveneuze toegang verkregen te worden en men dient naloxon of andere opioïdantagonisten te gebruiken als klinisch geïndiceerd. De duur van respiratoire depressie na een overdosering kan langer zijn dan de effecten van de werking van de opioïdantagonist (de halfwaardetijd van naloxon varieert bijvoorbeeld van 30 tot 81 minuten) en herhaalde toediening kan noodzakelijk zijn. Voor bijzonderheden over een dergelijk gebruik dient de Samenvatting van de Productkenmerken van de individuele opioïdantagonist te worden geraadpleegd.

Voor het behandelen van overdosering bij met opioïden behandelde patiënten, dient intraveneuze toegang te worden verkregen. Het oordeelkundig gebruik van naloxon of een andere opioïdantagonist kan in sommige gevallen noodzakelijk zijn, maar wordt in verband gebracht met het risico van het precipiteren van een acuut ontwenningssyndroom.

Wij willen erop wijzen dat hoewel statistisch significante verhogingen van Cmax spiegels werden opgemerkt na een tweede dosis PecFent die één of twee uur na de aanvangsdosis werd gegeven, wordt deze verhoging niet groot genoeg gevonden om aan te geven dat klinisch zorgwekkende accumulatie van te sterke blootstelling zou optreden, waarbij een brede veiligheidsmarge voor het aanbevolen dosisinterval van vier uur wordt geboden.

Hoewel spierstijfheid die de ademhaling hindert niet is opgemerkt na het gebruik van PecFent, is dit mogelijk met fentanyl en andere opioïden. Wanneer het zich voordoet, dient het behandeld te worden door middel van geassisteerde ventilatie, door een opioïdantagonist en als een laatste alternatief, door een neuromusculaire blokker.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Analgetica; opioïden; fenylpiperidinederivaten; ATC-code: N02AB03.

Werkingsmechanisme

Fentanyl is een opioïde analgeticum, dat voornamelijk interactie geeft met de opioïde µ-receptor. De primaire therapeutische werkingen zijn analgesie en sedatie. Secundaire farmacologische effecten zijn respiratoire depressie, bradycardie, hypothermie, constipatie, miose, fysieke afhankelijkheid en euforie.

Farmacodynamische effecten

Er is een dubbelblind, gerandomiseerd, placebo-gecontroleerd cross-over onderzoek uitgevoerd waarbij 114 patiënten die gemiddeld 1 tot 4 episoden van doorbraakpijn (BTP) per dag ondervonden terwijl zij onderhoudsbehandeling met opioïden ondergingen, werden geïncludeerd in een open-label aanvangstitratiefase om een effectieve dosis PecFent te bepalen (Onderzoek CP043). De patiënten die de dubbelblinde fase ingaan behandelden maximaal 10 BTP-episoden met hetzij PecFent (7 episoden) of placebo (3 episoden) in een willekeurige volgorde.

Van de patiënten die begonnen met de titratiefase konden slechts 7 (6,1 %) niet worden getitreerd op een effectieve dosis als gevolg van het uitblijven van werkzaamheid en trokken 6 (5,3 %) zich terug als gevolg van bijwerkingen.

Het primaire eindpunt van de vergelijking tussen het samengevatte pijnintensiteitsverschil na

30 minuten na dosering (SPID30), hetgeen 6,57 in de met PecFent behandelde episoden in vergelijking met 4,45 voor placebo (p<0,0001) was. De SPID voor met PecFent behandelde episoden verschilde ook aanzienlijk met placebo na 10, 15, 45 en 60 minuten na toediening.

De gemiddelde pijnintensiteitsscores (73 patiënten) voor alle met PecFent behandelde episoden (459 episoden) in vergelijking met die, die werden behandeld met placebo (200 episoden) waren aanzienlijk lager na 5, 10, 15, 30, 45 en 60 minuten na toediening (zie Figuur 1).

Figuur 1: Gemiddelde (± SE) pijnintensiteitsscores op elk tijdstip (mITT-populatie)

Tijd (minuten)

PecFent

N.B.: Pijnintensiteitsscores (gemiddelde van proefpersoongemiddelden) na toediening van PecFent en placebo.

*Significant verschil op het <=0,05 alfaniveau tussen PecFent en placebo op dat tijdstip.

**Significant verschil op het <=0,01 alfaniveau tussen PecFent en placebo op dat tijdstip.

De superieure werkzaamheid van PecFent ten opzichte van placebo werd ondersteund door gegevens uit secundaire eindpunten, inclusief het aantal BTP-episoden met klinisch significante pijnverlichting, gedefinieerd als een vermindering van pijnintensiteidsscore van ten minste 2 (Figuur 2).

Figuur 2: Klinisch significante pijnverlichting – PecFent vs placebo: % Patiëntenepisoden met ≥2 Puntsverlaging van pijnintensiteit

Episoden (%)

Tijd vanaf dosering (minuten)

In een dubbelblinde, gerandomiseerde comparator-gecontroleerde studie (Studie 044) van een soortgelijk ontwerp als Studie 043 die werd uitgevoerd bij opioïd-tolerante patiënten met doorbraakkankerpijn op stabiele doses regelmatig geplande opioïden, bleek PecFent superieur te zijn aan morfinesulfaat met onmiddellijke afgifte (IRMS). De superioriteit werd aangetoond door het primaire eindpunt, het pijnintensiteitsverschil binnen 15 minuten.

Dit was 3,02 bij patiënten die werden behandeld met PecFent in vergelijking met 2,69 bij patiënten die werden behandeld met IRMS (p=0,0396).

Tijdens een langdurige, open-label, veiligheidsstudie (Studie 045), begonnen 355 patiënten aan de 16 weken durende behandelingsfase, gedurende welke tijd 42.227 episoden van doorbraakkankerpijn (BTP) werden behandeld met PecFent. Honderd van deze patiënten zetten de behandeling tot maximaal 26 maanden voort in een verlengingsfase. Van de 355 in de open-label behandelingsfase behandelde patiënten, had 90% geen dosisverhoging nodig.

In de gerandomiseerde placebo-gecontroleerde studie (CP043) 9,4% van 459 met PecFent behandelde BTP-episoden bij 73 patiënten die het gebruik van mogelijke verdere (rescue) geneesmiddelen binnen 60 minuten voorafgaand aan dosering nodig hebben. Gedurende het langduriger, open-label onderzoek (CP045) was dit 6,0 % van 42.227 episoden bij 355 patiënten met PecFent tijdens een behandeling van maximaal 159 dagen.

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Algemene introductie

Fentanyl is uiterst lipofiel en kan zeer snel worden geabsorbeerd via de nasale mucosa en trager via de gastro-intestinale weg. Het is afhankelijk van first-pass lever- en intestinaal metabolisme en de metabolieten dragen niet bij aan de therapeutische effecten van fentanyl.

PecFent maakt gebruik van het nasale geneesmiddeltoedieningssysteem om de toediening en absorptie van fentanyl te moduleren. Het PecSys-systeem maakt het mogelijk dat het product als een fijne druppeltjesmist in het voorste deel van de neusholte wordt gesprayd, die bij contact met de calcium- ionen in de nasale mucosa geleren. Fentanyl verspreidt zich uit de gel en wordt geabsorbeerd door de nasale mucosa; deze gel-gemoduleerde absorptie van fentanyl houdt de piekplasmaconcentratie (Cmax) onder controle, terwijl het verkrijgen van een vroege tijd tot die piek (Tmax) mogelijk is.

Absorptie

In een farmacokinetisch onderzoek waarin PecFent (100, 200, 400 en 800 microgram) werd vergeleken met oraal transmucosaal fentanylcitraat (OTFC, 200 microgram), bleek fentanyl snel te worden geabsorbeerd na intranasale toediening van PecFent in een enkele dosis, met gemiddelde Tmax variërend van 15 tot 21 minuten (Tmax voor OTFC was ongeveer 90 minuten). De variabiliteit van de farmacokinetische eigenschappen van fentanyl was aanzienlijk na behandeling met zowel PecFent als OTFC. De relatieve biologische beschikbaarheid van fentanyl uit de PecFent-behandeling in vergelijking met de 200 microgram OTFC was ongeveer 120%.

De belangrijkste farmacokinetische parameters worden in de volgende tabel getoond.

Farmacokinetische parameters bij volwassen proefpersonen die PecFent en OTFC ontvingen

Farmacokinetische

 

PecFent

 

OTFC

parameters

(gemiddeld (%CV))

microgram

microgram

microgram

microgram

microgram

Tmax (uur)*

0,33 (0,08-

0,25 (0,17-

0,35 (0,25-

0,34 (0,17-

1,50 (0,50

 

1,50)

1,60)

0,75)

3,00)

-8,00)

Cmax (pg/ml)

351,5 (51,3)

780,8 (48,4)

1552,1 (26,2)

2844,0 (56,0)

317,4 (29,9)

AUC (pg.uur/ml)

2460,5 (17,9)

4359,9 (29,8)

7513,4 (26,7)

17272 (48,9)

3735,0 (32,8)

t1/2 (uur)

21,9 (13,6)

24,9 (51,3)

15,0 (24,7)

24,9 (92,5)

18,6 (31,4)

*Gegevens voor Tmax gepresenteerd als mediaan (bereik).

De curves voor elk dosisniveau komen in vorm overeen met stijgende dosisniveaus die toenemende plasmafentanylspiegels produceren. Dosisproportionaliteit werd aangetoond voor Cmax en het gebied onder de curve (AUC) in het dosisbereik 100 microgram tot 800 microgram (zie Figuur 3). Bij overschakelen op PecFent vanaf een ander fentanylproduct voor BTP, is onafhankelijke dosistitratie met PecFent noodzakelijk daar de biologische beschikbaarheid tussen de producten aanzienlijk verschilt.

Figuur 3: Gemiddelde plasmafentanylconcentraties na enkele doses PecFent en OTFC bij gezonde proefpersonen

PecFent 100 µg dosis

PecFent 200 µg dosis

PecFent 400 µg dosis

PecFent 800 µg dosis

OTFC 200 µg dosis

Tijd (uren)

Er werd een farmacokinetisch onderzoek uitgevoerd om de absorptie en tolerabiliteit van een enkele dosis PecFent bij patiënten met door pollen geïnduceerde allergische seizoensrhinitis te evalueren. De niet-opgeroepen, de acuut opgeroepen (rhinitis) en acuut opgeroepen en vervolgens met oxymetazoline behandelde toestanden werden vergeleken.

Er was geen klinisch significant effect van acute rhinitis op Cmax, Tmax of totale blootstelling aan fentanyl, waarbij de niet-opgeroepen werd vergeleken met de acuut opgeroepen toestanden. Na behandeling van de acute rhinitische toestand met oxymetazoline, waren er verlagingen van Cmax en blootstelling en verhogingen van Tmax die statistisch, en mogelijk klinisch, significant waren.

Distributie

Fentanyl is zeer lipofiel en wordt buiten het vaatsysteem goed gedistribueerd, met een groot schijnbaar distributievolume. Dierproeven hebben aangetoond dat fentanyl na absorptie snel wordt gedistribueerd naar de hersenen, het hart, de longen, nieren en milt gevolgd door een tragere herdistributie naar spieren en vet.

De plasmaproteïnebinding voor fentanyl is 80 - 85%. Het belangrijke bindingsproteïne is alfa-1- zuurglycoproteïne, maar zowel albumine als lipoproteïnen dragen in enige mate bij. De vrije fractie van fentanyl stijgt met acidose.

Biotransformatie

De metabolische routes na nasale toediening van PecFent zijn niet gekarakteriseerd in klinische onderzoeken. Fentanyl wordt in de lever gemetaboliseerd tot norfentanyl door cytochroom CYP3A4- isoform. Norfentanyl is in dierproeven niet farmacologisch actief. Het wordt voor meer dan 90% geëlimineerd door middel van biologische transformatie in N-gedealkyleerde en gehydroxyleerde inactieve metabolieten.

Eliminatie

Dispositie van fentanyl gevolgd door intranasale toediening van PecFent is niet gekarakteriseerd in een massabalansonderzoek. Minder dan 7% van een toegediende dosis fentanyl wordt onveranderd uitgescheiden in de urine en slechts 1% wordt onveranderd uitgescheiden in de feces. De metabolieten worden voornamelijk uitgescheiden in de urine, terwijl fecale excretie minder belangrijk is.

De totale plasmaklaring van fentanyl na intraveneuze toediening is ongeveer 42 l/u.

Lineariteit/non-lineariteit

Dosisproportionaliteit werd aangetoond voor Cmax en AUC in het dosisbereik van 100 microgram tot 800 microgram.

Het effect van nier- of leverinsufficiëntie op de farmacokinetische eigenschappen van PecFent is niet bestudeerd.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeniciteit.

Embryo-foetale ontwikkelingstoxiciteitsonderzoeken bij ratten en konijnen hebben geen door verbinding geïnduceerde misvormingen of ontwikkelingsverschillen aangetoond bij toediening tijdens de organogeneseperiode.

Tijdens een fertiliteits- en vroeg embryonisch ontwikkelingsonderzoek bij ratten werd een mannelijk- gemedieerd effect opgemerkt bij hoge doses (300 mcg/kg/dag, s.c.) en is consistent met de sedatieve effecten van fentanyl bij dierproeven.

Bij onderzoeken naar pre- en postnatale ontwikkeling bij ratten was het overlevingspercentage van nakomelingen aanzienlijk verlaagd bij doses die ernstige maternale toxiciteit veroorzaakten. Verdere bevindingen bij maternaal toxische doses bij F1-pups waren vertraagde fysieke ontwikkeling, zintuiglijke functies, reflexen en gedrag. Deze effecten zouden hetzij indirecte effecten kunnen zijn in verband met veranderde maternale zorg en/of verminderde lactatiesnelheid of een direct effect van fentanyl op de pups.

Carcinogeniciteitsonderzoeken (26-weekse dermale alternatieve biologische assay bij Tg.AC transgene muizen; tweejarig subcutaan carcinogeniciteitsonderzoek bij ratten) met fentanyl hebben geen bevindingen geïnduceerd die indicatief zijn voor oncogeen potentieel. Bij de beoordeling van coupes van hersenen in het carcinogeniciteitsonderzoek bij ratten werden laesies gevonden in hersenen van dieren die hoge doses fentanylcitraat toegediend hadden gekregen. Het is niet bekend wat de relevantie van deze bevindingen is voor mensen.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Pectine (E440)

Mannitol (E421)

Fenylethylalcohol

Propylparahydroxybenzoaat (E216)

Sucrose

Zoutzuur (0,36%) of natriumhydroxide (voor pH-aanpassing)

Gezuiverd water

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

Fles met 2 sprays: 18 maanden

Na de voorbereiding binnen 5 dagen gebruiken.

Fles met 8 sprays: 3 jaar

Na het eerste gebruik: 60 dagen

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25°C.

Niet in de vriezer bewaren.

De fles in de kindveilige verpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

De fles te allen tijde in de kindveilige verpakking bewaren, zelfs wanneer hij leeg is.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Fles (transparant Type-I glas) met een daaraan bevestigde doseerpomp die een hoorbare dosisteller bevat en een beschermdop (harde, witte dop op de fles met 2 sprays en transparante dop op de fles met 8 sprays). Het product is steeds verpakt in een schelpvormige kindveilige verpakking.

Flessen bevatten:

0,95 ml die de afgifte van 2 volledige sprays garandeert of

1,55 ml die de afgifte van 8 volledige sprays garandeert.

Flessen in kindveilige verpakking worden geleverd in dozen met:

Voor fles met 2 sprays: 1 fles.

Voor fles met 8 sprays: 1, 4 of 12 flessen.

Niet alle genoemde formuleringen of verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Gedeeltelijk gebruikte PecFent-flessen kunnen voldoende geneesmiddel bevatten om schadelijk of levensbedreigend te zijn voor een kind. Zelfs wanneer er weinig of geen geneesmiddel meer in de fles zit, moet PecFent op de juiste manier worden opgeruimd, conform de volgende stappen:

oPatiënten en zorgverleners moeten instructies krijgen over het op de juiste manier verwijderen van alle niet-gebruikte, gedeeltelijk gebruikte en gebruikte PecFent-flessen. Men dient de patiënt te vertellen hoe dit op de juiste manier wordt gedaan.

oWanneer er nog therapeutische sprays in de fles zitten die niet meer nodig zijn, dient men de patiënt te instrueren deze als volgt te verwijderen:

Fles met 2 sprays:

oRicht de spray weg van uzelf (en andere mensen) en verdrijf de resterende spray tot het rode cijfer “2” in het telvenster verschijnt en er geen volledige therapeutische sprays meer uit de fles

te krijgen zijn.

oNadat de teller op “2” staat, dient de patiënt vier keer in totaal op de vingergrepen te blijven drukken (er zal wat verhoogde weerstand zijn) om al het resterende geneesmiddel uit de fles te krijgen.

oNadat de 2 therapeutische sprays zijn afgegeven, zal de patiënt geen klik horen en zal de teller niet verder gaan dan “2”; volgende afgegeven sprays zullen geen volledige sprays zijn en dienen niet voor behandeling te worden gebruikt.

Fles met 8 sprays:

oRicht de spray weg van uzelf (en andere mensen) en verdrijf de resterende spray tot het rode cijfer “8” verschijnt in het telvenster en er geen volledige therapeutische sprays meer te krijgen zijn uit de fles.

oNadat de teller op “8” staat, dient de patiënt vier keer in totaal op de vingergrepen te blijven drukken (er zal wat verhoogde weerstand zijn) om al het resterende geneesmiddel uit de fles te

krijgen.

oNadat de 8 therapeutische sprays zijn afgegeven, zal de patiënt geen klik horen en zal de teller niet verder gaan dan “8”; volgende afgegeven sprays zullen geen volledige sprays zijn en dienen niet voor behandeling te worden gebruikt.

Zodra PecFent niet meer nodig is, moet patiënten en hun naasten worden geadviseerd alle van een recept overgebleven flessen zo snel mogelijk te verwijderen door ze terug te doen in hun kindveilige verpakking en ze weg te werpen in overeenstemming met de lokale eisen of terug te brengen naar de apotheek.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Archimedes Development Ltd

Albert Einstein Centre

Nottingham Science and Technology Park, University Boulevard

Nottingham

NG7 2TN

Verenigd Koninkrijk

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/10/644/007

EU/1/10/644/001

EU/1/10/644/002

EU/1/10/644/005

EU/1/10/644/003

EU/1/10/644/004

EU/1/10/644/006

9.DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 31 augustus 2010

Datum van laatste verlenging: 17 juli 2015

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld