Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Sancuso (granisetron) – Samenvatting van de productkenmerken - A04AA02

Updated on site: 10-Oct-2017

Naam van geneesmiddelSancuso
ATC codeA04AA02
Werkzame stofgranisetron
ProducentKyowa Kirin Limited

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

SANCUSO 3,1 mg/24 uur pleister voor transdermaal gebruik

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke pleister voor transdermaal gebruik van 52 cm2 bevat 34,3 mg granisetron en geeft 3,1 mg granisetron per 24 uur af.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Pleister voor transdermaal gebruik.

Dunne, doorzichtige, matrixtype, rechthoekige pleister met ronde hoeken voor transdermaal gebruik.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

SANCUSO pleister voor transdermaal gebruik is geïndiceerd bij volwassenen ter voorkoming van misselijkheid en braken in verband met matig of hoog emetogene chemotherapie, voor een geplande duur van 3 tot 5 opeenvolgende dagen, waar orale toediening van anti-emetica gecompliceerd is door factoren die het slikken bemoeilijken (zie rubriek 5.1).

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering

Volwassenen

Breng 24 tot 48 uur vóór chemotherapie, waar van toepassing, een enkele pleister voor transdermaal gebruik aan.

In verband met de geleidelijke toename in plasmaspiegels van granisetron na het aanbrengen van de pleister voor transdermaal gebruik, kan aan het begin van de chemotherapie een tragere aanvang van de werkzaamheid in vergelijking met 2 mg orale granisetron worden waargenomen; de pleister dient 24-48 uur vóór chemotherapie te worden aangebracht.

De transdermale pleister dient minimaal 24 uur na voltooiing van de chemotherapie te worden verwijderd. Afhankelijk van de duur van de chemotherapie kan de transdermale pleister gedurende maximaal 7 dagen worden gedragen.

Na routinematige hematologische controle dient de transdermale pleister alleen te worden aangebracht bij patiënten van wie de chemotherapie waarschijnlijk niet wordt uitgesteld om de mogelijkheid van onnodige blootstelling aan granisetron te verminderen.

Gelijktijdig gebruik van corticosteroïden

De richtlijnen van de Multinational Association of Supportive Care in Cancer (MASCC) adviseren dexamethason met 5-HT3-antagonist voorafgaand aan chemotherapie toe te dienen. In het centrale SANCUSO-onderzoek was het gelijktijdige gebruik van corticosteroïden, bijv. dexamethason, toegestaan mits het deel uitmaakte van de chemotherapie. Elke verhoging van het gebruik van corticosteroïden tijdens het onderzoek werd gerapporteerd als reddingsbehandeling.

Speciale populaties

Ouderen

Dosering als voor volwassenen (zie rubriek 4.4 en 5.2).

Nier- of leverfunctiestoornissen

Dosisaanpassing is niet noodzakelijk. Dosering als voor volwassenen (zie rubriek 4.4 en 5.2). Hoewel er geen aanwijzingen voor een verhoogde incidentie van bijwerkingen zijn waargenomen bij patiënten met nier- of leverfunctiestoornis die granisetron oraal en intraveneus ontvangen, dient men, op basis van de farmacokinetiek van granisetron, enige mate van voorzichtigheid te betrachten bij deze populatie.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van SANCUSO bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn nog niet vastgesteld.

Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

De pleister voor transdermaal gebruik dient te worden aangebracht op een schone, droge gave gezonde huid aan de buitenkant van de bovenarm. Wanneer het niet mogelijk is de transdermale pleister op de arm aan te brengen, kan hij op de buik worden aangebracht. De transdermale pleister dient niet te worden aangebracht op een huid die rood, geïrriteerd of beschadigd is.

Elke transdermale pleister is in een sachet verpakt en dient direct na het openen van het sachet te worden aangebracht. De afneembare bescherming dient vóór het aanbrengen te worden verwijderd.

De pleister voor transdermaal gebruik dient niet in stukken geknipt te worden.

Wanneer een transdermale pleister volledig of gedeeltelijk losraakt, dient de oorspronkelijke transdermale pleister op dezelfde plaats opnieuw te worden aangebracht met behulp van medische tape (indien nodig). Wanneer opnieuw aanbrengen niet mogelijk is of de transdermale pleister is beschadigd, dient een nieuwe transdermale pleister op dezelfde plek te worden aangebracht als de oorspronkelijke transdermale pleister. Als dat niet mogelijk is, dient een nieuwe transdermale pleister te worden aangebracht op de andere arm. De nieuwe aangebrachte transdermale pleister dient in overeenstemming met de hierboven aanbevolen tijd te worden verwijderd.

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor andere 5-HT3-receptorantagonisten of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Reacties op de aanbrengplaats

In klinische trials met SANCUSO werden reacties op de aanbrengplaats gerapporteerd die over het algemeen mild in intensiteit waren en niet tot stoppen met het gebruik leidden. Bij het optreden van ernstige reacties of een gegeneraliseerde huidreactie (bijv. allergische uitslag, inclusief erythemateuze, maculaire, papulaire uitslag of pruritus) moet de transdermale pleister worden verwijderd.

Maagdarmstelselaandoeningen

Daar granisetron de motiliteit van de dunne darm kan verminderen, dienen patiënten met tekenen van sub-acute intestinale obstructie na toediening ervan te worden gemonitord.

Hartaandoeningen

5-HT3-receptorantagonisten, zoals granisetron, kunnen in verband worden gebracht met aritmieën of ecg-afwijkingen. Dit kan mogelijk klinische significantie hebben bij patiënten met reeds bestaande aritmieën of hartgeleidingsstoornissen of patiënten die worden behandeld met antiaritmica of bètablokkers. Er zijn geen klinisch relevante effecten waargenomen bij klinische onderzoeken met SANCUSO.

Blootstelling aan zonlicht

Granisetron kan worden beïnvloed door direct natuurlijk of kunstmatig zonlicht, zie rubriek 5.3 voor meer informatie. Men dient patiënten te adviseren de plek voor het aanbrengen van de transdermale pleister te bedekken, bijv. met kleding, wanneer er tijdens de gehele periode waarin de pleister wordt gedragen en gedurende 10 dagen na verwijdering ervan een risico bestaat van blootstelling aan zonlicht.

Douchen of wassen

Men kan men zich gewoon blijven wassen of douchen tijdens het dragen van SANCUSO. Activiteiten zoals zwemmen, inspannend sporten of het gebruik van een sauna dienen te worden vermeden.

Externe warmte

Externe warmte (bijvoorbeeld warmwater kruiken of warmtepads) dient te worden vermeden op de plek van de transdermale pleister.

Speciale populaties

Er zijn geen dosisaanpassingen nodig voor ouderen of patiënten met een nier- of leverfunctiestoornis. Hoewel er geen aanwijzingen van een verhoogde incidentie van bijwerkingen zijn waargenomen bij patiënten met een nier- of leverfunctiestoornis die granisetron oraal en intraveneus ontvingen, dient men, op basis van de farmacokinetiek van granisetron, enige mate van voorzichtigheid te betrachten bij deze populatie.

Serotoninesyndroom

Er zijn meldingen van het serotoninesyndroom geweest bij het gebruik van 5-HT3-antagonisten, hetzij bij gebruik alleen, maar meestal in combinatie met andere serotonerge geneesmiddelen (waaronder selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en serotonine-noradrenalineheropnameremmers (SNRI’s). Het is raadzaam patiënten zorgvuldig te controleren op mogelijke symptomen van het serotoninesyndroom.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Bij serotonerge geneesmiddelen (bijv. SSRI’s en SNRI’s) zijn er meldingen van het serotoninesyndroom ontvangen na gelijktijdig gebruik van 5-HT3-antagonisten met andere serotonerge geneesmiddelen (waaronder SSRI’s en SNRI’s).

Van gelijktijdige toediening van intraveneuze 5-HT3-receptorantagonisten met orale paracetamol bij proefpersonen is gerapporteerd dat dit resulteerde in een blokkering in het analgetische effect via een farmacodynamisch mechanisme.

Daar granisetron wordt gemetaboliseerd door hepatische cytochroom-P450-enzymen die de werkzame stof metaboliseren (CYP1A1 en CYP3A4), kunnen inductors of remmers van deze enzymen de klaring en, daardoor, de halfwaardetijd van granisetron veranderen.

Bij proefpersonen heeft leverenzyminductie door middel van fenobarbital geleid tot een verhoging van de totale plasmaklaring (ongeveer 25%) na intraveneuze toediening van granisetron.

In vitro onderzoeken hebben aangetoond dat ketoconazol het metabolisme van granisetron kan remmen via de cytochroom-P450-3A-iso-enzymfamilie. De klinische significantie hiervan is niet bekend.

In-vitro-onderzoeken waarbij menselijke microsomen werden gebruikt geven aan dat granisetron het cytochroom-P450-enzymsysteem niet stimuleert en niet remt.

Onderzoeken bij gezonde proefpersonen duiden niet op aanwijzingen van interactie tussen granisetron en benzodiazepinen (lorazepam), neuroleptica (haloperidol) of geneesmiddelen tegen maagdarmzweren (cimetidine).

Er zijn geen klinisch relevante interacties gezien tussen SANCUSO en emetogene kankerchemotherapieën. Bovendien is er geen interactie waargenomen tussen granisetron en emetogene kankertherapieën. In overeenstemming met deze gegevens zijn er geen klinisch relevante interacties gerapporteerd in klinische onderzoeken met SANCUSO. In klinische interactie- onderzoeken had aprepitant geen klinisch belangrijke effecten op de farmacokinetiek van granisetron.

Pediatrische patiënten

Interactie-onderzoeken zijn alleen bij volwassenen uitgevoerd.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen gegevens over het gebruik van granisetron bij zwangere vrouwen. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Uit voorzorg heeft het de voorkeur het gebruik van SANCUSO te vermijden tijdens de zwangerschap.

Borstvoeding

Het is niet bekend of granisetron of de metabolieten ervan in de moedermelk worden uitgescheiden. Borstvoeding moet worden gestaakt tijdens behandeling met SANCUSO.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen gegevens over het effect van granisetron op de vruchtbaarheid bij de mens. De vruchtbaarheid bij ratten werd niet beïnvloed na behandeling met granisetron.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

SANCUSO heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

Het veiligheidsprofiel van SANCUSO is ontleend aan gecontroleerde klinische trials en aan postmarketingervaring. De meest gerapporteerde bijwerking bij klinische onderzoeken was constipatie, die optrad bij ongeveer 8,7% van de patiënten. De meeste gemelde bijwerkingen waren mild tot matig van ernst.

Getabelleerde lijst van bijwerkingen

Bijwerkingen uit klinische onderzoeken en spontane rapporten met SANCUSO worden vermeld in de onderstaande tabel.

Binnen de systeem/orgaanklassen worden de bijwerkingen vermeld naar frequentie met behulp van de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥

1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gepresenteerd in volgorde van afnemende ernst.

Tabel 1:

Voor SANCUSO gerapporteerde bijwerkingen

 

 

 

 

Systeem/orgaanklasse

Bijwerking

Frequentie

 

 

 

 

Voedings- en

 

Verminderde eetlust

Soms

stofwisselingsstoornissen

 

 

Zenuwstelselaandoeningen

Hoofdpijn

Soms

 

 

Dystonie

Zelden

 

 

Dyskinesie

Zelden

Evenwichtsorgaan- en

Vertigo

Soms

ooraandoeningen

 

 

Bloedvataandoeningen

Rood aanlopen

Soms

Maagdarmstelselaandoeningen

Constipatie

Vaak

 

 

Droge mond, misselijkheid,

Soms

 

 

braakneiging

 

Lever- en galaandoeningen

Alanineaminotransferase

Soms

 

 

verhoogd,

 

 

 

aspartaataminotransferase

 

 

 

verhoogd,

 

 

 

gammaglutamyltransferase

 

Huid- en onderhuidaandoeningen

Irritatie op de aanbrengplek

Soms

 

 

Reacties op de aanbrengplek

Niet bekend

 

 

(pijn op de aanbrengplek,

 

 

 

pruritis op de aanbrengplek,

 

 

 

erytheem op de aanbrengplek,

 

 

 

uitslag op de aanbrengplek,

 

 

 

irritatie op de aanbrengplek) *

 

Skeletspierstelsel- en

Artralgie

Soms

bindweefselaandoeningen

 

 

 

 

 

Algemene aandoeningen en

Gegeneraliseerd oedeem

Soms

toedieningsplaatsstoornissen

 

 

 

 

 

Immuunsysteemaandoeningen

Overgevoeligheidsreacties

Niet bekend

*Spontane rapporten

 

 

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Patiënten die worden behandeld met matig of hoog emetogene chemotherapie kunnen ondanks behandeling met anti-emetica, inclusief SANCUSO, toch nog braken.

Klasse-effecten

Klasse-effecten voor granisetron die worden gezien bij andere formuleringen (oraal en intraveneus) omvatten de volgende:

-Overgevoeligheidsreacties, bijv. anafylaxie, urticaria

-Slapeloosheid

-Hoofdpijn

-Extrapiramidale reacties

-Somnolentie

-Duizeligheid

-QT-verlenging

-Constipatie

-Diarree

-Verhoogde levertransaminasen

-Huiduitslag

-Asthenie

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V*.

4.9Overdosering

Er bestaat geen specifiek antidotum voor granisetron. In geval van overdosering dient de transdermale pleister te worden verwijderd. Men dient symptomatische behandeling te geven.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Middelen tegen misselijkheid en braken, serotonine (5-HT3)- antagonisten, ATC-code: A04AA02.

Granisetron is een potent anti-emeticum en zeer selectieve antagonist van 5-hydroxytryptamine (5-HT3-receptoren). Farmacologische onderzoeken hebben aangetoond dat granisetron effectief is tegen misselijkheid en braken als gevolg van behandeling met cytostatica. Radioligandbindingsonderzoeken hebben aangetoond dat granisetron een te verwaarlozen affiniteit heeft voor andere receptortypes, inclusief 5-HT1, 5-HT2, 5-HT4 en dopamine D2-bindingslocaties.

In een centraal, gerandomiseerd, dubbelblind, dubbel-dummy, multinationaal Fase III-onderzoek werd de werkzaamheid, verdraagbaarheid en veiligheid van SANCUSO vergeleken met die van eenmaal daags 2 mg oraal granisetron ter preventie van misselijkheid en braken bij in totaal 641 patiënten die gedurende meerdere dagen chemotherapie ontvingen. Het onderzoek werd ontworpen om niet- inferioriteit van SANCUSO aan te tonen ten opzichte van oraal granisetron.

De in de trial gerandomiseerde populatie omvatte 48% mannen en 52% vrouwen in de leeftijd van 16 tot 86 jaar die matig emetogene (ME) of hoog emetogene (HE) chemotherapie ontvingen gedurende meerdere dagen. 78% van de patiënten was blank, 12% was van Aziatische en 10% van Latijns-Amerikaanse afkomst.

De granisetron pleister voor transdermaal gebruik werd 24 tot 48 uur vóór de eerste dosis chemotherapie aangebracht en gedurende 7 dagen op zijn plaats gehouden. Oraal granisetron werd dagelijks toegediend gedurende de chemotherapie, één uur voorafgaand aan elke dosis chemotherapie. Anti-emetische activiteit werd bepaald vanaf de eerste toediening tot 24 uur na de start van de toediening van de ME of HE chemotherapie op de laatste dag.

Niet-inferioriteit van SANCUSO versus oraal granisetron werd bevestigd, met complete controle (CC) bereikt bij 60,2% van de patiënten in de SANCUSO-arm en 64,8% van de patiënten die oraal granisetron ontvingen in de per-protocolset (verschil -4,89%; 95%

betrouwbaarheidsinterval -12,91% tot +3,13%; n=284 pleister voor transdermaal gebruik, n=298 oraal). CC werd gedefinieerd als geen braken en/of braakneiging, niet meer dan lichte misselijkheid en geen reddingsgeneesmiddel vanaf de eerste toediening tot 24 uur na de start van de toediening op de laatste dag van uit meerdere dagen bestaande chemotherapie.

In verband met de geleidelijke verhoging van plasmaspiegels van granisetron na het aanbrengen van de transdermale pleister, kunnen de aanvankelijke plasmaspiegels aan het begin van chemotherapie lager zijn dan bij 2 mg orale granisetron, waardoor een tragere aanvang van de werkzaamheid kan worden waargenomen. Derhalve is SANCUSO geïndiceerd voor gebruik bij patiënten bij wie toediening orale anti-emetica wordt bemoeilijkt door factoren die het slikken bemoeilijken.

Volledige controle per dag wordt hieronder weergegeven.

Er waren geen aan de behandeling gerelateerde effecten op de hartslag of bloeddruk, tijdens klinische trials met SANCUSO. Beoordeling van seriële ecg's bij patiënten vertoonde geen QT-verlenging en geen verandering in ecg-morfologie. Het effect van SANCUSO op het QTc-interval is specifiek geëvalueerd in een blinde, gerandomiseerde, parallelle, placebo en positieve (moxifloxacine) gecontroleerde grondig uitgevoerde QTc-trial met SANCUSO bij 240 volwassen mannelijke en vrouwelijke proefpersonen. Er werd geen significant effect op de QTc-verlenging waargenomen voor SANCUSO.

Bij beoordeling van de hechting van de transdermale pleisters bij 621 patiënten die hetzij werkzame hetzij placebo transdermale pleisters ontvingen, bleek dat minder dan 1% van de transdermale pleisters in de loop van de periode van 7 dagen van het dragen van een transdermale pleister losraakte.

Er is geen ervaring met klinische trials met SANCUSO en patiënten die gedurende minder dan 3 opeenvolgende dagen, of gedurende meerdere cycli chemotherapie hebben ontvangen, of met chemotherapie in hoge doses voorafgaand aan stamceltransplantatie.

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Granisetron dringt door de gave huid heen in de systemische circulatie door middel van een passief diffusieproces.

Na het aanbrengen van SANCUSO wordt granisetron langzaam geabsorbeerd waarbij maximale concentraties tussen 24 en 48 uur worden bereikt.

Op basis van de meting van restinhoud van de transdermale pleister na verwijdering, wordt ongeveer 65% van de granisetron afgegeven, hetgeen resulteert in een gemiddelde dagelijkse dosis van 3,1 mg per dag.

Bij gezonde proefpersonen werd gelijktijdige toediening onderzocht van een enkele intraveneuze bolus van 0,01 mg/kg (maximaal 1 mg) granisetron op hetzelfde tijdstip als waarop een SANCUSO pleister voor transdermaal gebruik werd aangebracht. Een eerste piek in plasmaconcentraties van granisetron, toe te schrijven aan de intraveneuze dosis, werd 10 minuten na toediening bereikt. Het bekende farmacokinetische profiel van de transdermale pleister gedurende de tijd waarin deze werd gedragen (7 dagen) werd niet beïnvloed.

Na opeenvolgend aanbrengen van twee SANCUSO pleisters voor transdermaal gebruik bij gezonde proefpersonen, elk gedurende zeven dagen, bleven de granisetronspiegels gehandhaafd gedurende de onderzoeksperiode met aanwijzingen van minimale accumulatie.

In een onderzoek dat was ontworpen voor het bepalen van het effect van warmte op de transdermale afgifte van granisetron door SANCUSO bij gezonde proefpersonen, werd een warmtepleister die een gemiddelde temperatuur afgaf van 42 °C aangebracht over de transdermale pleister gedurende 4 uur per dag gedurende de periode van 5 dagen waarin deze werd gedragen. Hoewel het aanbrengen van de warmtepleister in verband werd gebracht met een minieme en tijdelijke verhoging in de flux van de transdermale pleister gedurende de periode waarin de warmtepleister was aangebracht, werd in vergelijking met een controlegroep geen algehele verhoging in de blootstelling aan granisetron waargenomen.

Tijdens een farmacokinetisch onderzoek bij gezonde vrijwilligers, bij wie SANCUSO gedurende een

periode van 7 dagen werd aangebracht, was de gemiddelde totale blootstelling (AUC0-oneindig) 416 ng u/ml (bereik 55 – 1192 ng u/ml), met een variabiliteit tussen proefpersonen van 89%.

Gemiddelde Cmax was 3,9 ng/ml (bereik 0,7 – 9,5 ng/ml), met een variabiliteit tussen proefpersonen van 77%. Deze variabiliteit komt overeen met de bekende hoge variabiliteit in de farmacokinetiek van granisetron na orale of intraveneuze toediening.

Distributie

Granisetron wordt gedistribueerd met een gemiddeld distributievolume van ongeveer 3 l/kg. Plasmaeiwitbinding is ongeveer 65%. Granisetron distribueert vrijelijk tussen plasma en rode bloedcellen.

Biotransformatie

Er werden geen verschillen in metabole profielen van granisetron waargenomen tussen de orale en transdermale toepassingen.

Granisetron wordt voornamelijk gemetaboliseerd tot 7-hydroxygranisetron en 9’N-desmethylgranisetron. In vitro onderzoeken waarbij gebruik werd gemaakt van humane levermicrosomen geven aan dat CYP1A1 het belangrijkste enzym is dat verantwoordelijk is voor de 7- hydroxylering van granisetron, terwijl CYP3A4 bijdraagt aan 9’desmethylering.

Eliminatie

Granisetron wordt voornamelijk geklaard door middel van levermetabolisme. Na intraveneuze toediening varieerde de gemiddelde plasmaklaring van 33,4 tot 75,7 l/u bij gezonde proefpersonen en van 14,7 tot 33,6 l/u bij patiënten met brede interindividuele variabiliteit. De gemiddelde plasmahalfwaardetijd bij gezonde proefpersonen is 4-6 uur en bij patiënten 9-12 uur. Na het aanbrengen van de transdermale pleister was de schijnbare plasmahalfwaardetijd van granisetron bij gezonde proefpersonen als gevolg van de trage absorptiesnelheid van granisetron door de huid verlengd tot ongeveer 36 uur.

Tijdens klinische onderzoeken die werden uitgevoerd met SANCUSO, bleek de klaring bij kankerpatiënten ongeveer de helft van die van gezonde proefpersonen te zijn.

Na intraveneuze injectie wordt ongeveer 12% van de dosis binnen 48 uur onveranderd uitgescheiden in de urine van gezonde proefpersonen. Het restant van de dosis wordt uitgescheiden als metabolieten, waarvan 49% in de urine en 34% in de feces.

Farmacokinetiek bij speciale populaties

De effecten van geslacht op de farmacokinetiek van SANCUSO zijn niet specifiek bestudeerd. Tijdens klinische onderzoeken met SANCUSO werden er geen consistente effecten van geslacht op de farmacokinetiek waargenomen, waarbij een grote interindividuele variabiliteit bij beide geslachten werd gerapporteerd. Populatie-PK-modellering heeft het ontbreken van een geslachtseffect op de farmacokinetiek van SANCUSO bevestigd.

Ouderen

Tijdens een klinisch onderzoek werden geen verschillen waargenomen in de plasmafarmacokinetiek van SANCUSO bij oudere mannelijke en vrouwelijke proefpersonen (≥ 65 jaar) in vergelijking met jongere proefpersonen (18 t/m 45 jaar oud).

Nier- of leverfunctiestoornis

Er zijn geen klinische onderzoeken uitgevoerd om de farmacokinetiek van SANCUSO specifiek te onderzoeken bij patiënten met nier- of leverfunctiestoornis. Er werd geen duidelijke relatie tussen de nierfunctie (als gemeten door creatinineklaring) en granisetronklaring geïdentificeerd bij populatie- PK-modellering. Bij patiënten met nierfalen en leverfunctiestoornis, werden de farmacokinetiek van granisetron bepaald na een enkele intraveneuze dosis van 40 μg/kg granisetronhydrochloride.

Leverfunctiestoornis

Bij patiënten met een leverfunctiestoornis als gevolg van neoplasie van de lever, was de totale plasmaklaring ongeveer gehalveerd in vergelijking met patiënten zonder leverfunctiestoornis. Gezien de brede variabiliteit in farmacokinetische parameters van granisetron en de goede tolerantie ruim boven de aanbevolen dosis, is dosisaanpassing bij patiënten met een leverfunctiestoornis niet nodig.

Nierfunctiestoornis

Er werd geen correlatie tussen creatinineklaring en totale klaring waargenomen bij kankerpatiënten, hetgeen erop wijst dat er geen invloed is van een nierfunctiestoornis op de farmacokinetiek van granisetron.

BMI (Body Mass Index)

Tijdens een klinisch onderzoek dat was ontworpen voor het bepalen van blootstelling van SANCUSO bij proefpersonen met verschillende lichaamsvetniveaus, waarbij de BMI werd gebruikt als surrogaatmeting voor lichaamsvet, werden geen verschillen gezien in de plasmafarmacokinetiek van SANCUSO bij mannelijke en vrouwelijke proefpersonen met een lage BMI [<19,5 kg/m2 (mannen), <18,5 kg/m2 (vrouwen)] en een hoge BMI (30,0 tot en met 39,9 kg/m2) in vergelijking met een controlegroep (BMI 20,0 tot en met 24,9 kg/m2).

Pediatrische patiënten

Er zijn geen onderzoeken gedaan om de farmacokinetiek van SANCUSO bij pediatrische patiënten te bestuderen.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, reproductietoxiciteit en genotoxiciteit. Carcinogeniciteitsonderzoeken toonden geen speciaal gevaar voor de mens aan bij gebruik in de aanbevolen dosis. Bij toediening in hogere doses en gedurende lange tijd kan het risico van carcinogeniciteit echter niet worden uitgesloten maar met de aanbevolen korte toepassingsperiode voor het transdermale afgiftesysteem wordt geen carcinogeen risico voor mensen verwacht.

SANCUSO pleisters voor transdermaal gebruik vertoonden geen potentieel voor foto-irritatie of fotosensibiliteit bij in vivo onderzoek bij cavia's. Granisetron was niet fototoxisch bij in vitro onderzoek in een ovariumcellijn van Chinese hamsters (CHO)bij een muisfibroblastcellijn. Tijdens in vitro onderzoek op mogelijke fotogenotoxiciteit, verhoogde granisetron het percentage cellen met beschadigde chromosomen na bestraling met licht. Hoewel de klinische relevantie van deze bevinding niet helemaal duidelijk is, dienen patiënten te worden geadviseerd de aanbrengplek van de transdermale pleister te bedekken als er een risico van blootstelling aan zonlicht is tijdens de draagperiode en gedurende 10 dagen na verwijdering ervan (zie rubriek 4.4). Tijdens onderzoek bij cavia's naar het potentieel voor huidsensibilisering vertoonde SANCUSO een laag potentieel voor irritatie.

Een onderzoek naar gekloonde humane hartionkanalen heeft aangetoond dat granisetron over het potentieel beschikt om repolarisatie van het hart te beïnvloeden via blokkade van hERG- kaliumkanalen. Van granisetron is aangetoond dat het zowel natrium- als kaliumkanalen blokkeert, hetgeen van invloed kan zijn op de depolorisatie en de repolarisatie van het hart en daarom ook invloed kan hebben op PR, QRS en QT-intervallen. Deze gegevens helpen de mechanismen te verduidelijken waarbij sommige ecg-veranderingen (met name QT- en QRS-verlenging) in verband met deze stofklasse kunnen optreden. Er zijn echter geen klinisch relevante effecten op het ecg waargenomen in klinische onderzoeken met SANCUSO, inclusief een doorlopend QT-onderzoek bij 240 gezonde proefpersonen (zie rubriek 5.1).

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Steunlaag

Polyester

Matrixlaag

Acrylaatvinylacetaatcopolymeer

Afgifte-afdeklaag

Siliconenpolyester

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

3 jaar

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Elke pleister voor transdermaal gebruik is verpakt in een door middel van verhitting afgesloten sachet, samengesteld uit polyester-gecoat papier/aluminium/LLDPE.

Elke doos bevat 1 pleister voor transdermaal gebruik.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Na gebruik bevat de transdermale pleister nog werkzaam bestanddeel. Na verwijdering dient de transdermale pleister stevig dubbel te worden gevouwen, met de kleefzijde naar binnen en vervolgens buiten het bereik van kinderen te worden weggegooid.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Kyowa Kirin Limited

Galabank Business Park

Galashiels

TD1 1QH

Verenigd Koninkrijk

Tel.: +44 (0)1896 664000

Fax: +44 (0)1896 664001

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/12/766/001

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 20 april 2012

Datum van laatste verlenging: 9 januari 2017

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld