Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Savene (dexrazoxane hydrochloride) – Samenvatting van de productkenmerken - V03AF02

Updated on site: 10-Oct-2017

Naam van geneesmiddelSavene
ATC codeV03AF02
Werkzame stofdexrazoxane hydrochloride
ProducentClinigen Healthcare Ltd

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Savene 20 mg/ml poeder voor concentraat en verdunningsmiddel voor oplossing voor infusie.

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke injectieflacon bevat 500 mg dexrazoxaan (589 mg dexrazoxaan hydrochloride). Elke ml bevat 20 mg dexrazoxaan na reconstitutie met 25 ml Savene-verdunningsmiddel.

Hulpstoffen met bekend effect:

Fles met verdunningsmiddel:

Kalium 98 mg/500 ml of 5,0 mmol/l

Natrium 1,61 g/500 ml of 140 mmol/l

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Poeder voor concentraat en verdunningsmiddel voor oplossing voor infusie.

Injectieflacon met poeder:

Wit tot gebroken wit lyofilisaat.

Fles met verdunningsmiddel:

Heldere isotone oplossing (295 mOsml/l, pH circa. 7,4).

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Savene is geïndiceerd voor de behandeling van anthracycline-extravasatie bij volwassenen.

4.2Dosering en wijze van toediening

Savene moet worden toegediend onder toezicht van een arts die ervaren is in het gebruik van geneesmiddelen tegen kanker.

Dosering

De behandeling dient gedurende 3 achtereenvolgende dagen eenmaal daags te worden gegeven. De aanbevolen dosis is:

Dag 1:

1000 mg/m2

Dag 2:

1000 mg/m2

Dag 3:

500 mg/m2

De eerste infusie dient zo spoedig mogelijk en binnen de eerste zes uur na het accident te worden geïnitieerd. De behandeling op dag 2 en dag 3 dient op hetzelfde tijdstip (+/- 3 uur) als op de eerste dag te starten.

Er is geen ervaring met dosisverlaging/-verhoging of aanpassing van het schema bij de behandeling van extravasatie. Voor patiënten met een lichaamsoppervlak van meer dan 2 m2 mag de enkele dosis 2000 mg niet overschrijden.

Nierfunctiestoornis

Er is geen onderzoek uitgevoerd bij patiënten met een gestoorde nierfunctie en het gebruik bij dergelijke patiënten wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.4). Een verminderde nierfunctie kan leiden tot een verminderde eliminatiesnelheid en langdurige systemische blootstelling.

Leverfunctiestoornis

Dexrazoxaan is niet onderzocht bij patiënten met een gestoorde leverfunctie en het gebruik ervan bij dergelijke patiënten wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).

Ouderen

De veiligheid en werkzaamheid zijn niet onderzocht bij ouderen en het gebruik van dexrazoxaan bij dergelijke patiënten wordt niet aanbevolen.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van Savene bij kinderen jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

Voor intraveneus gebruik na reconstitutie en verdunning.

Voor instructies over reconstitutie en verdunning van Savene voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.

De aangegeven dosis dient gedurende 1-2 uur als intraveneuze infusie te worden toegediend in een grote ader in een ander(e) extremiteit/gebied dan is aangetast door de extravasatie. Koelmiddelen zoals ijspakkingen dienen ten minste 15 min. vóór toediening van Savene te zijn verwijderd om voldoende doorbloeding mogelijk te maken.

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

Vruchtbare vrouwen die geen anticonceptiemaatregelen nemen (zie rubriek 4.6).

Borstvoeding (zie rubriek 4.6).

Gelijktijdige vaccinatie met gelekoortsvaccin (zie rubriek 4.5).

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Continue bewaking

Na de behandeling dient regelmatig plaatselijk onderzoek te worden uitgevoerd totdat het probleem is verdwenen.

Bij verdenking op extravasatie door andere blaartrekkende middelen dan anthracyclines via dezelfde IV-toegang, bijv. vincristine, mitomycine en vinorelbine, zou Savene niet effectief zijn tegen de effecten van deze middelen.

Aangezien Savene zal worden toegediend aan patiënten die cytotoxische therapie ondergaan met anthracyclines zal het cytotoxische potentieel ervan (dat met name resulteert in reversibele hematologische toxiciteit met een nadir op dag 11-12) derhalve additief zijn aan dat van de andere toegediende chemotherapie. Derhalve dient regelmatig hematologische controle plaats te vinden.

Bewaking van de lever- en nierfunctie

Aangezien leverdisfunctie (verhoging van transaminasen en bilirubine) kan optreden (met name na doses boven 1000 mg/m2 dexrazoxaan), wordt aanbevolen om bij patiënten met bekende leverfunctiestoornissen standaard leverfunctietests uit te voeren vóór elke toediening van dexrazoxaan.

Aangezien nierdisfunctie de eliminatiesnelheid van dexrazoxaan kan verlagen, dienen patiënten met initiële gestoorde nierfunctie te worden gecontroleerd op tekenen van hematologische toxiciteit.

Anafylactische reactie

Anafylactische reacties, waaronder angio-oedeem, huidreacties, bronchospasme, ademhalingsmoeilijkheden, hypotensie en bewustzijnsverlies, zijn waargenomen bij patiënten behandeld met dexrazoxaan en anthracyclines (zie rubriek 4.8). Met een voorgeschiedenis van allergie voor dexrazoxaan dient zorgvuldig rekening te worden gehouden voorafgaand aan de toediening (zie rubriek 4.3).

Kalium- en natriumgehaltes

Het Savene-verdunningsmiddel bevat kalium (98 mg/500 ml). Hiermee dient rekening te worden gehouden bij patiënten met een verminderde nierfunctie of patiënten met een gecontroleerd kaliumdieet. De plasmakaliumspiegel moet nauwlettend worden gecontroleerd bij patiënten met risico op hyperkaliëmie.

Het Savene-verdunningsmiddel bevat tevens natrium (1,61 g/500 ml), wat schadelijk kan zijn voor patiënten met een gecontroleerd natriumdieet.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Gelijktijdig gebruik gecontra-indiceerd:

Gelekoortsvaccin: Risico van dodelijke gegeneraliseerde vaccinatieziekte (zie rubriek 4.3).

Gelijktijdig gebruik niet aangeraden:

Andere levende verzwakte vaccins: risico van systemische, mogelijk dodelijke ziekte. Dit risico is verhoogd bij personen die reeds door hun onderliggende ziekte een verminderde immuniteit hebben. Gebruik een geïnactiveerd vaccin indien dit bestaat (poliomyelitis) (zie rubriek 4.4).

Dimethylsulfoxide (DMSO) dient niet te worden gebruikt bij patiënten die dexrazoxaan krijgen toegediend om door anthracycline geïnduceerde extravasatie te behandelen (zie rubriek 5.3).

Fenytoïne: cytotoxische stoffen kunnen de absorptie van fenytoïne verminderen, wat leidt tot een exacerbatie van convulsies. Dexrazoxaan wordt niet aanbevolen in combinatie met fenytoïne.

Voorzichtigheid geboden bij gelijktijdig gebruik:

Ciclosporine, tacrolimus: Overmatige immunosuppressie met risico van lymfoproliferatieve ziekte.

Interacties die vaak voorkomen bij alle cytotoxica:

Vanwege het verhoogde trombotische risico bij patiënten met kwaadaardige aandoeningen wordt vaak een behandeling met anticoagulantia gebruikt. Patiënten die met anticoagulantia worden behandeld dienen frequenter te worden gecontroleerd, aangezien cytotoxische middelen interacties kunnen vertonen met orale anticoagulantia.

Dexrazoxaan kan de toxiciteit verhogen die wordt veroorzaakt door de chemotherapiecyclus gedurende welke het accident plaatsvond, waardoor zorgvuldige controle van hematologische parameters vereist is (zie rubriek 4.4).

Interactie specifiek voor dexrazoxaan:

Toen dexrazoxaan werd getest bij vijf belangrijke cytochroom P450 iso-enzymen: CYP1A, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en CYP3A4, werd geen hiervan geïnhibeerd door dexrazoxaan.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Vruchtbare vrouwen/Anticonceptie voor mannen en vrouwen

Vruchtbare vrouwen dienen gedurende de behandeling anticonceptiemaatregelen te nemen en dienen onmiddellijk hun arts te informeren als ze zwanger worden (zie rubriek 4.3).

Aangezien dexrazoxaan een mutagene werking heeft, wordt aan mannen die met dexrazoxaan worden behandeld geadviseerd om gedurende de behandeling en ten minste 3 maanden daarna geen kind te verwekken en/of dienen zij gedurende deze periode anticonceptiemiddelen te gebruiken.

Zwangerschap

Er zijn geen gegevens over het gebruik van dexrazoxaan bij zwangere vrouwen. Dexrazoxaan kan foetale schade veroorzaken wanneer het wordt toegediend aan zwangere vrouwen. Er zijn weinig preklinische gegevens beschikbaar met betrekking tot reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).

Dexrazoxaan dient niet te worden toegediend aan zwangere vrouwen, tenzij dit duidelijk noodzakelijk is.

Borstvoeding

Het is niet bekend of dexrazoxaan wordt uitgescheiden in de moedermelk. Vanwege de mogelijkheid van ernstige bijwerkingen bij zuigelingen die door borstvoeding worden blootgesteld aan dexrazoxaan, dienen moeders tijdens behandeling met Savene de borstvoeding stop te zetten (zie rubriek 4.3).

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen

Duizeligheid, slaperigheid en syncope zijn gemeld bij enkele patiënten die deelnamen aan de Savene studies TT01 en TT02 (zie rubriek 4.8). Dexrazoxaan heeft geringe invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8Bijwerkingen

Een aantal gepubliceerde rapporten m.b.t. meer dan 1000 patiënten laten een uniform patroon zien van dosisafhankelijke bijwerkingen. De vaakst optredende bijwerkingen zijn misselijkheid/overgeven, beenmergsuppressie (neutropenie, trombocytopenie), reacties op de toedieningsplaats, diarree, stomatitis, en verhoogde lever-transaminases (ALAT/ASAT). Alle bijwerkingen waren snel reversibel.

De volgende informatie is gebaseerd op twee klinische studies, TT01 en TT02, naar Savene dat werd toegediend aan extravasatie-patiënten die reeds kuren met chemotherapeutische middelen kregen.

De bijwerkingen waren typisch voor standaard chemotherapie en ook voor dexrazoxaan: Misselijkheid/overgeven bij ongeveer een derde van de patiënten, neutropenie en trombocytopenie bij ongeveer de helft van de patiënten, verhoogde concentraties leverenzymen (ALAT/ASAT) waren zeldzamer.

De bijwerkingen die in de twee studies werden waargenomen zijn hieronder vermeld.

Incidentie van bijwerkingen (MedDRA) in studies TT01 en TT02 (n=80 patiënten)

(N.B.: aantallen voor Bloed- en lymfestelselaandoeningen zijn vermeld in een aparte tabel voor laboratoriumonderzoeken)

De gemelde bijwerkingen zijn gerangschikt op basis van de volgende frequentiegroepen:

Zeer vaak (≥ 1/10) Vaak (≥ 1/100, < 1/10)

Soms (≥ 1/1.000, < 1/100) Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000) Zeer zelden (< 1/10.000)

Systeem/orgaanklassen (SOC)

Frequentie

Bijwerkingen

 

 

 

Infecties en parasitaire aandoeningen

Zeer vaak

Postoperatieve infectie

 

Vaak

Infectie

 

 

Neutropene infectie

Immuunsysteemaandoeningen

Niet bekend

Anafylactische reacties

 

Niet bekend

Hypersensitiviteit

Voedings- en stofwisselingsstoornissen

Vaak

Verminderde eetlust

Zenuwstelselaandoeningen

Vaak

Duizeligheid

 

 

Sensorisch verlies

 

 

Syncope

 

 

Tremor

Bloedvataandoeningen

Vaak

Flebitis

Systeem/orgaanklassen (SOC)

Frequentie

Bijwerkingen

 

 

 

 

 

Oppervlakkige tromboflebitis

 

 

Veneuze trombose ledemaat

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en

Vaak

Dyspneu

mediastinumaandoeningen

 

Longontsteking

 

 

 

Maagdarmstelselaandoeningen

Zeer vaak

Misselijkheid

 

Vaak

Overgeven

 

 

Diarree

 

 

Stomatitis

 

 

Droge mond

Huid- en onderhuidaandoeningen

Vaak

Alopecia

 

 

Pruritus

Skeletspierstelsel- en bindweefsel-

Vaak

Myalgie

aandoeningen

 

 

 

 

 

Voortplantingsstelsel- en

Vaak

Vaginale bloedingen

borstaandoeningen

 

 

Algemene aandoeningen en

Zeer vaak

Pijn op de injectieplaats

toedieningsplaatsstoornissen

 

Pyrexie

 

 

Flebitis op de injectieplaats

 

 

Erytheem op de injectieplaats

 

Vaak

Vermoeidheid

 

Verharding op de

 

 

injectieplaats

 

 

Zwelling op de injectieplaats

 

 

Perifeer oedeem

 

 

Somnolentie

Onderzoeken

Vaak

Gewichtsafname

Letsels, intoxicaties en verrichtings-

Vaak

Wondcomplicatie

complicaties

 

 

Incidentie van laboratoriumafwijkingen in TT01 en TT02 (n=80 patiënten)

Laboratoriumtest

Aantal patiënten met

 

 

post baseline-waarde

N

 

%

Hemoglobine

 

2,5%

WBC

 

45,0%

Neutrofielen

 

46,2%

Bloedplaatjes

 

21,3%

Natrium (hypo)

 

6,3%

Kalium (hypo)

 

2,5%

Kalium (hyper)

 

0,0%

Alkalische fosfatase

 

0,0%

Bilirubine

 

1,3%

AST

 

3,5%

ALT

 

3,9%

Creatinine

 

2,6%

LDH

 

0,0%

Totaal calcium (hypo)

 

7,1%

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Tekenen en symptomen van overdosering bestaan waarschijnlijk uit leukopenie, trombocytopenie, misselijkheid, overgeven, diarree, huidreacties en alopecia. De behandeling dient symptomatisch te zijn.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Detoxificatiemiddelen voor antineoplastische middelen, ATC-code: V03AF02

Twee farmacodynamische eigenschappen van dexrazoxaan zijn beschreven in de literatuur:

1.Preventie van anthracycline-cardiotoxiciteit, en

2.Antineoplastisch effect

Werkingsmechanisme

Dexrazoxaan heeft twee belangrijke werkingsmechanismen:

1.Chelatie van ijzer, met name door de metaboliet met de geopende ring, waardoor de ijzerafhankelijke oxidatiestress wordt verminderd die de door anthracycline geïnduceerde cardiotoxiciteit veroorzaakt.

2.Inhibitie van topo-isomerase II.

Het is niet bekend in welke mate elk van deze werkingsmechanismen bijdraagt aan het preventieve effect op weefseldestructie na anthracycline-extravasatie.

De chelaterende eigenschap is waarschijnlijk tevens verantwoordelijk voor een verhoogde urinaire excretie van ijzer en zink en een verlaagde serumconcentratie van calcium die in een paar studies is beschreven.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

Het klinische programma voor Savene (dexrazoxaan) omvatte twee open, eenarmige, multicenter studies.

Het algemene doel van elke studie was om de werkzaamheid te onderzoeken van intraveneus toegediende Savene bij het voorkomen van weefselschade door accidenteel geëxtravaseerd anthracycline, en derhalve te voorkomen dat de patiënten de standaard gebruikte chirurgische excisie van het aangetaste weefsel zouden ondergaan.

Vanwege de zeldzaamheid van de aandoening konden ter vergelijking alleen historische gegevens worden gebruikt (deze lieten een operatiepercentage van 35-50% zien, in één land 100% bij met biopsie bevestigde gevallen).

Bij beide studies was het doseringsregime hetzelfde. Behandeling met Savene moest binnen 6 uur na het incident worden gestart en werd na 24 en 48 uur herhaald. De eerste en tweede dosis waren 1000 mg/m2 en de derde was 500 mg/m2.

Een voorwaarde voor opname in het werkzaamheidsgedeelte van de studie was dat de anthracycline- extravasatie door fluorescentiemicroscopie van één of meer biopten was aangetoond.

Bij de werkzaamheidsbeoordeling werd voor het doel van de studies niet gekeken naar patiënten waarbij de extravasatie was veroorzaakt door een 'central venous access device' (CVAD).

In de klinische studies werden geen patiënten met neutropenie en trombocytopenie > CTC-graad 1 (‘Common Toxicity Criteria’) opgenomen.

In studie TT01 werden 23 patiënten opgenomen en behandeld met Savene. Achttien hiervan konden worden beoordeeld op werkzaamheid en veiligheid en nog eens vijf patiënten konden alleen op toxiciteit worden beoordeeld. Bij geen van de patiënten was een operatieve ingreep vereist.

In studie TT02 werden 57 patiënten opgenomen die de eerste dosis Savene kregen. 36 patiënten konden worden beoordeeld op werkzaamheid. Bij slechts één van de 36 patiënten was een operatie vereist.

In beide studies hadden alle patiënten anthracycline toegediend gekregen. Over het geheel genomen was de meest toegediende anthracycline epirubicine (56% van de patiënten).

In beide studies voorkwam behandeling met dexrazoxaan de ontwikkeling van necrose, maakte deze het mogelijk dat de kankerbehandeling bij de meerderheid van de patiënten (70,4 %) volgens schema door kon gaan en verminderde deze het optreden van sequelae (er werden slechts enkele en lichte langetermijnsequelae waargenomen).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Savene mag alleen intraveneus worden toegediend.

Distributie

Uit de bibliografische gegevens blijkt dat de serumkinetiek van dexrazoxaan na intraveneuze toediening een open tweecompartimenten-model volgt dat onafhankelijk is van schema en dosis. De waargenomen distributievolumes zijn 0,13-1,3 l/kg (mediaan 0,49 l/kg). Het distributievolume is onafhankelijk van de dosis. De AUC's waren dosisproportioneel. Verspreiding over de weefsels vindt snel plaats, waarbij de hoogste spiegels van onveranderde moederstof en gehydrolyseerd product in lever en nieren voorkomen. Dexrazoxaan wordt voor ongeveer 2% aan eiwit gebonden.

Biotransformatie

Dexrazoxaan wordt intracellulair gehydrolyseerd: eerst tot zijn twee in één ring geopende tussenproducten (B en C) en vervolgens tot de in twee ringen geopende vorm (ADR-925) die een structuur heeft die vergelijkbaar is met EDTA en een sterke chelator is van ijzer en divalente kationen als calciumionen.

Eliminatie

Dexrazoxaan vertoont een bifasische eliminatiekinetiek. De initiële eliminatiehalfwaardetijden (alfa) zijn 0,18-1 uur (mediaan 0,34 uur) en de terminale eliminatiehalfwaardetijden zijn 1,9-9,1 uur (mediaan 2,8 uur). De totale uitscheiding in de urine van onveranderd dexrazoxaan is 34-60 %. De systemische klaring is onafhankelijk van de dosis. De farmacokinetiek van de metabolieten is gebaseerd op een enkele studie met vijf patiënten. De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijden van de één ring geopende metaboliet B en metaboliet C zijn respectievelijk 0,9-3,9 uur (n=5) en 0,5-0,8 uur (n=3). De eliminatiehalfwaardetijd van de twee ringen geopende metaboliet ADR-925 wordt in de literatuur niet gegeven. ADR-925 stijgt naar verluidt binnen 15 min. na infusie van 1500 mg/m2 met een factor 3 en blijft relatief constant op een plateau gedurende 4 uur waarna het na 24 uur tot ongeveer de helft is gedaald. De klaring kan bij patiënten met een lage creatinineklaring verlaagd zijn.

In-vitro studies naar dexrazoxaan met humane microsomen lieten een hoge stabiliteit van dexrazoxaan zien, wat erop wijst dat grootschalige metabolisatie via cytochroom P450 onwaarschijnlijk is.

Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om definitieve conclusies te trekken met betrekking tot intrinsieke farmacokinetische factoren zoals leeftijd, geslacht, ras en gewicht. Inter- en intra- individuele farmacokinetische variabiliteit is niet systematisch bestudeerd. Op basis van een beperkt aantal patiënten werd de interindividuele variabiliteit, berekend als de variatiecoëfficiënt (CV %), van de belangrijkste farmacokinetische parameters geschat op circa 30%.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Van dexrazoxaan is aangetoond dat het een mutagene werking heeft. Het carcinogene potentieel van dexrazoxaan is niet onderzocht, maar razoxaan (het racemische mengsel van dexrazoxaan en levrazoxaan) is naar verluidt betrokken bij de ontwikkeling van secundaire maligniteiten bij muizen (lymfoïde neoplasmen) en ratten (baarmoedercarcinomen) na toediening gedurende een langdurige periode. Deze effecten zijn bij deze groep middelen beide te verwachten.

Toxiciteitsstudies met herhaalde doses hebben aangetoond dat weefsels met snelle celdeling de primaire doelorganen waren: beenmerg, lymfeweefsel, testes en spijsverteringskanaal. Myelosuppressie komt derhalve vaak voor. De waargenomen effecten waren sterker tijdens chronische dan tijdens acute toediening. De toxiciteit in combinatie met doxorubicine was additief en niet synergistisch.

Het verwante razoxaan is embryotoxisch gebleken bij muizen, ratten en konijnen en teratogeen bij ratten en muizen.

Toen muizen met experimentele daunorubicine-extravasatie werden behandeld met dexrazoxaan dat systemisch werd gecombineerd met topische behandeling met DMSO op het door daunorubicine aangetaste huidoppervlak, ontwikkelde 67% van de muizen huidwondjes, terwijl behandeling met alleen dexrazoxaan de door daunorubicine geïnduceerde huidnecrose bij een andere groep muizen volledig voorkwam. Derhalve dient dimethylsulfoxide (DMSO) niet te worden gebruikt bij patiënten aan wie dexrazoxaan wordt toegediend om anthracycline-extravasatie te behandelen.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Injectieflacon met poeder

Geen

Fles met verdunningsmiddel

Natriumchloride

Kaliumchloride

Magnesiumchloride-hexahydraat

Natriumacetaat-trihydraat

Natriumgluconaat

Natriumhydroxide

Water voor injecties

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Vanwege het gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheid, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen worden gemengd.

6.3Houdbaarheid

Poeder en verdunningsmiddel: 3 jaar.

Na reconstitutie en verdunning:

Chemische en fysische stabiliteit tijdens gebruik is vastgesteld op 4 uur, mits bewaard bij 2 - 8 °C. Uit microbiologisch oogpunt dient het product onmiddellijk te worden gebruikt.

Als het middel niet onmiddellijk wordt gebruikt, zijn de bewaartijden en de omstandigheden vóór gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker en dienen niet langer dan 4 uur te zijn bij 2 – 8 °C.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25°C.

Bewaar de injectieflacons en flessen in de buitenverpakking ter bescherming tegen licht.

Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na reconstitutie en verdunning, zie rubriek 6.3.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

Savene-poeder:

Amberkleurige 36 ml glazen injectieflacon type I met chloorbutylrubber stop en een flip-off of tear-off kapje.

Savene-verdunningsmiddel:

500 ml oplossing in flessen van Type-I glas (Ph.Eur.).

Verpakkingsgrootten:

Savene is verkrijgbaar als een kit voor noodgevallen bestaande uit 10 injectieflacons met Savene- poeder en 3 flessen met Savene-verdunningsmiddel.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Vóór infusie moet Savene-poeder worden gereconstitueerd met 25 ml Savene-verdunningsmiddel om een concentratie van 20 mg dexrazoxaan per ml te verkrijgen. Het concentraat is enigszins geel. Het concentraat dient vervolgens verder te worden verdund met de resterende hoeveelheid Savene- verdunningsmiddel.

Voorzichtigheid is geboden tijdens reconstitutie en verdunning en de normale procedures voor juiste omgang met cytotoxische geneesmiddelen dienen te worden gevolgd. Het preparaat dient niet gehanteerd te worden door zwanger personeel. Gebruik van handschoenen en andere beschermende kleding ter voorkoming van huidcontact wordt aanbevolen. Huidreacties zijn gemeld na contact met dexrazoxaan. Als het poeder of de oplossing in contact komt met de huid of de slijmvliezen dient onmiddellijk en grondig met water te worden gewassen.

Eventueel ongebruikt product of afvalmateriaal dient te worden verwijderd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Clinigen Healthcare Ltd

Pitcairn House

Crown Square, First Avenue

Burton-on-Trent, Staffordshire

DE14 2WW

Verenigd Koninkrijk

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/06/350/001

9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 28 juli 2006

Datum van laatste verlenging: 18 juli 2011

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld