Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Saxenda (liraglutide) – Bijsluiter - A10BX07

Updated on site: 10-Oct-2017

Naam van geneesmiddelSaxenda
ATC codeA10BX07
Werkzame stofliraglutide
ProducentNovo Nordisk A/S

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

Saxenda 6 mg/ml oplossing voor injectie in een voorgevulde pen liraglutide

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. U kunt hieraan bijdragen door melding te maken van alle bijwerkingen die u eventueel zou ervaren. Aan het einde van rubriek 4 leest u hoe u dat kunt doen.

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Inhoud van deze bijsluiter

1.Wat is Saxenda en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

2.Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

3.Hoe gebruikt u dit middel?

4.Mogelijke bijwerkingen

5.Hoe bewaart u dit middel?

6.Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.Wat is Saxenda en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wat is Saxenda?

Saxenda is een geneesmiddel voor gewichtsverlies en bevat de werkzame stof liraglutide. Het is vergelijkbaar met het natuurlijke hormoon GLP-1 dat vrijkomt uit de darmen na een maaltijd. Saxenda werkt in op receptoren in de hersenen die uw eetlust regelen en zorgt dat u zich voldaan en minder hongerig voelt. Dit kan u helpen om minder te eten en uw lichaamsgewicht te verlagen.

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Saxenda wordt gebruikt voor gewichtsverlies als aanvulling op een dieet en lichaamsbeweging bij volwassenen vanaf 18 jaar met:

een BMI van 30 of hoger (zwaarlijvigheid) of

een BMI tussen 27 en 30 (overgewicht) die gewichtsgerelateerde gezondheidsproblemen hebben (zoals diabetes, hoge bloeddruk, abnormale vetgehalten in het bloed of ademhalingsmoeilijkheden tijdens de slaap, ook wel ‘obstructieve slaapapneu’ genoemd).

BMI (Body Mass Index) is een index voor het gewicht in verhouding tot de lichaamslengte.

U moet alleen doorgaan met het gebruik van Saxenda als u ten minste 5% van uw aanvankelijke lichaamsgewicht bent verloren na 12 weken gebruik van de dosis van 3 mg per dag (zie rubriek 3). Raadpleeg uw arts voordat u doorgaat.

Dieet en lichaamsbeweging

Uw arts zal u een dieet en een oefenprogramma voorschrijven. Houd u aan dit programma terwijl u Saxenda gebruikt.

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.

Het gebruik van Saxenda wordt niet aanbevolen als u ernstig hartfalen heeft.

Er is weinig tot geen ervaring met dit geneesmiddel bij patiënten van 75 jaar en ouder. Het wordt niet aanbevolen als u 75 jaar of ouder bent.

Er is beperkte ervaring met dit geneesmiddel bij patiënten met nierproblemen. Als u een nierziekte heeft of wordt gedialyseerd, raadpleeg dan uw arts.

Er is beperkte ervaring met dit geneesmiddel bij patiënten met leverproblemen. Als u een leverprobleem heeft, raadpleeg dan uw arts.

Dit geneesmiddel wordt niet aanbevolen als u een chronische darmontsteking (IBD) heeft of als u een ernstig maag- of darmprobleem heeft wat leidt tot een vertraagde maaglediging (dit heet gastroparese).

Diabetes

Als u diabetes heeft, mag u Saxenda niet gebruiken als vervanging voor insuline.

Ontsteking van de alvleesklier

Raadpleeg uw arts als u een aandoening van de alvleesklier (pancreas) heeft of heeft gehad.

Ontstoken galblaas en galstenen

Als u veel gewicht verliest, heeft u kans op het ontstaan van galstenen en daardoor ook op een ontstoken galblaas. Stop met het gebruik van Saxenda en raadpleeg onmiddellijk een dokter als u ernstige pijn in uw bovenbuik bemerkt, meestal het ergst aan de rechterkant onder de ribben. De pijn kan doortrekken naar uw rug of rechterschouder. Zie rubriek 4.

Schildklieraandoening

Als u een schildklieraandoening heeft, zoals schildklierknobbeltjes en een vergroting van de schildklier, raadpleeg dan uw arts

Hartslag

Neem contact op met uw arts als u hartkloppingen heeft (u voelt uw eigen hart kloppen) of een gevoel van een snelkloppend hart in rust tijdens behandeling met Saxenda.

Vochtverlies en uitdroging

Wanneer u de behandeling met Saxenda begint, kunt u te maken krijgen met vochtverlies of uitdroging. Dit kan ontstaan als u misselijk bent, moet braken of diarree heeft. Het is belangrijk om uitdroging te voorkómen door voldoende te drinken. Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u vragen heeft of bezorgd bent. Zie rubriek 4.

Kinderen en jongeren tot 18 jaar

Saxenda mag niet worden gebruikt bij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Dit omdat de effecten van dit geneesmiddel niet zijn onderzocht in deze leeftijdsgroep.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Saxenda nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Neem vooral contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige in de volgende gevallen:

Als u geneesmiddelen voor diabetes gebruikt die 'sulfonylureumderivaten' worden genoemd (zoals glimepiride of glibenclamide) – u kunt een lage bloedsuiker krijgen (hypoglykemie) als u deze geneesmiddelen met Saxenda gebruikt. Uw arts kan de dosis van uw geneesmiddel voor diabetes aanpassen om te voorkomen dat u een lage bloedsuiker krijgt. Zie rubriek 4 voor de waarschuwingsverschijnselen van een lage bloedsuiker.

Als u warfarine of andere orale geneesmiddelen gebruikt die uw bloedstolling verlagen (antistollingsmiddelen). Bloedonderzoeken om het stollingsvermogen van uw bloed te testen kunnen vaker noodzakelijk zijn.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Gebruik Saxenda niet als u zwanger bent, zwanger denkt te zijn of zwanger wilt worden. Het is niet bekend of Saxenda invloed heeft op de baby.

Gebruik Saxenda niet als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of Saxenda in de moedermelk wordt uitgescheiden.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Saxenda heeft waarschijnlijk geen invloed op uw rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u meer informatie nodig heeft.

Belangrijke informatie over enkele stoffen in Saxenda

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis. Dit betekent dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.

3.Hoe gebruikt u dit middel?

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Uw arts zal u een dieet en een oefenprogramma voorschrijven. Houd u aan dit programma terwijl u Saxenda gebruikt.

Hoeveel moet u injecteren

Uw behandeling wordt ingesteld met een lage dosis die in de eerste vijf weken van de behandeling geleidelijk wordt verhoogd.

Wanneer u begint met het gebruik van Saxenda, is de startdosis 0,6 mg eenmaal per dag, gedurende ten minste één week.

U moet de dosis elke week met 0,6 mg verhogen tot aan de aanbevolen dosis van 3,0 mg

eenmaal per dag.

Uw arts zal u vertellen hoeveel Saxenda u elke week moet gebruiken. Meestal zult u de volgende tabel moeten aanhouden.

Week

Geïnjecteerde dosis

 

 

Week 1

0,6 mg eenmaal per dag

 

 

Week 2

1,2 mg eenmaal per dag

 

 

Week 3

1,8 mg eenmaal per dag

 

 

Week 4

2,4 mg eenmaal per dag

 

 

Week 5 en verder

3,0 mg eenmaal per dag

 

 

Zodra u in week 5 van de behandeling de aanbevolen dosis van 3,0 mg gebruikt, blijft u deze dosis gebruiken tot aan het eind van uw behandelingsperiode. Verhoog de dosis niet verder.

Uw arts zal uw behandeling regelmatig controleren.

Hoe en wanneer gebruikt u dit middel?

Voordat u de pen voor de eerste keer gebruikt, laat uw arts of verpleegkundige u zien hoe u de pen moet gebruiken.

U kunt Saxenda op elk moment van de dag gebruiken, met of zonder eten en drinken.

Gebruik Saxenda elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip. Kies een tijdstip dat u het best uitkomt.

Waar te injecteren?

Saxenda wordt met een injectie onder de huid toegediend (subcutane injectie).

De beste plaatsen om te injecteren zijn de voorzijde van uw buik (abdomen), de voorzijde van uw dijen of uw bovenarmen.

Injecteer niet in een ader of spier.

U vindt gedetailleerde instructies voor gebruik aan de ommezijde van deze bijsluiter.

Diabetes

Vertel het uw arts als u diabetes heeft. Uw arts kan de dosis van uw geneesmiddelen voor diabetes aanpassen om te voorkomen dat u een lage bloedsuiker krijgt.

Meng Saxenda niet met andere geneesmiddelen die u injecteert (zoals insulines).

Gebruik Saxenda niet in combinatie met andere geneesmiddelen die GLP-1-receptoragonisten bevatten (zoals exenatide of lixisenatide).

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Neem onmiddellijk contact op met uw arts of ga meteen naar een ziekenhuis, als u meer Saxenda heeft gebruikt dan zou moeten. Neem de doos met het geneesmiddel mee. U heeft mogelijk medische behandeling nodig. De volgende bijwerkingen kunnen zich voordoen:

misselijkheid

braken.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Als u een dosis vergeet en u zich dat herinnert binnen 12 uur na het gewoonlijke tijdstip van gebruik, injecteer het geneesmiddel dan zodra u zich dat herinnert.

Als het echter meer dan 12 uur geleden is dat u Saxenda had moeten gebruiken, slaat u de gemiste dosis over en injecteert u de volgende dosis de volgende dag op het gebruikelijke tijdstip.

Neem de volgende dag geen dubbele dosis om de vergeten dosis in te halen. Ook mag u de volgende dag de dosis niet verhogen om een vergeten dosis in te halen.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Stop niet met het gebruik van Saxenda zonder uw arts te raadplegen.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

4.Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Ernstige bijwerkingen

Sommige ernstige allergische reacties (anafylaxie) zijn zelden gemeld bij patiënten die behandeld werden met Saxenda. U moet onmiddellijk uw arts raadplegen als u symptomen heeft als ademhalingsmoeilijkheden, zwelling van het gezicht en de keel, en een snelle hartslag.

Gevallen van ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) zijn zelden gemeld bij patiënten die behandeld werden met Saxenda. Pancreatitis is een ernstige, mogelijk levensbedreigende aandoening. Stop met het gebruik van Saxenda en raadpleeg onmiddellijk een arts als u een van de volgende ernstige bijwerkingen bemerkt:

Ernstige en aanhoudende pijn in de buik (maagstreek) welke kan uitstralen naar uw rug, alsook misselijkheid en braken, omdat dit verschijnselen kunnen zijn van een ontstoken alvleesklier (pancreatitis).

Andere bijwerkingen

Zeer vaak: komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers

Misselijkheid, braken, diarree, obstipatie – deze gaan meestal na enkele dagen of weken over.

Vaak: komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers

Problemen met de maag en darmen, zoals indigestie (dyspepsie), ontsteking van het maagslijmvlies (gastritis), maagklachten, pijn in de bovenbuik, brandend maagzuur, opgeblazen gevoel, winderigheid (flatulentie), oprispingen en droge mond.

Zich zwak of vermoeid voelen.

Veranderde smaakzin.

Duizeligheid.

Slapeloosheid (insomnie). Deze bijwerking komt meestal in de eerste 3 maanden van behandeling voor.

Galstenen.

Reacties op de injectieplaats (zoals blauwe plekken, pijn, irritatie, jeuk en huiduitslag).

Lage bloedsuiker (hypoglykemie). De waarschuwingsverschijnselen van een lage bloedsuiker kunnen plotseling opkomen en zijn onder andere: koud zweet, koele bleke huid, hoofdpijn, snelle hartslag, misselijkheid, erg hongerig zijn, veranderingen in het gezichtsvermogen, zich slaperig voelen, zich zwak, nerveus, angstig, verward voelen, moeite hebben met concentreren, trillen (tremor). Uw arts zal u vertellen hoe u een lage bloedsuiker moet behandelen en wat u moet doen als u deze waarschuwingsverschijnselen krijgt.

Verhoging van alvleesklierenzymen, zoals lipase en amylase.

Soms: komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers

Vochtverlies (uitdroging). Dit komt meestal voor bij de start van de behandeling en kan ontstaan door misselijkheid, braken en diarree.

Ontsteking van de galblaas.

Allergische reacties waaronder huiduitslag.

Algemeen gevoel van onwel zijn.

Snellere pols.

Zelden: komen voor bij minder dan 1 op 1.000 gebruikers

Verminderde nierfunctie.

Acuut nierfalen. De verschijnselen zijn onder andere minder urinevolume, metaalachtige smaak in de mond en snel ontstaan van blauwe plekken.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket van de pen en op het kartonnen doosje na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Voor ingebruikname:

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren. Niet in de buurt van het vriesvak bewaren.

Na ingebruikname van de pen:

Als u de pen bewaart beneden 30°C of in de koelkast (2°C – 8°C) kunt u de pen één maand bewaren. Niet in de vriezer bewaren. Niet in de buurt van het vriesvak bewaren.

Bewaar de pen, wanneer u deze niet gebruikt, met de pendop erop ter bescherming tegen licht.

Gebruik dit geneesmiddel niet als de oplossing niet helder en kleurloos of nagenoeg kleurloos is.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is liraglutide. 1 ml oplossing voor injectie bevat 6 mg liraglutide. Een voorgevulde pen bevat 18 mg liraglutide.

De andere stoffen in dit middel zijn dinatriumfosfaatdihydraat, propyleenglycol, fenol, zoutzuur en natriumhydroxide (voor pH-aanpassing) en water voor injecties.

Hoe ziet Saxenda eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Saxenda wordt geleverd als een heldere en kleurloze of nagenoeg kleurloze oplossing voor injectie in een voorgevulde pen. Elke pen bevat 3 ml oplossing voor de toediening van doses van 0,6 mg, 1,2 mg, 1,8 mg, 2,4 mg en 3,0 mg.

Saxenda is verkrijgbaar in verpakkingen met 1, 3 of 5 pennen. Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Naalden worden niet meegeleverd.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Novo Nordisk A/S

Novo Allé

DK-2880 Bagsværd

Denemarken

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Andere informatiebronnen

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.

Instructies voor gebruik van Saxenda 6 mg/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen

Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u uw voorgevulde pen met Saxenda gebruikt.

Gebruik de pen niet zonder de juiste training door uw arts of verpleegkundige. Begin met het controleren van de pen; verzeker u ervan dat de pen Saxenda

6 mg/ml bevat. Bekijk vervolgens de onderstaande afbeeldingen om de verschillende onderdelen van uw pen en naald te leren kennen.

Als u blind of slechtziend bent en het dosisafleesvenster op de pen niet kunt lezen, gebruik deze pen dan niet zonder hulp. Vraag hulp van een persoon met

een goed gezichtsvermogen die geoefend is in het gebruik van de Saxenda voorgevulde pen.

Uw pen is een voorgevulde pen met draaibare dosisinstelknop. De pen bevat 18 mg liraglutide en levert doses van 0,6 mg, 1,2 mg, 1,8 mg, 2,4 mg en 3,0 mg. Uw pen is ontworpen voor gebruik met NovoFine- of NovoTwist-naalden voor eenmalig gebruik met een maximale lengte van 8 mm en een dikte van 32 G. Naalden zijn niet bijgesloten in de verpakking.

Belangrijke informatie

Besteed speciale aandacht aan deze opmerkingen, omdat deze belangrijk zijn voor een veilig gebruik van de pen.

Saxenda voorgevulde pen en naald (voorbeeld)

buitenste

pendopnaald- kapje

 

 

 

binnenste

 

 

 

 

naald-

 

 

 

 

dopje

 

 

 

 

naald

 

 

 

 

papieren

 

 

 

 

afdek-

 

 

 

schaal-

plaatje

 

 

 

 

 

 

 

verdeling

 

 

 

 

penvenster

 

 

 

Saxenda

penetiket

 

 

 

 

 

 

 

 

dosisaflees-

 

 

 

 

venster

controle-

 

 

 

aanwijspijl

 

 

 

streep

 

 

 

 

 

 

 

dosis-

 

 

 

 

instelknop

 

 

 

 

drukknop

 

 

 

 

1 Uw pen voorbereiden met een nieuwe naald

A

Controleer de naam en het gekleurde etiket op uw pen om er zeker van

 

 

te zijn dat deze Saxenda bevat. Dit is vooral belangrijk als u meer dan één

 

 

soort injecteerbaar geneesmiddel gebruikt. Gebruik van het verkeerde

 

 

geneesmiddel kan schadelijk zijn voor uw gezondheid.

 

Haal de pendop van de pen.

 

 

Controleer of de oplossing in de pen helder en kleurloos is. Kijk door het

B

 

penvenster. Als de oplossing er troebel uitziet, moet u de pen niet

 

 

gebruiken.

 

 

 

 

 

Neem een nieuwe naald en verwijder het papieren afdekplaatje.

C

 

 

 

Druk de naald recht op de pen. Draai de naald vast.

D

 

 

 

Haal het buitenste naaldkapje eraf en bewaar deze voor later. U heeft

E

 

deze na de injectie nodig om de naald veilig van de pen te halen.

 

 

 

 

Verwijder het binnenste naalddopje en gooi deze weg. Als u het probeert

F

 

terug te plaatsen, zou u uzelf per ongeluk aan de naald kunnen prikken.

 

 

Een druppel oplossing kan aan de naaldpunt verschijnen. Dit is normaal,

 

 

maar u moet nog steeds de toevoer controleren als u een nieuwe pen voor

 

 

de eerste keer gebruikt.

 

 

 

Bevestig pas een nieuwe naald op de pen als u klaar bent om de injectie

 

 

toe te dienen.

 

 

 

Gebruik voor iedere injectie altijd een nieuwe naald.

 

 

Zo kunt u het verstopt raken van de naald, besmetting, infectie en een

 

 

onjuiste dosis voorkomen.

 

 

 

Gebruik nooit een verbogen of beschadigde naald.

 

2 De toevoer controleren

 

A

Controleer de toevoer vóór elke eerste injectie met een nieuwe pen. Is

 

 

uw pen al in gebruik, ga dan naar stap 3 ‘Uw dosis instellen’.

 

Draai aan de dosisinstelknop totdat in het dosisafleesvenster de

 

 

controlestreep verschijnt (

).

 

 

 

 

Controle-

 

 

 

streep

 

 

 

ingesteld

 

 

 

 

Houd de pen met de naald omhoog.

B

 

Druk de drukknop in en houd deze ingedrukt totdat het

 

 

dosisafleesvenster weer op 0 staat. Het cijfer 0 moet tegenover de

 

 

aanwijspijl staan.

 

 

Er moet nu een druppel oplossing aan de naaldpunt verschijnen.

 

 

Er kan een kleine druppel achterblijven aan de naaldpunt, maar deze wordt

 

 

niet geïnjecteerd.

 

 

Als er geen druppel verschijnt, herhaal dan stap 2 ´De toevoer

 

 

controleren´ maximaal 6 keer. Als er dan nog steeds geen druppel

 

 

verschijnt, verwisselt u de naald en herhaalt u stap 2 ´De toevoer

 

 

controleren´ nog eenmaal.

 

 

Als er dan nog steeds geen druppel verschijnt, gooit u de pen weg en

 

 

gebruikt u een nieuwe.

 

 

Controleer altijd of er een druppel verschijnt aan de naaldpunt voordat u

 

 

een nieuwe pen voor de eerste keer gaat gebruiken. U weet dan zeker dat de

 

 

oplossing doorstroomt.

 

 

Als er geen druppel verschijnt, wordt er geen geneesmiddel geïnjecteerd,

 

 

zelfs niet wanneer het getal in het dosisafleesvenster verandert. Het

 

 

ontbreken van een druppel kan wijzen op een verstopte of beschadigde

 

 

naald.

 

 

Als u voorafgaand aan uw eerste injectie met elke nieuwe pen niet de

 

 

toevoer controleert, krijgt u mogelijk niet de voorgeschreven dosis en werkt

 

 

Saxenda niet zoals bedoeld.

 

3 Uw dosis instellen

A

Draai aan de dosisinstelknop totdat uw dosis in het dosisafleesvenster

 

 

staat (0,6 mg, 1,2 mg, 1,8 mg, 2,4 mg of 3,0 mg).

 

 

Als u de verkeerde dosis instelt, kunt u de dosisinstelknop naar voren of

 

 

achteren draaien om alsnog de juiste dosis in te stellen.

 

 

U kunt met de pen maximaal 3,0 mg instellen.

Voorbeeld:

 

De dosisinstelknop verandert de dosis. Alleen het dosisafleesvenster en de

0,6 mg

 

ingesteld

 

aanwijspijl geven aan hoeveel mg u per dosis instelt.

 

 

U kunt maximaal 3,0 mg per dosis instellen. Zodra de pen minder dan

 

 

3,0 mg bevat, stopt het dosisafleesvenster voordat 3,0 wordt weergegeven.

 

 

De dosisinstelknop maakt een ander klikgeluid wanneer deze naar voren,

 

 

naar achteren of voorbij het aantal overgebleven mg wordt gedraaid. Tel

 

 

niet het aantal klikken van de pen.

 

 

Gebruik voordat u dit geneesmiddel injecteert altijd het

 

 

dosisafleesvenster en de aanwijspijl om te zien hoeveel mg u heeft

 

 

ingesteld.

 

 

Tel niet het aantal klikken van de pen.

 

 

Gebruik niet de schaalverdeling op de pen. Deze geeft alleen aan hoeveel

 

 

oplossing ongeveer nog in de pen zit.

 

 

Met de dosisinstelknop kunt u alleen doses van 0,6 mg, 1,2 mg, 1,8 mg,

 

 

2,4 mg of 3,0 mg instellen. Het getal van de ingestelde dosis moet precies

 

 

tegenover de aanwijspijl staan om er zeker van te zijn dat u een correcte

 

 

dosis krijgt.

 

Hoeveel oplossing is er over?

 

De schaalverdeling geeft aan hoeveel oplossing ongeveer nog in de pen

 

 

zit.

 

A Hoeveel oplossing ongeveer over is

Als u precies wilt zien hoeveel oplossing er nog in de pen zit, gebruikt u

B

 

het dosisafleesvenster:

 

 

Draai de dosisinstelknop totdat het dosisafleesvenster stopt.

 

 

Als 3,0 wordt weergegeven, zit er nog ten minste 3,0 mg in de pen. Als het

 

 

dosisafleesvenster stopt voordat 3,0 mg wordt weergegeven, is er

 

 

onvoldoende oplossing over voor een volledige dosis van 3,0 mg.

Voorbeeld

 

 

Als u meer geneesmiddel nodig heeft dan er over is in uw pen

dosisaflees-

venster

Alleen als het aan u is uitgelegd of is geadviseerd door uw arts of

gestopt:

verpleegkundige, mag u uw dosis verdelen over uw huidige pen en een nieuwe

2,4 mg over

pen. Gebruik een rekenmachine om de doses te berekenen volgens de

 

aanwijzingen van uw arts of verpleegkundige.

 

 

Let er goed op dat u zorgvuldig rekent.

 

 

Als u niet goed weet hoe u uw dosis over twee pennen moet verdelen,

 

 

gebruikt u een nieuwe pen voor het instellen en injecteren van de benodigde

 

 

dosis.

 

4 De dosis injecteren

A

Steek de naald in de huid op de manier die uw arts of verpleegkundige u

 

 

heeft laten zien.

 

Zorg dat u het dosisafleesvenster kunt zien. Bedek het dosisafleesvenster

 

 

niet met uw vingers. Hierdoor kan de injectie namelijk worden

 

 

onderbroken.

 

 

 

 

Druk de drukknop in en houd deze ingedrukt totdat het

B

 

dosisafleesvenster op 0 staat. Het cijfer 0 moet tegenover de aanwijspijl

 

 

staan. U hoort of voelt nu mogelijk een klik.

 

 

 

 

Laat de naald in uw huid zitten nadat het dosisafleesvenster weer op 0

C Tel langzaam:

 

staat en tel langzaam tot 6.

 

Als de naald eerder wordt verwijderd, kunt u een straal oplossing uit de

 

naaldpunt zien komen. In dat geval wordt niet de volledige dosis

 

 

toegediend.

 

 

 

 

Verwijder de naald uit uw huid.

D

 

Als de injectieplaats gaat bloeden, drukt u hier zacht tegenaan. Wrijf niet

 

 

over het gebied.

 

 

Na het injecteren ziet u mogelijk een druppel oplossing aan de naaldpunt.

 

 

Dit is normaal en heeft geen invloed op uw dosis.

 

 

Blijf altijd naar het dosisafleesvenster kijken, zodat u weet hoeveel mg

 

 

u injecteert. Houd de drukknop ingedrukt totdat het dosisafleesvenster op

 

 

0 staat.

 

 

Hoe herkent u een verstopte of beschadigde naald?

 

 

• Als na herhaaldelijk indrukken van de drukknop het dosisafleesvenster

 

 

niet op 0 komt te staan, heeft u mogelijk een verstopte of beschadigde

 

 

naald gebruikt.

 

 

• In dat geval heeft u geen geneesmiddel toegediend gekregen, zelfs niet

 

 

als het getal in het dosisafleesvenster is veranderd ten opzichte van de

 

 

ingestelde dosis.

 

 

Wat moet u doen met een naald die is verstopt?

 

 

Vervang de naald zoals beschreven in stap 5 'Na uw injectie' en herhaal alle

 

 

stappen vanaf stap 1 'Uw pen voorbereiden met een nieuwe naald'. Stel de

 

 

volledige benodigde dosis in.

 

 

Raak het dosisafleesvenster tijdens het injecteren niet aan. Hierdoor

 

 

kan de injectie worden onderbroken.

 

5 Na uw injectie

A

Leg het buitenste naaldkapje op een vlakke ondergrond en plaats de

 

 

naaldpunt daarin, zonder een van beide aan te raken.

 

 

 

 

Druk wanneer de naald bedekt is, het buitenste naaldkapje zorgvuldig

B

 

volledig aan.

 

Schroef de naald los en gooi deze op zorgvuldige wijze weg.

 

 

 

 

Plaats de pendop na elk gebruik terug op uw pen ter bescherming van de

C

 

oplossing tegen licht.

 

 

Om een verstopte naald te voorkomen en te zorgen voor een geslaagde

 

 

injectie moet u na iedere injectie altijd de naald losschroeven en

 

 

verwijderen. Als de naald verstopt is, wordt er geen geneesmiddel

 

 

geïnjecteerd.

 

 

Als de pen leeg is, gooi deze dan weg zonder een naald erop, zoals

 

 

voorgeschreven door uw arts, verpleegkundige, apotheker of plaatselijke

 

 

overheden.

 

 

Probeer nooit het binnenste naalddopje op de naald terug te plaatsen.

 

 

U zou zich kunnen prikken aan de naald.

 

 

Verwijder altijd de naald van uw pen na iedere injectie.

 

 

Zo voorkomt u het verstopt raken van de naald, besmetting, infectie,

 

 

lekkage van de oplossing en een onjuiste toediening.

 

 

Andere belangrijke informatie

 

Houd uw pen en naalden altijd buiten het zicht en bereik van anderen,

 

 

vooral van kinderen.

 

Deel nooit uw pen of uw naalden met andere mensen.

 

Verzorgers moeten zeer voorzichtig zijn bij het omgaan met gebruikte

 

 

naalden – om prikaccidenten en kruisbesmetting te voorkomen.

 

Zorgen voor uw pen

 

 

 

 

Laat de pen niet achter in een auto of een andere plaats waar het te warm of te koud kan zijn.

Saxenda die bevroren is geweest, mag niet worden geïnjecteerd. Als u toch Saxenda gebruikt die bevroren is geweest werkt dit geneesmiddel mogelijk niet zoals bedoeld

Stel uw pen niet bloot aan stof, vuil of vloeistof.

U mag uw pen niet wassen, onderdompelen of smeren. Reinig de pen zo nodig met een mild schoonmaakmiddel en een vochtige doek.

Laat uw pen niet vallen of tegen een hard oppervlak stoten. Als u de pen laat vallen of een probleem vermoedt, moet u een nieuwe naald plaatsen en de toevoer controleren voordat u injecteert.

Probeer uw pen niet opnieuw te vullen. Als de pen leeg is, moet deze worden weggegooid.

Probeer uw pen niet te repareren of uit elkaar te halen.

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld