Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Taltz (ixekizumab) – Samenvatting van de productkenmerken - L04

Updated on site: 10-Oct-2017

Naam van geneesmiddelTaltz
ATC codeL04
Werkzame stofixekizumab
ProducentEli Lilly Nederland B.V.

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Taltz 80 mg oplossing voor injectie in voorgevulde injectiespuit.

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke voorgevulde injectiespuit bevat 80 mg ixekizumab in 1 ml.

Ixekizumab is een recombinant gehumaniseerd monoclonaal antilichaam, geproduceerd in CHO cellen.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1

3.FARMACEUTISCHE VORM

Oplossing voor injectie in voorgevulde injectiespuit (injectie).

De oplossing is helder en kleurloos tot lichtgeel.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Taltz is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie.

4.2Dosering en wijze van toediening

Taltz is bedoeld voor gebruik onder begeleiding en supervisie van een arts met ervaring in de diagnose en behandeling van psoriasis.

Dosering

De aanbevolen dosis is 160 mg per subcutane injectie (twee injecties van 80 mg) in week 0, gevolgd door 80 mg (één injectie) in de weken 2, 4, 6, 8, 10, en 12, daarna een onderhoudsdosering van 80 mg (één injectie) elke 4 weken.

Overweeg te stoppen met de behandeling bij patiënten die na 16 tot 20 weken behandeling geen respons hebben laten zien. Enkele patiënten die aanvankelijk een gedeeltelijke respons vertonen, kunnen met voortgezette behandeling na 20 weken alsnog een verbetering laten zien.

Ouderen (≥ 65 jaar)

Er is geen dosisaanpassing nodig (zie rubriek 5.2).

Er is beperkte informatie over personen ≥ 75 jaar.

Nier- of leverfunctiestoornis

Taltz is in deze patiëntenpopulatie niet bestudeerd. Er kan geen aanbeveling voor de dosering worden gedaan.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van Taltz bij kinderen en adolescenten van 6 tot 18 jaar zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Er is geen relevante toepassing voor gebruik bij kinderen onder de 6 jaar voor de indicatie van matige tot ernstige plaque psoriasis.

Wijze van toediening

Subcutaan gebruik

Taltz is bedoeld voor subcutane injectie. De injectieplaatsen kunnen worden afgewisseld. Indien mogelijk dienen delen van de huid die psoriasis vertonen, vermeden te worden als injectieplaatsen. De oplossing/de injectiespuit mag niet geschud worden.

Na de juiste training in de subcutane injectietechniek, kunnen patiënten Taltz zelf injecteren als de zorgverlener vaststelt dat dat kan. De arts dient echter een juiste follow-up van patiënten te garanderen. In de patiëntenbijsluiter worden begrijpelijke instructies voor de toediening gegeven.

4.3Contra-indicaties

Ernstige overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

Actieve infecties van klinische betekenis (bijv. actieve tuberculose, zie rubriek 4.4).

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Infecties

Behandeling met Taltz wordt in verband gebracht met een verhoogd aantal infecties, zoals bovenste luchtweginfectie, orale candidiasis, conjunctivitis en tinea-infecties (zie rubriek 4.8).

Taltz dient voorzichtig gebruikt te worden bij patiënten met een klinisch belangrijke chronische infectie. Als zo’n infectie zich ontwikkelt, houd dan zorgvuldig toezicht en stop met de behandeling met Taltz als de patiënt niet reageert op standaardbehandeling of als de infectie ernstig wordt. Er mag niet opnieuw met de behandeling met Taltz begonnen worden voordat de infectie verdwijnt.

Taltz mag niet gegeven worden aan patiënten met actieve tuberculose (TB). Overweeg bij patiënten met latente TB een anti-TB-behandeling alvorens behandeling met Taltz te beginnen.

Overgevoeligheid

Er zijn ernstige overgevoeligheidsreacties gemeld, waaronder enkele ernstige gevallen van angio- oedeem, urticaria en, zelden, late (10-14 dagen na injectie) ernstige overgevoeligheidsreacties, waaronder uitgebreide urticaria, dyspneu en hoge antilichaamtiters. Als zich een ernstige overgevoeligheidsreactie voordoet, dient toediening van Taltz onmiddellijk gestopt te worden en een passende behandeling gestart te worden.

Inflammatoire darmziekte

Er zijn nieuwe gevallen of exacerbatie van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa gemeld. Bij het voorschrijven van Taltz aan patiënten met inflammatoire darmziekte, waaronder de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa is voorzichtigheid geboden en dienen patiënten nauwkeurig gevolgd te worden.

Vaccinaties

Taltz dient niet gelijktijdig gebruikt te worden met levende vaccins. Er zijn geen data beschikbaar over de respons op levende vaccins; er zijn onvoldoende gegevens over de respons op inactieve vaccins (zie rubriek 5.1).

Hulpstoffen

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis van 80 mg, wat betekent dat het in essentie natriumvrij is.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

De veiligheid van Taltz in combinatie met andere immunomodulatoren of fototherapie is niet beoordeeld.

Er zijn geen formele in vivo geneesmiddelinteractiestudies gedaan. Er is geen rol voor IL-17 in de regulering van CYP450-enzymen gerapporteerd. De vorming van enkele CYP450-enzymen wordt echter onderdrukt door verhoogde spiegels cytokinen bij chronische ontsteking. Daarom kunnen ontstekingsremmende behandelingen, zoals die met de IL-17A-remmer ixekizumab, resulteren in normalisering van CYP450-spiegels met een daarmee gepaard gaande lagere blootstelling aan door CYP450 gemetaboliseerde comedicatie. Een klinisch relevant effect op CYP450-substraten met een nauwe therapeutische index, waarvan de dosis op individuele basis wordt aangepast (bijv. warfarine), kan daarom niet worden uitgesloten. Therapeutische monitoring dient overwogen te worden bij het starten van de therapie met ixekizumab bij patiënten die met dit soort geneesmiddelen worden behandeld.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Vrouwen die zwanger kunnen worden

Tijdens de behandeling en gedurende ten minste 10 weken daarna moeten vrouwen die zwanger kunnen worden een effectieve methode van anticonceptie toepassen.

Zwangerschap

Er is een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van ixekizumab bij zwangere vrouwen. Dieronderzoek duidt niet op directe of indirecte nadelige effecten met betrekking tot zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, partus of postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3). Uit voorzorg heeft het de voorkeur het gebruik van Taltz te vermijden tijdens de zwangerschap.

Borstvoeding

Het is niet bekend of ixekizumab in de moedermelk wordt uitgescheiden of na inname systemisch wordt geabsorbeerd. Ixekizumab wordt echter in geringe mate uitgescheiden in de melk van cynomolgus-apen. Met inachtneming van het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling van de vrouw, dient er een beslissing genomen te worden de borstvoeding te stoppen of te stoppen met Taltz.

Vruchtbaarheid

Het effect van ixekizumab op de vruchtbaarheid bij mensen is niet beoordeeld. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft de vruchtbaarheid. (zie rubriek 5.3).

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Taltz heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De meest gemelde bijwerkingen waren reacties op de injectieplaats en infecties aan de bovenste luchtwegen (meestal nasofaryngitis).

Tabel met bijwerkingen

Bijwerkingen uit klinische studies (tabel 1) zijn weergegeven naar systeem/orgaanklasse volgens MedDRA. Binnen iedere systeem/orgaanklasse zijn de bijwerkingen gerangschikt op frequentie, met de meest voorkomende bijwerkingen als eerste. Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen vermeld in volgorde van afnemende ernst. Bovendien is voor elke bijwerking de frequentiecategorie gebaseerd op de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000,

< 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1,000); zeer zelden (< 1/10.000).

In totaal werden in klinische ontwikkelingsstudies naar plaque psoriasis 4.204 patiënten behandeld met Taltz. Hiervan werden 2.190 psoriasispatiënten ten minste 1 jaar blootgesteld aan Taltz, hetgeen neerkomt op 3.531 patiëntjaren blootstelling.

Drie placebogecontroleerde fase III-studies naar plaque psoriasis werden samengevoegd om de veiligheid van Taltz te beoordelen in vergelijking met placebo tot 12 weken na start van de behandeling. In totaal werden 3.119 patiënten geëvalueerd (1.161 patiënten op 80 mg elke 4 weken (Q4W), 1.167 patiënten op 80 mg elke 2 weken (Q2W) en 791 patiënten op placebo).

Tabel 1. Lijst met bijwerkingen in klinische studiesa

Systeem/orgaanklasse

 

Taltz

 

Placebo

 

 

 

 

 

 

 

 

Q4W

 

Q2W

 

 

 

(N = 1.161)

 

(N = 1.167)

(N = 791)

 

 

n (%)

 

n (%)

n (%)

Infecties en parasitaire aandoeningen

 

 

 

 

 

Zeer vaak

Bovenste

(13,4)

 

163 (14,0)

101 (12,8)

 

luchtweginfectieb

 

 

 

 

 

Vaak

Tinea-infectie

(0,9)

 

17 (1,5)

1 (0,1)

Soms

Influenza

(0,9)

 

8 (0,7)

 

Rinitis

(0,9)

 

9 (0,8)

 

Orale candidiasisc

2 (0,2)

 

9 (0,8)

 

Conjunctivitis

1 (0,1)

 

8 (0,7)

3 (0,4)

 

Cellulitisd

(0,9)

 

9 (0,8)

2 (0,3)

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

 

 

 

 

 

Soms

Neutropenief

3 (0,3)

 

6 (0,5)

1 (0,1)

 

Trombocytopenief

2 (0,2)

 

2 (0,2)

Ademhalingsstelsel-, borstkast- en mediastinumaandoeningen

 

 

Vaak

Orofaryngeale pijn

(1,7)

 

16 (1,4)

4 (0,5)

Maagdarmstelselaandoeningen

 

 

 

 

 

Vaak

Misselijkheid

(1,3)

 

23 (2,0)

5 (0,6)

Huid- en onderhuidaandoeningen

Soms

Urticaria

6 (0,5)

(0,9)

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

 

 

 

Zeer vaak

Reacties op de

150 (12,9)

(16,8)

26 (3,3)

 

injectieplaatse

 

 

 

 

aPlacebogecontroleerde klinische studies (fase III) bij patiënten met matige tot ernstige plaque psoriasis, blootgesteld aan ixekizumab 80 mg Q2W, ixekizumab 80 mg Q4W of placebo tot 12 weken behandelingsduur.

bBovenste luchtweginfectie waaronder nasofaryngitis en bovenste luchtweginfectie

cOrale candidiasis gedefinieerd als gebeurtenissen met de voorkeurstermen orale candidiasis en orale schimmelinfectie.

dCellulitis waaronder cellulitis door stafylokokken en externe oorcellulitis en erysipelas eReacties op de injectieplaats kwamen vaker voor bij personen met een lichaamsgewicht < 60 kg,

vergeleken met de groep met een lichaamsgewicht ≥ 60 kg (25% versus 14% voor de gecombineerde Q2W- en Q4W-groepen)

fGebaseerd op gerapporteerde bijwerkingen

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Reacties op de injectieplaats

De meest waargenomen reacties op de injectieplaats waren erytheem en pijn. Deze reacties waren voor het merendeel licht tot matig van aard en leidden niet tot stoppen met Taltz.

Infecties

In de placebogecontroleerde periode van de klinische fase III-studies naar plaque psoriasis werden infecties gerapporteerd bij 27,2% van de patiënten tot 12 weken behandeld met Taltz, vergeleken met 22,9% van de patiënten behandeld met placebo.

De meerderheid van de infecties was niet ernstig en licht tot matig van aard, waarvan de meeste niet noodzaakten tot stoppen met de behandeling. Ernstige infecties kwamen voor bij 13 ( 0,6%) patiënten behandeld met Taltz en bij 3 (0,4%) patiënten behandeld met placebo (zie rubriek 4.4). Over de hele behandelperiode werden infecties gerapporteerd bij 52,8% van de patiënten behandeld met Taltz (46,9 per 100 patiëntjaren). Ernstige infecties werden gerapporteerd bij 1,6% van de patiënten behandeld met Taltz (1,5 per 100 patiëntjaren).

Laboratoriumonderzoek van neutropenie en trombocytopenie

9% van de patiënten die Taltz kregen ontwikkelde neutropenie. In de meeste gevallen was het aantal neutrofielen in het bloed ≥ 1.000 cellen/mm3. Een dergelijk niveau van neutropenie kan voortduren, fluctueren of voorbijgaan. 0,1% van de patiënten die Taltz kregen, ontwikkelde een neutrofielenaantal in het bloed < 1.000 cellen /mm3. In het algemeen vereiste neutropenie geen stopzetten van de behandeling met Taltz.

3% van de patiënten blootgesteld aan Taltz kreeg een verandering van een normale baseline trombocytenwaarde naar < 150.000 trombocyten/mm3 tot ≥ 75.000 trombocyten/mm3. Trombocytopenie kan voortduren, fluctueren of voorbijgaan.

Immunogeniciteit

Ongeveer 9–17% van de patiënten behandeld met Taltz in de aanbevolen dosering ontwikkelde antilichamen tegen het geneesmiddel; de meerderheid hiervan betrof lage titers en werd niet in verband gebracht met afgenomen klinische respons tot 60 weken behandeling. Ongeveer1% van de patiënten behandeld met Taltz had echter bevestigde neutraliserende antilichamen geassocieerd met lage concentraties geneesmiddel en afgenomen klinische respons. Een verband tussen immunogeniciteit en bijwerkingen voortkomend uit de behandeling werd niet duidelijk vastgesteld.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden

gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Doses tot 180 mg zijn in klinische onderzoeken toegediend zonder dosisbeperkende toxiciteit. Overdoses tot 240 mg, subcutaan, als een enkele toediening in klinische studies, zijn zonder enige ernstige bijwerking gerapporteerd. In geval van overdosering wordt aanbevolen de patiënt te monitoren op elk teken of symptoom van bijwerkingen en onmiddellijk te beginnen met een geschikte symptomatische behandeling.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: immunosuppressiva, interleukineremmers, ATC-code: LO4AC13.

Werkingsmechanisme

Ixekizumab is een IgG4 monoclonaal antilichaam dat met hoge affiniteit (< 3 pM) en specificiteit bindt aan interleukine 17A (zowel IL-17A als IL-17A/F). Verhoogde concentraties van IL-17A zijn in verband gebracht met de pathogenese van psoriasis door bevordering van keratinocytenproliferatie en -activering. Neutralisatie van IL-17A door ixekizumab remt deze werking. Ixekizumab bindt niet aan liganden IL-17B, IL-17C, IL-17D, IL-17E of IL-17F.

In-vitro-bindingsonderzoeken bevestigden dat ixekizumab niet bindt aan humane Fcγ-receptoren I, IIa, en IIIa of aan complementcomponent C1q.

Farmacodynamische effecten

Ixekizumab moduleert biologische responses die worden geïnduceerd of gereguleerd door IL-17A. Gebaseerd op psoriatische huidbioptdata van een fase-I studie, was er een dosisgerelateerde trend te zien zowel in de richting van afgenomen epidermale dikte, aantal prolifererende keratinocyten, T- cellen en dendritische cellen, als ook van reducties in lokale ontstekingsmarkers vanaf de baseline tot dag 43. Als directe consequentie verlaagt behandeling met ixekizumab erytheem, verharding en schilfering die in plaque psoriasis laesies aanwezig zijn.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

De werkzaamheid en veiligheid van Taltz werden onderzocht in drie gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase III-studies bij volwassen patiënten met matige tot ernstige plaque psoriasis die in aanmerking kwamen voor fototherapie of systemische therapie (UNCOVER-1, UNCOVER-2, en UNCOVER-3). De werkzaamheid en veiligheid van Taltz werden ook geëvalueerd versus etanercept (UNCOVER-2 en UNCOVER-3). Patiënten, gerandomiseerd naar Taltz die sPGA- responders (0,1) waren in week 12, werden opnieuw gerandomiseerd om placebo of Taltz te krijgen voor een aanvullende 48 weken (UNCOVER-1 en UNCOVER-2); patiënten gerandomiseerd naar placebo, etanercept of Taltz die geen sPGA-responders (0,1) waren, kregen Taltz tot maximaal

48 weken.

Van de 3.866 patiënten die waren opgenomen in deze drie placebogecontroleerde studies, kreeg 64% eerder systemische therapie (biological, conventioneel systemische of psoraleen en ultraviolet A (PUVA)), 43,5% kreeg eerder fototherapie, 49,3% kreeg eerder conventionele systemische therapie en 26,4% kreeg eerder een biological voor de behandeling van psoriasis. Van alle patiënten kreeg 14,9% ten minste één anti-TNF-alfamiddel en 8,7%een anti-IL-12/IL-23. 23,4% van de patiënten had een voorgeschiedenis van artritis psoriatica bij baseline.

In alle drie de studies, waren de coprimaire eindpunten het aantal patiënten die een PASI 75 respons bereikten en een sPGA van 0 (“gaaf”) or 1 (“minimaal”) respons in week 12 versus placebo. Patiënten in alle behandelgroepen hadden een mediane PASI-score bij baseline die varieerde van 17,4 tot 18,3; 48,3% tot 51,2% van de patiënten had een sPGA-score bij baseline van ernstig of zeer ernstig en de gemiddelde numerieke beoordelingsschaal voor jeuk (Numeric Rating Scale, NRS) bij baseline varieerde van 6,3 tot 7,1.

Klinische respons na 12 weken

In UNCOVER-1 waren 1.296 patiënten opgenomen. Patiënten werden gerandomiseerd (1:1:1) om gedurende 12 weken ofwel placebo, ofwel Taltz te krijgen (80 mg elke twee of vier weken [Q2W of Q4W] na een startdosis van 160 mg).

Tabel 2. Resultaten werkzaamheid na 12 weken in UNCOVER-1

 

 

Aantal patiënten (%)

 

 

Verschil in responsratio t.o.v.

 

 

 

 

placebo (95% BI)

Eindpunten

 

 

 

 

 

 

 

Placebo

Taltz

 

Taltz

 

Taltz

Taltz

 

 

 

 

80 mg Q4W

80 mg Q2W

80 mg Q4W

80 mg Q2W

 

(N = 431)

 

(N = 432)

(N = 433)

 

 

 

 

 

 

sPGA van “0” (gaaf)

14 (3,2)

(76,4)a

(81,8)a

73,1 (68,8; 77,5)

78,5 (74,5; 82,5)

of “1” (minimaal)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

sPGA van “0” (gaaf)

(34,5)a

(37,0)a

34,5 (30,0; 39,0)

37,0 (32,4; 41,5)

 

 

 

 

 

 

 

PASI 75

17 (3,9)

357 (82,6%)a

(89,1)a

78,7 (74,7; 82,7)

85,2 (81,7; 88,7)

 

 

 

 

 

 

 

 

PASI 90

2 (0,5)

(64,6)a

(70,9)a

64,1 (59,6; 68,7)

70,4 (66,1; 74,8)

 

 

 

 

 

 

 

 

PASI 100

(33,6)a

(35,3)a

33,6 (29,1; 38,0)

35,3 (30,8; 39,8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jeuk NRS reductie

58 (15,5)

(80,5)

a

(85,9)

a

65,0 (59,5; 70,4)

70,4 (65,4; 75,5)

≥ 4b

 

 

Afkortingen: N = aantal patiënten in de intent-to-treatpopulatie

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken, werden geteld als non-responders a p < 0,001 vergeleken met placebo

b Patiënten met Jeuk NRS ≥ 4 in de uitgangssituatie: placebo N = 374, Taltz 80 mg Q4W N = 379, Taltz 80 mg Q2W N = 391

In UNCOVER-2 waren 1.224 patiënten opgenomen. Patiënten werden gerandomiseerd (1:2:2:2) om gedurende 12 weken ofwel placebo te krijgen, ofwel Taltz (80 mg elke 2 of 4 weken [Q2W or Q4W] na een startdosis van 160 mg) ofwel etanercept 50 mg tweemaal per week.

Tabel 3.Resultaten werkzaamheid na 12 weken in UNCOVER-2

 

 

Aantal patiënten (%)

 

Verschil in responsratio t.o.v.

 

 

 

placebo (95% BI)

 

 

 

 

 

 

 

Taltz

Taltz

Etanercept

 

 

 

Placebo

50 mg

Taltz

Taltz

Eindpunten

80 mg Q4W

80 mg Q2W

tweemaal per

80 mg Q4W

80 mg Q2W

(N = 168)

 

(N = 347)

(N = 351)

week

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(N = 358)

 

 

sPGA van “0”

 

253 (72,9 )a

292 (83,2 )a

 

70,5 (65,3;

80,8 (76,3;

(gaaf) of “1”

4 (2,4 )

129 (36,0)

(minimaal)

 

 

 

 

75,7)

85,4)

 

 

 

 

 

 

sPGA van “0”

1 (0,6)

112 (32,3)a,b

147 (41,9)a,b

21 (5,9)c

31,7 (26,6;

41,3 (36,0;

(gaaf)

 

 

 

 

36,7)

46,6)

PASI 75

4 (2,4)

269 (77,5)a,b

315 (89,7)a,b

149 (41,36)a

75,1 (70,2;

87,4 (83,4;

 

 

 

 

 

80,1)

91,3)

PASI 90

1 (0,6)

207 (59,7)a,b

248 (70,7)a,b

67 (18,7)a

59,1 (53,8;

70,1 (65,2;

 

 

 

 

 

64,4)

75,0)

PASI 100

1 (0,6)

107 (30,8)a,b

142 (40,5)a,b

19 (5,3)c

30,2 (25,2;

39,9 (34,6;

 

 

 

 

 

35,2)

45,1)

Jeuk NRS

19 (14,1)

225 (76,8)a,b

258 (85,1)a,b

177 (57,8)a

62,7 (55,1;

71,1 (64,0;

reductie ≥ 4d

70,3)

78,2)

 

 

 

 

 

Afkortingen: N = aantal patiënten in de intent-to-treatpopulatie

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken, werden geteld als non-responders

ap < 0,001 vergeleken met placebo

bp < 0,001 vergeleken met etanercept

cp < 0,01 vergeleken met placebo

dPatiënten met Jeuk NRS ≥ 4 in de uitgangssituatie: placebo N = 135, Taltz 80 mg Q4W N = 293,

Taltz 80 mg Q2W N = 303, etanercept N = 306

In UNCOVER-3 waren 1.346 patiënten opgenomen. Patiënten werden gerandomiseerd (1:2:2:2) om gedurende 12 weken ofwel placebo te krijgen, ofwel Taltz (80 mg elke twee of vier weken [Q2W or Q4W] na een startdosis van 160 mg) ofwel etanercept 50 mg tweemaal per week.

Tabel 4.Resultaten werkzaamheid na 12 weken in UNCOVER 3

 

 

Aantal patiënten (%)

 

Verschil in responsratio t.o.v.

 

 

 

placebo (95% BI)

 

 

 

 

 

Eindpunten

 

Taltz

Taltz

Etanercept

Taltz

Taltz

Placebo

50 mg

80 mg Q4W

80 mg Q2W

 

 

80 mg Q4W

80 mg Q2W

tweemaal per

 

 

 

(N = 193)

 

 

 

(N = 386)

(N = 385)

week

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(N = 382)

 

 

sPGA van

 

 

 

 

 

 

“0” (gaaf) of

13 (6,7)

291 (75,4)a,b

310 (80,5)a,b

159 (41,6)a

68,7 (63,1;

73,8 (68,5;

“1”

 

 

 

 

74,2)

79,1)

(minimaal)

 

 

 

 

 

 

sPGA van

139 (36,0)a,b

155 (40,3)a,b

33 (8,6)a

36,0 (31,2;

40,3 (35,4;

“0” (gaaf)

 

 

 

 

40,8)

45,2)

PASI 75

14 (7,3)

325 (84,2)a,b

336 (87,3)a,b

204 (53,4)a

76,9 (71,8;

80,0 (75,1;

 

 

 

 

 

82,1)

85,0)

PASI 90

6 (3,1)

252 (65,3)a,b

262 (68,1)a,b

98 (25,7)a

62,2 (56,8;

64,9 (59,7;

 

 

 

 

 

67,5)

70,2)

PASI 100

135 (35,0)a,b

145 (37,7)a,b

28 (7,3)a

35 (30,2; 39,7)

37,7 (32,8;

 

 

 

 

 

 

42,5)

Jeuk NRS

33 (20,9)

250 (79,9)

a,b

264 (82,5)

a,b

200 (64,1)

a

59,0 (51,2;

61,6 (54,0;

reductie ≥ 4c

 

 

 

66,7)

69,2)

Afkortingen: N = aantal patiënten in de intent-to-treatpopulatie

 

 

 

 

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken, werden geteld als non-responders

 

 

ap < 0,001 vergeleken met placebo

bp < 0,001 vergeleken met etanercept

cPatiënten met Jeuk NRS ≥4 in de uitgangssituatie: placebo N = 158, Taltz 80 mg Q4W N = 313, Taltz 80 mg Q2W N = 320, etanercept N = 312

Taltz werd in verband gebracht met een snel intredende werkzaamheid met > 50% reductie in gemiddelde PASI in week 2 (figuur 1). Het percentage patiënten dat PASI 75 bereikte was al in week 1 significant hoger voor Taltz vergeleken met placebo en etanercept. Ongeveer 25% van de patiënten behandeld met Taltz bereikte een PASI-score < 5 in week 2, meer dan 55% bereikte de PASI-score < 5 in week 4, en dit nam toe tot 85% in week 12 (vergeleken met 3%, 14% en 50% voor etanercept). Bij patiënten behandeld met Taltz werden significante verbeteringen in ernst van jeuk gezien in week 1.

Figuur 1. PASI-score, percentuele verbetering bij ieder bezoek na de baseline (mBOCF)in de intent-to-treatpopulatie tijdens periode van inductiedosering – UNCOVER-2 en UNCOVER-3

De werkzaamheid en veiligheid van Taltz werden aangetoond onafhankelijk van leeftijd, geslacht, ras, lichaamsgewicht, ernst van PASI bij baseline, locatie van de plaques, gelijktijdig voorkomende artritis psoriatica en voorgaande behandeling met een biological. Taltz was effectief bij patiënten naïef voor systemische therapie, naïef voor biologicals, aan biologicals/anti-TNF blootgestelde patiënten en bij patiënten bij wie sprake was van falen van biologicals/anti-TNF-behandeling.

Werkzaamheid bij non-responders op etanercept: voor patiënten geïdentificeerd als een non-responder voor sPGA (0,1) op etanercept in week 12 in UNCOVER-2 (N = 200) en die werden overgezet op Taltz 80 mg Q4W na een wash-outperiode van 4 weken, was respectievelijk 73% en 83,5% van de patiënten in staat een sPGA (0,1) en PASI 75 te bereiken na 12 weken behandeling met Taltz.

In de 2 klinische studies die een actieve comparator bevatten (UNCOVER-2 en UNCOVER-3), was het percentage van ernstige bijwerkingen 1,9% voor zowel etanercept als voor Taltz, en het percentage

van stoppen vanwege bijwerkingen was 1,2% voor etanercept en 2,0% voor Taltz. Het percentage van infecties was 21,5% voor etanercept en 26,0% voor Taltz, waarbij de meerderheid van de bijwerkingen licht tot matig van aard was. Het percentage van ernstige infecties was 0,4% voor etanercept en 0,5% voor Taltz.

Behoud van de respons in week 60

Patiënten die in UNCOVER-1 en UNCOVER-2 aanvankelijk gerandomiseerd waren naar Taltz en die responders waren in week 12 (d.w.z. sPGA-score van 0,1), werden opnieuw gerandomiseerd naar een additionele 48 weken behandeling met een van de volgende behandelingsregimes: placebo, of Taltz (80 mg elke 4 of 12 weken [Q4W of Q12W]).

Tabel 5. Behoud van respons en werkzaamheid in week 60 (studies UNCOVER-1 en UNCOVER-2)

 

 

Aantal patiënten (%)

 

Verschil in responsratio

 

 

 

t.o.v. placebo (95% BI)

 

 

 

 

 

Eindpunten

 

 

 

 

 

 

80 mg Q4W

80 mg Q2W

80 mg Q4W

80 mg Q2W

80 mg Q4W

80 mg Q2W

 

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

 

placebo

placebo

80 mg Q4W

80 mg Q4W

80 mg Q4W

80 mg Q4W

 

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

 

(N=191)

(N=211)

(N=195)

(N=211)

 

 

Behielden

 

 

 

 

62,4 (55,1;

70,7 (64,2;

sPGA van

 

 

134 (68,7)a

173 (78,3)a

69,8)

77,2)

“0” (gaaf)

12 (6,3)

16 (7,6)

 

 

of “1”

 

 

 

 

 

 

(minimaal)

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

47,7 (40,4;

56,0 (49,1;

of

 

 

96 (49,2)a

130 (58,8)a

54,9)

62,8)

bereikten

3 (1,6)

6 (2,8)

 

 

sPGA 0

 

 

 

 

 

 

(gaaf)

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

66,5 (59,3;

74,3 (68,0;

of

15 (7,9)

19 (9,0)

145 (74,4)a

184 (83,3)a

73,7)

80,5)

 

 

bereikten

 

 

 

 

 

 

PASI 75

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

62,0 (54,7;

71,7 (65,4;

of

9 (4,7)

10 (4,7)

130 (66,7)a

169 (76,5)a

69,2)

78,0)

 

 

bereikten

 

 

 

 

 

 

PASI 90

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

48,2 (40,9;

54,6 (47,7;

of

3 (1,6)

6 (2,8)

97 (49,7)a

127 (57,5)a

55,4)

61,5)

 

 

bereikten

 

 

 

 

 

 

PASI 100

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: N = aantal patiënten in de analysepopulatie

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken werden geteld als non-responders a p < 0,001 vergeleken met placebo

Taltz was effectief wat betreft het behoud van respons bij patiënten naïef voor systemische therapie, biological-naïeve patiënten, aan biological/anti-TNF-blootgestelde patiënten en bij patiënten bij wie sprake was van falen van biologicals/anti-TNF.

Voor sPGA-responders (0,1) in week 12, opnieuw gerandomiseerd naar stoppen met behandeling (d.w.z. placebo), was de mediane tijd tot terugval (sPGA ≥ 3) 164 dagen in de geïntegreerde

UNCOVER-1- en UNCOVER-2-studies. Van deze patiënten bereikte 71,5% opnieuw ten minste een sPGA (0,1) respons binnen 12 weken na herstarten van de behandeling met Taltz 80 mg Q4W.

Significant grotere verbeteringen werden aangetoond in week 12 vanaf baseline vergeleken met placebo en etanercept bij nagelpsoriasis (gemeten met de Nail Psoriasis Severity Index [NAPSI]), bij psoriasis capitis (gemeten met de Psoriasis Scalp Severity Index [PSSI]) en bij palmoplantaire psoriasis (gemeten met de Psoriasis Palmoplantar Severity Index [PPASI]). Deze verbeteringen van nagelpsoriasis, psoriasis capitis en palmoplantaire psoriasis hielden aan tot week 60 bij patiënten behandeld met Taltz die sPGA-responders (0,1) waren in week 12.

Kwaliteit van leven/patiënt-gerapporteerde uitkomsten

In week 12 en in alle studies ging Taltz gepaard met statistisch significante verbetering van gezondheidgerelateerde kwaliteit van leven zoals vastgesteld door de gemiddelde afname ten opzichte van baseline in de Dermatology Life Quality Index (DLQI) (Taltz 80 mg Q2W -10,2 tot -11,1, Taltz 80 mg Q4W -9,4 tot -10,7, etanercept -7,7 tot -8,0 en placebo -1,0 tot -2,0). Een significant groter deel van de patiënten behandeld met Taltz bereikte een DLQI van 0 of 1. In alle studies ging Taltz gepaard met een statistisch significante verbetering van ernst van jeuk zoals vastgesteld met de Jeuk NRS- score. Een significant groter deel van de patiënten behandeld met Taltz bereikte een reductie van de Jeuk NRS ≥ 4 punten in week 12 (84,6% voor Taltz Q2W, 79,2% voor Taltz Q4W en 16,5% voor placebo) en het profijt bleef aanhouden tot week 60 bij patiënten behandeld met Taltz, die sPGA- responders (0 of 1) waren in week 12. Er was geen enkel teken van verslechtering van depressie tot week 60 van de behandeling met Taltz zoals vastgesteld door het Quick Inventory of Depressive Symptomatology Self Report.

Vaccinaties

In een studie bij gezonde personen werd geen veiligheidsprobleem geïdentificeerd bij twee geïnactiveerde vaccins (tetanus en pneumokokken), gekregen na twee doses ixekizumab (160 mg gevolgd door een tweede dosis van 80 mg twee weken later). De gegevens over vaccinatie waren echter onvoldoende om een conclusie te trekken over een adequate immuunrespons op deze vaccins na toediening van Taltz.

Pediatrische patiënten

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Taltz in een of meerdere subgroepen van pediatrische patiënten met plaque psoriasis (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Na een enkelvoudige subcutane dosis ixekizumab bij patiënten met psoriasis, werden over een doseringsbereik van 5 tot 160 mg gemiddelde piekconcentraties bereikt binnen 4 tot 7 dagen. De gemiddelde (SD) maximale plasmaconcentratie (Cmax) van ixekizumab, na de startdosis van 160 mg, was 19,9 (8,15) µg/ml.

Na de startdosis van 160 mg werd met het 80 mg Q2W toedieningsschema steady state bereikt in

week 8. Gemiddelde (SD) schattingen van Cmax,ss, en Cdal,ss zijn 21,5 (9,16) µg/ml, en 5,23 (3,19) µg/ml.

Na de overstap van het toedieningsschema met 80 mg Q2W naar het toedieningsschema met

80 mg Q4W in week 12, zou steady state bereikt worden na ongeveer 10 weken. Gemiddelde (SD) schattingen van Cmax,ss, en Cdal,ss zijn 14,6 (6,04) µg/ml, en 1,87 (1,30) µg/ml.

De gemiddelde biologische beschikbaarheid van ixekizumab na subcutane toediening was 54% tot 90% in alle analyses.

Distributie

In populatiefarmacokinetische analyses was het gemiddelde totale distributievolume bij steady state 7,11 l.

Biotransformatie

Ixekizumab is een monoclonaal antilichaam en ontleedt naar verwachting op dezelfde manier als endogeen immunoglobuline via katabolisme in kleine peptiden en aminozuren.

Eliminatie

In de populatiefarmacokinetische analyse was de gemiddelde serumklaring 0,0161 l/uur. Klaring is onafhankelijk van de dosis. De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd, zoals geschat aan de hand van populatiefarmacokinetische analyse, is 13 dagen bij patiënten met plaque psoriasis.

Lineariteit/non-lineariteit

De blootstelling (AUC) nam proportioneel toe over een doseringsbereik van 5 tot 160 mg toegediend als een subcutane injectie.

Ouderen

Van de 4.204 patiënten met plaque psoriasis, in klinische studies blootgesteld aan Taltz, waren er in totaal 301 65 jaar of ouder en 36 patiënten waren 75 jaar of ouder. Gebaseerd op populatiefarmacokinetische analyse met een beperkt aantal oudere patiënten (n = 94 voor een leeftijd van ≥ 65 jaar en n = 12 voor een leeftijd van ≥ 75 jaar), is de klaring bij oudere patiënten en patiënten jonger dan 65 jaar gelijk.

Nier- of leverfunctiestoornis

Er zijn geen specifieke klinische farmacologische studies gedaan om het effect van nier- en leverfunctiestoornis op de farmacokinetiek van ixekizumab te beoordelen. Uitscheiding via de nieren van intact ixekizumab, een IgG MAb, is naar verwachting laag en van ondergeschikt belang; ook worden IgG MAb’s voornamelijk geëlimineerd via intracellulair katabolisme en beïnvloedt leverfunctiestoornis naar verwachting de klaring van ixekizumab niet.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens van cynomolgus-apen duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.

Toediening van ixekizumab aan cynomolgus-apen gedurende 39 weken in subcutane doses tot 50 mg/kg per week veroorzaakte geen toxiciteit aan de organen of ongewenste effecten op de immuunfunctie (bijv. T-celafhankelijke antilichaamrespons en NK-celactiviteit). Een wekelijkse subcutane dosis van 50 mg/kg aan apen is ongeveer 19 keer de 160 mg startdosis van Taltz en resulteert bij apen in een blootstelling (AUC) die ten minste 61 maal hoger is dan de voorspelde

gemiddelde steady-state-blootstelling bij mensen, toegediend in het aanbevolen toedieningsschema.

Niet-klinische studies om de carcinogene of mutagene potentie van ixekizumab te beoordelen, zijn niet uitgevoerd.

Er zijn geen effecten op geslachtsorganen, menstruele cycli of op sperma waargenomen bij seksueel rijpe cynomolgus-apen die gedurende 13 weken ixekizumab kregen in een wekelijkse subcutane dosis van 50 mg/kg.

In ontwikkelingstoxiciteitsstudies is aangetoond dat ixekizumab de placenta passeert en aanwezig is in het bloed van nakomelingen tot een leeftijd van 6 maanden. Een hogere incidentie van postnatale mortaliteit kwam voor bij het nageslacht van apen aan wie ixekizumab was gegeven vergeleken met een gelijksoortige controlegroep. Dit was primair gerelateerd aan vroege geboorte of verwaarlozing van het nageslacht door de moeder, algemene bevindingen bij niet-humane primaatstudies en wordt beschouwd als klinisch irrelevant.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Natriumcitraat

Citroenzuur, watervrij

Natriumchloride

Polysorbaat 80

Water voor injecties

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

2 jaar.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2 ºC – 8 ºC).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Taltz kan tot 5 dagen ongekoeld bewaard worden bij een temperatuur beneden 30 ºC.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

1 ml oplossing in een heldere type I-glazen injectiespuit. Verpakkingen van 1, 2 of 3 voorgevulde injectiespuiten. Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Instructies voor gebruik

De instructies voor het gebruik van de injectiespuit, bijgesloten in de bijsluiter, moeten nauwgezet worden opgevolgd.

De voorgevulde injectiespuit is alleen voor eenmalig gebruik.

Taltz mag niet worden gebruikt als er deeltjes in te zien zijn of als de oplossing troebel is en/of duidelijk bruin gekleurd.

Taltz dat bevroren is geweest, mag niet worden gebruikt.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Eli Lilly Nederland BV, Papendorpseweg 83, 3528 BJ Utrecht, Nederland.

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/15/1085/004

EU/1/15/1085/005

EU/1/15/1085/006

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 25 april 2016

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Taltz 80 mg oplossing voor injectie in voorgevulde pen.

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke voorgevulde pen bevat 80 mg ixekizumab in 1 ml.

Ixekizumab is een recombinant gehumaniseerd monoclonaal antilichaam, geproduceerd in CHO cellen.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1

3. FARMACEUTISCHE VORM

Oplossing voor injectie in voorgevulde pen.

De oplossing is helder en kleurloos tot lichtgeel.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Taltz is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie.

4.3Dosering en wijze van toediening

Taltz is bedoeld voor gebruik onder begeleiding en supervisie van een arts met ervaring in de diagnose en behandeling van psoriasis.

Dosering

De aanbevolen dosis is 160 mg per subcutane injectie (twee injecties van 80 mg) in week 0, gevolgd door 80 mg (één injectie) in de weken 2, 4, 6, 8, 10, en 12, daarna een onderhoudsdosering van 80 mg (één injectie) elke 4 weken.

Overweeg te stoppen met de behandeling bij patiënten die na 16 tot 20 weken behandeling geen respons hebben laten zien. Enkele patiënten die aanvankelijk een gedeeltelijke respons vertonen, kunnen met voortgezette behandeling na 20 weken alsnog een verbetering laten zien.

Ouderen (≥ 65 jaar)

Er is geen dosisaanpassing nodig (zie rubriek 5.2).

Er is beperkte informatie over personen ≥ 75 jaar.

Nier- of leverfunctiestoornis

Taltz is in deze patiëntenpopulatie niet bestudeerd. Er kan geen aanbeveling voor de dosering worden gedaan.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van Taltz bij kinderen en adolescenten van 6 tot 18 jaar zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Er is geen relevante toepassing voor gebruik bij kinderen onder de 6 jaar voor de indicatie van matige tot ernstige plaque psoriasis.

Wijze van toediening

Subcutaan gebruik

Taltz is bedoeld voor subcutane injectie. De injectieplaatsen kunnen worden afgewisseld. Indien mogelijk dienen delen van de huid die psoriasis vertonen, vermeden te worden als injectieplaatsen. De oplossing/de injectiespuit mag niet geschud worden.

Na de juiste training in de subcutane injectietechniek, kunnen patiënten Taltz zelf injecteren als de zorgverlener vaststelt dat dat kan. De arts dient echter een juiste follow-up van patiënten te garanderen. In de patiëntenbijsluiter worden begrijpelijke instructies voor de toediening gegeven.

4.3 Contra-indicaties

Ernstige overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

Actieve infecties van klinische betekenis (bijv. actieve tuberculose, zie rubriek 4.4).

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Infecties

Behandeling met Taltz wordt in verband gebracht met een verhoogd aantal infecties, zoals bovenste luchtweginfectie, orale candidiasis, conjunctivitis en tinea-infecties (zie rubriek 4.8).

Taltz dient voorzichtig gebruikt te worden bij patiënten met een klinisch belangrijke chronische infectie. Als zo’n infectie zich ontwikkelt, houd dan zorgvuldig toezicht en stop met de behandeling met Taltz als de patiënt niet reageert op standaardbehandeling of als de infectie ernstig wordt. Er mag niet opnieuw met de behandeling met Taltz begonnen worden voordat de infectie verdwijnt.

Taltz mag niet gegeven worden aan patiënten met actieve tuberculose (TB). Overweeg bij patiënten met latente TB een anti-TB-behandeling alvorens behandeling met Taltz te beginnen.

Overgevoeligheid

Er zijn ernstige overgevoeligheidsreacties gemeld, waaronder enkele ernstige gevallen van angio- oedeem, urticaria en, zelden, late (10-14 dagen na injectie) ernstige overgevoeligheidsreacties, waaronder uitgebreide urticaria, dyspneu en hoge antilichaamtiters. Als zich een ernstige overgevoeligheidsreactie voordoet, dient toediening van Taltz onmiddellijk gestopt te worden en een passende behandeling gestart te worden.

Inflammatoire darmziekte

Er zijn nieuwe gevallen of exacerbatie van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa gemeld. Bij het voorschrijven van Taltz aan patiënten met inflammatoire darmziekte, waaronder de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa is voorzichtigheid geboden en dienen patiënten nauwkeurig gevolgd te worden.

Vaccinaties

Taltz dient niet gelijktijdig gebruikt te worden met levende vaccins. Er zijn geen data beschikbaar over de respons op levende vaccins; er zijn onvoldoende gegevens over de respons op inactieve vaccins (zie rubriek 5.1).

Hulpstoffen

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis van 80 mg, wat betekent dat het in essentie natriumvrij is.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

De veiligheid van Taltz in combinatie met andere immunomodulatoren of fototherapie is niet beoordeeld.

Er zijn geen formele in vivo geneesmiddelinteractiestudies gedaan. Er is geen rol voor IL-17 in de regulering van CYP450-enzymen gerapporteerd. De vorming van enkele CYP450-enzymen wordt echter onderdrukt door verhoogde spiegels cytokinen bij chronische ontsteking. Daarom kunnen ontstekingsremmende behandelingen, zoals die met de IL-17A-remmer ixekizumab, resulteren in normalisering van CYP450-spiegels met een daarmee gepaard gaande lagere blootstelling aan door CYP450 gemetaboliseerde comedicatie. Een klinisch relevant effect op CYP450-substraten met een nauwe therapeutische index, waarvan de dosis op individuele basis wordt aangepast (bijv. warfarine), kan daarom niet worden uitgesloten. Therapeutische monitoring dient overwogen te worden bij het starten van de therapie met ixekizumab bij patiënten die met dit soort geneesmiddelen worden behandeld.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Vrouwen die zwanger kunnen worden

Tijdens de behandeling en gedurende ten minste 10 weken daarna moeten vrouwen die zwanger kunnen worden een effectieve methode van anticonceptie toepassen.

Zwangerschap

Er is een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van ixekizumab bij zwangere vrouwen. Dieronderzoek duidt niet op directe of indirecte nadelige effecten met betrekking tot zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, partus of postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3). Uit voorzorg heeft het de voorkeur het gebruik van Taltz te vermijden tijdens de zwangerschap.

Borstvoeding

Het is niet bekend of ixekizumab in de moedermelk wordt uitgescheiden of na inname systemisch wordt geabsorbeerd. Ixekizumab wordt echter in geringe mate uitgescheiden in de melk van cynomolgus-apen. Met inachtneming van het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling van de vrouw, dient er een beslissing genomen te worden de borstvoeding te stoppen of te stoppen met Taltz.

Vruchtbaarheid

Het effect van ixekizumab op de vruchtbaarheid bij mensen is niet beoordeeld. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft de vruchtbaarheid. (zie rubriek 5.3).

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Taltz heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen

4.9Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De meest gemelde bijwerkingen waren reacties op de injectieplaats en infecties aan de bovenste luchtwegen (meestal nasofaryngitis).

Tabel met bijwerkingen

Bijwerkingen uit klinische studies (tabel 1) zijn weergegeven naar systeem/orgaanklasse volgens MedDRA. Binnen iedere systeem/orgaanklasse zijn de bijwerkingen gerangschikt op frequentie, met de meest voorkomende bijwerkingen als eerste. Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen vermeld in volgorde van afnemende ernst. Bovendien is voor elke bijwerking de frequentiecategorie gebaseerd op de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000,

< 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1,000); zeer zelden (< 1/10.000).

In totaal werden in klinische ontwikkelingsstudies naar plaque psoriasis 4.204 patiënten behandeld met Taltz. Hiervan werden 2.190 psoriasispatiënten ten minste 1 jaar blootgesteld aan Taltz, hetgeen neerkomt op 3.531 patiëntjaren blootstelling.

Drie placebogecontroleerde fase III-studies naar plaque psoriasis werden samengevoegd om de veiligheid van Taltz te beoordelen in vergelijking met placebo tot 12 weken na start van de behandeling. In totaal werden 3.119 patiënten geëvalueerd (1.161 patiënten op 80 mg elke 4 weken (Q4W), 1.167 patiënten op 80 mg elke 2 weken (Q2W) en 791 patiënten op placebo).

Tabel 1. Lijst met bijwerkingen in klinische studiesa

Systeem/orgaanklasse

 

Taltz

 

Placebo

 

 

 

 

 

 

 

 

Q4W

 

Q2W

 

 

 

(N = 1.161)

 

(N = 1.167)

(N = 791)

 

 

n (%)

 

n (%)

n (%)

Infecties en parasitaire aandoeningen

 

 

 

 

 

Zeer vaak

Bovenste

(13,4)

 

163 (14,0)

101 (12,8)

 

luchtweginfectieb

 

 

 

 

 

Vaak

Tinea-infectie

(0,9)

 

17 (1,5)

1 (0,1)

Soms

Influenza

(0,9)

 

8 (0,7)

 

Rinitis

(0,9)

 

9 (0,8)

 

Orale candidiasisc

2 (0,2)

 

9 (0,8)

 

Conjunctivitis

1 (0,1)

 

8 (0,7)

3 (0,4)

 

Cellulitisd

(0,9)

 

9 (0,8)

2 (0,3)

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

 

 

 

 

 

Soms

Neutropenief

3 (0,3)

 

6 (0,5)

1 (0,1)

 

Trombocytopenief

2 (0,2)

 

2 (0,2)

Ademhalingsstelsel-, borstkast- en mediastinumaandoeningen

 

 

Vaak

Orofaryngeale pijn

(1,7)

 

16 (1,4)

4 (0,5)

Maagdarmstelselaandoeningen

 

 

 

 

 

Vaak

Misselijkheid

(1,3)

 

23 (2,0)

5 (0,6)

Huid- en onderhuidaandoeningen

Soms

Urticaria

6 (0,5)

(0,9)

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

 

 

 

Zeer vaak

Reacties op de

150 (12,9)

(16,8)

26 (3,3)

 

injectieplaatse

 

 

 

 

aPlacebogecontroleerde klinische studies (fase III) bij patiënten met matige tot ernstige plaque psoriasis, blootgesteld aan ixekizumab 80 mg Q2W, ixekizumab 80 mg Q4W of placebo tot 12 weken behandelingsduur.

bBovenste luchtweginfectie waaronder nasofaryngitis en bovenste luchtweginfectie

cOrale candidiasis gedefinieerd als gebeurtenissen met de voorkeurstermen orale candidiasis en orale schimmelinfectie.

dCellulitis waaronder cellulitis door stafylokokken en externe oorcellulitis en erysipelas eReacties op de injectieplaats kwamen vaker voor bij personen met een lichaamsgewicht < 60 kg,

vergeleken met de groep met een lichaamsgewicht ≥ 60 kg (25% versus 14% voor de gecombineerde Q2W- en Q4W-groepen)

fGebaseerd op gerapporteerde bijwerkingen

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Reacties op de injectieplaats

De meest waargenomen reacties op de injectieplaats waren erytheem en pijn. Deze reacties waren voor het merendeel licht tot matig van aard en leidden niet tot stoppen met Taltz.

Infecties

In de placebogecontroleerde periode van de klinische fase III-studies naar plaque psoriasis werden infecties gerapporteerd bij 27,2% van de patiënten tot 12 weken behandeld met Taltz, vergeleken met 22,9% van de patiënten behandeld met placebo.

De meerderheid van de infecties was niet ernstig en licht tot matig van aard, waarvan de meeste niet noodzaakten tot stoppen met de behandeling. Ernstige infecties kwamen voor bij 13 ( 0,6%) patiënten behandeld met Taltz en bij 3 (0,4%) patiënten behandeld met placebo (zie rubriek 4.4). Over de hele behandelperiode werden infecties gerapporteerd bij 52,8% van de patiënten behandeld met Taltz (46,9 per 100 patiëntjaren). Ernstige infecties werden gerapporteerd bij 1,6% van de patiënten behandeld met Taltz (1,5 per 100 patiëntjaren).

Laboratoriumonderzoek van neutropenie en trombocytopenie

9% van de patiënten die Taltz kregen ontwikkelde neutropenie. In de meeste gevallen was het aantal neutrofielen in het bloed ≥ 1.000 cellen/mm3. Een dergelijk niveau van neutropenie kan voortduren, fluctueren of voorbijgaan. 0,1% van de patiënten die Taltz kregen, ontwikkelde een neutrofielenaantal in het bloed < 1.000 cellen /mm3. In het algemeen vereiste neutropenie geen stopzetten van de behandeling met Taltz.

3% van de patiënten blootgesteld aan Taltz kreeg een verandering van een normale baseline trombocytenwaarde naar < 150.000 trombocyten/mm3 tot ≥ 75.000 trombocyten/mm3. Trombocytopenie kan voortduren, fluctueren of voorbijgaan.

Immunogeniciteit

Ongeveer 9–17% van de patiënten behandeld met Taltz in de aanbevolen dosering ontwikkelde antilichamen tegen het geneesmiddel; de meerderheid hiervan betrof lage titers en werd niet in verband gebracht met afgenomen klinische respons tot 60 weken behandeling. Ongeveer1% van de patiënten behandeld met Taltz had echter bevestigde neutraliserende antilichamen geassocieerd met lage concentraties geneesmiddel en afgenomen klinische respons. Een verband tussen immunogeniciteit en bijwerkingen voortkomend uit de behandeling werd niet duidelijk vastgesteld.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden

gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9 Overdosering

Doses tot 180 mg zijn in klinische onderzoeken toegediend zonder dosisbeperkende toxiciteit. Overdoses tot 240 mg, subcutaan, als een enkele toediening in klinische studies, zijn zonder enige ernstige bijwerking gerapporteerd. In geval van overdosering wordt aanbevolen de patiënt te monitoren op elk teken of symptoom van bijwerkingen en onmiddellijk te beginnen met een geschikte symptomatische behandeling.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: immunosuppressiva, interleukineremmers, ATC-code: LO4AC13.

Werkingsmechanisme

Ixekizumab is een IgG4 monoclonaal antilichaam dat met hoge affiniteit (< 3 pM) en specificiteit bindt aan interleukine 17A (zowel IL-17A als IL-17A/F). Verhoogde concentraties van IL-17A zijn in verband gebracht met de pathogenese van psoriasis door bevordering van keratinocytenproliferatie en -activering. Neutralisatie van IL-17A door ixekizumab remt deze werking. Ixekizumab bindt niet aan liganden IL-17B, IL-17C, IL-17D, IL-17E of IL-17F.

In-vitro-bindingsonderzoeken bevestigden dat ixekizumab niet bindt aan humane Fcγ-receptoren I, IIa, en IIIa of aan complementcomponent C1q.

Farmacodynamische effecten

Ixekizumab moduleert biologische responses die worden geïnduceerd of gereguleerd door IL-17A. Gebaseerd op psoriatische huidbioptdata van een fase-I studie, was er een dosisgerelateerde trend te zien zowel in de richting van afgenomen epidermale dikte, aantal prolifererende keratinocyten, T- cellen en dendritische cellen, als ook van reducties in lokale ontstekingsmarkers vanaf de baseline tot dag 43. Als directe consequentie verlaagt behandeling met ixekizumab erytheem, verharding en schilfering die in plaque psoriasis laesies aanwezig zijn.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

De werkzaamheid en veiligheid van Taltz werden onderzocht in drie gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase III-studies bij volwassen patiënten met matige tot ernstige plaque psoriasis die in aanmerking kwamen voor fototherapie of systemische therapie (UNCOVER-1, UNCOVER-2, en UNCOVER-3). De werkzaamheid en veiligheid van Taltz werden ook geëvalueerd versus etanercept (UNCOVER-2 en UNCOVER-3). Patiënten, gerandomiseerd naar Taltz die sPGA- responders (0,1) waren in week 12, werden opnieuw gerandomiseerd om placebo of Taltz te krijgen voor een aanvullende 48 weken (UNCOVER-1 en UNCOVER-2); patiënten gerandomiseerd naar placebo, etanercept of Taltz die geen sPGA-responders (0,1) waren, kregen Taltz tot maximaal

48 weken.

Van de 3.866 patiënten die waren opgenomen in deze drie placebogecontroleerde studies, kreeg 64% eerder systemische therapie (biological, conventioneel systemische of psoraleen en ultraviolet A (PUVA)), 43,5% kreeg eerder fototherapie, 49,3% kreeg eerder conventionele systemische therapie en 26,4% kreeg eerder een biological voor de behandeling van psoriasis. Van alle patiënten kreeg 14,9% ten minste één anti-TNF-alfamiddel en 8,7%een anti-IL-12/IL-23. 23,4% van de patiënten had een voorgeschiedenis van artritis psoriatica bij baseline.

In alle drie de studies, waren de coprimaire eindpunten het aantal patiënten die een PASI 75 respons bereikten en een sPGA van 0 (“gaaf”) or 1 (“minimaal”) respons in week 12 versus placebo. Patiënten in alle behandelgroepen hadden een mediane PASI-score bij baseline die varieerde van 17,4 tot 18,3; 48,3% tot 51,2% van de patiënten had een sPGA-score bij baseline van ernstig of zeer ernstig en de gemiddelde numerieke beoordelingsschaal voor jeuk (Numeric Rating Scale, NRS) bij baseline varieerde van 6,3 tot 7,1.

Klinische respons na 12 weken

In UNCOVER-1 waren 1.296 patiënten opgenomen. Patiënten werden gerandomiseerd (1:1:1) om gedurende 12 weken ofwel placebo, ofwel Taltz te krijgen (80 mg elke twee of vier weken [Q2W of Q4W] na een startdosis van 160 mg).

Tabel 2. Resultaten werkzaamheid na 12 weken in UNCOVER-1

 

 

Aantal patiënten (%)

 

 

Verschil in responsratio t.o.v.

 

 

 

 

placebo (95% BI)

Eindpunten

 

 

 

 

 

 

 

Placebo

Taltz

 

Taltz

 

Taltz

Taltz

 

 

 

 

80 mg Q4W

80 mg Q2W

80 mg Q4W

80 mg Q2W

 

(N = 431)

 

(N = 432)

(N = 433)

 

 

 

 

 

 

sPGA van “0” (gaaf)

14 (3,2)

(76,4)a

(81,8)a

73,1 (68,8; 77,5)

78,5 (74,5; 82,5)

of “1” (minimaal)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

sPGA van “0” (gaaf)

(34,5)a

(37,0)a

34,5 (30,0; 39,0)

37,0 (32,4; 41,5)

 

 

 

 

 

 

 

PASI 75

17 (3,9)

357 (82,6%)a

(89,1)a

78,7 (74,7; 82,7)

85,2 (81,7; 88,7)

 

 

 

 

 

 

 

 

PASI 90

2 (0,5)

(64,6)a

(70,9)a

64,1 (59,6; 68,7)

70,4 (66,1; 74,8)

 

 

 

 

 

 

 

 

PASI 100

(33,6)a

(35,3)a

33,6 (29,1; 38,0)

35,3 (30,8; 39,8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jeuk NRS reductie

58 (15,5)

(80,5)

a

(85,9)

a

65,0 (59,5; 70,4)

70,4 (65,4; 75,5)

≥ 4b

 

 

Afkortingen: N = aantal patiënten in de intent-to-treatpopulatie

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken, werden geteld als non-responders a p < 0,001 vergeleken met placebo

b Patiënten met Jeuk NRS ≥ 4 in de uitgangssituatie: placebo N = 374, Taltz 80 mg Q4W N = 379, Taltz 80 mg Q2W N = 391

In UNCOVER-2 waren 1.224 patiënten opgenomen. Patiënten werden gerandomiseerd (1:2:2:2) om gedurende 12 weken ofwel placebo te krijgen, ofwel Taltz (80 mg elke 2 of 4 weken [Q2W or Q4W] na een startdosis van 160 mg) ofwel etanercept 50 mg tweemaal per week.

Tabel 3.Resultaten werkzaamheid na 12 weken in UNCOVER-2

 

 

Aantal patiënten (%)

 

Verschil in responsratio t.o.v.

 

 

 

placebo (95% BI)

 

 

 

 

 

 

 

Taltz

Taltz

Etanercept

 

 

 

Placebo

50 mg

Taltz

Taltz

Eindpunten

80 mg Q4W

80 mg Q2W

tweemaal per

80 mg Q4W

80 mg Q2W

(N = 168)

 

(N = 347)

(N = 351)

week

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(N = 358)

 

 

sPGA van “0”

 

253 (72,9 )a

292 (83,2 )a

 

70,5 (65,3;

80,8 (76,3;

(gaaf) of “1”

4 (2,4 )

129 (36,0)

(minimaal)

 

 

 

 

75,7)

85,4)

 

 

 

 

 

 

sPGA van “0”

1 (0,6)

112 (32,3)a,b

147 (41,9)a,b

21 (5,9)c

31,7 (26,6;

41,3 (36,0;

(gaaf)

 

 

 

 

36,7)

46,6)

PASI 75

4 (2,4)

269 (77,5)a,b

315 (89,7)a,b

149 (41,36)a

75,1 (70,2;

87,4 (83,4;

 

 

 

 

 

80,1)

91,3)

PASI 90

1 (0,6)

207 (59,7)a,b

248 (70,7)a,b

67 (18,7)a

59,1 (53,8;

70,1 (65,2;

 

 

 

 

 

64,4)

75,0)

PASI 100

1 (0,6)

107 (30,8)a,b

142 (40,5)a,b

19 (5,3)c

30,2 (25,2;

39,9 (34,6;

 

 

 

 

 

35,2)

45,1)

Jeuk NRS

19 (14,1)

225 (76,8)a,b

258 (85,1)a,b

177 (57,8)a

62,7 (55,1;

71,1 (64,0;

reductie ≥ 4d

70,3)

78,2)

 

 

 

 

 

Afkortingen: N = aantal patiënten in de intent-to-treatpopulatie

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken, werden geteld als non-responders

ap < 0,001 vergeleken met placebo

bp < 0,001 vergeleken met etanercept

cp < 0,01 vergeleken met placebo

dPatiënten met Jeuk NRS ≥ 4 in de uitgangssituatie: placebo N = 135, Taltz 80 mg Q4W N = 293,

Taltz 80 mg Q2W N = 303, etanercept N = 306

In UNCOVER-3 waren 1.346 patiënten opgenomen. Patiënten werden gerandomiseerd (1:2:2:2) om gedurende 12 weken ofwel placebo te krijgen, ofwel Taltz (80 mg elke twee of vier weken [Q2W or Q4W] na een startdosis van 160 mg) ofwel etanercept 50 mg tweemaal per week.

Tabel 4.Resultaten werkzaamheid na 12 weken in UNCOVER 3

 

 

Aantal patiënten (%)

 

Verschil in responsratio t.o.v.

 

 

 

placebo (95% BI)

 

 

 

 

 

Eindpunten

 

Taltz

Taltz

Etanercept

Taltz

Taltz

Placebo

50 mg

80 mg Q4W

80 mg Q2W

 

 

80 mg Q4W

80 mg Q2W

tweemaal per

 

 

 

(N = 193)

 

 

 

(N = 386)

(N = 385)

week

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(N = 382)

 

 

sPGA van

 

 

 

 

 

 

“0” (gaaf) of

13 (6,7)

291 (75,4)a,b

310 (80,5)a,b

159 (41,6)a

68,7 (63,1;

73,8 (68,5;

“1”

 

 

 

 

74,2)

79,1)

(minimaal)

 

 

 

 

 

 

sPGA van

139 (36,0)a,b

155 (40,3)a,b

33 (8,6)a

36,0 (31,2;

40,3 (35,4;

“0” (gaaf)

 

 

 

 

40,8)

45,2)

PASI 75

14 (7,3)

325 (84,2)a,b

336 (87,3)a,b

204 (53,4)a

76,9 (71,8;

80,0 (75,1;

 

 

 

 

 

82,1)

85,0)

PASI 90

6 (3,1)

252 (65,3)a,b

262 (68,1)a,b

98 (25,7)a

62,2 (56,8;

64,9 (59,7;

 

 

 

 

 

67,5)

70,2)

PASI 100

135 (35,0)a,b

145 (37,7)a,b

28 (7,3)a

35 (30,2; 39,7)

37,7 (32,8;

 

 

 

 

 

 

42,5)

Jeuk NRS

33 (20,9)

250 (79,9)

a,b

264 (82,5)

a,b

200 (64,1)

a

59,0 (51,2;

61,6 (54,0;

reductie ≥ 4c

 

 

 

66,7)

69,2)

Afkortingen: N = aantal patiënten in de intent-to-treatpopulatie

 

 

 

 

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken, werden geteld als non-responders

 

 

ap < 0,001 vergeleken met placebo

bp < 0,001 vergeleken met etanercept

cPatiënten met Jeuk NRS ≥ 4 in de uitgangssituatie: placebo N = 158, Taltz 80 mg Q4W N = 313, Taltz 80 mg Q2W N = 320, etanercept N = 312

Taltz werd in verband gebracht met een snel intredende werkzaamheid met > 50% reductie in gemiddelde PASI in week 2 (figuur 1). Het percentage patiënten dat PASI 75 bereikte was al in week 1 significant hoger voor Taltz vergeleken met placebo en etanercept. Ongeveer 25% van de patiënten behandeld met Taltz bereikte een PASI-score < 5 in week 2, meer dan 55% bereikte de PASI-score < 5 in week 4, en dit nam toe tot 85% in week 12 (vergeleken met 3%, 14% en 50% voor etanercept). Bij patiënten behandeld met Taltz werden significante verbeteringen in ernst van jeuk gezien in week 1.

Figuur 1. PASI-score, percentuele verbetering bij ieder bezoek na de baseline (mBOCF)in de intent-to-treatpopulatie tijdens periode van inductiedosering – UNCOVER-2 en UNCOVER-3

De werkzaamheid en veiligheid van Taltz werden aangetoond onafhankelijk van leeftijd, geslacht, ras, lichaamsgewicht, ernst van PASI bij baseline, locatie van de plaques, gelijktijdig voorkomende artritis psoriatica en voorgaande behandeling met een biological. Taltz was effectief bij patiënten naïef voor systemische therapie, naïef voor biologicals, aan biologicals/anti-TNF blootgestelde patiënten en bij patiënten bij wie sprake was van falen van biologicals/anti-TNF-behandeling.

Werkzaamheid bij non-responders op etanercept: voor patiënten geïdentificeerd als een non-responder voor sPGA (0,1) op etanercept in week 12 in UNCOVER-2 (N = 200) en die werden overgezet op Taltz 80 mg Q4W na een wash-outperiode van 4 weken, was respectievelijk 73% en 83,5% van de patiënten in staat een sPGA (0,1) en PASI 75 te bereiken na 12 weken behandeling met Taltz.

In de 2 klinische studies die een actieve comparator bevatten (UNCOVER-2 en UNCOVER-3), was het percentage van ernstige bijwerkingen 1,9% voor zowel etanercept als voor Taltz, en het percentage

van stoppen vanwege bijwerkingen was 1,2% voor etanercept en 2,0% voor Taltz. Het percentage van infecties was 21,5% voor etanercept en 26,0% voor Taltz, waarbij de meerderheid van de bijwerkingen licht tot matig van aard was. Het percentage van ernstige infecties was 0,4% voor etanercept en 0,5% voor Taltz.

Behoud van de respons in week 60

Patiënten die in UNCOVER-1 en UNCOVER-2 aanvankelijk gerandomiseerd waren naar Taltz en die responders waren in week 12 (d.w.z. sPGA-score van 0,1), werden opnieuw gerandomiseerd naar een additionele 48 weken behandeling met een van de volgende behandelingsregimes: placebo, of Taltz (80 mg elke 4 of 12 weken [Q4W of Q12W]).

Tabel 5. Behoud van respons en werkzaamheid in week 60 (studies UNCOVER-1 en UNCOVER-2)

 

 

Aantal patiënten (%)

 

Verschil in responsratio

 

 

 

t.o.v. placebo (95% BI)

 

 

 

 

 

Eindpunten

 

 

 

 

 

 

80 mg Q4W

80 mg Q2W

80 mg Q4W

80 mg Q2W

80 mg Q4W

80 mg Q2W

 

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

(inductie) /

 

placebo

placebo

80 mg Q4W

80 mg Q4W

80 mg Q4W

80 mg Q4W

 

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

(onderhoud)

 

(N=191)

(N=211)

(N=195)

(N=211)

 

 

Behielden

 

 

 

 

62,4 (55,1;

70,7 (64,2;

sPGA van

 

 

134 (68,7)a

173 (78,3)a

69,8)

77,2)

“0” (gaaf)

12 (6,3)

16 (7,6)

 

 

of “1”

 

 

 

 

 

 

(minimaal)

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

47,7 (40,4;

56,0 (49,1;

of

 

 

96 (49,2)a

130 (58,8)a

54,9)

62,8)

bereikten

3 (1,6)

6 (2,8)

 

 

sPGA 0

 

 

 

 

 

 

(gaaf)

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

66,5 (59,3;

74,3 (68,0;

of

15 (7,9)

19 (9,0)

145 (74,4)a

184 (83,3)a

73,7)

80,5)

 

 

bereikten

 

 

 

 

 

 

PASI 75

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

62,0 (54,7;

71,7 (65,4;

of

9 (4,7)

10 (4,7)

130 (66,7)a

169 (76,5)a

69,2)

78,0)

 

 

bereikten

 

 

 

 

 

 

PASI 90

 

 

 

 

 

 

Behielden

 

 

 

 

48,2 (40,9;

54,6 (47,7;

of

3 (1,6)

6 (2,8)

97 (49,7)a

127 (57,5)a

55,4)

61,5)

 

 

bereikten

 

 

 

 

 

 

PASI 100

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: N = aantal patiënten in de analysepopulatie

N.B.: patiënten van wie gegevens ontbraken werden geteld als non-responders a p < 0,001 vergeleken met placebo

Taltz was effectief wat betreft het behoud van respons bij patiënten naïef voor systemische therapie, biological-naïeve patiënten, aan biological/anti-TNF-blootgestelde patiënten en bij patiënten bij wie sprake was van falen van biologicals/anti-TNF.

Voor sPGA-responders (0,1) in week 12, opnieuw gerandomiseerd naar stoppen met behandeling (d.w.z. placebo), was de mediane tijd tot terugval (sPGA ≥ 3) 164 dagen in de geïntegreerde

UNCOVER-1- en UNCOVER-2-studies. Van deze patiënten bereikte 71,5% opnieuw ten minste een sPGA (0,1) respons binnen 12 weken na herstarten van de behandeling met Taltz 80 mg Q4W.

Significant grotere verbeteringen werden aangetoond in week 12 vanaf baseline vergeleken met placebo en etanercept bij nagelpsoriasis (gemeten met de Nail Psoriasis Severity Index [NAPSI]), bij psoriasis capitis (gemeten met de Psoriasis Scalp Severity Index [PSSI]) en bij palmoplantaire psoriasis (gemeten met de Psoriasis Palmoplantar Severity Index [PPASI]). Deze verbeteringen van nagelpsoriasis, psoriasis capitis en palmoplantaire psoriasis hielden aan tot week 60 bij patiënten behandeld met Taltz die sPGA-responders (0,1) waren in week 12.

Kwaliteit van leven/patiënt-gerapporteerde uitkomsten

In week 12 en in alle studies ging Taltz gepaard met statistisch significante verbetering van gezondheidgerelateerde kwaliteit van leven zoals vastgesteld door de gemiddelde afname ten opzichte van baseline in de Dermatology Life Quality Index (DLQI) (Taltz 80 mg Q2W -10,2 tot -11,1, Taltz 80 mg Q4W -9,4 tot -10,7, etanercept -7,7 tot -8,0 en placebo -1,0 tot -2,0). Een significant groter deel van de patiënten behandeld met Taltz bereikte een DLQI van 0 of 1. In alle studies ging Taltz gepaard met een statistisch significante verbetering van ernst van jeuk zoals vastgesteld met de Jeuk NRS- score. Een significant groter deel van de patiënten behandeld met Taltz bereikte een reductie van de Jeuk NRS ≥ 4 punten in week 12 (84,6% voor Taltz Q2W, 79,2% voor Taltz Q4W en 16,5% voor placebo) en het profijt bleef aanhouden tot week 60 bij patiënten behandeld met Taltz, die sPGA- responders (0 of 1) waren in week 12. Er was geen enkel teken van verslechtering van depressie tot week 60 van de behandeling met Taltz zoals vastgesteld door het Quick Inventory of Depressive Symptomatology Self Report.

Vaccinaties

In een studie bij gezonde personen werd geen veiligheidsprobleem geïdentificeerd bij twee geïnactiveerde vaccins (tetanus en pneumokokken), gekregen na twee doses ixekizumab (160 mg gevolgd door een tweede dosis van 80 mg twee weken later). De gegevens over vaccinatie waren echter onvoldoende om een conclusie te trekken over een adequate immuunrespons op deze vaccins na toediening van Taltz.

Pediatrische patiënten

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Taltz in een of meerdere subgroepen van pediatrische patiënten met plaque psoriasis (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Na een enkelvoudige subcutane dosis ixekizumab bij patiënten met psoriasis, werden over een doseringsbereik van 5 tot 160 mg gemiddelde piekconcentraties bereikt binnen 4 tot 7 dagen. De gemiddelde (SD) maximale plasmaconcentratie (Cmax) van ixekizumab, na de startdosis van 160 mg, was 19,9 (8,15) µg/ml.

Na de startdosis van 160 mg werd met het 80 mg Q2W toedieningsschema steady state bereikt in

week 8. Gemiddelde (SD) schattingen van Cmax,ss, en Cdal,ss zijn 21,5 (9,16) µg/ml, en 5,23 (3,19) µg/ml.

Na de overstap van het toedieningsschema met 80 mg Q2W naar het toedieningsschema met

80 mg Q4W in week 12, zou steady state bereikt worden na ongeveer 10 weken. Gemiddelde (SD) schattingen van Cmax,ss, en Cdal,ss zijn 14,6 (6,04) µg/ml, en 1,87 (1,30) µg/ml.

De gemiddelde biologische beschikbaarheid van ixekizumab na subcutane toediening was 54% tot 90% in alle analyses.

Distributie

In populatiefarmacokinetische analyses was het gemiddelde totale distributievolume bij steady state 7,11 l.

Biotransformatie

Ixekizumab is een monoclonaal antilichaam en ontleedt naar verwachting op dezelfde manier als endogeen immunoglobuline via katabolisme in kleine peptiden en aminozuren.

Eliminatie

In de populatiefarmacokinetische analyse was de gemiddelde serumklaring 0,0161 l/uur. Klaring is onafhankelijk van de dosis. De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd, zoals geschat aan de hand van populatiefarmacokinetische analyse, is 13 dagen bij patiënten met plaque psoriasis.

Lineariteit/non-lineariteit

De blootstelling (AUC) nam proportioneel toe over een doseringsbereik van 5 tot 160 mg toegediend als een subcutane injectie.

Ouderen

Van de 4.204 patiënten met plaque psoriasis, in klinische studies blootgesteld aan Taltz, waren er in totaal 301 65 jaar of ouder en 36 patiënten waren 75 jaar of ouder. Gebaseerd op populatiefarmacokinetische analyse met een beperkt aantal oudere patiënten (n = 94 voor een leeftijd van ≥ 65 jaar en n = 12 voor een leeftijd van ≥ 75 jaar), is de klaring bij oudere patiënten en patiënten jonger dan 65 jaar gelijk.

Nier- of leverfunctiestoornis

Er zijn geen specifieke klinische farmacologische studies gedaan om het effect van nier- en leverfunctiestoornis op de farmacokinetiek van ixekizumab te beoordelen. Uitscheiding via de nieren van intact ixekizumab, een IgG MAb, is naar verwachting laag en van ondergeschikt belang; ook worden IgG MAb’s voornamelijk geëlimineerd via intracellulair katabolisme en beïnvloedt leverfunctiestoornis naar verwachting de klaring van ixekizumab niet.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens van cynomolgus-apen duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.

Toediening van ixekizumab aan cynomolgus-apen gedurende 39 weken in subcutane doses tot 50 mg/kg per week veroorzaakte geen toxiciteit aan de organen of ongewenste effecten op de immuunfunctie (bijv. T-celafhankelijke antilichaamrespons en NK-celactiviteit). Een wekelijkse subcutane dosis van 50 mg/kg aan apen is ongeveer 19 keer de 160 mg startdosis van Taltz en resulteert bij apen in een blootstelling (AUC) die ten minste 61 maal hoger is dan de voorspelde

gemiddelde steady-state-blootstelling bij mensen, toegediend in het aanbevolen toedieningsschema.

Niet-klinische studies om de carcinogene of mutagene potentie van ixekizumab te beoordelen, zijn niet uitgevoerd.

Er zijn geen effecten op geslachtsorganen, menstruele cycli of op sperma waargenomen bij seksueel rijpe cynomolgus-apen die gedurende 13 weken ixekizumab kregen in een wekelijkse subcutane dosis van 50 mg/kg.

In ontwikkelingstoxiciteitsstudies is aangetoond dat ixekizumab de placenta passeert en aanwezig is in het bloed van nakomelingen tot een leeftijd van 6 maanden. Een hogere incidentie van postnatale mortaliteit kwam voor bij het nageslacht van apen aan wie ixekizumab was gegeven vergeleken met een gelijksoortige controlegroep. Dit was primair gerelateerd aan vroege geboorte of verwaarlozing van het nageslacht door de moeder, algemene bevindingen bij niet-humane primaatstudies en wordt beschouwd als klinisch irrelevant.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Natriumcitraat

Citroenzuur, watervrij

Natriumchloride

Polysorbaat 80

Water voor injecties

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

2 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2 ºC – 8 ºC).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Taltz kan tot 5 dagen ongekoeld bewaard worden bij een temperatuur beneden 30 ºC.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

1 ml oplossing in een heldere type I-glazen injectiespuit. De injectiespuit is gevat in een wegwerppen met een enkele dosis. Verpakkingen van 1, 2, of 3 voorgevulde pennen. Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Instructies voor gebruik

De instructies voor het gebruik van de pen, bijgesloten in de bijsluiter, moeten nauwgezet worden opgevolgd.

.

De voorgevulde pen is alleen voor eenmalig gebruik.

Taltz mag niet worden gebruikt als er deeltjes in te zien zijn of als de oplossing troebel is en/of duidelijk bruin gekleurd.

Taltz dat bevroren is geweest, mag niet worden gebruikt.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Eli Lilly Nederland BV, Papendorpseweg 83, 3528 BJ Utrecht, Nederland.

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/15/1085/001

EU/1/15/1085/002

EU/1/15/1085/003

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 25 april 2016

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld