Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Tasmar (tolcapone) – Samenvatting van de productkenmerken - N04BX01

Updated on site: 10-Oct-2017

Naam van geneesmiddelTasmar
ATC codeN04BX01
Werkzame stoftolcapone
ProducentMeda AB

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Tasmar 100 mg filmomhulde tabletten

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke filmomhulde tablet bevat 100 mg tolcapon.

Hulpstof met bekend effect: iedere tablet bevat 7,5 mg lactose.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Bleke tot lichtgele, zeshoekige, biconvexe filmomhulde tablet. Een zijde is voorzien van de indruk “TASMAR” en “100”.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Tasmar is in combinatie met levodopa/benserazide of levodopa/carbidopa geïndiceerd voor gebruik bij patiënten met levodopa-responsieve idiopathische ziekte van Parkinson en motorische fluctuaties, die niet reageerden op of intolerant zijn voor andere catechol-O-methyltransferase (COMT) remmers (zie rubriek 5.1). Vanwege het risico van mogelijk fatale acute leverbeschadiging, dient Tasmar niet overwogen te worden als eerste stap ter aanvulling van levodopa/benserazide of levodopa/carbidopa (zie rubrieken 4.4 en 4.8). Indien er geen substantiёle klinische verbetering wordt gezien binnen 3 weken na starten met de behandeling, dient Tasmar gestaakt te worden.

Aangezien Tasmar alleen in combinatie met levodopa/benserazide en levodopa/carbidopa gebruikt dient te worden, is de informatie over het voorschrijven van deze levodopapreparaten ook van toepassing voor het gelijktijdig gebruik van Tasmar.

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering

Pediatrische populatie

Tasmar wordt niet aanbevolen voor gebruik door kinderen jonger dan 18 jaar wegens onvoldoende gegevens over de veiligheid en werkzaamheid. Er is geen relevante indicatie voor Tasmar bij kinderen en adolescenten.

Ouderen

Bij ouderen is geen dosisaanpassing van Tasmar nodig.

Patiënten met een verminderde leverfunctie (zie rubriek 4.3)

Tasmar is gecontra-indiceerd bij patiënten met leverziekte of verhoogde leverenzymen.

Patiënten met een verminderde nierfunctie (zie rubriek 5.2)

Bij patiënten met een lichte tot matige nierfinsufficiëntie (creatinineklaring 30 ml/min) is geen dosisaanpassing van Tasmar nodig. Patiënten met ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring <30 ml/min) dienen met voorzichtigheid te worden behandeld. Er is geen informatie beschikbaar over de tolerantie van tolcapon in deze populaties (zie rubriek 5.2).

Wijze van toediening

Het toedienen van Tasmar is beperkt tot het voorschrijven en supervisie door artsen met ervaring in de behandeling van gevorderde ziekte van Parkinson.

Tasmar wordt driemaal daags oraal toegediend.

Tasmar kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

Tasmar tabletten zijn filmomhuld en moeten in hun geheel worden ingenomen omdat tolcapon een bittere smaak heeft.

Tasmar kan met alle farmaceutische vormen van levodopa/benserazide en levodopa/carbidopa worden gecombineerd (zie ook rubriek 4.5).

De eerste dosis Tasmar van de dag dient samen te worden ingenomen met de eerste dagdosering van het levodopapreparaat en de volgende doses dienen ongeveer 6 en 12 uur later te worden gegeven. Tasmar kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

De aanbevolen dosering van Tasmar is driemaal daags 100 mg, altijd als een toevoeging aan levodopa/beserazide of levodopa/carbidopa therapie. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als de te verwachten stapsgewijze klinische verbetering het toegenomen risico op leverreacties rechtvaardigt, zou de therapie verhoogd kunnen worden naar 3 maal daags 200 mg. (zie rubrieken 4.4 en 4.8). Indien binnen de 3 weken na de start van de behandeling geen substantiële klinische verbetering optreedt, dient Tasmar gestaakt te worden (ongeacht de dosis). De maximale therapeutische dosering van driemaal daags 200 mg mag niet overschreden worden aangezien er geen bewijs bestaat voor additionele effectiviteit bij hogere doses.

De leverfunctie dient gecontroleerd te worden voorafgaande aan de start van de behandeling met Tasmar en vervolgens gecontroleerd, elke 2 weken gedurende het eerste jaar van de behandeling, elke 4 weken gedurende de volgende 6 maanden en elke 8 weken daarna. Als de dosis wordt verhoogd tot 3 maal daags 200 mg, dient de leverenzymmonitoring plaats te vinden voorafgaande aan de verhoging van de dosis en vervolgens opnieuw geïnitieerd te worden volgens bovengenoemde sequentie van frequenties. (zie rubrieken 4.4 en 4.8).

De behandeling met Tasmar dient eveneens gestaakt te worden indien de ALT (alanine aminotransferase) en/of AST (aspartaat aminotransferase) de bovenlimiet van de normaalwaarde overstijgt of indien er zich symptomen of tekenen van leverfalen ontwikkelen (zie rubriek 4.4).

Levodopa-aanpassingen tijdens de Tasmar behandeling:

Omdat Tasmar de afbraak van levodopa in het lichaam vermindert, kunnen er bijwerkingen optreden ten gevolge van toegenomen levodopaconcentraties bij het begin van de Tasmar behandeling. In klinisch onderzoek was een verlaging van de dagelijkse levodopadosis nodig bij meer dan 70% van de patiënten die dagelijks meer dan 600 mg levodopa gebruikten, of bij patiënten met matige of ernstige dyskinesie voorafgaande aan het begin van de behandeling.

Bij patiënten, bij wie een verlaging van de levodopadosis was vereist, was de gemiddelde verlaging ongeveer 30% van de dagelijkse levodopadosis. Bij het starten met Tasmar, dienen alle patiёnten geïnformeerd te zijn aangaande de symptomen van te veel levodopa en wat te doen als dit zich voordoet.

Levodopa-aanpassingen als Tasmar wordt gestaakt:

De volgende suggesties zijn gebaseerd op farmacologische overwegingen en zijn niet geёvalueerd in klinisch onderzoek. De levodopadosis dient niet verminderd te worden als de Tasmar therapie wordt gestaakt wegens bijwerkingen gerelateerd aan te veel levodopa. Echter, als de Tasmar therapie wordt gestaakt wegens andere redenen dan te veel levodopa, zou de levodopa dosis mogelijk verhoogd moeten worden tot het niveau gelijk of groter aan dat van voor het begin van de Tasmar therapie, in het bijzonder wanneer de patiёnt grote levodopareducties ondergaan heeft bij de start van Tasmar. In alle gevallen, dienen patiёnten voorgelicht te worden ten aanzien van de symptomen van te weinig

levodopa en wat te doen als het zich voordoet. Levodopa aanpassingen zijn meest waarschijnlijk vereist binnen 1-2 dagen na staken van Tasmar.

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen

Bewijs van leverziekte of verhoogde leverenzymen

Ernstige dyskinesie

Eerder doorgemaakte Maligne Antipsychoticasyndroom (MAS) Symptomen Complex en/of niet-traumatische rhabdomyolyse of hyperthermie

Feochromocytoom

Behandeling met niet-selectieve mono amino oxidase (MAO) remmers

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Tasmar therapie dient alleen geïnitieerd te worden door artsen met ervaring op het gebied van de behandeling van gevorderde ziekte van Parkinson om een passende risico-baten analyse te waarborgen. Tasmar dient niet voorgeschreven te worden totdat er een complete informatieve discussie aangaande de risico’s heeft plaatsgevonden met de patiënt.

Tasmar dient gestaakt te worden als er geen substantiёle klinische verbetering gezien wordt binnen 3 weken na starten met de therapie ongeacht de dosis.

Leverbeschadiging:

Vanwege het risico op zeldzame maar potentieel fatale acute leverbeschadiging is Tasmar alleen geïndiceerd voor het gebruik bij patiёnten met levodopa-responsieve idiopatische ziekte van Parkinson en motorische fluctuaties die niet reageerden op of intolerant waren voor andere COMT- remmers. Periodieke controle van leverenzymen kan het voorkomen van fulminante hepatitis niet betrouwbaar voorspellen. Men gelooft echter algemeen dat een vroege detectie van door medicatie veroorzaakte leverbeschadiging samen met het onmiddellijk stoppen van de verdachte medicatie de kans op herstel vergroot. Leverbeschadiging kwam het meest voor tussen 1 maand en 6 maanden na de start van de behandeling met Tasmar. Daarnaast is hepatitis, optredend na ongeveer 18 maanden behandeling, zelden gerapporteerd. Het dient ook opgemerkt te worden dat vrouwelijke patiënten een hoger risico kunnen hebben op leverbeschadiging (zie rubriek 4.8).

Voor het starten van de behandeling: als de leverfunctietesten abnormaal zijn of als er tekenen zijn van verminderde leverfunctie, dient Tasmar niet te worden voorgeschreven. Als Tasmar voorgeschreven gaat worden, dient de patiënt geïnformeerd te worden over de tekenen en de symptomen die kunnen wijzen op leverbeschadiging, en de dokter onmiddellijk te informeren.

Tijdens de behandeling: De leverfunctie dient elke 2 weken gecontroleerd te worden gedurende het eerste jaar van de behandeling, elke 4 weken gedurende de volgende 6 maanden en daarna elke 8 weken. Als de dosis wordt verhoogd tot 3 maal daags 200 mg, dient de leverenzym- monitoring plaats te vinden voorafgaande aan de verhoging van de dosis en vervolgens opnieuw geïnitieerd te worden volgens bovenstaande sequentie van frequenties. De behandeling dient onmiddellijk gestaakt te worden als de ALT en/of de AST 1 x de bovenlimiet van de normaalwaarde (ULN) overstijgt of als er zich symptomen of tekenen van leverfalen ontwikkelen (aanhoudende misselijkheid, vermoeidheid, lethargie, anorexie, geelzucht, donkere urine, pruritus en pijn in het rechter bovenkwadrant).

Als de behandeling is gestaakt: Patiёnten die blijkgeven van acute leverbeschadiging tijdens Tasmar gebruik en waarbij het geneesmiddel wordt gestopt, hebben mogelijk een verhoogd risico op leverbeschadiging als Tasmar opnieuw gegeven wordt. Hierdoor dienen dergelijke patiёnten gewoonlijk niet in aanmerking te komen voor herbehandeling.

Maligne Antipsychoticasyndroom (MAS):

Bij Parkinson-patiënten lijkt MAS voor te komen wanneer dopaminerge- verhogende geneesmiddelen worden onderbroken of gestopt. Indien symptomen voorkomen na het stoppen van Tasmar, dienen artsen daarom te overwegen de levodopadosis van de patiënt te verhogen (zie rubriek 4.2).

Geïsoleerde gevallen, overeenkomend met MAS, zijn in verband gebracht met de behandeling met Tasmar. Symptomen beginnen gewoonlijk tijdens de Tasmarbehandeling of kort na het stoppen van Tasmar. MAS wordt gekenmerkt door motorische symptomen (stijfheid, myoclonus en tremor), mentale statusveranderingen (agitatie, verwardheid, stupor en coma) verhoogde temperatuur, ontregeling van het autonome zenuwstelsel (labiele bloeddruk, tachycardie) en verhoogde serum creatine fosfokinase (CPK) hetgeen het gevolg zou kunnen zijn van myolyse. Een diagnose van MAS dient overwogen te worden zelfs als niet alle van bovengenoemde bevindingen aanwezig zijn. Bij een dergelijke diagnose dient Tasmar onmiddellijk te worden gestaakt en de patiënt nauwgezet te worden gevolgd.

Voorafgaande aan de behandeling: Ter verkleining van het risico van MAS, dient aan patiënten met ernstige dyskinesie of een voorgeschiedenis van MAS waaronder rhabdomyolyse of hyperthermie geen Tasmar voorgeschreven te worden (zie rubriek 4.3). Patiënten die een veelvoud aan geneesmiddelen ontvangen die verschillende systemen van het centrale zenuwstelsel (CZS) beïnvloeden in de hersenen (b.v. antidepressiva, neuroleptica, anticholinergica) zouden een hoger risico kunnen lopen om MAS te ontwikkelen.

Stoornissen in de impulsbeheersing: Patiënten moeten regelmatig worden gecontroleerd op de ontwikkeling van stoornissen in de impulsbeheersing. Patiënten en verzorgers dienen erop te worden gewezen dat bij patiënten die werden behandeld met dopamine-agonisten en/of dopaminerge behandelingen zoals Tasmar in combinatie met levodopa gedragssymptomen van stoornissen in de impulsbeheersing kunnen optreden waaronder pathologisch gokken, toegenomen libido, hyperseksualiteit, compulsieve uitgaven of aankopen, eetaanvallen en dwangmatig eten. Als deze symptomen zich ontwikkelen, wordt heroverweging van de behandeling aanbevolen.

Dyskinesie, misselijkheid en andere met levodopa samenhangende bijwerkingen: Er kan een toename optreden van met levodopa samenhangende bijwerkingen. Deze bijwerkingen kunnen dikwijls afgezwakt worden door het verlagen van de levodopa-dosis (zie rubriek 4.2).

Diarree: In klinische studies ontwikkelde zich bij 16% en 18% van de patiënten, die respectievelijk driemaal daags 100 mg en 200 mg Tasmar kregen, diarree, vergeleken bij 8% van de patiënten die een placebo kregen. De met Tasmar samenhangende diarree begon meestal 2 tot 4 maanden na het begin van de therapie. Diarree leidde bij 5% en 6% van de patienten, die respectievelijk 100 en 200 mg Tasmar kregen toegediend, tot stoppen van de therapie, vergeleken met 1% van de placebo-patiënten.

Interactie met benserazide: Tengevolge van de interactie tussen een hoge dosis benserazide en tolcapon (resulterend in verhoogde spiegels van benserazide), dient de voorschrijver, totdat meer ervaring is verkregen, te letten op dosisgerelateerde bijwerkingen (zie rubriek 4.5).

MAO-remmers: Tasmar dient niet te worden toegediend in combinatie met niet-selectieve monoamino-oxydase (MAO)-remmers (b.v. fenelzine en tranylcypromine). De combinatie van MAO- A- en MAO-B remmers komt overeen met niet-selectieve MAO-remming en daarom dienen ze niet tezamen te worden gegeven met Tasmar en levodopapreparaten (zie ook rubriek 4.5). Selectieve MAO-B-remmers dienen niet in hogere dan de aanbevolen doses te worden gebruikt (b.v. selegiline 10 mg/dag), wanneer ze gelijktijdig met Tasmar worden toegediend

Warfarine: Aangezien de klinische informatie beperkt is wat betreft de combinatie van warfarine en tolcapon, dienen de coagulatieparameters te worden gecontroleerd wanneer deze geneesmiddelen samen worden toegediend.

Speciale bevolkingsgroepen: Patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring <30 ml/min) dienen met voorzichtigheid behandeld te worden. Er zijn geen gegevens over de verdraagbaarheid van tolcapon bij deze bevolkingsgroep beschikbaar (zie rubriek 5.2).

Lactose-intolerantie: Tasmar bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke problemen van galactose-intolerantie, de Lapp lactase deficiëntie of het glucose-galactose malabsorptiesyndroom dienen dit geneesmiddel niet in te nemen.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Het is bekend dat Tasmar, als een COMT-remmer, de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediend levodopa verhoogt. De hierop volgende verhoging in dopaminerge stimulatie kan leiden tot dopaminerge bijwerkingen waargenomen na behandeling met COMT-remmers. De meest voorkomende hiervan zijn: verhoogde dyskinesie, misselijkheid, braken, buikpijn, syncope, orthostatische klachten, obstipatie, slaapstoornissen, slapeloosheid, hallucinatie.

Levodopa werd geassocieerd met slaperigheid en episodes van plotselinge slaap. Plotselinge slaap gedurende dagelijkse bezigheden, in bepaalde gevallen zonder besef ervan of zonder voorafgaande tekenen, werd zeer zelden gerapporteerd. Patiënten dienen hierover te worden geïnformeerd en aangeraden voorzichtig te zijn bij het rijden of bij het gebruik van machines gedurende de levodopa behandeling. Patiënten die slaperigheid en/of een episode van plotselinge slaap hebben ondervonden dienen niet te rijden en geen machines te gebruiken (zie rubriek 4.7). Verder kan een vermindering van de levodopadosis of het staken van de behandeling worden overwogen.

Geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door catechol-O-methyltransferase (COMT): Tolcapon zou de farmacokinetiek van geneesmiddelen, die worden gemetaboliseerd door COMT, kunnen beïnvloeden. Er zijn geen effecten waargenomen op de farmacokinetiek van het COMT-substraat carbidopa. Een interactie werd waargenomen met benserazide, wat kan leiden tot verhoogde spiegels van benserazide en de actieve metaboliet daarvan. De grootte van het effect was afhankelijk van de dosis benserazide. De plasmaconcentraties van benserazide, die werden waargenomen na co- medicatie van tolcapon en benserazide-25 mg/levodopa, bevonden zich nog binnen de waarden, die worden waargenomen bij levodopa/benserazide alleen. Anderzijds, na co-medicatie van tolcapon en benserazide-50 mg/ levodopa, konden de plasmaspiegels van benserazide toenemen tot boven de spiegels, die gewoonlijk worden waargenomen bij levodopa/benserazide alleen. Het effect van tolcapon op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door COMT, zoals alfa- methyldopa, dobutamine, apomorfine, adrenaline en isoprenaline, is niet bepaald. De voorschrijver dient te letten op bijwerkingen, die veroorzaakt worden door veronderstelde verhoogde plasmaspiegels van deze geneesmiddelen wanneer ze gecombineerd worden met Tasmar.

Effect van tolcapon op het metabolisme van andere geneesmiddelen: Omdat tolcapon in vitro affiniteit vertoont voor cytochroom CYP2C9, zou het kunnen interfereren met geneesmiddelen, waarvan de klaring afhankelijk is van deze metabole route zoals tolbutamide en warfarine. In een interactiestudie veranderde tolcapon de farmacokinetiek van tolbutamide niet. Daarom lijkt een klinisch relevante interactie met betrekking tot cytochroom CYP2C9 onwaarschijnlijk.

Omdat de klinische ervaring ten aanzien van de combinatie van warfarine en tolcapon beperkt is, dienen de stollingsparameters gecontroleerd te worden in geval van co-medicatie van deze middelen.

Geneesmiddelen die catecholaminen verhogen: Omdat tolcapon interfereert met het metabolisme van catecholaminen, is theoretisch interactie mogelijk met andere geneesmiddelen die een effect hebben op catecholaminespiegels.

Wanneer Tasmar werd toegediend in combinatie met levodopa/carbidopa en desipramine, trad er geen significante verandering op in de bloeddruk, de hartfrequentie en de plasmaconcentraties van desipramine. In het algemeen nam de frequentie van bijwerkingen iets toe. Deze bijwerkingen waren voorspelbaar op grond van de bekende bijwerkingen van elk van deze drie middelen afzonderlijk.

Voorzichtigheid is daarom geboden wanneer krachtige noradrenaline-heropname-remmers, zoals desipramine, maprotiline of venlafaxine, worden toegediend aan patiënten met de ziekte van Parkinson die reeds behandeld worden met Tasmar en levodopa-preparaten.

In klinische studies rapporteerden patiënten, die een combinatie van Tasmar en een levodopa- preparaat kregen toegediend, dezelfde bijwerkingen, onafhankelijk van het feit of ze al dan niet tegelijkertijd selegiline (een MAO-B-remmer) kregen.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn niet voldoende gegevens over het gebruik van tolcapon bij zwangere vrouwen. Daarom dient Tasmar tijdens de zwangerschap uitsluitend gebruikt te worden als de potentiële voordelen opwegen tegen het potentiële risico voor de foetus.

Borstvoeding

In dierstudies bleek dat tolcapon werd uitgescheiden in de moedermelk.

Het is niet bekend of tolcapon veilig is voor zuigelingen; vrouwen dienen daarom geen borstvoeding te geven als ze behandeld worden met Tasmar.

Vruchtbaarheid

Bij ratten en konijnen werd embryo-/foetotoxiciteit waargenomen na tolcapontoediening (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico bij de mens is niet bekend.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen

Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten van Tasmar op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

Het is uit het klinisch onderzoek niet gebleken dat Tasmar een negatieve invloed heeft op de rijvaardigheid of het vermogen om machines te gebruiken. De patiënten dienen er echter op geattendeerd te worden dat de symptomen van hun ziekte van Parkinson de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken nadelig kan beïnvloeden.

Het is bekend dat Tasmar, als een COMT-remmer, de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediend levodopa verhoogt. De hierop volgende verhoging in dopaminerge stimulatie kan leiden tot dopaminerge bijwerkingen waargenomen na behandeling met COMT-remmers. Patiënten die worden behandeld met levodopa en die slaperigheid en/of episodes van plotselinge slaap vertonen, dienen geïnformeerd te worden niet te rijden of geen activiteiten uit te voeren waarbij een verminderde waakzaamheid henzelf of anderen in gevaar kan brengen voor ernstige letsels of dood (bv. gebruik van machines) tot dergelijke terugkerende episodes alsook de slaperigheid verdwenen zijn (zie ook rubriek 4.4).

4.8Bijwerkingen

De meest voorkomende waargenomen bijwerkingen in samenhang met het gebruik van Tasmar en meer voorkomend dan bij het gebruik van placebo worden weergegeven in onderstaande tabel. Het is echter bekend dat Tasmar, als een COMT-remmer, de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediend levodopa verhoogt. De hierop volgende verhoging in dopaminerge stimulatie kan leiden tot dopaminerge bijwerkingen waargenomen na behandeling met COMT-remmers. De meest voorkomende hiervan zijn: verhoogde dyskinesie, misselijkheid, braken, buikpijn, syncope, orthostatische klachten, obstipatie, slaapstoornissen, slapeloosheid, hallucinatie.

Diarree was de enige bijwerking die in het algemeen leidde tot het staken van de behandeling met Tasmar in klinisch onderzoek (zie rubriek 4.4).

Zeer vaak (≥ 1/10)

Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10) Soms (≥1/1000 tot < 1/100) Zelden (≥1/10.000 tot < 1/1000)

Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

De ervaring met Tasmar, verkregen in parallel, placebogecontroleerde, gerandomiseerde studies met patiënten met de ziekte van Parkinson, wordt getoond in de volgende tabel met bijwerkingen, die op een mogelijke relatie met Tasmar wijzen.

Samenvatting van de bijwerkingen, die mogelijk gerelateerd zijn aan Tasmar met bruto incidentie cijfers voor de fase-III placebo-gecontroleerde studies.

Systeem/orgaanklasse

Incidentie*

Bijwerkingen

Infecties en parasitaire

Vaak

Infectie van de bovenste luchtwegen

aandoeningen

 

 

Psychische stoornissen

Zeer vaak

Slaapstoornissen

 

 

Excessief dromen

 

 

Somnolentie

 

 

Verwardheid

 

 

Hallucinatie

 

Zelden

Stoornissen in de impulsbeheersing*

 

 

(toegenomen libido, hyperseksualiteit,

 

 

pathologisch gokken, compulsieve uitgaven

 

 

of aankopen, eetaanvallen en dwangmatig

 

 

eten (zie rubriek 4.4))

Zenuwstelselaandoeningen

Zeer vaak

Dyskinesie

 

 

Dystonie

 

 

Hoofdpijn

 

 

Duizeligheid

 

 

Somnolentie

 

 

Orthostatische klachten

 

Zelden

Symptomen van het maligne

 

 

antipsychoticasyndroom (zie rubriek 4.4)

 

Vaak

Hypokinesie

 

 

Syncope

Maagdarmstelselaandoeningen

Zeer vaak

Misselijkheid

 

 

Diarree

 

Vaak

Braken

 

 

Constipatie

 

 

Xerostomie

 

 

Buikpijn

 

 

Dyspepsie

Voedings- en

Zeer vaak

Anorexie

stofwisselingsstoornissen

 

 

Huid- en onderhuidaandoeningen

Vaak

Toegenomen transpiratie

Nier- en urinewegaandoeningen

Vaak

Urineverkleuring

Algemene aandoeningen en

Vaak

Pijn op de borst

toedieningsplaatsstoornissen

 

 

 

 

Influenza-achtige aandoening

Systeem/orgaanklasse

Incidentie*

Bijwerkingen

Lever- en galaandoeningen

Soms

Hepatocellulaire beschadiging, in zeldzame

 

 

gevallen met fatale afloop* (zie rubriek

 

 

4.4)

Onderzoeken

Vaak

Verhoging van alanineaminotransferase

 

 

(ALAT)

*: Bijwerkingen waarvoor geen frequentie kon worden afgeleid uit klinische studies (d.w.z. waar een bepaalde bijwerking niet werd waargenomen in klinische studies, maar alleen post-marketing werd gemeld) zijn aangegeven met een asterisk (*), en de frequentiecategorie is berekend op basis van de EU-richtlijn.

Verhoging van alanineaminotransferase: Bij 1% van de patiënten die driemaal daags 100 mg Tasmar kregen en bij 3% van de patiënten, die driemaal daags 200 mg kregen, traden verhogingen op van alanineaminotransferase (ALAT) tot meer dan driemaal zo hoog als de bovenste grens van de normaalwaarde (ULN). Verhogingen werden ongeveer twee maal zo vaak gezien bij vrouwen. Deze verhogingen verschenen gewoonlijk binnen 6 tot 12 weken na het begin van de behandeling en gingen niet gepaard met enige klinische klachten of symptoom. In ongeveer de helft van het aantal gevallen keerden de transaminasespiegels spontaan terug tot de beginwaarden terwijl de patiënten de Tasmar- therapie voortzetten. Bij de overigen keerden de transaminasespiegels terug naar de waarden van voor de behandeling wanneer de therapie werd gestaakt.

Hepatocellulaire beschadiging: Zeldzame gevallen van ernstige hepatocellulaire beschadiging leidend tot de dood zijn gerapporteerd tijdens het in de handel zijn (zie rubriek 4.4).

Symptomen van het maligne antipsychoticasyndroom (MAS): Er zijn enkele geïsoleerde gevallen gerapporteerd van patiënten met symptomen, die deden denken aan het maligne antipsychoticasyndroom (zie rubriek 4.4) volgend op het verminderen of staken van de behandeling met Tasmar en volgend op de introductie van Tasmar als dit gepaard ging met een aanzienlijke reductie van andere tegelijkertijd toegediende dopaminerge medicaties. Bovendien, is rhabdomyolyse ten gevolge van MAS of ernstige dyskinesie waargenomen.

Verkleuring van de urine: Tolcapon en de metabolieten zijn geel en kunnen bij de patiënten een onschuldige versterking van de kleur van de urine veroorzaken.

Stoornissen in de impulsbeheersing: Bij patiënten die werden behandeld met dopamine-agonisten en/of dopaminerge behandelingen zoals Tasmar in combinatie met levodopa kunnen gedragssymptomen van stoornissen in de impulsbeheersing optreden waaronder pathologisch gokken, toegenomen libido, hyperseksualiteit, compulsieve uitgaven of aankopen, eetaanvallen en dwangmatig eten (zie rubriek 4.4 ‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum, LAREB.

4.9Overdosering

Geïsoleerde gevallen van ofwel accidentele ofwel opzettelijke overdosering met tolcapon tabletten zijn gemeld. De klinische omstandigheden van deze gevallen waren echter zo divers dat uit deze gevallen geen algemene conclusies kunnen worden getrokken.

De hoogst toegediende dosis tolcapon aan mensen was driemaal daags 800 mg, met en zonder co- medicatie van levodopa, in een 1 week durende studie bij oudere gezonde vrijwilligers. De piek-

plasmaconcentratie van tolcapon was bij deze dosis gemiddeld 30 g/ml (ter vergelijking: bij doses van 100 mg en 200 mg tolcapon zijn deze waarden respectievelijk 3 g/ml en 6 g/ml). Misselijkheid, braken en duizeligheid werden waargenomen, vooral in combinatie met levodopa.

Behandeling van overdosis: Opname in het ziekenhuis wordt geadviseerd. Algemeen ondersteunende zorg is aangewezen. Op grond van de fysisch-chemische eigenschappen van de stof, lijkt hemodialyse van weinig nut te zijn.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmaco-therapeutische categorie: Anti-Parkinson geneesmiddelen, andere antidopaminerge middelen, ATC-code: NO4BX01

Werkingsmechanisme

Tolcapon is een oraal actieve, selectieve en reversibele catechol-O-methyltransferase (COMT)- remmer. Toegediend in combinatie met levodopa en een aromatische aminozuurdecarboxylase- remmer (AADC-I) leidt het tot een meer stabiele plasmaspiegel van levodopa doordat tolcapon de omzetting van levodopa tot 3-methoxy-4-hydroxy-L-fenylalanine (3-OMD) vermindert.

Bij patiënten met de ziekte van Parkinson zijn hoge plasmaspiegels van 3-OMD wel in verband gebracht met een slechte respons op levodopa. Tolcapon vermindert in hoge mate de vorming van 3- OMD.

Farmacodynamische effecten

Onderzoek bij gezonde vrijwilligers heeft aangetoond dat tolcapon na orale toediening de activiteit van het humaan erythrocyten-COMT reversibel remt. De remming is nauw gerelateerd aan de plasmaspiegel van tolcapon. Bij 200 mg tolcapon is de maximale remming van de erythrocyten- COMT-activiteit gemiddeld groter dan 80%. Bij driemaal daagse toediening van 200 mg Tasmar is deze remming bij dalspiegels 30% tot 45% en er ontstaat geen gewenning.

Na het staken van de toediening van tolcapon werd een voorbijgaande stijging van de erythrocyten- COMT-activiteit tot boven de waarden van voor de behandeling waargenomen. Onderzoek bij patiënten met de ziekte van Parkinson heeft echter aangetoond dat er na het staken van de behandeling geen significante verandering optrad in de farmacokinetiek van levodopa of in de respons van de patiënt op levodopa vergeleken met de waarden van voor de behandeling.

Als Tasmar samen met levodopa wordt toegediend verhoogt het de biologische beschikbaarheid (AUC) van levodopa bij benadering tweevoudig. Dit is te danken aan een vermindering van de klaring van L-dopa hetgeen resulteert in een verlenging van de terminale eliminatie-halfwaardetijd (t½β) van levodopa. In het algemeen was er geen invloed op de gemiddelde piekplasma-spiegel (Cmax) van levodopa en het tijdstip waarop deze werd bereikt (tmax). Het effect treedt op na de eerste gift. Onderzoeken bij gezonde vrijwilligers en bij patiënten met de ziekte van Parkinson hebben bevestigd dat het maximale effect optreedt bij een dosering van 100 tot 200 mg tolcapon. De plasmaspiegels van 3-OMD werden aanzienlijk en dosisafhankelijk verlaagd door tolcapon als het samen met een levodopa/AADC-I (aromatische aminozuurdecarboxylase-remmer) (benserazide of carbidopa) werd gegeven.

Het effect van tolcapon op de farmacokinetiek van levodopa is bij alle farmaceutische vormen van levodopa/benzerazide en levodopa/carbidopa hetzelfde: het is onafhankelijk van de levodopa-dosis, de verhouding levodopa/AADC-I (benserazide of carbidopa) en het gebruik van vormen met vertraagde afgifte.

Klinische Werkzaamheid en Veiligheid

Dubbelblinde placebo-gecontroleerde klinische studies hebben een significante vermindering van ongeveer 20% tot 30% in de "OFF"-tijd aangetoond en een vergelijkbare toename in de "ON"-tijd, vergezeld van een afname van de ernst van de symptomen bij fluctuerende patiënten die Tasmar kregen. De globale beoordeling van de effectiviteit door de onderzoekers wees eveneens op een significante verbetering.

Een dubbelblind onderzoek vergeleek Tasmar met entacapon bij patiёnten met de ziekte van

Parkinson die op zijn minst 3 uur OFF tijd per dag hadden terwijl ze geoptimaliseerde levodopa- therapie ontvingen. De primaire uitkomst was het deel van de patiёnten met een toename van 1 of meer uren ON tijd (zie tabel 1)

Tab. 1 Primaire en Secundaire Uitkomsten van dubbelblind onderzoek

 

Entacapon

Tolcapon

p waarde

95% BI

 

N=75

N=75

 

 

Primaire Uitkomst

 

 

 

 

Aantal (percentage) met ≥1 uur toename

32 (43 %)

40 (53 %)

p=0,191

-5,2;26,6

ON tijd respons

 

 

 

 

Secundaire Uitkomst

 

 

 

 

Aantal (percentage) met lichte tot

19 (25 %)

29 (39 %)

p=0,080

-1,4;28,1

aanzienlijke verbetering

 

 

 

 

Aantal (percentage) verbeterd ten aanzien

13 (17 %)

24 (32 %)

NVT

NVT

van de primaire en secundaire uitkomst

 

 

 

 

5.2Farmacokinetische eigenschappen

De farmacokinetiek van tolcapon is binnen het therapeutisch bereik lineair en onafhankelijk van de co-medicatie met een levodopa/decarboxylase-remmer (benserazide of carbidopa).

Absorptie: tolcapon wordt snel geabsorbeerd met een tmax van ongeveer 2 uur. De absolute biologische beschikbaarheid na een orale dosis is ongeveer 65%. Bij een driemaal daagse dosering van 100 mg of 200 mg van tolcapon treedt geen cumulatie op. Bij deze doses is de Cmax respectievelijk ongeveer

3 g/ml en 6 g/ml. Voedsel vertraagt en vermindert de absorptie van tolcapon, maar de relatieve biologische beschikbaarheid van een dosis tolcapon, die samen met een maaltijd wordt genomen, blijft nog steeds 80% tot 90%.

Distributie: het verdelingsvolume van tolcapon is klein (Vss = 9 l). Tengevolge van de hoge eiwitbinding (>99,9%) verdeelt tolcapon zich niet op grote schaal over het weefsel. In-vitro onderzoek heeft aangetoond dat tolcapon zich voornamelijk aan serumalbumine bindt.

Biotransformatie/Eliminatie: Alvorens te worden uitgescheiden wordt tolcapon bijna volledig gemetaboliseerd en slechts een kleine hoeveelheid (0,5% van de toegediende dosis) wordt onveranderd in de urine teruggevonden. Conjugatie tot niet werkzaam glucuronide is het voornaamste metabole proces van tolcapon. Daarnaast wordt tolcapon door COMT gemetyleerd tot 3-O- methyltolcapon en door cytochroom P450 3A4 en P450 2A6 afgebroken tot een primaire alcohol (hydroxylering van de methylgroep), die vervolgens wordt geoxydeerd tot de carboxylzuur. Vermoedelijk treedt er in geringe mate reductie op tot een amine en de daarop volgende N- acetylering. Na orale toediening worden tolcapon en de metabolieten voor 60% in de urine en voor 40% in de faeces uitgescheiden.

Tolcapon heeft een lage extractieratio (E.R. = 0,15) en wordt matig systemisch geklaard (ongeveer 7l/h). De t½β van tolcapon is ongeveer 2 uur.

Leverinsufficiëntie: Vanwege het risico op leverbeschadiging, als gezien tijdens post-marketing gebruik, is Tasmar gecontra-indiceerd bij patiёnten met leverziekte of verhoogde leverenzymen. Een

onderzoek bij patiënten met leverinsufficiëntie heeft aangetoond dat een matig, niet-cirrotisch leverlijden geen invloed had op de farmacokinetiek van tolcapon. Hoewel, bij patiënten met een matige levercirrose was de klaring van het ongebonden tolcapon echter met bijna 50% verlaagd. Hierdoor kan de gemiddelde concentratie van het ongebonden tolcapon tweemaal zo hoog worden.

Nierinsufficiëntie: De farmacokinetiek van tolcapon is niet onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie. Echter, de relatie tussen de nierfunctie en de farmacokinetiek is onderzocht door in klinisch onderzoek gebruik te maken van de farmacokinetiek in de onderzoeksgroep. De gegevens van meer dan 400 patiënten hebben bevestigd dat over een breed gebied van waarden van de creatinineklaring (30 – 130 ml/min) niet worden beïnvloed door de nierfunctie. Dit kon worden verklaard door het feit dat slechts een verwaarloosbare hoeveelheid van tolcapon wordt uitgescheiden in de urine en dat de voornaamste metaboliet, tolcaponglucuronide, wordt uitgescheiden in de urine en de gal (faeces).

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Preklinische data, gebaseerd op conventionele studies met betrekking tot safety, farmacologie, herhaalde dosistoxiciteit, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, toxiciteit ten aanzien van de voortplanting, lieten geen speciale risico’s zien bij de mens.

Carcinogenese, mutagenese: Bij 3% en 5% van de ratten in de groepen met respectievelijk de middelhoge en hoge dosis in het 24-maanden carcinogeniteitsonderzoek werden renale epitheliale tumoren (adenomen of carcinomen) aangetoond. Er werd echter geen aanwijzing voor renale toxiciteit waargenomen in de lage dosisgroep. Een toegenomen incidentie van adenocarcinomen van de uterus werd gezien in de groep met de hoge dosis in het carcinogeniteitsonderzoek bij de rat. Er waren geen soortgelijke renale bevindingen in het carcinogeniteitsonderzoek bij de muis, of bij honden.

Mutagenese: Aangetoond werd dat tolcapon niet genotoxisch is in een volledige serie mutageniteitsonderzoeken.

Reproductietoxiciteit: Wanneer tolcapon alleen werd toegediend, werden geen teratogene noch andere relevante effecten op de vruchtbaarheid aangetoond

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Tabletkern: calciumwaterstoffosfaat (watervrij) microkristallijne cellulose povidon K30 natriumzetmeelglycollaat lactosemonohydraat

talk magnesiumstearaat.

Filmomhulsel: methylhydroxypropylcellulose talk

geel ijzeroxide (E 172) ethylcellulose titaniumdioxide (E 171) triacetine natriumlaurylsulfaat.

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3Houdbaarheid

5 jaar

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities wat betreft de temperatuur

6.5Aard en inhoud van de verpakking

TASMAR is beschikbaar in PVC/PE/PVDC doordrukstrips (verpakkingsgrootte 30 en 60 filmomhulde tabletten) en in oranje-gele glazen flessen zonder droogmiddel (verpakkingsgrootten 30, 60, 100 en 200 filmomhulde tabletten).

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten voor verwijdering

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Meda AB

Pipers väg 2A

S-170 09 Solna

Zweden

8.NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/97/044/001-3, 7, 8, 10

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 27 augustus 1997

Hernieuwing van de vergunning: 31 augustus 2004

Datum van laatste hernieuwing: 21 juli 2014

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Tasmar 200 mg filmomhulde tabletten

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke filmomhulde tablet bevat 200 mg tolcapon.

Hulpstof met bekend effect: iedere tablet bevat 15 mg lactose.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Oranje-gele tot bruin gele, zeshoekige, biconvexe filmomhulde tablet. Een zijde is voorzien van de indruk “TASMAR” en “200”.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Tasmar is in combinatie met levodopa/benserazide of levodopa/carbidopa geïndiceerd voor gebruik bij patiënten met levodopa-responsieve idiopathische ziekte van Parkinson en motorische fluctuaties, die niet reageerden op of intolerant zijn voor andere catechol-o-methyltransferase (COMT) remmers (zie rubriek 5.1). Vanwege het risico van mogelijk fatale acute leverbeschadiging, dient Tasmar niet overwogen te worden als eerste stap ter aanvulling van levodopa/benserazide of levodopa/carbidopa (zie rubrieken 4.4 en 4.8). Indien er geen substantiёle klinische verbetering wordt gezien binnen 3 weken na starten met de behandeling, dient Tasmar gestaakt te worden.

Aangezien Tasmar alleen in combinatie met levodopa/benserazide en levodopa/carbidopa gebruikt dient te worden, is de informatie over het voorschrijven van deze levodopapreparaten ook van toepassing voor het gelijktijdig gebruik van Tasmar.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

Pediatrische populatie

Tasmar wordt niet aanbevolen voor gebruik door kinderen jonger dan 18 jaar wegens onvoldoende gegevens over de veiligheid en werkzaamheid. Er is geen relevante indicatie voor Tasmar bij kinderen en adolescenten.

Ouderen

Bij ouderen is geen dosisaanpassing van Tasmar nodig.

Patiënten met een verminderde leverfunctie (zie rubriek 4.3)

Tasmar is gecontra-indiceerd bij patiënten met leverziekte of verhoogde leverenzymen.

Patiënten met een verminderde nierfunctie (zie rubriek 5.2)

Bij patiënten met een lichte tot matige nierfinsufficiëntie (creatinineklaring 30 ml/min) is geen dosisaanpassing van Tasmar nodig. Patiënten met ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring <30 ml/min) dienen met voorzichtigheid te worden behandeld. Er is geen informatie beschikbaar over de tolerantie van tolcapon in deze populaties (zie rubriek 5.2).

Wijze van toediening

Het toedienen van Tasmar is beperkt tot het voorschrijven en supervisie door artsen met ervaring in de behandeling van gevorderde ziekte van Parkinson.

Tasmar wordt driemaal daags oraal toegediend.

Tasmar kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

Tasmar tabletten zijn filmomhuld en moeten in hun geheel worden ingenomen omdat tolcapon een bittere smaak heeft.

Tasmar kan met alle farmaceutische vormen van levodopa/benserazide en levodopa/carbidopa worden gecombineerd (zie ook rubriek 4.5).

De eerste dosis Tasmar van de dag dient samen te worden ingenomen met de eerste dagdosering van het levodopapreparaat en de volgende doses dienen ongeveer 6 en 12 uur later te worden gegeven. Tasmar kan met of zonder voedsel worden ingenomen (zie rubriek 5.2).

De aanbevolen dosering van Tasmar is driemaal daags 100 mg, altijd als een toevoeging aan levodopa/beserazide of levodopa/carbidopa therapie. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als de te verwachten stapsgewijze klinische verbetering het toegenomen risico op leverreacties rechtvaardigt, zou de therapie verhoogd kunnen worden naar 3 maal daags 200 mg. (Zie rubrieken 4.4 en 4.8). Indien binnen de 3 weken na de start van de behandeling geen substantiële klinische verbetering optreedt, dient Tasmar gestaakt te worden (ongeacht de dosis). De maximale therapeutische dosering van driemaal daags 200 mg mag niet overschreden worden aangezien er geen bewijs bestaat voor additionele effectiviteit bij hogere doses.

De leverfunctie dient gecontroleerd te worden voorafgaande aan de start van de behandeling met Tasmar en vervolgens gecontroleerd, elke 2 weken gedurende het eerste jaar van de behandeling, elke 4 weken gedurende de volgende 6 maanden en elke 8 weken daarna. Als de dosis wordt verhoogd tot 3 maal daags 200 mg, dient de leverenzymmonitoring plaats te vinden voorafgaande aan de verhoging van de dosis en vervolgens opnieuw geïnitieerd te worden volgens bovengenoemde sequentie van frequenties. (zie rubrieken 4.4 en 4.8).

De behandeling met Tasmar dient eveneens gestaakt te worden indien de ALT (alanine aminotransferase) en/of AST (aspartaat aminotransferase) de bovenlimiet van de normaalwaarde overstijgt of indien er zich symptomen of tekenen van leverfalen ontwikkelen (zie rubriek 4.4).

Levodopa-aanpassingen tijdens de Tasmar behandeling:

Omdat Tasmar de afbraak van levodopa in het lichaam vermindert, kunnen er bijwerkingen optreden ten gevolge van toegenomen levodopaconcentraties bij het begin van de Tasmar behandeling. In klinisch onderzoek was een verlaging van de dagelijkse levodopadosis nodig bij meer dan 70% van de patiënten die dagelijks meer dan 600 mg levodopa gebruikten, of bij patiënten met matige of ernstige dyskinesie voorafgaande aan het begin van de behandeling.

Bij patiënten, bij wie een verlaging van de levodopadosis was vereist, was de gemiddelde verlaging ongeveer 30% van de dagelijkse levodopadosis. Bij het starten met Tasmar, dienen alle patiёnten geïnformeerd te zijn aangaande de symptomen van te veel levodopa en wat te doen als dit zich voordoet.

Levodopa-aanpassingen als Tasmar wordt gestaakt:

De volgende suggesties zijn gebaseerd op farmacologische overwegingen en zijn niet geёvalueerd in klinisch onderzoek. De levodopadosis dient niet verminderd te worden als de Tasmar therapie wordt gestaakt wegens bijwerkingen gerelateerd aan te veel levodopa. Echter, als de Tasmar therapie wordt gestaakt wegens andere redenen dan te veel levodopa, zou de levodopa dosis mogelijk verhoogd moeten worden tot het niveau gelijk of groter aan dat van voor het begin van de Tasmar therapie, in het bijzonder wanneer de patiёnt grote levodopareducties ondergaan heeft bij de start van Tasmar. In alle gevallen, dienen patiёnten voorgelicht te worden ten aanzien van de symptomen van te weinig

levodopa en wat te doen als het zich voordoet. Levodopa aanpassingen zijn meest waarschijnlijk vereist binnen 1-2 dagen na staken van Tasmar.

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen

Bewijs van leverziekte of verhoogde leverenzymen

Ernstige dyskinesie

Eerder doorgemaakte Maligne Antipsychoticasyndroom Symptomen Complex (MAS) en/of niet-traumatische rhabdomyolyse of hyperthermie

Feochromocytoom

Behandeling met niet-selectieve mono amino oxidase (MAO) remmers

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Tasmar therapie dient alleen geïnitieerd te worden door artsen met ervaring op het gebied van de behandeling van gevorderde ziekte van Parkinson om een passende risico-baten analyse te waarborgen. Tasmar dient niet voorgeschreven te worden totdat er een complete informatieve discussie aangaande de risico’s heeft plaatsgevonden met de patiënt.

Tasmar dient gestaakt te worden als er geen substantiёle klinische verbetering gezien wordt binnen 3 weken na starten met de therapie ongeacht de dosis.

Leverbeschadiging:

Vanwege het risico op zeldzame maar potentieel fatale acute leverbeschadiging is Tasmar alleen geïndiceerd voor het gebruik bij patiёnten met levodopa-responsieve idiopatische ziekte van Parkinson en motorische fluctuaties die niet reageerden op of intolerant waren voor andere COMT- remmers. Periodieke controle van leverenzymen kan het voorkomen van fulminante hepatitis niet betrouwbaar voorspellen. Men gelooft echter algemeen dat een vroege detectie van door medicatie veroorzaakte leverbeschadiging samen met het onmiddellijk stoppen van de verdachte medicatie de kans op herstel vergroot. Leverbeschadiging kwam het meest voor tussen 1 maand en 6 maanden na de start van de behandeling met Tasmar. Daarnaast is hepatitis, optredend na ongeveer 18 maanden behandeling, zelden gerapporteerd. Het dient ook opgemerkt te worden dat vrouwelijke patiënten een hoger risico kunnen hebben op leverbeschadiging (zie rubriek 4.8).

Voor het starten van de behandeling: als de leverfunctietesten abnormaal zijn of als er tekenen zijn van verminderde leverfunctie, dient Tasmar niet te worden voorgeschreven. Als Tasmar voorgeschreven gaat worden, dient de patiënt geïnformeerd te worden over de tekenen en de symptomen die kunnen wijzen op leverbeschadiging, en de dokter onmiddellijk te informeren.

Tijdens de behandeling: De leverfunctie dient elke 2 weken gecontroleerd te worden gedurende het eerste jaar van de behandeling, elke 4 weken gedurende de volgende 6 maanden en daarna elke 8 weken. Als de dosis wordt verhoogd tot 3 maal daags 200 mg, dient de leverenzym- monitoring plaats te vinden voorafgaande aan de verhoging van de dosis en vervolgens opnieuw geïnitieerd te worden volgens bovenstaande sequentie van frequenties. De behandeling dient onmiddellijk gestaakt te worden als de ALT en/of de AST 1 x de bovenlimiet van de normaalwaarde (ULN) overstijgt of als er zich symptomen of tekenen van leverfalen ontwikkelen (aanhoudende misselijkheid, vermoeidheid, lethargie, anorexie, geelzucht, donkere urine, pruritus en pijn in het rechter bovenkwadrant).

Als de behandeling is gestaakt: Patiёnten die blijkgeven van acute leverbeschadiging tijdens Tasmar gebruik en waarbij het geneesmiddel wordt gestopt, hebben mogelijk een verhoogd risico op leverbeschadiging als Tasmar opnieuw gegeven wordt. Hierdoor dienen dergelijke patiёnten gewoonlijk niet in aanmerking te komen voor herbehandeling.

Maligne Antipsychoticasyndroom (MAS):

Bij Parkinson-patiënten lijkt MAS voor te komen wanneer dopaminerge- verhogende geneesmiddelen worden onderbroken of gestopt. Indien symptomen voorkomen na het stoppen van Tasmar, dienen artsen daarom te overwegen de levodopadosis van de patiënt te verhogen (zie 4.2).

Geïsoleerde gevallen, overeenkomend met MAS, zijn in verband gebracht met de behandeling met Tasmar. Symptomen beginnen gewoonlijk tijdens de Tasmarbehandeling of kort na het stoppen van Tasmar. MAS wordt gekenmerkt door motorische symptomen (stijfheid, myoclonus en tremor), mentale statusveranderingen (agitatie, verwardheid, stupor en coma) verhoogde temperatuur, ontregeling van het autonome zenuwstelsel (labiele bloeddruk, tachycardie) en verhoogde serum creatine fosfokinase (CPK) hetgeen het gevolg zou kunnen zijn van myolyse. Een diagnose van MAS dient overwogen te worden zelfs als niet alle van bovengenoemde bevindingen aanwezig zijn. Bij een dergelijke diagnose dient Tasmar onmiddellijk te worden gestaakt en de patiënt nauwgezet te worden gevolgd.

Voorafgaande aan de behandeling: Ter verkleining van het risico van MAS, dient aan patiënten met ernstige dyskinesie of een voorgeschiedenis van MAS waaronder rhabdomyolyse of hyperthermie geen Tasmar voorgeschreven te worden (zie rubriek 4.3). Patiënten die een veelvoud aan geneesmiddelen ontvangen die verschillende systemen van het centrale zenuwstelsel (CZS) beïnvloeden in de hersenen (b.v. antidepressiva, neuroleptica, anticholinergica) zouden een hoger risico kunnen lopen om MAS te ontwikkelen.

Stoornissen in de impulsbeheersing: Patiënten moeten regelmatig worden gecontroleerd op de ontwikkeling van stoornissen in de impulsbeheersing. Patiënten en verzorgers dienen erop te worden gewezen dat bij patiënten die werden behandeld met dopamine-agonisten en/of dopaminerge behandelingen zoals Tasmar in combinatie met levodopa gedragssymptomen van stoornissen in de impulsbeheersing kunnen optreden waaronder pathologisch gokken, toegenomen libido, hyperseksualiteit, compulsieve uitgaven of aankopen, eetaanvallen en dwangmatig eten. Als deze symptomen zich ontwikkelen, wordt heroverweging van de behandeling aanbevolen.

Dyskinesie, misselijkheid en andere met levodopa samenhangende bijwerkingen: Er kan een toename optreden van met levodopa samenhangende bijwerkingen. Deze bijwerkingen kunnen dikwijls afgezwakt worden door het verlagen van de levodopa-dosis (zie rubriek 4.2).

Diarree: In klinische studies ontwikkelde zich bij 16% en 18% van de patiënten, die respectievelijk driemaal daags 100 mg en 200 mg Tasmar kregen, diarree, vergeleken bij 8% van de patiënten die een placebo kregen. De met Tasmar samenhangende diarree begon meestal 2 tot 4 maanden na het begin van de therapie. Diarree leidde bij 5% en 6% van de patienten, die respectievelijk 100 en 200 mg Tasmar kregen toegediend, tot stoppen van de therapie, vergeleken met 1% van de placebo-patiënten.

Interactie met benserazide: Tengevolge van de interactie tussen een hoge dosis benserazide en tolcapon (resulterend in verhoogde spiegels van benserazide), dient de voorschrijver, totdat meer ervaring is verkregen, te letten op dosisgerelateerde bijwerkingen (zie rubriek 4.5).

MAO-remmers: Tasmar dient niet te worden toegediend in combinatie met niet-selectieve monoamino-oxydase (MAO)-remmers (b.v. fenelzine en tranylcypromine). De combinatie van MAO- A- en MAO-B remmers komt overeen met niet-selectieve MAO-remming en daarom dienen ze niet tezamen te worden gegeven met Tasmar en levodopapreparaten (zie ook rubriek 4.5). Selectieve MAO-B-remmers dienen niet in hogere dan de aanbevolen doses te worden gebruikt (b.v. selegiline 10 mg/dag), wanneer ze gelijktijdig met Tasmar worden toegediend

Warfarine: Aangezien de klinische informatie beperkt is wat betreft de combinatie van warfarine en tolcapon, dienen de coagulatieparameters te worden gecontroleerd wanneer deze geneesmiddelen samen worden toegediend.

Speciale bevolkingsgroepen: Patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring <30 ml/min) dienen met voorzichtigheid behandeld te worden. Er zijn geen gegevens over de verdraagbaarheid van tolcapon bij deze bevolkingsgroep beschikbaar (zie 5.2).

Lactose-intolerantie: Tasmar bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke problemen van galactose-intolerantie, de Lapp lactase deficiëntie of het glucose-galactose malabsorptiesyndroom dienen dit geneesmiddel niet in te nemen.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Het is bekend dat Tasmar, als een COMT-remmer, de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediend levodopa verhoogt. De hierop volgende verhoging in dopaminerge stimulatie kan leiden tot dopaminerge bijwerkingen waargenomen na behandeling met COMT-remmers. De meest voorkomende hiervan zijn: verhoogde dyskinesie, misselijkheid, braken, buikpijn, syncope, orthostatische klachten, obstipatie, slaapstoornissen, slapeloosheid, hallucinatie.

Levodopa werd geassocieerd met slaperigheid en episodes van plotselinge slaap. Plotselinge slaap gedurende dagelijkse bezigheden, in bepaalde gevallen zonder besef ervan of zonder voorafgaande tekenen, werd zeer zelden gerapporteerd. Patiënten dienen hierover te worden geïnformeerd en aangeraden voorzichtig te zijn bij het rijden of bij het gebruik van machines gedurende de levodopa behandeling. Patiënten die slaperigheid en/of een episode van plotselinge slaap hebben ondervonden dienen niet te rijden en geen machines te gebruiken. Verder kan een vermindering van de levodopadosis of het staken van de behandeling worden overwogen (zie rubriek 4.7).

Geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door catechol-O-methyltransferase (COMT): Tolcapon zou de farmacokinetiek van geneesmiddelen, die worden gemetaboliseerd door COMT, kunnen beïnvloeden. Er zijn geen effecten waargenomen op de farmacokinetiek van het COMT-substraat carbidopa. Een interactie werd waargenomen met benserazide, wat kan leiden tot verhoogde spiegels van benserazide en de actieve metaboliet daarvan. De grootte van het effect was afhankelijk van de dosis benserazide. De plasmaconcentraties van benserazide, die werden waargenomen na co- medicatie van tolcapon en benserazide-25 mg/levodopa, bevonden zich nog binnen de waarden, die worden waargenomen bij levodopa/benserazide alleen. Anderzijds, na co-medicatie van tolcapon en benserazide-50 mg/ levodopa, konden de plasmaspiegels van benserazide toenemen tot boven de spiegels, die gewoonlijk worden waargenomen bij levodopa/benserazide alleen. Het effect van tolcapon op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door COMT, zoals alfa- methyldopa, dobutamine, apomorfine, adrenaline en isoprenaline, is niet bepaald. De voorschrijver dient te letten op bijwerkingen, die veroorzaakt worden door veronderstelde verhoogde plasmaspiegels van deze geneesmiddelen wanneer ze gecombineerd worden met Tasmar.

Effect van tolcapon op het metabolisme van andere geneesmiddelen: Omdat tolcapon in vitro affiniteit vertoont voor cytochroom CYP2C9, zou het kunnen interfereren met geneesmiddelen, waarvan de klaring afhankelijk is van deze metabole route zoals tolbutamide en warfarine. In een interactiestudie veranderde tolcapon de farmacokinetiek van tolbutamide niet. Daarom lijkt een klinisch relevante interactie met betrekking tot cytochroom CYP2C9 onwaarschijnlijk.

Omdat de klinische ervaring ten aanzien van de combinatie van warfarine en tolcapon beperkt is, dienen de stollingsparameters gecontroleerd te worden in geval van co-medicatie van deze middelen.

Geneesmiddelen die catecholaminen verhogen: Omdat tolcapon interfereert met het metabolisme van catecholaminen, is theoretisch interactie mogelijk met andere geneesmiddelen die een effect hebben op catecholaminespiegels.

Wanneer Tasmar werd toegediend in combinatie met levodopa/carbidopa en desipramine, trad er geen significante verandering op in de bloeddruk, de hartfrequentie en de plasmaconcentraties van desipramine. In het algemeen nam de frequentie van bijwerkingen iets toe. Deze bijwerkingen waren voorspelbaar op grond van de bekende bijwerkingen van elk van deze drie middelen afzonderlijk.

Voorzichtigheid is daarom geboden wanneer krachtige noradrenaline-heropname-remmers, zoals desipramine, maprotiline of venlafaxine, worden toegediend aan patiënten met de ziekte van Parkinson die reeds behandeld worden met Tasmar en levodopa-preparaten.

In klinische studies rapporteerden patiënten, die een combinatie van Tasmar en een levodopa- preparaat kregen toegediend, dezelfde bijwerkingen, onafhankelijk van het feit of ze al dan niet tegelijkertijd selegiline (een MAO-B-remmer) kregen.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn niet voldoende gegevens over het gebruik van tolcapon bij zwangere vrouwen. Daarom dient Tasmar tijdens de zwangerschap uitsluitend gebruikt te worden als de potentiële voordelen opwegen tegen het potentiële risico voor de foetus.

Borstvoeding

In dierstudies bleek dat tolcapon werd uitgescheiden in de moedermelk.

Het is niet bekend of tolcapon veilig is voor zuigelingen; vrouwen dienen daarom geen borstvoeding te geven als ze behandeld worden met Tasmar.

Vruchtbaarheid

Bij ratten en konijnen werd embryo-/foetotoxiciteit waargenomen na tolcapontoediening (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico bij de mens is niet bekend.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen

Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten van Tasmar op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

Het is uit het klinisch onderzoek niet gebleken dat Tasmar een negatieve invloed heeft op de rijvaardigheid of het vermogen om machines te gebruiken. De patiënten dienen er echter op geattendeerd te worden dat de symptomen van hun ziekte van Parkinson de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken nadelig kan beïnvloeden.

Het is bekend dat Tasmar, als een COMT-remmer, de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediend levodopa verhoogt. De hierop volgende verhoging in dopaminerge stimulatie kan leiden tot dopaminerge bijwerkingen waargenomen na behandeling met COMT-remmers. Patiënten die worden behandeld met levodopa en die slaperigheid en/of episodes van plotselinge slaap vertonen, dienen geïnformeerd te worden niet te rijden of geen activiteiten uit te voeren waarbij een verminderde waakzaamheid henzelf of anderen in gevaar kan brengen voor ernstige letsels of dood (bv. gebruik van machines) tot dergelijke terugkerende episodes alsook de slaperigheid verdwenen zijn (zie ook rubriek 4.4).

4.8 Bijwerkingen

De meest voorkomende waargenomen bijwerkingen in samenhang met het gebruik van Tasmar en meer voorkomend dan bij het gebruik van placebo worden weergegeven in onderstaande tabel. Het is echter bekend dat Tasmar, als een COMT-remmer, de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediend levodopa verhoogt. De hierop volgende verhoging in dopaminerge stimulatie kan leiden tot dopaminerge bijwerkingen waargenomen na behandeling met COMT-remmers. De meest voorkomende hiervan zijn: verhoogde dyskinesie, misselijkheid, braken, buikpijn, syncope, orthostatische klachten, obstipatie, slaapstoornissen, slapeloosheid, hallucinatie.

Diarree was de enige bijwerking die in het algemeen leidde tot het staken van de behandeling met Tasmar in klinisch onderzoek (zie rubriek 4.4).

Zeer vaak (≥ 1/10)

Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10)

Soms (≥1/1000 tot < 1/100) Zelden (≥1/10.000 tot < 1/1000)

Zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

De ervaring met Tasmar, verkregen in parallel, placebogecontroleerde, gerandomiseerde studies met patiënten met de ziekte van Parkinson, wordt getoond in de volgende tabel met bijwerkingen, die op een mogelijke relatie met Tasmar wijzen.

Samenvatting van de bijwerkingen, die mogelijk gerelateerd zijn aan Tasmar met bruto incidentie cijfers voor de fase-III placebo-gecontroleerde studies.

Systeem/orgaanklasse

Incidentie*

Bijwerkingen

Infecties en parasitaire

Vaak

Infectie van de bovenste luchtwegen

aandoeningen

 

 

Psychische stoornissen

Zeer vaak

Slaapstoornissen

 

 

Excessief dromen

 

 

Somnolentie

 

 

Verwardheid

 

 

Hallucinatie

 

Zelden

Stoornissen in de impulsbeheersing*

 

 

(toegenomen libido, hyperseksualiteit,

 

 

pathologisch gokken, compulsieve uitgaven

 

 

of aankopen, eetaanvallen en dwangmatig

 

 

eten (zie rubriek 4.4)).

Zenuwstelselaandoeningen

Zeer vaak

Dyskinesie

 

 

Dystonie

 

 

Hoofdpijn

 

 

Duizeligheid

 

 

Somnolentie

 

 

Orthostatische klachten

 

Zelden

Symptomen van het maligne

 

 

antipsychoticasyndroom (zie rubriek 4.4)

 

Vaak

Hypokinesie

 

 

Syncope

Maagdarmstelselaandoeningen

Zeer vaak

Misselijkheid

 

 

Diarree

 

Vaak

Braken

 

 

Constipatie

 

 

Xerostomie

 

 

Buikpijn

 

 

Dyspepsie

Voedings- en

Zeer vaak

Anorexie

stofwisselingsstoornissen

 

 

Huid- en onderhuidaandoeningen

Vaak

Toegenomen transpiratie

Nier- en urinewegaandoeningen

Vaak

Urineverkleuring

Algemene aandoeningen en

Vaak

Pijn op de borst

toedieningsplaatsstoornissen

 

 

 

 

Influenza-achtige aandoening

Systeem/orgaanklasse

Incidentie*

Bijwerkingen

Lever- en galaandoeningen

Soms

Hepatocellulaire beschadiging, in zeldzame

 

 

gevallen met fatale afloop* (zie rubriek

 

 

4.1)

Onderzoeken

Soms

Verhoging van alanine-aminotransferase

 

 

(ALT)

*: Bijwerkingen waarvoor geen frequentie kon worden afgeleid uit klinische studies (d.w.z. waar een bepaalde bijwerking niet werd waargenomen in klinische studies, maar alleen post-marketing werd gemeld) zijn aangegeven met een asterisk (*), en de frequentie categorie is berekend op basis van de EU-richtlijn.

Verhoging van alanineaminotransferase:

Bij 1% van de patiënten die driemaal daags 100 mg Tasmar kregen en bij 3% van de patiënten die driemaal daags 200 mg kregen, traden verhogingen op van alanineaminotransferase (ALAT) tot meer dan driemaal zo hoog als de bovenste grens van de normaalwaarde (ULN). Verhogingen werden ongeveer twee maal zo vaak gezien bij vrouwen. Deze verhogingen verschenen gewoonlijk binnen 6 tot 12 weken na het begin van de behandeling en gingen niet gepaard met enige klinische klacht of symptoom. In ongeveer de helft van het aantal gevallen keerden de transaminasespiegels spontaan terug tot de beginwaarden terwijl de patiënten de Tasmar-therapie voortzetten. Bij de overigen keerden de transaminasespiegels terug naar de waarden van voor de behandeling wanneer de therapie werd gestaakt.

Hepatocellulaire beschadiging:

Zeldzame gevallen van ernstige hepatocellulaire beschadiging leidend tot de dood zijn gerapporteerd tijdens het in de handel zijn (zie rubriek 4.4).

Symptomen van het maligne antipsychoticasyndroom (MAS):

Er zijn enkele geïsoleerde gevallen gerapporteerd van patiënten met symptomen die deden denken aan het maligne antipsychoticasyndroom (zie rubriek 4.4) volgend op het verminderen of staken van de behandeling met Tasmar en volgend op de introductie van Tasmar als dit gepaard ging met een aanzienlijke reductie van andere tegelijkertijd toegediende dopaminerge geneesmiddelen. Bovendien is rabdomyolyse ten gevolge van MAS[rev04-1] of ernstige dyskinesie waargenomen.

Verkleuring van de urine: Tolcapon en de metabolieten zijn geel en kunnen bij de patiënten een onschuldige versterking van de kleur van de urine veroorzaken.

Stoornissen in de impulsbeheersing: Bij patiënten die werden behandeld met dopamine-agonisten en/of dopaminerge behandelingen zoals Tasmar in combinatie met levodopa kunnen gedragssymptomen van stoornissen in de impulsbeheersing optreden waaronder pathologisch gokken, toegenomen libido, hyperseksualiteit, compulsieve uitgaven of aankopen, eetaanvallen en dwangmatig eten (zie rubriek 4.4 ‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum, LAREB.

4.9 Overdosering

Geïsoleerde gevallen van ofwel accidentele ofwel opzettelijke overdosering met tolcapon tabletten zijn gemeld. De klinische omstandigheden van deze gevallen waren echter zo divers dat uit deze gevallen geen algemene conclusies kunnen worden getrokken.

De hoogst toegediende dosis tolcapon aan mensen was driemaal daags 800 mg, met en zonder co- medicatie van levodopa, in een 1 week durende studie bij oudere gezonde vrijwilligers. De piek- plasmaconcentratie van tolcapon was bij deze dosis gemiddeld 30 g/ml (ter vergelijking: bij doses van 100 mg en 200 mg tolcapon zijn deze waarden respectievelijk 3 g/ml en 6 g/ml). Misselijkheid, braken en duizeligheid werden waargenomen, vooral in combinatie met levodopa.

Behandeling van overdosis: Opname in het ziekenhuis wordt geadviseerd. Algemeen ondersteunende zorg is aangewezen. Op grond van de fysisch-chemische eigenschappen van de stof, lijkt hemodialyse van weinig nut te zijn.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmaco-therapeutische categorie: Anti-Parkinson geneesmiddelen, andere antidopaminerge middelen, ATC-code: NO4BX01

Werkingsmechanisme:

Tolcapon is een oraal actieve, selectieve en reversibele catechol-O-methyltransferase (COMT)- remmer. Toegediend in combinatie met levodopa en een aromatische aminozuurdecarboxylase- remmer (AADC-I) leidt het tot een meer stabiele plasmaspiegel van levodopa doordat tolcapon de omzetting van levodopa tot 3-methoxy-4-hydroxy-L-fenylalanine (3-OMD) vermindert.

Bij patiënten met de ziekte van Parkinson zijn hoge plasmaspiegels van 3-OMD wel in verband gebracht met een slechte respons op levodopa. Tolcapon vermindert in hoge mate de vorming van 3- OMD.

Farmacodynamische effecten:

Onderzoek bij gezonde vrijwilligers heeft aangetoond dat tolcapon na orale toediening de activiteit van het humaan erythrocyten-COMT reversibel remt. De remming is nauw gerelateerd aan de plasmaspiegel van tolcapon. Bij 200 mg tolcapon is de maximale remming van de erythrocyten- COMT-activiteit gemiddeld groter dan 80%. Bij driemaal daagse toediening van 200 mg Tasmar is deze remming bij dalspiegels 30% tot 45% en er ontstaat geen gewenning.

Na het staken van de toediening van tolcapon werd een voorbijgaande stijging van de erythrocyten- COMT-activiteit tot boven de waarden van voor de behandeling waargenomen. Onderzoek bij patiënten met de ziekte van Parkinson heeft echter aangetoond dat er na het staken van de behandeling geen significante verandering optrad in de farmacokinetiek van levodopa of in de respons van de patiënt op levodopa vergeleken met de waarden van voor de behandeling.

Als Tasmar samen met levodopa wordt toegediend verhoogt het de biologische beschikbaarheid (AUC) van levodopa bij benadering tweevoudig. Dit is te danken aan een vermindering van de klaring van L-dopa hetgeen resulteert in een verlenging van de terminale eliminatie-halfwaardetijd (t½β) van levodopa. In het algemeen was er geen invloed op de gemiddelde piekplasma-spiegel (Cmax) van levodopa en het tijdstip waarop deze werd bereikt (tmax). Het effect treedt op na de eerste gift. Onderzoeken bij gezonde vrijwilligers en bij patiënten met de ziekte van Parkinson hebben bevestigd dat het maximale effect optreedt bij een dosering van 100 tot 200 mg tolcapon. De plasmaspiegels van 3-OMD werden aanzienlijk en dosisafhankelijk verlaagd door tolcapon als het samen met een levodopa/AADC-I (aromatische aminozuurdecarboxylase-remmer) (benserazide of carbidopa) werd gegeven.

Het effect van tolcapon op de farmacokinetiek van levodopa is bij alle farmaceutische vormen van levodopa/benzerazide en levodopa/carbidopa hetzelfde: het is onafhankelijk van de levodopa-dosis, de verhouding levodopa/AADC-I (benserazide of carbidopa) en het gebruik van vormen met vertraagde afgifte.

Klinische Effectiviteit en Veiligheid:

Dubbelblinde placebo-gecontroleerde klinische studies hebben een significante vermindering van ongeveer 20% tot 30% in de "OFF"-tijd aangetoond en een vergelijkbare toename in de "ON"-tijd, vergezeld van een afname van de ernst van de symptomen bij fluctuerende patiënten die Tasmar kregen. De globale beoordeling van de effectiviteit door de onderzoekers wees eveneens op een significante verbetering.

Een dubbelblind onderzoek vergeleek Tasmar met entacapon bij patiёnten met de ziekte van

Parkinson die op zijn minst 3 uur OFF tijd per dag hadden terwijl ze geoptimaliseerde levodopa- therapie ontvingen. De primaire uitkomst was het deel van de patiёnten met een toename van 1 of meer uren ON tijd (zie tabel 1).

Tab. 1 Primaire en Secundaire Uitkomsten van dubbelblind onderzoek

 

Entacapon

Tolcapon

p waarde

95% BI

 

N=75

N=75

 

 

Primaire Uitkomst

 

 

 

 

Aantal (percentage) met ≥1 uur toename

32 (43 %)

40 (53 %)

p=0,191

-5,2;26,6

ON tijd respons

 

 

 

 

Secundaire Uitkomst

 

 

 

 

Aantal (percentage) met lichte tot

19 (25 %)

29 (39 %)

p=0,080

-1,4;28,1

aanzienlijke verbetering

 

 

 

 

Aantal (percentage) verbeterd ten aanzien

13 (17 %)

24 (32 %)

NVT

NVT

van de primaire en secundaire uitkomst

 

 

 

 

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

De farmacokinetiek van tolcapon is binnen het therapeutisch bereik lineair en onafhankelijk van de co-medicatie met een levodopa/decarboxylase-remmer (benserazide of carbidopa).

Absorptie: tolcapon wordt snel geabsorbeerd met een tmax van ongeveer 2 uur. De absolute biologische beschikbaarheid na een orale dosis is ongeveer 65%. Bij een driemaal daagse dosering van 100 mg of 200 mg van tolcapon treedt geen cumulatie op. Bij deze doses is de Cmax respectievelijk ongeveer

3 g/ml en 6 g/ml. Voedsel vertraagt en vermindert de absorptie van tolcapon, maar de relatieve biologische beschikbaarheid van een dosis tolcapon, die samen met een maaltijd wordt genomen, blijft nog steeds 80% tot 90%.

Distributie: het verdelingsvolume van tolcapon is klein (Vss = 9 l). Tengevolge van de hoge eiwitbinding (>99,9%) verdeelt tolcapon zich niet op grote schaal over het weefsel. In-vitro onderzoek heeft aangetoond dat tolcapon zich voornamelijk aan serumalbumine bindt.

Biotransformatie/eliminatie: Alvorens te worden uitgescheiden wordt tolcapon bijna volledig gemetaboliseerd en slechts een kleine hoeveelheid (0,5% van de toegediende dosis) wordt onveranderd in de urine teruggevonden. Conjugatie tot niet werkzaam glucuronide is het voornaamste metabole proces van tolcapon. Daarnaast wordt tolcapon door COMT gemetyleerd tot 3-O- methyltolcapon en door cytochroom P450 3A4 en P450 2A6 afgebroken tot een primaire alcohol (hydroxylering van de methylgroep), die vervolgens wordt geoxydeerd tot de carboxylzuur. Vermoedelijk treedt er in geringe mate reductie op tot een amine en de daarop volgende N- acetylering. Na orale toediening worden tolcapon en de metabolieten voor 60% in de urine en voor 40% in de faeces uitgescheiden.

Tolcapon heeft een lage extractieratio (E.R. = 0,15) en wordt matig systemisch geklaard (ongeveer 7l/h). De t½β van tolcapon is ongeveer 2 uur.

Leverinsufficiëntie: Vanwege het risico op leverbeschadiging, als gezien tijdens post-marketing gebruik, is Tasmar gecontra-indiceerd bij patiёnten met leverziekte of verhoogde leverenzymen. Een onderzoek bij patiënten met leverinsufficiëntie heeft aangetoond dat een matig, niet-cirrotisch leverlijden geen invloed had op de farmacokinetiek van tolcapon. Hoewel, bij patiënten met een matige levercirrose was de klaring van het ongebonden tolcapon echter met bijna 50% verlaagd. Hierdoor kan de gemiddelde concentratie van het ongebonden tolcapon tweemaal zo hoog worden.

Nierinsufficiëntie: De farmacokinetiek van tolcapon is niet onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie. Echter, de relatie tussen de nierfunctie en de farmacokinetiek is onderzocht door in klinisch onderzoek gebruik te maken van de farmacokinetiek in de onderzoeksgroep. De gegevens van meer dan 400 patiënten hebben bevestigd dat over een breed gebied van waarden van de creatinineklaring (30 – 130 ml/min) niet worden beïnvloed door de nierfunctie. Dit kon worden verklaard door het feit dat slechts een verwaarloosbare hoeveelheid van tolcapon wordt uitgescheiden in de urine en dat de voornaamste metaboliet, tolcaponglucuronide, wordt uitgescheiden in de urine en de gal (faeces).

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Preklinische data, gebaseerd op conventionele studies met betrekking tot safety, farmacologie, herhaalde dosistoxiciteit, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, toxiciteit ten aanzien van de voortplanting, lieten geen speciale risico’s zien bij de mens.

Carcinogenese, mutagenese: Bij 3% en 5% van de ratten in de groepen met respectievelijk de middelhoge en hoge dosis in het 24-maanden carcinogeniteitsonderzoek werden renale epitheliale tumoren (adenomen of carcinomen) aangetoond. Er werd echter geen aanwijzing voor renale toxiciteit waargenomen in de lage dosisgroep. Een toegenomen incidentie van adenocarcinomen van de uterus werd gezien in de groep met de hoge dosis in het carcinogeniteitsonderzoek bij de rat. Er waren geen soortgelijke renale bevindingen in het carcinogeniteitsonderzoek bij de muis, of bij honden.

Mutagenese: Aangetoond werd dat tolcapon niet genotoxisch is in een volledige serie mutageniteitsonderzoeken.

Reproductietoxiciteit: Wanneer tolcapon alleen werd toegediend, werden geen teratogene noch andere relevante effecten op de vruchtbaarheid aangetoond

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Tabletkern: calciumwaterstoffosfaat (watervrij) microkristallijne cellulose povidon K30 natriumzetmeelglycollaat lactosemonohydraat

talk magnesiumstearaat.

Filmomhulsel: methylhydroxypropylcellulose talk

geel ijzeroxide (E 172) ethylcellulose titaniumdioxide (E 171) triacetine

natriumlaurylsulfaat.

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3 Houdbaarheid

5 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities wat betreft de temperatuur

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

TASMAR is beschikbaar in PVC/PE/PVDC doordrukstrips (verpakkingsgrootte 30 en 60 filmomhulde tabletten) en in oranje-gele glazen flessen zonder droogmiddel (verpakkingsgrootten100 filmomhulde tabletten).

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Meda AB

Pipers väg 2A

S-170 09 Solna

Zweden

8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 27 augustus 1997

Hernieuwing van de vergunning: 31 augustus 2004

Datum van laatste hernieuwing: 21 juli 2014

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu)

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld