Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Trumenba (Neisseria meningitidis serogroup B fHbp...) – Samenvatting van de productkenmerken - J07AH09

Updated on site: 10-Oct-2017

Naam van geneesmiddelTrumenba
ATC codeJ07AH09
Werkzame stofNeisseria meningitidis serogroup B fHbp (recombinant lipidated fHbp (factor H binding protein)) subfamily A; Neisseria meningitidis serogroup B fHbp (recombinant lipidated fHbp (factor H binding protein)) subfamily B
ProducentPfizer Limited

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Trumenba suspensie voor injectie in voorgevulde spuit

Meningokokken groep B-vaccin (recombinant, geadsorbeerd)

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

1 dosis (0,5 ml) bevat:

 

Neisseria meningitidis serogroep B fHbp subfamilie A1,2,3

60 microgram

Neisseria meningitidis serogroep B fHbp subfamilie B1,2,3

60 microgram

1Recombinant gelipideerd fHbp (factor H-bindend eiwit)

2Geproduceerd in Escherichia coli-cellen door recombinant-DNA-techniek

3Geadsorbeerd aan aluminiumfosfaat (0,25 milligram aluminium per dosis)

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Suspensie voor injectie.

Witte vloeibare suspensie.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Trumenba is geïndiceerd voor de actieve immunisatie van personen van 10 jaar en ouder ter voorkoming van invasieve meningokokkenziekte veroorzaakt door Neisseria meningitidis serogroep B.

Zie rubriek 5.1 voor informatie over de immuunrespons tegen specifieke serogroep B-stammen.

Dit vaccin dient te worden gebruikt in overeenstemming met officiële aanbevelingen.

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering

Primaire series

2 doses (elk van 0,5 ml) die met een interval van 6 maanden worden toegediend (zie rubriek 5.1).

3 doses: 2 doses (elk van 0,5 ml) die met een interval van ten minste 1 maand worden toegediend, gevolgd door een derde dosis die ten minste 4 maanden na de tweede dosis wordt toegediend (zie rubriek 5.1).

Booster dosis

Na elk doseringsschema kan een boosterdosis worden gegeven bij personen bij wie de kans op een invasieve meningokokkenziekte blijvend aanwezig is (zie rubriek 5.1).

Andere pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van Trumenba bij kinderen jonger dan 10 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

Uitsluitend voor intramusculaire injectie. De injectie wordt bij voorkeur toegediend in de deltaspier van de bovenarm.

Voor instructies over de hantering van het vaccin voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Om de traceerbaarheid van biologische geneesmiddelen te verbeteren, dienen de handelsnaam en het partijnummer van het toegediende product duidelijk in het patiëntendossier te worden genoteerd (of vermeld).

Er dient altijd een passende medische behandeling en toezicht voorhanden te zijn, mocht zich na toediening van het vaccin een anafylactische reactie voordoen.

Vaccinatie dient te worden uitgesteld bij personen die aan een acute, ernstige en met koorts gepaard gaande ziekte lijden. De aanwezigheid van een lichte infectie, zoals een verkoudheid, dient echter niet te leiden tot uitstel van vaccinatie.

Niet intraveneus, intradermaal of subcutaan injecteren.

Trumenba dient niet te worden gegeven aan personen met trombocytopenie of een bloedstollingsstoornis die een contra-indicatie voor intramusculaire injectie vormt, tenzij het mogelijke voordeel duidelijk opweegt tegen het risico van toediening.

Zoals dat voor alle vaccins geldt, biedt Trumenba mogelijk geen volledige bescherming bij alle gevaccineerde personen.

Beperkingen van klinische onderzoeken

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van Trumenba bij immuungecompromitteerde personen. Immuungecompromitteerde personen, waaronder personen die immunosuppressiva gebruiken, kunnen een verlaagde immuunrespons op Trumenba hebben.

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van Trumenba bij proefpersonen ouder dan 65 jaar.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Trumenba kan gelijktijdig worden toegediend met de volgende vaccins: tetanustoxoïd, gereduceerd difterietoxoïd, acellulair pertussis- en geïnactiveerd poliovirusvaccin (Tdap-IPV), quadrivalent humaan papillomavirusvaccin (HPV4), meningokokken serogroepen A, C, Y, W conjugaatvaccin (MenACWY) en tetanustoxoïd, gereduceerd difterietoxoïd en acellulair pertussis geadsorbeerd vaccin (Tdap).

Indien gelijktijdig gegeven met andere vaccins, dient Trumenba toegediend te worden op een aparte injectieplaats.

Trumenba mag niet gemengd worden met andere vaccins in dezelfde spuit.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen gegevens over het gebruik van Trumenba bij zwangere vrouwen. Het mogelijke risico voor zwangere vrouwen is niet bekend. Bij een duidelijk risico op blootstelling aan meningokokkeninfectie dient de vaccinatie echter niet te worden onthouden.

Uit reproductieonderzoeken bij vrouwelijke konijnen is geen bewijs gebleken voor een verminderde vrouwelijke vruchtbaarheid of schade aan de foetus door Trumenba.

Borstvoeding

Het is niet bekend of Trumenba in de moedermelk wordt uitgescheiden. Trumenba dient tijdens de borstvoeding uitsluitend te worden toegediend wanneer de mogelijke voordelen zwaarder wegen dan de mogelijke risico’s.

Vruchtbaarheid

De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten op de vruchtbaarheid van vrouwen (zie rubriek 5.3).

Er is niet onderzocht of Trumenba de vruchtbaarheid van mannen verstoort.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Trumenba heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Enkele bijwerkingen die zijn vermeld in rubriek 4.8 kunnen echter tijdelijk de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen beïnvloeden.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

Het gepresenteerde veiligheidsprofiel is gebaseerd op een analyse van meer dan 15.000 proefpersonen (in de leeftijd van 10 jaar en ouder) die zijn gevaccineerd met ten minste 1 dosis Trumenba in

11 voltooide klinische onderzoeken. De bijwerkingen die het vaakst werden waargenomen waren injectieplaatspijn, roodheid en zwelling op de vaccinatieplaats, hoofdpijn, vermoeidheid, koude rillingen, diarree, spierpijn, gewrichtspijn en misselijkheid.

Lijst met bijwerkingen

De bijwerkingen die in klinische onderzoeken zijn gemeld, staan in aflopende volgorde van frequentie en ernst gerangschikt naar de volgende frequentiecategorieën:

Zeer vaak (≥ 1/10)

Vaak (≥ 1/100, < 1/10)

Soms (≥ 1/1.000, < 1/100)

Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000)

Zeer zelden (< 1/10.000)

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Immuunsysteemaandoeningen

Niet bekend: Allergische reacties*

Zenuwstelselaandoeningen

Zeer vaak: Hoofdpijn

Maagdarmstelselaandoeningen

Zeer vaak: Diarree; misselijkheid

Vaak: Braken

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen

Zeer vaak: Spierpijn (myalgie); gewrichtspijn (artralgie)

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Zeer vaak:

Koude rillingen; moeheid; roodheid (erytheem), zwelling (induratie) en injectieplaatspijn

Vaak:

Koorts ≥ 38 °C (pyrexie)

* De volgende bijwerking, die werd gemeld in de postmarketingperiode, wordt beschouwd als een bijwerking van Trumenba. Omdat deze reactie werd afgeleid van spontane meldingen, kon de frequentie niet worden vastgesteld en wordt deze dus als niet bekend beschouwd.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Ervaring met overdosering is beperkt. In het geval van overdosering wordt controle van de vitale functies en mogelijke symptomatische behandeling aangeraden.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: vaccins, ATC-code: J07AH09

Werkingsmechanisme

Trumenba is een vaccin dat is samengesteld uit 2 varianten van recombinante gelipideerd factor H- bindende eiwit (fHbp). Het fHbp is te vinden op het oppervlak van meningokokkenbacteriën en is voor bacteriën van wezenlijk belang om de afweer van de gastheer te ontwijken. De fHbp-varianten segregeren in 2 immunologisch verschillende subfamilies, A en B, en meer dan 96% van de meningokokken serogroep B-isolaten in Europa brengen op het oppervlak van de bacterie fHbp- varianten van een van beide subfamilies tot expressie.

Immunisatie met Trumenba, dat een fHbp-variant bevat van zowel subfamilie A als B beoogt de aanmaak te stimuleren van bactericide antistoffen die het door de meningokokken tot expressie gebrachte fHbp herkennen. De Meningococcal Antigen Surface Expression (MEASURE) assay is ontwikkeld om het niveau van de fHbp-oppervlakte-expressie te koppelen aan het doden van meningokokken serogroep B-stammen in bactericide-assays met humaan serum complement (hSBA's). Uit een onderzoek met meer dan 2.150 verschillende invasieve meningokokken serogroep B-isolaten die van 2000-2014 in zeven Europese landen, de VS en Canada werden verzameld, bleek dat meer dan 91% van alle meningokokken serogroep B-isolaten voldoende fHbp- gehaltes tot expressie brachten om gevoelig te zijn voor het bacteriedodende effect van de door het vaccin geïnduceerde antistoffen.

Klinische werkzaamheid

De werkzaamheid van Trumenba is niet beoordeeld door middel van klinisch onderzoek. De werkzaamheid van het vaccin is afgeleid door de inductie van bactericide antistofresponsen tegen 4 meningokokken serogroep B-teststammen in het serum aan te tonen (zie de rubriek ’Immunogeniciteit’). De 4 teststammen brengen fHbp-varianten tot expressie die de 2 subfamilies (A en B) vertegenwoordigen die, als ze samen worden genomen, representatief zijn voor de meningokokken serogroep B-stammen die invasieve ziekte veroorzaken.

Immunogeniciteit

De bescherming tegen invasieve meningokokkenziekte wordt tot stand gebracht door een bactericide antistofrespons tegen bacteriële oppervlakteantigenen in serum. De bactericide antistoffen werken samen met het humaan complement om de meningokokken te doden. Dit proces is in vitro gemeten met een bactericideassay met humaan serum complement (hSBA) voor meningokokken serogroep B. Een hSBA-titer van meer dan of gelijk aan 1:4 wordt als beschermend tegen meningokokkenziekte beschouwd. In de immunogeniciteitsanalyse van Trumenba werd een respons gedefinieerd als een hSBA-titer van ten minste 1:8 of 1:16 afhankelijk van de hSBA-stam. Een 4-voudige stijging in hSBA-titer voor elk van de 4 primaire meningokokken serogroep B-teststammen werd als volgt gedefinieerd: (1) Bij proefpersonen met een baseline hSBA-titer van < 1:4 werd een 4-voudige respons gedefinieerd als een hSBA-titer van ≥ 1:16. (2) Bij proefpersonen met een baseline hSBA-titer van

≥ 1:4 werd een 4-voudige respons gedefinieerd als een hSBA-titer van ≥ 4 keer de ondergrens van kwantificering of ≥ 4 keer de baseline titer, afhankelijk van wat het hoogste was. Een samengestelde respons werd gedefinieerd als een respons voor alle 4 hSBA-stammen gecombineerd.

De immunogeniciteit van Trumenba na 2 of 3 vaccinaties werd beoordeeld bij personen van 11 tot 18 jaar oud in Europa (onderzoek B1971012) en na 3 vaccinaties bij personen van 10 tot 25 jaar oud wereldwijd (onderzoeken B1971009 en B1971016).

In onderzoek B1971012 werd Trumenba toegediend volgens de volgende schema's: groep 1 (0, 1 en 6 maanden); groep 2 (0, 2 en 6 maanden); groep 3 (0 en 6 maanden); groep 4 (0 en 2 maanden); groep 5 (0 en 4 maanden). Van de 1.713 gerandomiseerde proefpersonen zaten er 427 in groep 1, 430 in groep 2, 427 in groep 3, 286 in groep 4 en 143 in groep 5. Alle proefpersonen kregen

4 onderzoeksinjecties met 2 of 3 doses Trumenba en met 1 of 2 doses zoutoplossing. De hSBA- responsen waargenomen na de tweede of derde dosis voor groep 1, 2 en 3 staan vermeld in tabel 1 en 2.

Voor de tweede en derde dosis werd er ongeveer 1 maand na de tweede of derde vaccinatie dosis serum verkregen.

Tabel 1: Immuunrespons bij personen van 11 tot 18 jaar die Trumenba kregen toegediend in verschillende schema's met 2 of 3 doses (onderzoek B1971012)

 

 

 

 

Groep 1

 

 

Groep 2

 

Groep 3

 

 

 

(0, 1 en 6 maanden)

 

(0, 2 en 6 maanden)

(0 en 6 maanden)

 

 

N

% (95%-BI)

N

 

% (95%-BI)

N

% (95%-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BI)

hSBA-stam (fHbp-

 

 

 

 

 

 

 

 

variant)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:16

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

73,5

 

88,1

93,2

 

 

 

(68,6; 78,0)

 

(84,2; 91,3)

(90,2; 95,6)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

 

91,4

 

95,0

--

--

PMB80

 

 

(88,0; 94,1)

 

(92,1; 97,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(A22)

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

55,7

 

73,8

80,7

 

 

 

(50,3; 61,0)

 

(68,8; 78,4)

 

(76,2; 84,6)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

 

78,1

 

84,0

--

--

 

 

 

(73,4; 82,3)

 

(79,7; 87,6)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

96,6

 

97,9

98,4

 

 

 

(94,1; 98,2)

 

(95,8; 99,2)

(96,5; 99,4)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

 

99,4

 

98,9

--

--

PMB2001

 

 

(98,0; 99,9)

 

(97,2; 99,7)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(A56)

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

86,1

 

90,5

90,4

 

 

 

(81,9; 89,6)

 

(86,8; 93,5)

 

(86,8; 93,3)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

 

93,4

 

94,2

--

--

 

 

 

(90,2; 95,8)

 

(91,2; 96,4)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

62,2

 

70,3

81,1

 

 

 

(56,9; 67,4)

 

(65,1; 75,2)

(76,6; 85,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

 

89,0

 

88,4

--

--

PMB2948

 

 

(85,2; 92,0)

 

(84,6; 91,6)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(B24)

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

47,2

 

54,1

65,5

 

 

 

(41,8; 52,7)

 

(48,5; 59,5)

 

(60,4; 70,5)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

 

74,6

 

75,4

--

--

 

 

 

(69,8; 79,1)

 

(70,6; 79,8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

54,0

 

61,9

77,5

PMB2707

 

 

(48,5; 59,3)

 

(56,5; 67,2)

(72,8; 81,8)

 

 

 

 

 

 

(B44)

Dosis 3

 

88,5

 

86,1

--

--

 

 

 

(84,7; 91,6)

 

(82,0; 89,5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

Dosis 2

43,4

55,2

66,8

 

 

(38,0; 48,8)

(49,6; 60,6)

 

(61,6; 71,6)

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

82,2

81,7

--

--

 

 

(77,8; 86,0)

(77,2; 85,6)

 

 

 

 

 

 

 

 

Samengestelde respons (Een respons voor alle 4 hSBA-stammen samen)

 

 

 

Vóór

3,5

2,4

3,2

 

dosis 1

(1,8; 6,1)

(1,0; 4,7)

(1,6; 5,6)

 

 

 

 

 

Dosis 2

45,1

54,3

73,5

 

 

(39,5; 50,9)

(48,6; 60,0)

(68,5; 78,1)

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

83,1

81,7

--

--

 

 

(78,6; 86,9)

(77,3; 85,7)

 

 

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: hSBA = bactericide assay met humaan serum complement; fHbp = factor H-bindend eiwit. Opmerking: De ondergrens van kwantificering is een hSBA-titer = 1:16 voor PMB80 (A22) en 1:8 voor PMB2001 (A56), PMB2948 (B24) en PMB2707 (B44).

Tabel 2: Immuunrespons bij personen van 11 tot 18 jaar die Trumenba kregen toegediend in verschillende schema's met 2 of 3 doses (onderzoek B1971012)

 

 

 

Groep 1

 

 

Groep 2

 

Groep 3

 

 

(0, 1 en 6 maanden)

 

(0, 2 en 6 maanden)

(0 en 6 maanden)

 

 

N

GMT (95%-BI)

N

 

GMT (95%-BI)

N

GMT

 

 

 

 

 

 

 

 

(95%-BI)

hSBA-stam (fHbp-

 

 

 

 

 

 

 

variant)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis

 

 

 

 

 

 

 

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

PMB80

Dosis 2

29,0

 

35,6

50,6

 

(26,0; 32,5)

 

(32,2; 39,4)

(45,9; 55,8)

(A22)

 

 

 

 

 

Dosis 3

58,4

 

58,3

 

--

 

 

 

 

 

(52,4; 64,9)

 

(53,2; 63,9)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 2

 

77,3

 

 

94,6

 

125,6

PMB2001

 

 

(112,6;

 

(68,5; 87,1)

 

(84,6; 105,7)

(A56)

 

 

 

 

 

140,2)

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

152,9

 

155,6

--

--

 

 

(137,2; 170,5)

 

(140,4; 172,4)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

PMB2948

Dosis 2

13,8

 

14,9

20,6

 

(12,2; 15,6)

 

(13,2; 16,7)

(18,4; 23,2)

(B24)

 

 

 

 

 

Dosis 3

29,1

 

25,6

--

--

 

 

 

 

(25,9; 32,7)

 

(23,0; 28,5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

PMB2707

Dosis 2

13,1

 

15,5

22,5

 

(11,3; 15,1)

 

(13,5; 17,9)

(19,6; 25,7)

(B44)

 

 

 

 

 

Dosis 3

40,3

 

35,0

--

--

 

 

 

 

(35,2; 46,1)

 

(30,6; 39,9)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: GMT = geometrisch gemiddelde titer; hSBA = bactericide assay met humaan serum complement; fHbp = factor H-bindend eiwit.

Onderzoek B1971009 was een gerandomiseerd, actief gecontroleerd, voor de waarnemer geblindeerd, multicentrisch fase 3-onderzoek met proefpersonen van 10 tot 18 jaar oud die 1 van de 3 lots (groep 1, 2 of 3) Trumenba kregen of het actieve controle hepatitis A-virus (HAV) -vaccin/zoutoplossing. In totaal kregen 2.693 proefpersonen ten minste 1 dosis Trumenba en 897 proefpersonen kregen ten minste 1 dosis HAV-vaccin/zoutoplossing. Het onderzoek onderzocht de veiligheid, verdraagbaarheid, immunogeniciteit en demonstratie van produceerbaarheid van 3 lots Trumenba toegediend in een

schema van 0, 2 en 6 maanden. De hSBA-responsen waargenomen na de derde dosis in groep 1 staan vermeld in tabel 3 en 4. De resultaten van groep 2 en 3 worden hier niet gepresenteerd, aangezien er slechts twee representatieve stammen werden beoordeeld. In groep 2 en 3 werden vergelijkbare resultaten waargenomen als in groep 1.

Onderzoek B1971016 was een gerandomiseerd, placebogecontroleerd, voor de waarnemer geblindeerd, multicentrisch fase 3-onderzoek waarin proefpersonen van 18 tot 25 jaar in een

3:1 verhouding werden toegewezen aan twee groepen (groep 1: groep 2). Groep 1 kreeg Trumenba in maand 0, 2 en 6. Groep 2 kreeg een zoutoplossing in maand 0, 2 en 6. In totaal kregen

2.471 proefpersonen Trumenba en 822 een zoutoplossing. De hSBA-responsen waargenomen na de derde dosis in groep 1 en 2 worden gepresenteerd in tabel 3 en 4.

Serum werd ongeveer 1 maand na vaccinatie verkregen.

Tabel 3. Immuunrespons bij personen van 10 tot 25 jaar 1 maand na de derde dosis Trumenba of het controlevaccin, gegeven in een schema van 0, 2, 6 maanden (onderzoek B1971009 en onderzoek B1971016)

 

 

Onderzoek B1971009 (10-18 jaar)

Onderzoek B1971016 (18-25 jaar)

 

 

 

Groep 1

 

Groep 4

 

Groep 1

 

Groep 2

 

 

Trumenba

HAV/zoutoplossing

Trumenba

Zoutoplossing

hSBA-stam (fHbp-

N

 

%

N

 

%

N

 

%

N

 

%

variant)

 

 

 

(95%-BI)

 

 

(95%-BI)

 

 

(95%-BI)

 

 

(95%-BI)

 

% hSBA ≥ 1:16

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.266

 

97,8

 

34,0

1.714

 

93,5

 

36,6

PMB80

 

 

(96,8; 98,5)

 

(30,7; 37,6)

 

(92,2; 94,6)

 

(32,6; 40,6)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(A22)

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.225

 

83,2

 

9,6

1.695

 

80,5

 

6,3

 

 

 

(81,0; 85,2)

 

(7,6; 12,0)

 

(78,6; 82,4)

 

(4,5; 8,7)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.229

 

99,5

 

27,5

1.708

 

99,4

 

34,2

PMB2001

 

 

(98,9; 99,8)

 

(23,0; 32,5)

 

(98,9; 99,7)

 

(30,3; 38,4)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(A56)

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.128

 

90,2

 

11,3

1.642

 

90,0

 

10,3

 

 

 

(88,4; 91,9)

 

(8,1; 15,1)

 

(88,4; 91,4)

 

(7,9; 13,2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.250

 

87,1

 

7,0

1.702

 

95,1

 

30,2

PMB2948

 

 

(85,1; 88,9)

 

(5,3; 9,0)

 

(93,9; 96,0)

 

(26,5; 34,1)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(B24)

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.235

 

79,8

 

2,7

 

 

79,3

 

5,5

 

 

 

(77,4; 82,0)

 

(1,6; 4,1)

1.675

 

(77,3; 81,2)

 

 

(3,8; 7,7)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.210

 

89,3

 

5,3

1.703

 

87,4

 

11,4

PMB2707

 

 

(87,4; 90,9)

 

(3,3; 8,1)

 

(85,8; 89,0)

 

(9,0; 14,3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(B44)

4-voudige stijging in hSBA-titer (%)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.203

 

85,9

 

1,0

1.696

 

79,6

 

1,6

 

 

 

(83,8; 87,8)

 

(0,3; 2,6)

 

 

(77,6; 81,5)

 

 

(0,7; 3,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samengestelde respons (Een respons voor alle 4 hSBA-stammen samen)

 

 

 

 

 

 

 

Vóór

1.088

 

1,1

 

2,0

1.612

 

7,3

 

6,1

 

dosis 1

 

(0,6; 1,9)

 

(0,8; 4,0)

 

 

(6,0; 8,6)

 

 

(4,2; 8,5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dosis 3

1.170

 

83,5

 

2,8

 

 

 

 

 

 

 

 

(81,3; 85,6)

 

(1,4; 5,1)

1.664

 

84,9

 

 

7,5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(83,1; 86,6)

 

(5,4; 10,0)

Afkortingen: hSBA = bactericide assay met humaan serum complement; fHbp = factor H-bindend eiwit.

Opmerking: De ondergrens van kwantificering is een hSBA-titer = 1:16 voor PMB80 (A22) en 1:8 voor PMB2001 (A56), PMB2948 (B24) en PMB2707 (B44).

Tabel 4. Immuunrespons bij personen van 10 tot 25 jaar 1 maand na de derde dosis Trumenba of het controlevaccin, gegeven in een schema van 0, 2, 6 maanden (onderzoek B1971009 en onderzoek B1971016)

 

 

Onderzoek B1971009 (10-18 jaar)

 

 

Onderzoek B1971016 (18-25 jaar)

 

 

 

Groep 1

 

 

Groep 4

 

 

Groep 1

 

 

 

Groep 2

 

 

Trumenba

HAV/zoutoplossing

 

Trumenba

 

Zoutoplossing

hSBA-

N

 

GMT

N

 

GMT

N

 

GMT

N

 

GMT

stam

 

 

(95% BI)

 

 

(95% BI)

 

 

(95% BI)

 

 

(95% BI)

(fHbp-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

variant)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB80

1.266

 

86,8

 

12,6

1.714

 

74,3

 

13,2

(A22)

 

(82,3;

91,5)

 

 

(12,0; 13,4)

 

(70,2;

78,6)

 

(12,4; 14,1)

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB2001

1.229

 

222,5

 

8,8

1.708

 

176,7

 

9,1

(A56)

 

(210,1;

235,6)

 

(7,6; 10,1)

 

(167,8;

186,1)

 

(8,2; 10,1)

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB2948

1.250

 

24,1

 

4,5

1.702

 

49,5

 

7,2

(B24)

 

(22,7;

25,5)

 

(4,4; 4,7)

 

(46,8;

52,4)

 

(6,6; 7,8)

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB2707

1.210

 

50,9

 

4,4

1.703

 

47,6

 

4,8

(B44)

 

(47,0;

55,2)

 

(4,2; 4,6)

 

(44,2;

51,3)

 

(4,6; 5,1)

 

 

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: GMT = geometrisch gemiddelde titer; hSBA = bactericide assay met humaan serum complement; fHbp = factor H-bindend eiwit.

In onderzoeken B1971009 en B1971016 werd het percentage proefpersonen dat na 3 doses Trumenba, toegediend in een schema van 0, 2, 6 maanden, een bepaalde hSBA-titer bereikte, getoetst ten opzichte van een panel van tien aanvullende stammen, die elk een andere fHbp-variant tot expressie brengen (tabel 5). Deze aanvullende hSBA's ondersteunen de breedte van de dekking van het vaccin die is aangetoond door de vier representatieve primaire stammen en breiden deze nog verder uit (tabel 3 en 4).

Serum werd ongeveer 1 maand na vaccinatie verkregen.

Tabel 5. Immuunrespons bij personen van 10 tot 25 jaar ten opzichte van 10 aanvullende stammen 1 maand na de derde dosis Trumenba gegeven in een schema van 0, 2, 6 maanden (onderzoek B1971009 en

onderzoek B1971016)

 

 

Onderzoek B1971009

Onderzoek B1971016

 

 

 

(10 tot 18 jaar)

(18 tot 25 jaar)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

N

 

% (95%-BI)

N

% (95%-BI)

hSBA-stam (fHbp-variant)

Dosis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

PMB3040 (A07)

 

 

96,4

95,7

 

 

 

(93,5; 98,3)

 

(92,6; 97,7)

 

 

 

 

 

PMB1672 (A15)

 

 

87,2

91,8

 

 

 

(82,6; 91,0)

 

(87,9; 94,7)

 

 

 

 

 

PMB3175 (A29)

 

 

98,6

99,3

 

 

 

(96,4; 99,6)

 

(97,5; 99,9)

 

 

 

 

 

PMB1256 (B03)

 

 

92,5

86,4

 

 

 

(88,7; 95,3)

 

(81,8; 90,3)

 

 

 

 

 

PMB866 (B09)

 

 

86,2

77,0

 

 

 

(81,6; 90,1)

 

(71,6; 81,9)

 

 

 

 

 

PMB431 (B15)

 

 

98,2

96,7

 

 

 

(95,9; 99,4)

 

(93,9; 98,5)

 

 

 

 

 

PMB648 (B16)

 

 

81,7

78,0

 

 

 

(76,6; 86,0)

 

(72,6; 82,8)

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:16

 

 

 

 

PMB3010 (A06)

95,7

 

92,0

 

(92,6; 97,8)

 

 

(88,1; 94,9)

 

 

 

 

PMB824 (A12)

75,1

 

71,3

 

(69,6; 80,1)

 

 

(65,5; 76,5)

 

 

 

 

PMB1989 (A19)

 

92,7

 

95,8

 

 

 

(92,7; 97,8)

 

(89,0; 95,5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: hSBA = bactericide assay met humaan serum complement; fHbp = factor H-bindend eiwit..

 

Persistentie van de immuniteit en respons op boostervaccinatie

Onderzoek B1971033 is een open-label follow-up onderzoek met proefpersonen die eerder aan een primair onderzoek hebben meegedaan, waaronder onderzoek B1971012. De proefpersonen legden meer dan vier jaar lang bezoeken af voor bloedafnames en kregen ongeveer vier jaar na injectie van de eerste reeks met 2 of 3 doses Trumenba nog een enkelvoudige boosterdosis Trumenba. De hSBA- responsen van de proefpersonen die uit groep 1 (schema van 0, 1, 6 maanden), groep 2 (schema van 0, 2, 6 maanden) en groep 3 (schema van 0, 6 maanden) van primair onderzoek B1971012 kwamen, staan weergegeven in tabel 6 en 7. Wanneer er ongeveer 4 jaar na een eerste reeks van 2 doses

(groep 3) of 3 doses (groep 1 en 2) een dosis Trumenba werd toegediend, werd er na 1 maand een boosterrespons in de hSBA-responsen waargenomen.

Tabel 6: Persistentie van de immuunrespons en boosterrespons bij personen van 11 tot 18 jaar oud, na een primaire reeks Trumenba volgens een schema van 0, 1, 6 maanden, van 0, 2, 6 maanden en van 0, 6 maanden en een booster 4 jaar na de primaire reeks (onderzoek B19711033).

 

 

Primair onderzoek B1971012 vaccingroep (conform randomisatie)

 

 

Groep 1

Groep 2

Groep 3

 

 

 

(0, 1 en 6 maanden)

(0, 2 en 6 maanden)

(0 en 6 maanden)

 

 

N

% (95%-BI)

N

% (95%-BI)

N

 

% (95%-BI)

hSBA-stam (fHbp-variant)

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdstip

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:16

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire dosis

91,0 (83,6;

92,0 (85,4; 96,3)

 

96,5 (91,3; 99,0)

 

 

95,8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB80

12 maanden na laatste primaire

41,4 (31,6;

45,0 (35,6; 54,8)

 

36,3 (27,4; 45,9)

dosis

51,8)

 

(A22)

 

 

 

 

 

 

48 maanden na laatste primaire

41,1 (30,8;

43,0 (33,1; 53,3)

 

39,6 (30,0; 49,8)

 

 

 

dosis

52,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

98,3 (90,9;

100,0 (93,8;

 

95,2 (86,5; 99,0)

 

 

100,0)

100,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire dosis

100,0 (96,4;

99,1 (95,1;

 

99,1 (95,3; 100,0)

 

 

100,0)

100,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB200

12 maanden na laatste primaire

73,5 (63,6;

76,1 (67,0; 83,8)

 

60,4 (50,4; 69,7)

dosis

81,9)

 

1 (A56)

 

 

 

 

 

 

48 maanden na laatste primaire

47,1 (36,1;

58,6 (48,2; 68,4)

 

57,6 (47,2; 67,5)

 

 

 

dosis

58,2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

100,0 (93,9;

100,0 (93,8;

 

98,4 (91,3; 100,0)

 

 

100,0)

100,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire dosis

90,0 (82,4;

88,6 (81,3; 93,8)

 

81,4 (73,0; 88,1)

 

 

95,1)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB294

12 maanden na laatste primaire

40,8 (31,0;

49,1 (39,3; 58,9)

 

36,9 (27,6; 47,0)

dosis

51,2)

 

8 (B24)

 

 

 

 

 

 

48 maanden na laatste primaire

41,1 (30,8;

40,8 (31,0; 51,2)

 

30,5 (21,9; 40,2)

 

 

 

dosis

52,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

100,0 (93,9;

100,0 (93,8;

 

93,4 (84,1; 98,2)

 

 

100,0)

100,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

% hSBA ≥ 1:8

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire dosis

88,9 (81,0;

87,4 (79,7; 92,9)

 

77,9 (69,1; 85,1)

 

 

94,3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB270

12 maanden na laatste primaire

24,0 (16,0;

22,5 (15,1; 31,4)

 

16,5 (10,3; 24,6)

dosis

33,6)

 

7 (B44)

 

 

 

 

 

 

48 maanden na laatste primaire

20,7 (12,9;

18,0 (11,0; 26,9)

 

18,9 (11,9; 27,6)

 

 

 

dosis

30,4)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

94,9 (85,9;

98,2 (90,6;

 

91,9 (82,2; 97,3)

 

 

98,9)

100,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samengestelde respons (Een respons voor alle 4 hSBA-stammen samen)

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire dosis

80,7 (68,1;

87,3 (75,5; 94,7)

 

77,2 (64,2; 87,3)

 

 

90,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12 maanden na laatste primaire

10,9

13,7

 

20,4

 

dosis

(4,1; 22,2)

(5,7; 26,3)

 

(10,2; 34,3)

 

 

 

 

 

 

48 maanden na laatste primaire

15,7 (7,0;

18,2 (9,1; 30,9)

 

16,4 (7,8; 28,8)

 

dosis

28,6)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

93,2 (83,5;

98,2 (90,6;

 

91,8 (81,9; 97,3)

 

 

98,1)

100,0)

 

 

 

 

 

 

 

 

Afkortingen: hSBA = bactericide assay met humaan serum complement; fHbp = factor H-bindend eiwit.

Opmerking: De ondergrens van kwantificering is een hSBA-titer = 1:16 voor PMB80 (A22) en 1:8 voor PMB2001 (A56), PMB2948 (B24) en PMB2707 (B44).

Tabel 7: Persistentie van de immuunrespons en boosterrespons bij personen van 11 tot 18 jaar oud, na een primaire reeks Trumenba volgens een schema van 0, 1, 6 maanden, van 0, 2, 6 maanden en van 0, 6 maanden en een booster 4 jaar na de primaire reeks (onderzoek B1971033).
Primair onderzoek B1971012 vaccingroep (conform randomisatie)
Groep 1Groep 2Groep 3
(0, 1 en 6 maanden) (0, 2 en 6 maanden) (0 en 6 maanden)
N GMT (95%-BI) N GMT (95%-BI) N GMT (95%-BI)
hSBA-stam (fHbp-variant)

Tijdstip

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire

60,1 (48,6; 74,4)

56,6 (47,0; 68,2)

54,7 (47,3; 63,3)

 

dosis

 

 

 

 

 

 

 

 

12 maanden na laatste primaire

14,9 (12,6; 17,7)

15,8 (13,4; 18,6)

15,6 (13,0; 18,8)

 

dosis

PMB80

 

 

 

 

 

 

48 maanden na laatste primaire

14,3 (11,9; 17,0)

15,1 (12,7; 18,0)

14,8 (12,5; 17,6)

(A22)

dosis

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

90,0 (69,6;

119,1 (90,0;

140,0 (104,2;

 

 

116,3)

157,8)

187,9)

 

 

 

 

 

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire

199,5 (162,7;

196,2 (161,8;

142,5 (118,3;

 

dosis

244,5)

237,9)

171,7)

 

 

 

 

 

12 maanden na laatste primaire

25,7 (19,4; 34,0)

27,3 (21,0; 35,4)

18,5 (13,8; 24,7)

 

dosis

 

 

 

 

 

 

 

PMB20

48 maanden na laatste primaire

11,5 (8,6; 15,5)

17,5 (13,2; 23,3)

16,0 (12,1; 21,1)

dosis

 

 

 

 

 

 

01 (A56)

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

335,4 (262,1;

370,8 (275,8;

358,0 (262,1;

 

 

429,2)

498,6)

489,0)

 

 

 

 

 

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire

29,7

(23,9; 36,8)

30,9 (25,3; 37,7)

28,0 (22,0; 35,5)

 

dosis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12 maanden na laatste primaire

9,7

(7,5; 12,4)

11,5 (9,0; 14,6)

8,4 (6,7; 10,6)

 

dosis

 

 

 

 

 

 

 

 

PMB29

48 maanden na laatste primaire

9,4

(7,3; 12,1)

9,7 (7,6; 12,3)

7,5 (6,1; 9,2)

dosis

 

 

 

 

 

 

 

48 (B24)

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

74,6

(55,9; 99,5)

80,3 (62,6;

86,0 (62,6;

 

 

103,1)

118,2)

 

 

 

 

 

 

 

 

hSBA GMT

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na laatste primaire

50,1 (38,0; 66,1)

41,9 (32,3; 54,3)

31,4 (23,9; 41,3)

 

dosis

 

 

 

 

 

 

 

 

12 maanden na laatste primaire

6,4 (5,2; 7,8)

6,0 (5,1; 7,2)

5,6 (4,8; 6,5)

 

dosis

PMB27

 

 

 

 

 

 

48 maanden na laatste primaire

6,0 (5,0; 7,2)

5,3 (4,6; 6,1)

5,1 (4,6; 5,7)

07 (B44)

dosis

 

 

 

 

 

 

 

1 maand na boosterdosis

109,9 (74,5;

117,6 (84,5;

84,6 (57,8;

 

 

162,0)

163,5)

124,0)

 

 

 

 

 

Afkortingen: GMT = geometrisch gemiddelde titer; hSBA = bactericide assay met humaan serum complement; fHbp = factor H-bindend eiwit.

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Trumenba in een of meerdere subgroepen van pediatrische patiënten voor de preventie van invasieve meningokokkenziekte veroorzaakt door

N. meningitidis serogroep B (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Niet van toepassing.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van toxiciteit bij herhaalde dosering en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Natriumchloride

Histidine

Polysorbaat 80 (E433)

Water voor injecties

Voor adsorptiemiddel, zie rubriek 2.

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Meng Trumenba niet met andere vaccins of geneesmiddelen in dezelfde injectiespuit.

Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.

6.3Houdbaarheid

3 jaar.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2 °C-8 °C).

Injectiespuiten dienen horizontaal in de koelkast te worden bewaard om de redispersietijd tot een minimum te beperken.

Niet in de vriezer bewaren.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

0,5 ml suspensie in een voorgevulde spuit (type I-glas) met een plastic Luer-Lockadapter, chloorbutyl rubberen plunjerstopper en een synthetische isopreen-bromobutylrubberen beschermdop met een hard plastic kapje om de beschermdop met of zonder naald. De beschermdop en rubberen plunjer van de voorgevulde spuit zijn niet gemaakt met natuurlijk rubber latex.

Verpakkingsgrootten van 1, 5 en 10 voorgevulde spuiten met of zonder naald.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Tijdens opslag kan er een witte neerslag en helder supernatant in de voorgevulde spuit met de suspensie worden waargenomen.

Voor gebruik dient de voorgevulde spuit krachtig te worden geschud zodat er een homogene, witte suspensie ontstaat.

Gebruik het vaccin niet als het niet kan worden geresuspendeerd.

Het vaccin dient vóór toediening visueel te worden gecontroleerd op deeltjes en verkleuring. Wanneer er vreemde deeltjes en/of een verandering van het uiterlijk worden waargenomen, dient u het vaccin niet toe te dienen.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Pfizer Ltd

Ramsgate Road

Sandwich

Kent CT13 9NJ

Verenigd Koninkrijk

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/17/1187/001

EU/1/17/1187/002

EU/1/17/1187/003

EU/1/17/1187/004

EU/1/17/1187/005

EU/1/17/1187/006

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning:

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld