Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Unituxin (dinutuximab) – Bijsluiter - L01XC

Updated on site: 10-Oct-2017

Naam van geneesmiddelUnituxin
ATC codeL01XC
Werkzame stofdinutuximab
ProducentUnited Therapeutics Europe Ltd

Bijsluiter: Informatie voor de gebruiker

Unituxin 3,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie dinutuximab

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. U kunt hieraan bijdragen door melding te maken van alle bijwerkingen die u eventueel zou ervaren. Aan het einde van rubriek 4 leest u hoe u dat kunt doen.

Het kan voorkomen dat een jong persoon die dit geneesmiddel toegediend krijgt de bijsluiter leest, maar gewoonlijk is dit een ouder/zorgverlener. De bijsluiter zal daarom steeds naar ‘u’ verwijzen.

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

informatie in voor u.

 

 

 

-

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

-

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.

-

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet in

 

deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.

Inhoud van deze bijsluiter

 

 

 

1.

Wat is Unituxin en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

 

2.

Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u

extra voorzichtig mee zijn?

3.

Hoe wordt dit middel toegediend?

 

 

geregistreerd

4.

Mogelijke bijwerkingen

 

 

5.

Hoe bewaart u dit middel?

 

langer

6.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

 

1.

 

 

 

Wat is Unituxin en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wat is Unituxin?

niet

 

 

Unituxin is een geneesmiddelGeneesmiddeltegen kanker at het actieve bestanddeel dinutuximab bevat. Het behoort tot een groep geneesmiddelen die ‘monoklonale antilichamen’ wordt genoemd. Deze middelen werken net als

de antilichamen die op een natuurlijke manier door het lichaam worden geproduceerd. Ze helpen het immuunsysteem zich te richten op bepaalde cellen, zoals kankercellen, door zich aan deze cellen te 'hechten'.

Waarvoor wordt dit l gebruikt?

Unituxin wordt gebruikt voor het behandelen van ‘hoogrisico neuroblastoom’ bij baby's, kinderen en

adolescenten in de leeftijd van 12 maanden tot 17 jaar.

Een neuroblastoom is een kwaadaardige tumor die groeit uit abnormale zenuwcellen in het lichaam. Sommige neuroblastomen zijn geclassificeerd als ‘hoogrisico’ als de kanker zich naar verschillende delen van het lichaam heeft verspreid en bepaalde soorten cellen bevat. Hoogrisico neuroblastomen hebben meer kans terug te komen na behandeling.

Om het risico op terugkeer van de kanker te verminderen, wordt Unituxin toegediend in de laatste fase van de behandeling om restanten van de ziekte te elimineren die nog steeds aanwezig kunnen zijn nadat de kanker een respons heeft laten zien op chemotherapie, chirurgie en een autologe (zelf-donerende) bloedceltransplantatie.

Hoe werkt Unituxin?

Unituxin herkent een celoppervlak-doelwit met de naam ‘GD2’ en hecht zich eraan. GD2 vindt men op het oppervlak van neuroblastoomcellen. Wanneer Unituxin zich hecht aan het GD2 op de kankercellen, begint

het immuunsysteem van de patiënt deze cellen aan te vallen en te doden.

Van Unituxin is aangetoond dat het verergering of terugkeer van de ziekte vertraagt en de kans op overleving verbetert.

2. Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen?

-U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Als u hierover twijfelt, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige alvorens dinutuximab te gebruiken.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit middel toegediend krijgt als: - u ooit stuipen (convulsies) heeft gehad

- u leverproblemen heeft

- u een laag gehalte witte bloedcellen of bloedplaatjes in uw bloed heeft – aangetoond door tests

- u ademhalingsproblemen heeft, zoals kortademigheid in rust

geregistreerd

 

-

u nierproblemen heeft

 

-

u infecties heeft.

 

Als één van het bovenstaande op u van toepassing is (of als u daarover twijfelt), praat dan met uw arts of verpleegkundige alvorens dit middel te gebruiken.

U kunt mogelijk de volgende symptomen ervaren wanneer u voor het eerst Unituxin krijgt en tijdens de volledige duur van de behandeling:

langer

Allergische reacties, die ernstig kunnen zijn (anafylactische reacties), of andere reacties op de infusie – breng uw arts of verpleegkundige onmiddellijk op de hoogte als u enige vorm van reactie

tijdens of na de infusie vertoont. Deze reacties komen zeer vaak voor (treffen meer dan 1 op 10 mensen). Verschijnselen vanGeneesmiddeleen allergische reactie zijn onder andere huiduitslag, netelroos, zwelling in het gezicht of de keel, duizeligheid, een snelle hartslag of palpitaties, kortademigheid of problemen bij het ademen, koorts, misselijkheid, gewr chtspijnen. U wordt nauwlettend op deze klachten gecontroleerd terwijl u het geneesmiddel toegediend krijgt. U krijgt een antihistaminicum dat allergische reacties helpt voorkomen.

Capillaireleksyndroom als gevolg van lekkage van bloedbestanddelen door de wanden van de kleine bloedvaten – dit kan sn lle zwelling van e armen, benen en andere delen van het lichaam, snelle daling van de bloeddruk, een licht gevoel in het hoofd en ademhalingsproblemen veroorzaken.

Pijn – neem contact op met uw arts of verpleegkundige als u pijn ervaart. Dit komt zeer vaak voor tijdens behandeling (treft meer dan 1 op 10 mensen). U krijgt pijnstillende geneesmiddelen (zoals paracetamol, ibuprofen, morfine) om de pijn te helpen voorkomen en verminderen. Zie rubriek 4 voor meer informatie over bijwerkingen met betrekking tot pijn.

Lage bloeddruk – hierdoor kunt u zich duizelig voelen of flauwvallen

Problemen met de ogen – neem contact op met uw arts of verpleegkundige als u problemen met de ogen krijgt of uw gezichtsvermogen verandert.

Infecties van het bloed – neem contact op met uw arts als u koorts, koude rillingen, flauwvallen of duizeligheid ervaart

Problemen met de zenuwen – u kunt gevoelloosheid, een tintelend of brandend gevoel in de handen, voeten, benen of armen, een verminderd gevoel of zwakte bij beweging (perifere neuropathie) ervaren.

Zie rubriek 4 voor een volledige lijst van bekende bijwerkingen.

Tests en controles

Uw arts voert bloedonderzoek uit en eventueel ook oogtesten wanneer u dit geneesmiddel gebruikt.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Unituxin nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige. Hiertoe behoren ook geneesmiddelen die vrij verkrijgbaar zijn en kruidengeneesmiddelen. Breng, in het bijzonder, uw arts of verpleegkundige op de hoogte als u onlangs de volgende middelen heeft gebruikt:

- geneesmiddelen die ‘corticosteroïden’ worden genoemd – deze kunnen een invloed uitoefenen op de activiteit van uw immuunsysteem, die belangrijk is voor de werking van Unituxin.

- ‘intraveneuze immunoglobuline’ – u mag dit type geneesmiddel niet gebruiken in de twee weken

voorafgaand aan behandeling met Unituxin en gedurende ten minste één week na voltooiing van de

behandeling.

geregistreerd

 

Als één van het bovenstaande op u van toepassing is (of als u daarover twijfelt), praat dan met uw arts of verpleegkundige alvorens dit middel te gebruiken.

Zwangerschap

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn of wilt u zwanger word n? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Kunt u zwanger worden en gebruikt u geen anticoncepti , breng uw arts dan op de hoogte alvorens dit geneesmiddel te gebruiken.

Het is aanbevolen gedurende 6 maanden na stopzetting van dit geneesmiddel anticonceptie te gebruiken.langer

Borstvoeding

niet

 

Unituxin heeft vele bijwerkingenGeneesmiddeldeze hebben gevolgen voor uw rijvaardigheid en uw vermogen om

Als u borstvoeding geeft, praat dan m t uw arts of verpleegkundige alvorens dit geneesmiddel te

gebruiken.

• U mag geen borstvoeding geven t jdens behandeling met dit geneesmiddel. Dit komt doordat niet bekend is of het geneesmiddel in de moedermelk wordt uitgescheiden. De aanbevolen tijdspanne tussen stopzetting van behandeling n borstvoeding is 6 maanden.

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen machines te bedienen.

Unituxin bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis. Dit betekent dat het nagenoeg ‘natriumvrij’ is.

3.Hoe wordt dit middel toegediend?

Unituxin wordt toegediend door een arts of verpleegkundige in het ziekenhuis. Het wordt toegediend als een druppelinfusie in één van uw aders (‘intraveneus infuus’).

Unituxin wordt samen met drie andere geneesmiddelen gebruikt. Dit zijn:

-Isotretinoïne

-GM-CSF

-IL-2

Tijdens kuur (maand) 6
Tijdens kuur (maand) 2 en 4

Deze geneesmiddelen worden toegediend over zes kuren. Elke kuur duurt één maand. U krijgt niet in elke kuur alle geneesmiddelen toegediend.

Hoeveel wordt er toegediend?

Unituxin wordt toegediend in vijf van de zes kuren. De aanbevolen dosering is 17,5 mg/m2. Uw arts bepaalt uw dosis op basis van uw lichaamsoppervlak.

Tijdens kuur (maand) 1, 3 en 5

Unituxin wordt toegediend via een druppelinfuus in één van uw aders – gedurende ongeveer 10 uur elke dag gedurende vier dagen.

GM-CSF wordt gedurende 14 dagen dagelijks toegediend als een injectie onder de huid of als een infuus in één van uw aders.

U krijgt isotretinoïne dat u gedurende de laatste 14 dagen van elke kuur via de mond (oraal) moet innemen.

• Unituxin wordt toegediend via een druppelinfuus in één van geregistreerduw aders – dur nde ongeveer 10 uur elke dag gedurende vier dagen.

IL-2 wordt vier dagen achtereen toegediend via een infuus in één van uw aders (continue infusie) –

gedurende de eerste vier dagen van de eerste week en de eerste vi da en van de tweede week van elke kuur.

• U krijgt isotretinoïne dat u gedurende de laatste 14 dagen van lke kuur via de mond (oraal) moet

innemen.

langer • U krijgt isotretinoïne dat u uitsluitend via denietmond (oraal) mag innemen.

Uw arts of verpleegkundige volgt u op tijdens en na de infusie. Om het risico op bijwerkingen te verminderen, kan uw artsGeneesmiddelde duur die is to g staan voor de Unituxin-infusie verlengen tot 20 uur. Heeft u

nog vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.

4. Mogelijke bijwerking

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel, toegediend met GM-CSF, IL-2 en isotretinoïne, bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Breng uw arts of verpleegkundige onmiddellijk op de hoogte als u een van de volgende symptomen ervaart:

Elke vorm van allergische reactie of andere reactie op de injectieplaats – deze symptomen zijn onder andere huiduitslag, netelroos, zwelling in het gezicht of de keel, duizeligheid, een snelle hartslag of palpitaties, kortademigheid of problemen bij het ademen, koorts, misselijkheid of gewrichtspijnen.

Snelle zwelling van de armen, benen en andere delen van het lichaam, snelle daling van de bloeddruk, licht gevoel in het hoofd en ademhalingsproblemen (capillaireleksyndroom)

Elke vorm van pijn: in de maag, keel, borst, gezicht, handen, voeten, benen of armen (zoals gevoelloosheid, tintelend of brandend gevoel), rug, nek, gewrichten, spieren, mond, ogen, genitaliën.

Deze komen zeer vaak voor (kunnen meer dan 1 op 10 mensen treffen).

Als u één van deze symptomen opmerkt, breng dan onmiddellijk uw arts of verpleegkundige op de hoogte.

Andere bijwerkingen die u mogelijk kunt ervaren met dit geneesmiddel zijn onder andere:

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen (kunnen meer dan 1 op 10 mensen treffen):

-hoesten

-jeuk

-verlies van eetlust

-diarree, misselijkheid

-lage bloeddruk waardoor u zich duizelig kunt voelen of kunt flauwvallen, of hoge bloeddruk

-afwijkende uitslagen bloedonderzoek, zoals laag aantal bloedplaatjes, laag aantal rode of witte bloedcellen, laag gehalte albumine (dit kan zwelling veroorzaken en ertoe leiden dat u zich zwak en moe voelt), afwijkende leverfunctie, laag gehalte kalium, natrium, calcium, fosfaten, of hoog gehalte glucose.

Vaak voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op 10 mensen treffen):

-gewichtsverlies, gewichtstoename

-koude rillingen

-hoofdpijn

-gevoel van moeheid, snel geïrriteerd zijn

-constipatie, bloed in de ontlasting

-beschadiging aan de zenuwen in het lichaam waardoor beweging kan worden beïnvloed

- slechtziendheid, gevoeligheid voor licht, grote pupillen van de ogen (‘gedilat rd’)

-niet in staat zijn te urineren, bloed of eiwit in de urine

-hoger risico op het krijgen van infecties, vooral van de apparaten die worden gebruikt om het geneesmiddel toe te dienen

-bloed- of darminfecties

-huidproblemen op de plaats waar de injectie werd gegeven, rode huiduitslag met kleine bulten

-afwijkende uitslagen bij bloedonderzoek, zoals laag gehalte ma nesium, glucose, hoog gehalte zuren of

creatinine.geregistreerd

Soms voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op 100langermensen treffen):

-ongelijke pupillen

-vocht in of rond de longen

-nierfalen

-overactieve schildklierGeneesmiddel

-serumziekte – een ziekte die lijkt op allergie

-afwijkend hartritme

-zwelling in het achterste gedeelte van de hersenen (posterieur reversibel (omkeerbaar) encefalopathie- syndroom) – symptomen zijn onder andere hoge bloeddruk, hoofdpijn, toevallen, verandering in zicht of gedrag, slaperig of vermo gevoel

-atypisch hemolytisch-uremisch syndroom (aHUS) – een ziekte die het bloedsysteem en de nieren aantast

– symptomen zijn onder andere griepachtige symptomen die niet overgaan, verwardheid, lethargie, verlies van eetlust of donker gekleurde urine.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5. Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2 °C – 8 °C). Niet in de vriezer bewaren. De flacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

De chemische en fysieke stabiliteit bij gebruik werd aangetoond bij omgevingsomstandigheden (lager dan 25 °C). Vanuit microbiologisch oogpunt dient de verdunde oplossing onmiddellijk te worden gebruikt.

Gebruik dit geneesmiddel niet als u vóór toediening deeltjes of verkleuring waarneemt.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. De arts of verpleegkundige zal de geneesmiddelen die u niet meer gebruikt afvoeren. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

- De werkzame stof in dit middel is dinutuximab. Elke flacon bevat 17,5 mg dinutuximab in 5 ml. Elke ml concentraat bevat 3,5 mg dinutuximab.

- De andere stoffen in dit middel zijn histidine, polysorbaat 20 (E 432), nat iumchloride en water voor injectie. Zie rubriek 2 voor meer informatie over natrium.

Hoe ziet Unituxin eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Chertsey

Unituxin is een heldere, kleurloze oplossing voor infusie, geleve in een doorzichtig glazen flacon. Eén

verpakking bevat één flacon.

geregistreerd

 

Houder van de vergunning voor het in de handel bre gen en fabrikant

 

 

langer

United Therapeutics Europe, Ltd.

niet

Unither House

Geneesmiddel

Curfew Bell Road

 

 

 

Surrey

KT16 9FG

Verenigd Koninkrijk

Tel: +44 (0)1932 664884

Fax: +44 (0)1932 573800

E-mail: druginfo@unither.com

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Andere informatiebronnen

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu). Hier vindt u ook verwijzingen naar andere websites over zeldzame ziektes en hun behandelingen. Deze bijsluiter is beschikbaar in alle EU/EER-talen op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau.

<

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------->

Dosering en wijze van toediening

Unituxin is uitsluitend geschikt voor gebruik in het ziekenhuis en moet worden toegediend onder toezicht van een arts met ervaring in het gebruik van oncologische behandelingen. Het moet worden toegediend door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die getraind is om ernstige allergische reacties, inclusief

anafylaxie, te behandelen in een omgeving waarin alle resuscitatie-voorzieningen onmiddellijk voorhanden zijn.

Dosering

Unituxin dient te worden toegediend door intraveneuze infusie over vijf kuren met een dagelijkse dosis van 17,5 mg/m2. Het wordt toegediend op Dag 4-7 tijdens kuur 1, 3 en 5 (elke kuur duurt ongeveer 24 dagen) en op Dag 8-11 tijdens kuur 2 en 4 (elke kuur duurt ongeveer 28 dagen).

Het behandelingsschema bestaat uit dinutuximab, GM-CSF, IL-2 en isotretinoïne, toegediend over zes opeenvolgende kuren. Het volledige doseerschema is weergegeven in Tabel 6 en Tabel 7.

Tabel 1: Doseerschema voor Unituxin, GM-CSF en isotretinoïne van kuur 1, 3 en 5

 

Dag

 

 

 

15-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GM-CSF1

X

X

X

X

X

X

X

X

X

 

X

X

 

X

X

X

 

 

 

Dinutuximab2

 

 

 

X

X

X

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Isotretinoïne3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

X

X

X

 

X

1.

Granulocyt-macrofaag

koloniestimulerende

factor (GM-CSF): 250 μg/m2

/dag, toegediend door subcutane injectie (ten

stelligste aanbevolen) of intraveneuze infusie gedurende 2 uur.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

Dinutuximab: 17,5 mg/m2/dag, toegediend door intraveneuze infusie gedurende 10-20 uur.

 

 

 

 

 

3.

Isotretinoïne: voor een lichaamsgewicht van meer dan 12 kg: 80 mg/m2 tw

maal daags oraal toegediend voor een

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

geregistreerd

 

 

 

 

totale dosis van 160 mg/m2/dag; voor een lichaamsgewicht tot 12 kg: 2,67 mg/kg tweemaal daags oraal toegediend voor

een totale dagelijkse dosis van 5,33 mg/kg/dag (dosis afronden naar de dichtstbijzijnde afleesbare decimale mg).

 

Tabel 2: Doseerschema voor Unituxin en IL-2 van kuur 2 en 4 en doseerschema voor isotretinoïne van kuur

2, 4 en 6.

 

langer

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag

1 2 3 4

5 6 7

11 12-14 15-28

IL-21

X X X X

niet

X X

X

X

Dinutuximab2

 

 

X

X

X

X

Isotretinoïne3

 

 

 

 

 

X

1.Interleukine-2 (IL-2): 3 MIE/m2/dag toege iend door continue intraveneuze infusie gedurende 96 uur op Dag 1-4 en 4,5 MIE/m2/dag op Dag 8-11.

2.Dinutuximab: 17,5 mg/m2/dag, to gediend door intraveneuze infusie gedurende 10-20 uur.

3.Isotretinoïne: voor een lichaamsg wicht van meer dan 12 kg: 80 mg/m2 tweemaal daags oraal toegediend voor een

totale dosis van 160 mg/m2/dag; voor een lichaamsgewicht tot 12 kg: 2,67 mg/kg tweemaal daags oraal toegediend voor een totale dagelijkse dosis van 5,33 mg/kg/dag (dosis afronden naar de dichtstbijzijnde afleesbare decimale mg).Geneesmiddel

Raadpleeg Tabel 8 voor een lijst met criteria die moeten worden geëvalueerd alvorens te beginnen met elke behandelingskuur.

Tabel 3: Klinische criteria die moeten worden geëvalueerd vóór aanvang van elke behandelingskuur met Unituxin.

Toxiciteit voor het centrale zenuwstelsel (CZS)

Stel de aanvang van de kuur uit tot de toxiciteit voor het CZS Graad 1 is of is verdwenen en/of de epilepsiestoornis onder controle is.

Leverfunctiestoornis

Stel de aanvang van de eerste kuur uit tot alanineaminotransferase (ALAT) lager is dan 5 keer de bovengrens van normaal (ULN). Stel de aanvang van kuur 2-6 uit tot ALAT lager is dan 10 keer ULN.

Trombocytopenie

Stel de aanvang van de kuur uit tot het aantal bloedplaatjes ten minste 20.000/μl bedraagt.

Als de patiënt CZS-metastasen heeft, stel dan de aanvang van de kuur uit en dien een

Terugval
Volgende kuren
Anafylaxie
Graad 3 of 4

bloedplaatjestransfusie toe om het aantal bloedplaatjes op ten minste 50.000/μl te houden.

Ademhalingsfunctiestoornis

Stel de aanvang van de kuur uit tot de dyspneu in rust voorbij is en/of de perifere zuurstofsaturatie ten minste 94% bij omgevingslucht is.

Nierfunctiestoornis

Stel de aanvang van de kuur uit tot de creatinineklaring of glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) ten minste 70 ml/min/1,73 m2 is.

Systemische infectie of sepsis

Stel de aanvang van de kuur uit tot de systemische infectie of sepsis voorbij is.

Leukopenie

Stel de aanvang van de eerste kuur uit tot de absolute fagocytentelling (APC) ten minste 1.000/μl is.

Naast de bovenstaande criteria is het oordeel van de clinicus van doorslaggevend belang bij de evaluatie van de cardiovasculaire functies van de patiënt.

Dosisaanpassing

Tabel 9 verschaft richtlijnen voor dosisaanpassing voor dinutuximab, GM-CSF n IL-2. Als de patiënten aan de criteria voor stopzetting van deze geneesmiddelen voldoen, kan de behand ling worden voortgezet met isotretinoïne op geleide van de klinische respons.

Tabel 4: Richtlijnen voor dosisaanpassing voor de behandeling van b handelingsgerelateerde bijwerkingen

tijdens toediening van dinutuximab in combinatie met GM-CSF, IL-2 en isotretinoïne

 

 

 

 

 

 

geregistreerd

Allergische reacties

 

 

 

 

 

 

Graad 1 of 2

 

 

 

 

 

 

Aanvang van de

 

Verminder de infusies elheid tot 0,875 mg/m2/u.

symptomen

 

• Pas ondersteunende maatregelen toe.

 

 

 

 

 

langer

 

Na resolutie

 

• Hervat de infusie met de oorspronkelijke snelheid. Verminder de

 

 

 

snelheid tot 0,875 mg/m2/u indien dit niet wordt verdragen.

 

 

 

 

niet

 

 

Graad 3 of 4

 

 

 

 

 

 

Aanvang van de

 

• Stop onmiddellijk met dinutuximab en intraveneus GM-CSF of IL-2.

symptomen

 

• Pas ondersteunende maatregelen toe.

Na resolutie

 

Al klachten en verschijnselen met de bovenstaande maatregelen snel

 

 

 

verdwijnen, kan infusie met dinutuximab worden hervat met een

 

 

 

snelheid van 0,875 mg/m2/u.

 

 

 

• Hervat GM-CSF of IL-2 niet vóór de volgende dag.

 

 

• Dien, voor GM-CSF-kuren, vanaf de volgende dag 50% van de dosis

 

Geneesmiddel

 

 

 

 

 

 

GM-CSF toe; GM-CSF kan, indien goed verdragen, in volledige dosis

 

 

 

worden toegediend na toediening van dinutuximab voor die kuur.

 

 

• Dien, voor IL-2-kuren, vanaf de volgende dag 50% van de dosis IL-2

 

 

 

toe en ga verder voor de rest van de kuur.

 

 

• Als de symptomen terugkeren met de toevoeging van GM-CSF of IL-2,

 

 

 

stop dan met het toedienen van GM-CSF of IL-2 en dinutuximab.

 

 

• Als de symptomen de volgende dag verdwenen zijn, hervat dinutuximab

 

 

 

met de verdragen snelheid zonder GM-CSF of IL-2.

• Stop met dinutuximab en GM-CSF of IL-2 voor die dag.

Als de symptomen die dag verdwijnen, de volgende dag de premedicatie op de intensivecareafdeling hervatten.

• Behoud de verdragen infusiesnelheid voor dinutuximab voor alle volgende kuren met GM-CSF of IL-2.

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2 definitief.

Capillaireleksyndroom

Graad 3 (ernstig)

Aanvang van de

Stop dinutuximab en intraveneus GM-CSF of IL-2.

symptomen

Pas ondersteunende maatregelen toe.

Na resolutie

Hervat dinutuximab met infusiesnelheid 0,875 mg/m2/u.

 

Hervat GM-CSF of IL-2 de volgende dag met 50% van de dosis tot de

 

laatste dosis dinutuximab voor die kuur.

Volgende kuren

Als de patiënt 50% van de dosis GM-CSF of IL-2 verdroeg, start dan

 

met deze dosis en met een snelheid voor dinutuximab van

 

0,875 mg/m2/u. Als dit goed wordt verdragen, verhoog de GM-CSF- of

 

IL-2-dosis dan de volgende dag tot de volledige dosis.

 

Als GM-CSF niet wordt verdragen bij 50% van de dosis moet voor de

 

rest van de GM-CSF-kuren alleen dinutuximab worden toegediend.

 

Als IL-2 niet wordt verdragen bij 50% van de dosis, vervang dit dan

 

door GM-CSF voor de rest van de IL-2-kuren.

Graad 4 (levensbedreigend)

 

Aanvang van de

Stop met dinutuximab en GM-CSF of IL-2 voor die kuur.

symptomen

Pas ondersteunende maatregelen toe (zie rubriek 4.4).

Volgende kuren

Als er capillaireleksyndroom optrad tijdens de IL-2-kuur, vervang deze

 

kuur dan door GM-CSF voor de rest van de IL-2-kuren.

 

Als capillaireleksyndroom optrad tijdens de GM-CSF-kuur, dien dan

 

alleen dinutuximab toe tijdens de vol ende GM-CSF-kuren.

Hyponatriëmie

 

Graad 4 (levensbedreigend) < 120 mmol/l ondanks geschikte vlo istofbehandeling

 

geregistreerd

 

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2 definitief.

Hypotensie

 

Symptomatische en/of systolische BD lager dan 70 mmHg of een verlaging van meer dan 15% ten opzichte

van de baseline

 

 

 

langer

Aanvang van de

 

Stop dinutuximab en intraveneus GM-CSF of IL-2.

symptomen

 

Pas ondersteunende maatregelen toe.

Na resolutie

 

Hervat dinutuximabniet

met infusiesnelheid 0,875 mg/m2/u.

 

 

Als

bloeddruk (BD) stabiel blijft gedurende ten minste 2 uur, hervat

 

 

dan GM-CSF of IL-2.

 

 

Als

BD stabiel blijft gedurende ten minste 2 uur na hervatting van

 

 

 

GM-CSF of IL-2, verhoog dan de dinutuximab-infusiesnelheid tot

 

 

 

1,75 mg/m2/u.

 

Terugval

 

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2.

 

 

Hervat dinutuximab met infusiesnelheid 0,875 mg/m2/u zodra de BD

 

 

 

stabiel is.

 

 

Geneesmiddel

 

Na resolutie

 

Hervat GM-CSF of IL-2 de volgende dag met 50% van de dosis als de

 

 

 

BD stabiel blijft.

 

 

 

Start GM-CSF of IL-2 met 50% van de dosis wanneer toegediend met

 

 

 

dinutuximab. Verhoog vervolgens tot de volledige dosis voor de rest

 

 

 

van de kuur, indien dit goed wordt verdragen.

 

 

Als GM-CSF niet wordt verdragen bij 50% van de dosis, dien dan

 

 

 

alleen dinutuximab toe voor de rest van de kuur.

 

 

Als IL-2 niet wordt verdragen bij 50% van de dosis, dien dan alleen

 

 

 

dinutuximab toe voor de rest van de kuur.

Volgende kuren

 

Start GM-CSF of IL-2 met 50% van de dosis en verhoog de volgende

 

 

 

dag tot de volledige dosis, indien dit goed wordt verdragen.

 

 

Als GM-CSF niet wordt verdragen bij 50% van de dosis, dien dan

 

 

 

alleen dinutuximab toe voor de rest van de GM-CSF-kuren.

 

 

Als IL-2 niet wordt verdragen bij 50% van de dosis, vervang dit dan

 

 

 

door GM-CSF voor de rest van de IL-2-kuren.

Neurologische stoornissen van het oog

 

 

Gedilateerde pupil met trage lichtreflex

Aanvang van de

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2.

symptomen

 

Na resolutie

Dien dinutuximab toe met infusiesnelheid 0,875 mg/m2/u en hervat

 

GM-CSF of IL-2.

Terugval

Stop met dinutuximab, GM-CSF en IL-2 voor de rest van de kuren.

Volgende kuren

Als afwijkingen stabiel blijven of verbeteren vóór de volgende kuur,

 

dien dan dinutuximab toe met infusiesnelheid 0,875 mg/m2/u en geef

 

een volledige dosis GM-CSF of IL-2.

 

Indien dit wordt verdragen zonder verergering van de symptomen, dien

 

dan dinutuximab toe met infusiesnelheid 1,75 mg/m2/u voor de

 

volgende kuren.

 

Als de symptomen terugkeren, stop dan met dinutuximab, GM-CSF en

 

IL-2 voor de rest van de kuren.

Serumziekte

Graad 4 (levensbedreigend)

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2 definitief.

Systemische infectie of sepsis

Graad 3 of 4

Aanvang van de

Stop met dinutuximab en GM-CSF of IL-2 voor de rest van de kuur.

symptomen

 

 

Na resolutie

Ga verder met de volgende geplande dinutuximab- en GM-CSF- of IL-

 

 

2-kuren.

Pijn

 

geregistreerd

Graad 4

 

 

 

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2.

Perifere neuropathie

 

 

Graad 2 perifere motorische neuropathie

langer

 

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2 definitief.

Pediatrische patiënten

Graad 3 (sensorische veranderingen gedure de meer dan 2 weken, objectieve motorische zwakheid) of

Graad 4

 

 

 

niet

 

 

Stop

inutuximab en GM-CSF of IL-2.

Atypisch hemolytisch-uremisch syn

room

 

 

 

Stop dinutuximab en GM-CSF of IL-2 definitief.

 

Geneesmiddel

 

De veiligheid en werkzaamheid van Unituxin bij kinderen jonger dan 12 maanden zijn nog niet vastgesteld.

Wijze van toediening

Unituxin mag niet worden toegediend als een intraveneuze push of bolus. Het dient te worden toegediend middels intraveneuze infusie gedurende 10 uur. De infusie wordt gestart met een snelheid van 0,875 mg/m2/u en wordt gedurende 30 minuten op deze snelheid gehouden; de snelheid wordt vervolgens verhoogd tot

1,75 mg/m2/u en, indien dit goed wordt verdragen, gedurende de rest van de infusie op deze snelheid gehouden. De duur van de infusie kan worden verlengd tot 20 uur om reacties tijdens infusie die onvoldoende reageren op andere ondersteunende maatregelen te helpen minimaliseren. De infusie moet worden beëindigd na 20 uur, zelfs als de volledige dosis binnen dit tijdskader niet kon worden toegediend.

Premedicatie dient steeds overwogen te worden vóór aanvang van elke infusie.

Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6 van de Samenvatting van de productkenmerken.

Contra-indicaties

Overgevoeligheid (Graad 4) voor de werkzame stof of voor (één van) de in rubriek 6.1 van de Samenvatting van de productkenmerken vermelde hulpstoffen.

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Allergische reacties

Antihistamine-premedicatie (bv. hydroxyzine of difenhydramine) dient te worden toegediend middels intraveneuze injectie ongeveer 20 minuten vóór aanvang van elke dinutuximab-infusie. Het is aanbevolen om het antihistaminicum om de 4-6 uur te herhalen zoals vereist tijdens infusie van Unituxin. Patiënten dienen gedurende 4 uur na voltooiing van de Unituxin-infusie te worden opgevolgd voor klachten en verschijnselen van infusiereacties.

Epinefrine (adrenaline) en hydrocortison voor intraveneuze toediening dienen onmiddellijk aan het bed voorhanden te zijn tijdens toediening van dinutuximab om levensbedreigende allergische reacties te bestrijden. Het is aanbevolen om bij behandeling van dergelijke reacties hydrocortison toe te dienen middels intraveneuze bolus, en epinefrine toe te dienen middels intraveneuze bolus om de 3-5 minuten op geleide van de klinische respons.

Afhankelijk van de ernst van de allergische reactie dient de infusiesnelheid te wo n verlaagd of de behandeling te worden stopgezet.

Capillaireleksyndroom

De kans op capillaireleksyndroom is groter wanneer dinutuximab gelijktijdig wordt toegediend met IL-2. Het is aanbevolen om oraal metolazon of intraveneuze furosemide om de 6-12 uur toe te dienen, zoals vereist.

Supplementaire zuurstof, ademhalingsondersteuning en albuminevervangingstherapie dienen te worden

toegepast op geleide van de klinische respons.

 

langer

geregistreerd

 

 

 

 

 

Kenmerkende klachten en verschijnselen zijn onder andere hypotensie, gegeneraliseerd oedeem, ascites,

dyspneu, longoedeem en acuut nierfalen geassocieerd met hypoalbuminemie en hemoconcentratie.

Pijn

niet

 

 

Ernstige pijn (Graad 3Geneesmiddelof 4) treedt het vaakst op tijdens de eerste vierdaagse kuur met dinutuximab en neemt vaak af tijdens volgende kuren.

Voor ernstige pijn dient infusiesnelheid van Unituxin te worden verlaagd tot 0,875 mg/m²/uur. Unituxin dient te worden stopgezet als de pijn onvoldoende onder controle kan worden gehouden ondanks verlaging van de infusiesnelheid en h t to passen van maximaal ondersteunende maatregelen.

Paracetamol dient oraal te worden toegediend 20 minuten vóór aanvang van elke dinutuximab-infusie en

dient elke 4-6 uur te worden herhaald, indien nodig. Wanneer gelijktijdig IL-2 wordt toegediend is

regelmatige toediening om de 4-6 uur aanbevolen. Bij aanhoudende pijn dient ibuprofen om de 6 uur oraal te worden toegediend tussen de doses paracetamol. Ibuprofen mag niet worden toegediend bij aangetoonde trombocytopenie, bloeding of nierfunctiestoornis.

Het is aanbevolen een opioïd, zoals morfinesulfaat, middels intraveneuze infusie toe te dienen vóór elke dinutuximab-infusie en voort te zetten als een intraveneuze infusie tijdens en tot 2 uur na voltooiing van de behandeling. Het is aanbevolen om, indien nodig, additionele intraveneuze bolusdoses van een opioïd toe te dienen voor behandeling van pijn tot eenmaal om de 2 uur tijdens dinutuximab-infusie. Als morfine niet wordt verdragen, kan fentanyl of hydromorfon worden gebruikt.

Lidocaïne kan worden toegediend als een intraveneuze infusie (2 mg/kg in 50 ml 0,9% natriumchlorideoplossing) gedurende 30 minuten vóór aanvang van elke dinutuximab-infusie en voortgezet via intraveneuze infusie met een snelheid van 1 mg/kg/u tot 2 uur na voltooiing van de behandeling. Lidocaïne-infusie dient te worden stopgezet als de patiënt duizeligheid, periorale gevoelloosheid, of tinnitus ontwikkelt.

Gabapentine kan worden toegediend bij aanvang van de morfine-premedicatie in een orale dosis van

10 mg/kg/dag. De dosis kan vervolgens worden verhoogd (tot maximaal 60 mg/kg/dag of 3600 mg/dag), indien nodig, voor behandeling van pijn.

Hypotensie

Intraveneus 0,9% (9 mg/ml) natriumchlorideoplossing voor injectie (10 ml/kg) dient te worden toegediend gedurende één uur vlak voor infusie van dinutuximab. Wanneer hypotensie optreedt, kan dit worden herhaald, of intraveneus albumine of erytrocytenconcentraat kunnen worden toegediend op geleide van de klinische respons. Het is aanbevolen om, indien nodig, ook vasopressortherapie toe te dienen om een adequate perfusiedruk te herstellen.

Neurologische stoornissen van het oog

Er kunnen oogaandoeningen optreden, vooral bij herhaalde kuren. Deze veranderingen verdwijnen na verloop van tijd gewoonlijk vanzelf. Patiënten dienen vóór aanvang van de behandeling een oftalmologisch onderzoek te ondergaan en te worden opgevolgd voor veranderingen in de visus.

Leverfunctiestoornis

Regelmatige opvolging van de leverfunctie is aanbevolen tijdens dinutuximab-immunotherapie.

Systemische infecties

geregistreerd

 

Patiënten hebben kenmerkend een centraal veneuze katheter in situ en kunnen als gevolg van eerdere ASCT immuungecompromitteerd zijn tijdens behandeling, en zodoende risico lopen op het ontwikkelen van een systemische infectie. Patiënten mogen geen verschijnselen vertonen van systemische infectie en elke geïdentificeerde infectie dient onder controle te zijn alvorens met de behandeling te beginnen.

Afwijkende uitslagen van laboratoriumtests

langer

 

Er werden afwijkende uitslagen voor elektrolyten gerapporteerd bij patiënten die Unituxin kregen. Elektrolyten dienen dagelijks te worden opgevolgd tijde s behandeling met Unituxin.

Atypisch hemolytisch-uremisch syndroom

niet

 

hypertensie en anemie.

Hemolytisch-uremisch syndroom zonder gedocumenteerde infectie en resulterend in nierinsufficiëntie, afwijkende elektrolytuitslagen,Geneesmiddelanemie hypertensie werden gerapporteerd. Er dienen ondersteunende maatregelen te worden toegepast, waaron er controle van hydratatiestatus, afwijkende elektrolytuitslagen,

Natriuminname

Dit geneesmiddel bevat mind r dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis. Dit betekent dat het nagenoeg ‘natriumvrij’ is.

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld