Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Yellox (bromfenac sodium sesquihydrate) – Samenvatting van de productkenmerken - S01BC11

Updated on site: 11-Oct-2017

Naam van geneesmiddelYellox
ATC codeS01BC11
Werkzame stofbromfenac sodium sesquihydrate
ProducentPharmaSwiss Ceska Republika s.r.o

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Yellox 0,9 mg/ml oogdruppels, oplossing

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

1 ml oplossing bevat 0,9 mg bromfenac (als natriumsesquihydraat). Eén druppel bevat ongeveer 33 microgram bromfenac.

Hulpstof(fen) met bekend effect:

Iedere ml oplossing bevat 50 microgram benzalkoniumchloride.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Oogdruppels, oplossing. Heldere, gele oplossing.

pH: 8,1-8,5; osmolaliteit: 270-330 mOsmol/kg

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Yellox is geïndiceerd bij volwassenen voor bdehandeling van postoperatieve oogontsteking na cataractextractie.

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering

Gebruik bij volwassenen, met inbegrip van ouderen

De dosis is tweemaal daags één druppel Yellox in het betrokken oog, te beginnen op de dag na de cataractoperatie en voort te zetten gedurende de eerste 2 weken na de operatie.

De behandeling mag niet langer dan 2 weken worden voortgezet, omdat er geen veiligheidsgegevens zijn over de periode daarna.

Lever- en nierinsufficiëntie

Er is geen onderzoek uitgevoerd naar Yellox bij patiënten met leverziekte of nierdysfunctie.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van bromfenac is niet bij pediatrische patiënten onderzocht. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

Oculair gebruik.

Als meer dan een topisch ooggeneeskundig middel wordt gebruikt, dienen deze met een tussenpoos van ten minste 5 minuten te worden toegediend.

Om verontreiniging van de tip van de druppelaar en de oplossing te voorkomen, mag de druppelaar van de flacon geen contact maken met de oogleden, het omgevende gebied of andere oppervlakken.

4.3Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor bromfenac of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen) of andere niet-steroïde ontstekingsremmende middelen (NSAID's).

Yellox is gecontra-indiceerd bij patiënten bij wie een aanval van astma, netelroos of acute rhinitis wordt bespoedigd door acetylsalicylzuur of andere geneesmiddelen met een prostaglandinesynthetaseremmende werking.

4.4Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Alle topische NSAID's kunnen de genezing net als topische corticosteroïden vertragen of uitstellen. Concomitant gebruik van NSAID's en topische steroïden kunnen de kans op problemen bij de genezing vergroten.

Kruisgevoeligheid

Het is mogelijk dat kruisgevoeligheid optreedt voor acetylsalicylzuur, fenylazijnzuurderivaten en andere NSAID's. Daarom moet behandeling van personen die eerder gevoelig zijn gebleken voor deze geneesmiddelen vermeden worden (zie rubriek 4.3).

Gevoelige personen

Bij gevoelige personen kan voortgezet gebruik van topische NSAID's, zoals bromfenac tot afbraak van het epitheel en dunner worden, erosie, zweervorming of perforatie van het hoornvlies leiden. Deze voorvallen kunnen het gezichtsvermogen bedreigen. Patiënten bij wie het hoornvliesepitheel afbraak vertoont, moeten het gebruik van topische NSAID's onmiddellijk staken en de gezondheid van het hoornvlies dient bij hen nauwgezet te worden gecontroleerd. Bijgevolg kan het concomitante gebruik van oogheelkundige corticosteroïden en NSAID's bij risicopatiënten tot een groter risico van hoornvliesbijwerkingen leiden.

Post-marketing ervaring

Post-marketing ervaring met topische NSAID's suggereert dat patiënten met gecompliceerde oogoperaties, corneale denervatie, defecten aan het hoornvliesepitheel, diabetes mellitus en aandoeningen van het oogoppervlak, zoals droge ogen syndroom, reumatoïde artritis of verschillende oogoperaties binnen een kort tijdsbestek, een hoger risico lopen op corneale bijwerkingen die een bedreiging kunnen vormen van het gezichtsvermogen. Bij deze patiënten moeten topische NSAID's voorzichtig worden gebruikt.

Er zijn rapporten die erop wijzen dat oogheelkundige NSAID's in combinatie met oogoperaties tot toegenomen bloedingen in het oogweefsel (zoals hyphaema) kunnen leiden. Yellox moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten van wie bekend is dat zij neiging tot bloeden hebben of die andere geneesmiddelen krijgen die de bloedingstijd kunnen verlengen.

In zeldzame gevallen werd waargenomen dat er bij het beëindigen van een behandeling met Yellox een opflakkering van de ontstekingsreactie kan optreden, bijv. in de vorm van macula-oedeem, ten gevolge van de cataractoperatie.

Ooginfectie

Een acute ooginfectie kan worden gemaskeerd door het topische gebruik van ontstekingsremmende middelen.

Gebruik van contactlenzen

Het wordt in het algemeen afgeraden contactlenzen te dragen gedurende de postoperatieve periode na een cataractoperatie. Patiënten dient derhalve te worden geadviseerd geen contactlenzen te dragen tijdens hun behandeling met Yellox.

Hulpstoffen

Aangezien Yellox benzalkoniumchloride bevat, moet de patiënten bij frequent of langdurig gebruik nauwgezet worden gecontroleerd.

Benzalkoniumchloride kan zachte contactlenzen verkleuren. Contact met zachte lenzen moet worden vermeden. Er zijn meldingen waaruit blijkt dat benzalkoniumchloride oogirritatie, keratitis punctata en/of toxische ulceratieve keratopathie kan veroorzaken.

Yellox bevat natriumsulfiet dat bij gevoelige patiënten een allergische reactie kan veroorzaken, met inbegrip van anafylactische symptomen en levensbedreigende of minder ernstige astmatische episodes.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er zijn geen interactieonderzoeken verricht. Er zijn geen interacties gemeld met antibiotische oogdruppels die gebruikt werden in combinatie met operatieve ingrepen.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen adequate gegevens beschikbaar over het gebruik van bromfenac bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor mensen is onbekend. Aangezien de systemische blootstelling bij niet-zwangere vrouwen verwaarloosbaar is na behandeling met Yellox, kan het risico van gebruik gedurende de zwangerschap laag worden ingeschat.

Echter, vanwege de bekende effecten van prostaglandinebiosyntheseremmende geneesmiddelen op het foetale cardiovasculaire systeem (sluiting van de ductus arteriosus), moet het gebruik van Yellox gedurende het derde trimester van de zwangerschap worden vermeden. Het gebruik van Yellox wordt in het algemeen tijdens de zwangerschap afgeraden, tenzij de voordelen zwaarder wegen dan de mogelijke risico's.

Borstvoeding

Het is niet bekend of bromfenac of de metabolieten ervan in de moedermelk worden uitgescheiden. Dieronderzoek heeft aangetoond dat bromfenac na zeer hoge orale doses wordt uitgescheiden in de melk van ratten (zie rubriek 5.3). Er worden geen effecten op met moedermelk gevoede pasgeborenen/zuigelingen verwacht aangezien de systemische blootstelling van de borstvoeding gevende vrouw aan bromfenac verwaarloosbaar is. Yellox kan tijdens de borstvoeding worden gebruikt.

Vruchtbaarheid

In dieronderzoek zijn geen effecten van bromfenac op de vruchtbaarheid waargenomen. Bovendien is de systemische blootstelling aan bromfenac verwaarloosbaar; daarom hoeven vrouwen niet te worden getest op zwangerschap en zijn er geen anticonceptieve maatregelen nodig.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Yellox heeft een geringe invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Wazig zicht kan na toediening tijdelijk optreden. Als wazig zicht optreedt na de toediening, moet de patiënt geadviseerd worden niet te rijden of machines te gebruiken tot het zicht weer helder is.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

Gebaseerd op beschikbare klinische gegevens had in totaal 3,4% van de patiënten (6,7% in de VS en 1,3% in Japan) een of meer bijwerkingen ervaren. De meest gebruikelijke of belangrijkste reacties in de gepoolde onderzoeken waren een abnormaal gevoel in het oog (0,5%), cornea-erosie (mild of matig) (0,4%), oogpruritus (0,4%), pijn in het oog (0,3%) en roodheid van het oog (0,3%). Corneale bijwerkingen werden alleen waargenomen in de Japanse populatie. Bijwerkingen leidden zelden tot terugtrekking uit het onderzoek; in totaal werden 8 (0,8%) patiënten wegens een bijwerking vroegtijdig uit de behandeling teruggetrokken. Dit betrof 3 (0,3%) patiënten met milde cornea-erosie,

2 (0,2%) patiënten met ooglidoedeem en 1 (0,1%) patiënt elk met een abnormaal gevoel in het oog, cornea-oedeem of oogpruritus.

Tabel met bijwerkingen

De volgende bijwerkingen zijn geclassificeerd in overeenstemming met de volgende conventie: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1000 tot <1/100), zelden (≥1/10.000 tot <1/1000), of zeer zelden (<1/10.000). Bijverschijnselen worden binnen iedere frequentiecategorie genoemd in volgorde van afnemende ernst.

In onderstaande tabel worden de bijwerkingen per systeem/orgaanklasse en frequentie beschreven.

Systeem-/orgaanklasse

Frequentie

Bijwerkingen

volgens MedDRA

 

 

Oogaandoeningen

Soms

Verminderde gezichtsscherpte

 

 

Hemorragische retinopathie

 

 

Defect aan hoornvliesepitheel**

 

 

Cornea-erosie (mild of matig)

 

 

Aandoening aan hoornvliesepitheel

 

 

Cornea-oedeem

 

 

Retinaal exsudaat

 

 

Pijn aan het oog

 

 

Bloeding van ooglid

 

 

Wazig zien

 

 

Fotofobie

 

 

Ooglidoedeem

 

 

Oogafscheiding

 

 

Oogpruritus

 

 

Oogirritatie

 

 

Rode ogen

 

 

Conjunctivale hyperemie

 

 

Abnormaal gevoel in oog

 

 

Ongemak in het oog

 

Zelden

Perforatie van de cornea*

 

 

Zweer aan cornea*

 

 

Cornea-erosie, ernstig*

 

 

Scleromalacia*

 

 

Cornea-infiltraten*

 

 

Corneale aandoeningen*

 

 

Corneaal littekenweefsel*

Ademhalingsstelsel-,

Soms

Epistaxis

borstkas- en

 

Hoest

mediastinumaandoeningen

 

Nasale sinusdrainage

 

Zelden

Astma*

Algemene aandoeningen en

Soms

Zwelling in het gezicht

toedieningsplaatsstoornissen

 

 

*Ernstige meldingen uit post-marketing ervaring bij meer dan 20 miljoen patiënten ** Waargenomen bij viermaal daagse dosis

Patiënten bij wie het hoornvliesepitheel afbraak vertoont, moeten worden geadviseerd onmiddellijk het gebruik van Yellox te staken en de gezondheid van het hoornvlies dient bij deze patiënten nauwgezet te worden gecontroleerd (zie rubriek 4.4).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Na toediening van twee druppels van 2 mg/ml oplossing vier maal per dag gedurende een periode van 28 dagen werden geen abnormale bevindingen of bijwerkingen van klinisch belang waargenomen. Accidentele toediening van meer dan één druppel zou niet resulteren in verhoogde lokale blootstelling gezien overmatig volume uit het oog wordt gewassen door de beperkte capaciteit van de conjunctivale zak.

Er is bijna geen risico op bijwerkingen ten gevolge van accidentele orale inname. Inname van de inhoud van een 5 ml flacon komt overeen met een orale dosis van minder dan 5 mg bromfenac, wat 30 keer lager is dan de dagelijkse dosis van bromfenac orale oplossing die vroeger gebruikt werd.

Als Yellox onbedoeld wordt ingeslikt, moet vloeistof worden ingenomen om het geneesmiddel te verdunnen.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: oogheelkundige middelen, ontstekingsremmende middelen, niet- steroïden, ATC-code: S01BC11

Werkingsmechanisme

Bromfenac is een niet-steroïde ontstekingsremmend geneesmiddel (NSAID) met ontstekingsremmende werking die vermoedelijk te danken is aan het vermogen om de prostaglandinesynthese te remmen door voornamelijk cyclo-oxygenase 2 (COX-2) te blokkeren. Cyclo-oxygenase 1 (COX-1) wordt slechts in lichte mate geremd.

In vitro blokkeert bromfenac de synthese van prostaglandinen in het straalvormig lichaam van de iris van het konijn. De IC50waarden- waren lager voor bromfenac (1,1µM) dan voor indometacine (4,2 µM) en pranoprofen (11,9 µM)

Bromfenac blokkeerde in een concentratie van 0,02%, 0,05%, 0,1% en 0,2% bijna alle tekenen van oogontsteking in een experimenteel uveitis model bij konijnen.

Klinische werkzaamheid

Er zijn twee multicenter, gerandomiseerde, dubbelblinde fase II-onderzoeken uitgevoerd met parallelle groepen in Japan, en twee multicenter, gerandomiseerde (2:1), dubbelblinde, placebogecontroleerde fase III-onderzoeken met parallelle groepen in de VS ter evaluatie van de klinische veiligheid en werkzaamheid van Yellox in een dosis van tweemaal daags voor de behandeling van postoperatieve ontstekingen bij patiënten die een cataractoperatie hadden ondergaan. In deze onderzoeken werd het onderzoeksmiddel ongeveer 24 uur na de cataractoperatie toegediend en maximaal 14 dagen voortgezet. Het behandelingseffect werd tot maximaal 29 dagen na de ingreep geëvalueerd.

Bij een significant hoger percentage patiënten in de Yellox-groep (64%) dan in de placebogroep (43,3%; p<0,0001) was de oogontsteking op onderzoeksdag 15 geheel verdwenen. Er waren significant minder cellen en eiwitdeeltjes in de voorste oogkamer binnen de eerste 2 weken na de ingreep (85,1% van patiënten met flare-score van ≤1) vs. placebo (52%). Het verschil in het percentage opklaring van infecties was al op dag 3 te zien.

In een groot goed gecontroleerd onderzoek in Japan, werd van Yellox aangetoond dat het even effectief was als pranoprofen oogdruppels.

Pediatrische patiënten

Het Europese Geneesmiddelen Bureau heeft besloten af te zien van de verplichting om de resultaten in te dienen van onderzoek met Yellox in alle subgroepen van pediatrische patiënten met postoperatieve oogontstekingen (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Bromfenac dringt op efficiënte wijze door in de cornea van cataractpatiënten: één dosis resulteerde 150-180 minuten na toediening in een gemiddelde piekconcentratie in het kamerwater van

79 ± 68 ng/ml. Deze concentraties werden 12 uur in het kamerwater in stand gehouden met meetbare spiegels tot maximaal 24 uur in de belangrijkste oogweefsels, inclusief de retina. Na een tweemaal daagse dosering bromfenac waren de plasmaconcentraties van de oogdruppels niet meer kwantificeerbaar.

Distributie

Bromfenac vertoont een sterke binding aan plasma-eiwitten. In vitro was 99,8% gebonden aan eiwitten in humaan plasma.

Er werd in vitro geen biologisch relevante binding aan melanine waargenomen.

Onderzoeken bij konijnen met radioactief gemarkeerde bromfenac hebben aangetoond dat de hoogste concentratie na topische toediening wordt waargenomen in de cornea gevolgd door de conjunctiva en het kamerwater. In de lens en het glasvocht werden slechts lage concentraties aangetroffen.

Biotransformatie

In vitro onderzoeken geven aan dat bromfenac voornamelijk wordt gemetaboliseerd door CYP2C9, dat afwezig is in zowel de iris / het straalachtig lichaam als de retina / het choroïd en de hoeveelheid enzym in de cornea is minder dan 1% vergeleken met de overeenkomstige concentratie in de lever. In oraal behandelde mensen vormt de ongewijzigde uitgangsstof de hoofdcomponent in plasma. Er zijn verschillende geconjugeerde en ongeconjugeerde metabolieten geïdentificeerd, waarbij cyclische amide de belangrijkste metaboliet in urine is.

Eliminatie

Na toediening in het oog bedraagt de halfwaardetijd van bromfenac in het kamerwater 1,4 uur, hetgeen op een snelle eliminatie duidt.

Na orale toediening van 14C-bromfenac aan gezonde vrijwilligers werd vastgesteld dat de radioactieve stof voornamelijk, voor ongeveer 82%, via de urine werd uitgescheiden, terwijl 13% van de dosis het lichaam via de feces verlaat.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeen potentieel. Orale toediening van 0,9 mg/kg/dag aan ratten (900 maal de aanbevolen oogheelkundige dosis) veroorzaakte echter embryo-foetale letaliteit, verhoogde neonatale mortaliteit en verminderde postnatale groei. Bij zwangere konijnen veroorzaakte een orale behandeling met 7,5 mg/kg/dag (7500 maal de aanbevolen oogheelkundige dosis) een toename in het verlies van geïmplanteerde foetussen (zie rubriek 4.6).

Dieronderzoek heeft aangetoond dat bromfenac in moedermelk wordt uitgescheiden na orale doses van 2,35 mg/kg hetgeen 2350 maal de aanbevolen oogheelkundige dosis is. Na toediening aan het oog kon bromfenac echter niet in plasma worden aangetoond (zie rubriek 5.2.)

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Boorzuur

Borax

Natriumsulfiet, watervrij (E221)

Tyloxapol

Povidon (K30)

Benzalkoniumchloride

Disodiumedetaat

Water voor injecties

Natriumhydroxide (voor aanpassing pH)

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

2 jaar.

Na eerste opening: 4 weken.

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25 °C.

Patiënten moeten worden geadviseerd om de flacon goed te sluiten wanneer deze niet wordt gebruikt.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

5 ml oplossing in een polyethyleen knijpfles met een druppeltip en een polyethyleen schroefdop. Verpakking met 1 fles.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.

Alle ongebruikte producten of afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

PharmaSwiss Česká republika s.r.o. Jankovcova 1569/2c

170 00 Praha 7 Tsjechische Republiek Tel.: +420 234 719 600 Fax.: +420 234 719 619

Email: czech.info@valeant.com

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/11/692/001

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 18.05.2011

Datum van laatste verlenging: 11.01.2016

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europese Geneesmiddelen Bureau http://www.ema.europa.eu

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld