Dutch
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Zoely (nomegestrol acetate / estradiol) – Samenvatting van de productkenmerken - G03AA14

Updated on site: 11-Oct-2017

Naam van geneesmiddelZoely
ATC codeG03AA14
Werkzame stofnomegestrol acetate / estradiol
ProducentTeva B.V.

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Zoely 2,5 mg/1,5 mg filmomhulde tabletten

2.KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Witte werkzame filmomhulde tabletten: elke filmomhulde tablet bevat 2,5 mg nomegestrolacetaat en 1,5 mg oestradiol (als hemihydraat).

Gele filmomhulde placebotabletten: de tablet bevat geen werkzame stoffen.

Hulpstof(fen) met bekend effect

Elke witte werkzame filmomhulde tablet bevat 57,71 mg lactosemonohydraat. Elke gele filmomhulde placebotablet bevat 61,76 mg lactosemonohydraat.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.FARMACEUTISCHE VORM

Filmomhulde tablet (tablet).

Werkzame filmomhulde tabletten: wit, rond en aan beide zijden gecodeerd met ‘ne’. Placebo filmomhulde tabletten: geel, rond en aan beide zijden gecodeerd met ‘p’.

4.KLINISCHE GEGEVENS

4.1Therapeutische indicaties

Orale anticonceptie.

Bij de beslissing om Zoely voor te schrijven moet rekening worden gehouden met de huidige risicofactoren van de individuele vrouw, in het bijzonder met de risicofactoren voor veneuze trombo- embolie (VTE), en hoe het risico op VTE met Zoely zich verhoudt tot het risico met andere gecombineerde hormonale anticonceptiva (zie rubrieken 4.3 en 4.4).

4.2Dosering en wijze van toediening

Dosering

Er dient dagelijks één tablet te worden ingenomen gedurende 28 opeenvolgende dagen. Elke verpakking begint met 24 witte werkzame tabletten, gevolgd door 4 gele placebotabletten. Er wordt met een volgende verpakking begonnen direct nadat de voorgaande verpakking is opgebruikt, zonder de dagelijkse tabletinname te onderbreken en ongeacht of er een onttrekkingsbloeding is opgetreden of niet. Een onttrekkingsbloeding begint meestal op de tweede tot derde dag na inname van de laatste witte tablet. Het kan voorkomen dat de onttrekkingsbloeding nog niet gestopt is voordat met de volgende verpakking gestart wordt. Zie ‘Cycluscontrole’ in rubriek 4.4.

Speciale populaties

Nierfunctiestoornis

Hoewel er geen gegevens zijn over gebruik bij patiënten met een nierfunctiestoornis, zal een dergelijke stoornis waarschijnlijk geen invloed hebben op de eliminatie van nomegestrolacetaat en oestradiol.

Leverfunctiestoornis

Er is geen klinisch onderzoek verricht bij patiënten met leverinsufficiëntie. Omdat het metabolisme van steroïdhormonen bij patiënten met een ernstige leveraandoening verminderd kan zijn, wordt gebruik van Zoely bij deze vrouwen niet aanbevolen zolang de leverfunctiewaarden niet genormaliseerd zijn (zie rubriek 4.3).

Wijze van toediening

Oraal gebruik.

Hoe wordt Zoely ingenomen

De tabletten dienen elke dag rond dezelfde tijd te worden ingenomen. Dit kan met of zonder voedsel, dus onafhankelijk van de maaltijd. Tabletten moeten zo nodig met wat vloeistof worden ingenomen en in de volgorde die op de blisterverpakking staat aangegeven. Stickers waarop de dagen van de week zijn aangegeven worden meegeleverd. De vrouw moet de sticker die begint met de dag waarop zij start met de tabletinname op de blisterverpakking plakken.

Hoe beginnen met Zoely

Geen voorafgaand gebruik van hormonale anticonceptiva (in de afgelopen maand)

Inname van de tabletten moet worden gestart op dag 1 van de natuurlijke cyclus van de vrouw (d.w.z. de eerste dag van haar menstruatie). Wanneer dit wordt gedaan, zijn geen extra anticonceptiemaatregelen noodzakelijk.

Overschakeling van een ander gecombineerd hormonaal anticonceptivum (gecombineerd oraal anticonceptivum (combinatie-OAC), vaginale ring of transdermale pleister)

De vrouw moet bij voorkeur starten met Zoely op de dag na de laatste werkzame tablet (de laatste tablet met werkzame bestanddelen) van het voorgaande combinatie-OAC, maar uiterlijk op de dag na de gebruikelijke tabletvrije periode of placeboperiode van het voorgaande combinatie-OAC. Als de vrouw een vaginale ring of transdermale pleister heeft gebruikt, moet zij bij voorkeur starten met Zoely op de dag van verwijdering, maar uiterlijk op de dag dat u de volgende ring of pleister zou plaatsen.

Overschakeling van een progestageenmethode (minipil, implantaat, prikpil) of van een hormoonafgevend intra-uterien systeem (IUS)

De vrouw mag op elke willekeurige dag overschakelen van de minipil. Zij moet dan de daaropvolgende dag met Zoely starten. Een implantaat of IUS kan op elke willekeurige dag worden verwijderd. De vrouw moet in dat geval op de dag van verwijdering met Zoely starten. Bij overschakeling van een injectiepreparaat moet met Zoely worden gestart op de dag waarop de volgende injectie zou moeten worden gegeven. In al deze gevallen moet de vrouw worden geadviseerd om daarnaast nog een barrièremethode toe te passen totdat zij 7 dagen zonder onderbreking een witte werkzame tablet heeft ingenomen.

Na een abortus in het eerste trimester

De vrouw mag direct starten. Wanneer dit wordt gedaan, zijn geen extra anticonceptiemaatregelen noodzakelijk.

Na een bevalling of na een abortus in het tweede trimester

Vrouwen moet worden geadviseerd om 21 tot 28 dagen na de bevalling of abortus in het tweede trimester te starten. Start zij later, dan moet de vrouw worden geadviseerd om daarnaast nog een barrièremethode toe te passen totdat zij 7 dagen zonder onderbreking een witte werkzame tablet heeft

ingenomen. Als de vrouw echter al geslachtsgemeenschap heeft gehad, moet zwangerschap worden uitgesloten voordat daadwerkelijk met het gecombineerde orale anticonceptivum begonnen wordt of moet de eerstvolgende menstruatie worden afgewacht.

Zie rubriek 4.6 voor vrouwen die borstvoeding geven.

Wat te doen na het vergeten van tabletten

Het volgende advies geldt alleen als er witte werkzame tabletten vergeten zijn.

Als de vrouw een werkzame tablet minder dan 24 uur te laat inneemt, is de anticonceptieve bescherming niet verminderd. De vrouw dient de tablet in te nemen zodra zij eraan denkt en de daaropvolgende tabletten op het gebruikelijke tijdstip in te nemen.

Als zij een werkzame tablet 24 uur of meer te laat inneemt, kan de anticonceptieve bescherming verminderd zijn. In geval van vergeten tabletten kunnen de onderstaande twee basisregels als richtlijn dienen:

De witte werkzame tabletten moeten 7 dagen ononderbroken worden ingenomen om de hypothalamus-hypofyse-ovarium-as adequaat te onderdrukken.

Hoe meer witte werkzame tabletten vergeten zijn en hoe dichter deze bij de 4 gele placebotabletten liggen, hoe hoger het risico op een zwangerschap.

De gebruikster moet de laatste vergeten witte tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Vervolgens neemt ze de tabletten weer op het gebruikelijke tijdstip in. Bovendien moet zij een barrièremethode, zoals een condoom, toepassen totdat zij 7 dagen zonder onderbreking een witte tablet heeft ingenomen. Als zij in de voorgaande 7 dagen geslachtsgemeenschap heeft gehad, moet rekening worden gehouden met een mogelijke zwangerschap.

Dag 8-17

De gebruikster moet de laatste vergeten witte tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Vervolgens neemt ze de tabletten weer op het gebruikelijke tijdstip in. Mits de vrouw haar tabletten op de correcte manier heeft ingenomen in de

7 dagen voorafgaand aan de eerste vergeten tablet, is het niet nodig om een aanvullende anticonceptiemethode toe te passen. Echter, als zij meer dan 1 tablet vergeten heeft, moet de vrouw geadviseerd worden een aanvullende anticonceptiemethode toe te passen totdat zij 7 dagen zonder onderbreking een witte tablet heeft ingenomen.

Dag 18-24

Het risico op verminderde betrouwbaarheid is hoger vanwege het aanstaande gele placebotabletinterval. Door echter het tabletinnameschema aan te passen, kan nog worden voorkomen dat de anticonceptieve betrouwbaarheid afneemt. Door een van de twee volgende opties aan te houden is het daarom niet nodig om een aanvullende anticonceptiemethode toe te passen, op voorwaarde dat de vrouw alle tabletten op de correcte manier heeft ingenomen in de 7 dagen voorafgaand aan de eerste vergeten tablet. Als dit niet het geval is, moet zij zich houden aan de eerste van deze twee opties en moet zij bovendien een aanvullende anticonceptiemethode toepassen gedurende de volgende 7 dagen.

1.De gebruikster moet de laatste vergeten tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij twee tabletten tegelijkertijd moet innemen. Vervolgens neemt ze de tabletten weer op het gebruikelijke tijdstip in totdat de werkzame tabletten opgebruikt zijn. De

4 placebotabletten uit de laatste rij dienen weggegooid te worden. Er moet meteen begonnen worden met de volgende blisterverpakking. Het is onwaarschijnlijk dat de gebruikster een onttrekkingsbloeding zal hebben totdat alle werkzame tabletten van de tweede verpakking opgebruikt zijn, maar in de periode dat zij de tabletten inneemt, kunnen zich spotting of doorbraakbloedingen voordoen.

2.De vrouw kan ook geadviseerd worden om te stoppen met het innemen van de werkzame tabletten van de huidige blisterverpakking. Zij moet dan placebotabletten uit de laatste rij innemen gedurende maximaal 3 dagen zodat het totale aantal placebotabletten plus vergeten witte werkzame tabletten niet meer is dan 4, om vervolgens door te gaan met de volgende blisterverpakking.

Als de vrouw is vergeten tabletten in te nemen en vervolgens geen onttrekkingsbloeding heeft in de dagen dat zij de gele placebotabletten inneemt, moet rekening worden gehouden met een mogelijke zwangerschap.

Let op: als de gebruikster niet zeker is over het aantal of de kleur van de vergeten tabletten en welk advies op te volgen, moet een barrièremethode toegepast worden totdat zij 7 dagen zonder onderbreking een witte werkzame tablet heeft ingenomen.

Gele placebotabletten vergeten

De anticonceptieve bescherming is niet verminderd. De vergeten gele tabletten van de laatste (vierde) rij van de blisterverpakking kunnen buiten beschouwing worden gelaten. De vergeten tabletten dienen echter weggegooid te worden om te voorkomen dat de placeboperiode onbedoeld wordt verlengd.

Advies in geval van gastro-intestinale klachten

In geval van ernstige gastro-intestinale klachten (bijv. braken of diarree) kan de absorptie van de werkzame bestanddelen onvolledig zijn en dienen extra anticonceptiemaatregelen getroffen te worden. Als de vrouw binnen 3 tot 4 uur na inname van een witte tablet braakt, moet de tablet als gemist worden beschouwd en moet een nieuwe tablet zo snel mogelijk worden ingenomen. Indien mogelijk moet de nieuwe tablet binnen 24 uur na het gebruikelijke tijdstip ingenomen worden. De volgende tablet moet dan weer genomen worden op het gebruikelijke tijdstip. Als er 24 uur of meer zijn verstreken na het innemen van de laatste tablet, geldt het advies met betrekking tot vergeten tabletten in rubriek 4.2 ‘Wat te doen na het vergeten van tabletten’. Als de vrouw haar gebruikelijke tabletinnameschema niet wil veranderen, moet zij de extra witte tablet(ten) uit een andere verpakking nemen.

Een onttrekkingsbloeding verschuiven of uitstellen

Om een onttrekkingsbloeding uit te stellen dient de vrouw met een nieuwe blisterverpakking van Zoely door te gaan zonder de gele placebotabletten uit de huidige verpakking in te nemen. Desgewenst kan de tabletinname worden verlengd tot de laatste witte werkzame tablet in de tweede verpakking. Vervolgens wordt de reguliere inname van Zoely hervat nadat de gele placebotabletten uit de tweede verpakking zijn ingenomen. Tijdens de verlenging kunnen doorbraakbloedingen of spotting optreden.

Als de vrouw haar onttrekkingsbloeding wil verplaatsen naar een andere dag van de week dan zij gewend is met haar huidige schema, kan haar geadviseerd worden om de eerstvolgende periode dat zij de gele placebotablet inneemt met maximaal 4 dagen in te korten. Hoe korter het interval, hoe groter de kans dat de onttrekkingsbloeding uitblijft en dat gedurende de daaropvolgende verpakking doorbraakbloedingen en spotting zullen optreden (net als bij het uitstellen van een onttrekkingsbloeding).

4.3Contra-indicaties

Gecombineerde hormonale anticonceptiva mogen niet worden gebruikt bij een van de volgende aandoeningen. Omdat er nog geen epidemiologische gegevens beschikbaar zijn voor gecombineerde hormonale anticonceptiva die 17β-oestradiol bevatten, worden de contra-indicaties die gelden voor gecombineerde hormonale anticonceptiva die ethinyloestradiol bevatten, geacht ook van toepassing te zijn op het gebruik van Zoely. Als een van deze aandoeningen voor het eerst optreedt tijdens het gebruik van Zoely, dan moet het gebruik van dit geneesmiddel direct worden gestaakt.

Aanwezigheid van of risico op veneuze trombo-embolie (VTE)

o Veneuze trombo-embolie – bestaande VTE (op anticoagulantia) of voorgeschiedenis van VTE (bijv. diepe veneuze trombose [DVT] of longembolie).

o Bekende erfelijke of verworven predispositie voor veneuze trombo-embolie, zoals APC- resistentie (waaronder Factor V-Leiden), antitrombine III-deficiëntie, proteïne C-deficiëntie, proteïne S-deficiëntie.

o Ingrijpende chirurgie met langdurige immobilisatie (zie rubriek 4.4).

oEen hoog risico op veneuze trombo-embolie door de aanwezigheid van meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4).

Aanwezigheid van of risico op arteriële trombo-embolie (ATE)

oArteriële trombo-embolie – bestaande arteriële trombo-embolie, voorgeschiedenis van

arteriële trombo-embolie (bijv. myocardinfarct) of prodromale aandoening (bijv. angina pectoris).

o Cerebrovasculaire ziekte – bestaande beroerte, voorgeschiedenis van beroerte of prodromale aandoening (bijv. transient ischaemic attack, TIA).

o Bekende erfelijke of verworven predispositie voor arteriële trombo-embolie, zoals hyperhomocysteïnemie en antifosfolipide-antilichamen (anticardiolipine-antilichamen, lupus anticoagulans).

o Voorgeschiedenis van migraine met focale neurologische symptomen.

oEen hoog risico op arteriële trombo-embolie door meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4) of door de aanwezigheid van een ernstige risicofactor zoals:

diabetes mellitus met vasculaire symptomen

ernstige hypertensie

ernstige dislipoproteïnemie.

Bestaande of eerder doorgemaakte pancreatitis, indien geassocieerd met ernstige hypertriglyceridemie.

Bestaande of eerder doorgemaakte ernstige leveraandoening, zolang de leverfunctiewaarden niet genormaliseerd zijn.

Bestaande levertumoren of een voorgeschiedenis hiervan (goed- of kwaadaardig).

Bekende of vermoede geslachtshormoonafhankelijke maligne aandoeningen (bijv. van de geslachtsorganen of de borsten).

Niet-gediagnosticeerde vaginale bloeding.

Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Waarschuwingen

Indien er sprake is van een van de hierna vermelde aandoeningen of risicofactoren, moet met de vrouw worden besproken of Zoely voor haar geschikt is.

Indien een van deze aandoeningen of risicofactoren verergert of voor het eerst optreedt, moet de vrouw het advies krijgen om contact op te nemen met haar arts, om te bepalen of het gebruik van Zoely moet worden gestaakt. Alle onderstaande gegevens zijn gebaseerd op epidemiologische gegevens verkregen met gecombineerde hormonale anticonceptiva die ethinyloestradiol bevatten. Zoely bevat 17β-oestradiol. Omdat er nog geen epidemiologische gegevens beschikbaar zijn voor gecombineerde hormonale anticonceptiva die oestradiol bevatten, worden de waarschuwingen geacht ook van toepassing te zijn op het gebruik van Zoely.

Risico op veneuze trombo-embolie (VTE)

Het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum verhoogt het risico op veneuze trombo-embolie, vergeleken met geen gebruik.

Producten die levonorgestrel, norgestimaat of norethisteron bevatten geven het laagste risico op VTE. Het is nog niet bekend hoe het risico met Zoely zich verhoudt tot deze producten met een laag risico. De beslissing om een product te gebruiken anders dan een waarvan bekend is dat deze het laagste risico op VTE heeft, mag uitsluitend worden genomen na een gesprek met de vrouw om er zeker van te zijn dat zij begrijpt dat zij risico heeft op VTE met gecombineerde hormonale anticonceptiva, hoe haar huidige risicofactoren dit risico beïnvloeden, en dat haar risico op VTE het hoogst is in het allereerste jaar dat zij het product gebruikt. Er zijn ook enige aanwijzingen dat het risico verhoogd is als een gecombineerd hormonaal anticonceptivum herstart wordt na een onderbreking van het gebruik van 4 weken of langer.

Bij vrouwen die geen gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken en niet zwanger zijn, zullen over een periode van één jaar ongeveer 2 op de 10.000 vrouwen een VTE ontwikkelen. Bij een individuele vrouw kan het risico echter veel hoger zijn, afhankelijk van haar onderliggende risicofactoren (zie onder).

Uit epidemiologisch onderzoek bij vrouwen die gecombineerde hormonale anticonceptiva met lage dosis (< 50 µg ethinyloestradiol) gebruiken, blijkt dat van de 10.000 vrouwen er tussen 6 en 12 over de periode van één jaar een VTE zullen ontwikkelen.

Geschat wordt dat van de 10.000 vrouwen die een gecombineerd hormonaal anticonceptivum met levonorgestrel gebruiken, er ongeveer 61 over de periode van één jaar een VTE zullen ontwikkelen.

Het is nog niet bekend hoe het risico op VTE met gecombineerde hormonale anticonceptiva die nomegestrolacetaat in combinatie met oestradiol bevatten zich verhoudt tot het risico met gecombineerde hormonale anticonceptiva die een lage dosis levonorgestrel bevatten.

Het aantal VTE’s per jaar bij gecombineerde hormonale anticonceptiva met lage dosis is lager dan het aantal dat verwacht wordt bij vrouwen tijdens zwangerschap of in de postpartumperiode.

In 1-2 % van de gevallen kan VTE een fatale afloop hebben.

In extreem zelden voorkomende gevallen is bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum melding gemaakt van trombose in andere bloedvaten, zoals aderen en slagaderen in de lever, het mesenterium, de nieren of de retina.

Risicofactoren voor VTE

Het risico op veneuze trombo-embolische complicaties bij gebruiksters van gecombineerde hormonale anticonceptiva kan aanzienlijk verhoogd zijn bij een vrouw met extra risicofactoren, vooral als er sprake is van meerdere risicofactoren (zie tabel).

Zoely is gecontra-indiceerd als een vrouw meerdere risicofactoren heeft die haar een hoger risico geven op veneuze trombose (zie rubriek 4.3). Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de toename van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval moet haar totale risico op VTE worden overwogen. Als de balans tussen voordelen en risico’s negatief wordt geacht, mag geen gecombineerd hormonaal anticonceptivum worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3).

Tabel: Risicofactoren voor VTE

Risicofactor

Toelichting

Obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m²)

Risico neemt met hogere BMI aanzienlijk toe.

 

Vooral belangrijk om te overwegen als er ook

 

andere risicofactoren zijn.

 

 

Langdurige immobilisatie, ingrijpende chirurgie,

In deze situaties is het aan te raden om gebruik

elke operatie aan de benen of het bekken,

van de pil te staken (in geval van electieve

neurochirurgie, of ernstig trauma

chirurgie minimaal vier weken van tevoren) en

 

niet eerder te herstarten dan twee weken na

NB: Tijdelijke immobilisatie waaronder > 4 uur

volledige remobilisatie. Een andere methode van

vliegen kan ook een risicofactor voor VTE zijn,

anticonceptie moet worden gebruikt om

vooral bij vrouwen met andere risicofactoren.

onbedoelde zwangerschap te voorkomen.

 

Antitrombosebehandeling moet worden

 

overwogen als Zoely niet van tevoren is gestopt.

 

 

1 Middenpunt van bereik van 5-7 per 10.000 WY, op basis van een relatief risico voor gecombineerde hormonale anticonceptiva met levonorgestrel versus geen gebruik van ongeveer 2,3 tot 3,6

Risicofactor

Toelichting

Positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden

Als een erfelijke predispositie wordt vermoed,

veneuze trombo-embolie bij een broer, zus of

moet de vrouw worden verwezen naar een

ouder, vooral op relatief jonge leeftijd, bijv. voor

specialist voor advies voordat besloten wordt over

het 50e levensjaar)

gebruik van een gecombineerd hormonaal

 

anticonceptivum.

 

 

Andere medische aandoeningen die verband

Kanker, systemische lupus erythematosus,

houden met VTE

hemolytisch uremisch syndroom, chronische

 

inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn of

 

colitis ulcerosa) en sikkelcelziekte

 

 

Toenemende leeftijd

Vooral boven de 35 jaar

 

 

Er bestaat geen consensus over de mogelijke rol van spataderen en oppervlakkige tromboflebitis bij het ontstaan of de progressie van veneuze trombose.

Er moet rekening worden gehouden met het hogere risico op trombo-embolie tijdens zwangerschap, en vooral tijdens de 6-weekse periode van het puerperium (zie rubriek 4.6 voor informatie over ‘Zwangerschap en borstvoeding’).

Symptomen van VTE (diepe veneuze trombose en longembolie)

Als er zich symptomen aandienen, moeten vrouwen het advies krijgen om spoedeisende medische hulp in te roepen en de zorgverlener te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruikt.

De volgende symptomen kunnen wijzen op diepe veneuze trombose (DVT):

-unilaterale zwelling van een been en/of voet, of langs een ader in het been;

-pijn of gevoeligheid van een been die mogelijk alleen wordt gevoeld bij het staan of lopen;

-verhoogde temperatuur in het aangedane been; rode of verkleurde huid op het been.

Symptomen van longembolie kunnen zijn:

-plotseling optreden van onverklaarde kortademigheid of snel ademen;

-plotseling hoesten wat gepaard kan gaan met hemoptyse;

-scherpe pijn op de borst;

-ernstig licht gevoel in het hoofd of ernstige duizeligheid;

-snelle of onregelmatige hartslag.

Sommige van deze symptomen (zoals ‘kortademigheid’, ‘hoesten’) zijn niet-specifiek en kunnen verkeerd worden geïnterpreteerd als gewonere of minder ernstige voorvallen (zoals luchtweginfecties). Andere verschijnselen van vasculaire occlusie kunnen zijn: plotselinge pijn, zwelling en lichte blauwverkleuring van een ledemaat.

Als de occlusie in het oog optreedt, kunnen de symptomen variëren van pijnloos wazig zien dat kan voortschrijden tot verlies van gezichtsvermogen. Soms kan het verlies van gezichtsvermogen bijna direct optreden.

Risico op arteriële trombo-embolie (ATE)

In epidemiologisch onderzoek is het gebruik van gecombineerde hormonale anticonceptiva in verband gebracht met een hoger risico op arteriële trombo-embolie (myocardinfarct) of cerebrovasculair accident (bijv. TIA, beroerte). Arteriële trombo-embolische voorvallen kunnen een fatale afloop hebben.

Risicofactoren voor ATE

Het risico op arteriële trombo-embolische complicaties of een cerebrovasculair accident bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum neemt toe bij een vrouw met risicofactoren (zie tabel). Zoely is gecontra-indiceerd als een vrouw één ernstige of meerdere risicofactoren voor ATE heeft die haar een hoog risico geven op arteriële trombose (zie rubriek 4.3).

Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de toename van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval moet rekening worden gehouden met haar totale risico. Als de balans tussen voordelen en risico’s negatief wordt geacht, mag geen gecombineerd hormonaal anticonceptivum worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3).

Tabel: risicofactoren voor ATE

Risicofactor

Toelichting

Toenemende leeftijd

Vooral boven de 35 jaar

 

 

Roken

Vrouwen moeten het advies krijgen niet te roken

 

als ze een gecombineerd hormonaal

 

anticonceptivum willen gebruiken. Vrouwen

 

boven de 35 die blijven roken moeten sterk

 

geadviseerd worden een andere methode van

 

anticonceptie te gebruiken.

Hypertensie

 

Obesitas (body mass index boven 30 kg/m2)

Het risico neemt met hogere BMI aanzienlijk toe.

 

Vooral belangrijk bij vrouwen met additionele

 

risicofactoren.

 

 

Positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden

Als een erfelijke predispositie wordt vermoed,

arteriële trombo-embolie bij een broer, zus of

moet de vrouw worden doorverwezen naar een

ouder, vooral op relatief jonge leeftijd, bijv. voor

specialist voor advies voordat wordt besloten over

het 50e levensjaar)

gebruik van een gecombineerd hormonaal

 

anticonceptivum.

 

 

Migraine

Een toename in frequentie of ernst van migraine

 

tijdens het gebruik van een gecombineerd

 

hormonaal anticonceptivum (wat prodromaal

 

voor een cerebrovasculair voorval kan zijn) kan

 

reden zijn om direct te stoppen.

 

 

Andere medische aandoeningen die verband

Diabetes mellitus, hyperhomocysteïnemie,

houden met vasculaire voorvallen

hartkleplijden en atriumfibrilleren,

 

dislipoproteïnemie en systemische lupus

 

erythematosus

 

 

Symptomen van ATE

Als er zich symptomen aandienen, moet de vrouw het advies krijgen met spoed medische hulp in te roepen en de zorgverlener te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruikt.

De volgende symptomen kunnen wijzen op een cerebrovasculair accident:

-plotselinge gevoelloosheid of zwakte van gezicht, arm of been, vooral aan één zijde van het lichaam;

-plotseling moeilijk lopen, duizeligheid, verlies van evenwicht of verminderde coördinatie;

-plotselinge verwardheid, problemen met spreken of begrijpen;

-plotseling moeilijk zien met één of beide ogen;

-plotselinge, ernstige of langdurige hoofdpijn zonder bekende oorzaak;

-bewustzijnsverlies of flauwvallen met of zonder toevallen.

Tijdelijke symptomen doen vermoeden dat het voorval een transient ischaemic attack (TIA) is.

De volgende symptomen kunnen wijzen op een myocardinfarct (MI):

-pijn, ongemak, druk, of een zwaar, beklemd of ‘vol’ gevoel in de borst, arm of onder het borstbeen;

-ongemak dat uitstraalt naar de rug, kaak, keel, arm, maag;

-vol gevoel, gevoel van indigestie of verstikking;

-transpireren, misselijkheid, braken of duizeligheid;

-extreme zwakte, angst of kortademigheid;

-snelle of onregelmatige hartslag.

Tumoren

Sommige epidemiologische studies hebben een verhoogd risico op baarmoederhalskanker aangetoond bij vrouwen die gecombineerde orale anticonceptiva (combinatie-OAC’s) langdurig gebruikt hebben (> 5 jaar). Het is echter nog onzeker in hoeverre deze bevinding kan worden toegeschreven aan het verstorend effect van seksueel gedrag en andere factoren zoals het humaan papillomavirus (HPV). Er zijn geen epidemiologische gegevens over het risico van baarmoederhalskanker bij gebruiksters van Zoely.

Met het gebruik van de hoger gedoseerde gecombineerde orale anticonceptiva (50 g ethinyloestradiol) is het risico op endometrium- en ovariumkanker verminderd. Of dit tevens geldt voor gecombineerde orale anticonceptiva die 17β-oestradiol bevatten, moet nog bevestigd worden.

Een meta-analyse van 54 epidemiologische onderzoeken heeft aangetoond dat bij vrouwen die een gecombineerd oraal anticonceptivum (combinatie-OAC) gebruiken, een licht verhoogd relatief risico (RR = 1,24) bestaat dat bij hen borstkanker gediagnosticeerd wordt. Dit bovenmatige risico verdwijnt geleidelijk in de loop van de 10 jaar na staking van het gebruik van het combinatie-OAC. Omdat borstkanker zelden voorkomt bij vrouwen jonger dan 40 jaar, is het extra aantal diagnosen van borstkanker bij actuele en recente gebruiksters van een combinatie-OAC klein ten opzichte van het algehele risico op borstkanker. In de regel bevinden de gevallen van borstkanker die worden gediagnosticeerd bij vrouwen die ooit een combinatie- OAC hebben gebruikt, zich klinisch in een minder vergevorderd stadium dan de gevallen van kanker bij vrouwen die nooit een combinatie-OAC hebben gebruikt. Het waargenomen patroon van risicotoename zou het gevolg kunnen zijn van een vroegtijdigere diagnose van borstkanker bij gebruiksters van een combinatie-OAC, de biologische effecten van gecombineerde orale anticonceptiva of van een combinatie van beide.

In zeldzame gevallen is bij gebruiksters van een gecombineerd oraal anticonceptivum (combinatie-OAC) melding gemaakt van goedaardige levertumoren en in nog zeldzamere gevallen van kwaadaardige levertumoren. Incidenteel hebben deze tumoren tot levensbedreigende intra-abdominale bloedingen geleid. Een levertumor moet daarom in de differentiaaldiagnose worden opgenomen als bij vrouwen die een combinatie-OAC gebruiken sprake is van hevige pijn in de bovenbuik, leververgroting of verschijnselen die wijzen op een intra-abdominale bloeding.

Hepatitis C

Tijdens klinische studies met de Hepatitis C-Virus (HCV)-combinatietherapie ombitasvir/paritaprevir/ritonavir met en zonder dasabuvir kwamen ALAT-verhogingen tot meer dan 5 maal de bovengrens van normaal (ULN) significant vaker voor bij vrouwen die ethinyloestradiolbevattende geneesmiddelen gebruikten, zoals gecombineerde hormonale anticonceptiva. Vrouwen die oestrogeenbevattende geneesmiddelen gebruikten anders dan ethinyloestradiol, zoals oestradiol, hadden een ALAT-verhoging vergelijkbaar met vrouwen die geen oestrogenen kregen. Echter, door het beperkte aantal vrouwen dat deze andere oestrogenen kreeg is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdige toediening met de combinatietherapie ombitasvir/paritaprevir/ritonavir met of zonder dasabuvir. Zie rubriek 4.5.

Overige aandoeningen

Bij vrouwen met hypertriglyceridemie of een positieve familieanamnese voor hypertriglyceridemie kan bij gebruik van een gecombineerd oraal anticonceptivum (combinatie- OAC) een verhoogd risico op pancreatitis bestaan.

Hoewel bij veel vrouwen die een gecombineerd oraal anticonceptivum (combinatie-OAC) gebruiken geringe verhogingen van de bloeddruk zijn gemeld, zijn klinisch relevante

bloeddrukstijgingen zeldzaam. Er is geen verband vastgesteld tussen het gebruik van gecombineerde orale anticonceptiva en klinische hypertensie. Indien zich echter tijdens het gebruik van een combinatie-OAC een aanhoudende, klinisch relevante hypertensie ontwikkelt, dient de arts voorzichtigheidshalve de inname van de tabletten te laten staken en de verhoogde bloeddruk te behandelen. Indien dit passend wordt geacht, mag het gebruik van het combinatie- OAC worden hervat als met een bloeddrukverlagende behandeling normale bloeddrukwaarden bereikt kunnen worden.

Van de volgende aandoeningen is gemeld dat deze kunnen optreden of verslechteren tijdens zowel de zwangerschap als het gebruik van gecombineerde orale anticonceptiva, maar er is geen eenduidig bewijs dat er een verband bestaat met het gebruik van gecombineerde orale anticonceptiva: geelzucht en/of pruritus in verband met cholestase; de vorming van galstenen; porfyrie; systemische lupus erythematodes; hemolytisch-uremisch syndroom; chorea van Sydenham; herpes gestationis; gehoorverlies in verband met otosclerose.

Bij vrouwen met erfelijk angio-oedeem kunnen exogene oestrogenen symptomen van angio- oedeem induceren of verergeren.

Bij acute of chronische leverfunctiestoornissen kan het noodzakelijk zijn het gebruik van het gecombineerde orale anticonceptivum te staken totdat de leverwaarden genormaliseerd zijn. Staking van het gebruik van gecombineerde orale anticonceptiva is noodzakelijk wanneer cholestatische icterus recidiveert nadat deze klacht zich voor het eerst heeft voorgedaan tijdens de zwangerschap of eerder gebruik van geslachtshormonen.

Hoewel gecombineerde orale anticonceptiva een effect op de perifere insulineresistentie en glucosetolerantie kunnen hebben, is er geen bewijs voor de noodzaak om het behandelingsregime te wijzigen bij diabetespatiënten die laaggedoseerde gecombineerde orale anticonceptiva gebruiken (die < 0,05 mg ethinylestradiol bevatten). Diabetespatiënten die een combinatie-OAC gebruiken, moeten echter met name in de eerste gebruiksmaanden onder zorgvuldige controle blijven.

De ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en verergering van depressie zijn in verband gebracht met het gebruik van gecombineerde orale anticonceptiva.

Chloasma kan een enkele maal optreden, met name bij vrouwen met chloasma gravidarum in de anamnese. Vrouwen met een predispositie voor chloasma dienen blootstelling aan zonlicht of ultraviolette straling te vermijden zolang zij een gecombineerd oraal anticonceptivum gebruiken.

Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp-lactasedeficiëntie of glucosegalactosemalabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

Medisch onderzoek/consult

Voorafgaand aan het instellen of opnieuw starten van Zoely moet een volledige anamnese (inclusief familiegeschiedenis) worden afgenomen en zwangerschap worden uitgesloten. De bloeddruk moet worden gemeten en een lichamelijk onderzoek moet worden verricht op geleide van contra-indicaties (zie rubriek 4.3) en waarschuwingen (zie rubriek 4.4). Het is belangrijk om de vrouw te wijzen op de informatie over veneuze en arteriële trombose, inclusief het risico van Zoely in vergelijking met andere gecombineerde hormonale anticonceptiva, de symptomen van VTE en ATE, de bekende risicofactoren en wat zij moet doen in geval van vermoede trombose.

De vrouw moet ook worden geïnstrueerd om de bijsluiter zorgvuldig te lezen en gegeven adviezen op te volgen. De frequentie en aard van onderzoek moeten worden gebaseerd op de vastgestelde praktijkrichtlijnen en worden aangepast op de individuele vrouw.

Vrouwen moeten erop worden gewezen dat hormonale anticonceptiva niet beschermen tegen hiv- infecties (aids) en andere seksueel overdraagbare aandoeningen.

Verminderde werkzaamheid

De werkzaamheid van gecombineerde orale anticonceptiva kan verminderd zijn in geval van bijvoorbeeld vergeten tabletten (zie rubriek 4.2), gastro-intestinale klachten tijdens de inname van werkzame tabletten (zie rubriek 4.2) of gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die de plasmaconcentraties van nomegestrolacetaat en/of oestradiol verlagen (zie rubriek 4.5).

Cycluscontrole

Bij alle gecombineerde orale anticonceptiva kan zich onregelmatig bloedverlies (spotting of doorbraakbloedingen) voordoen, met name tijdens de eerste gebruiksmaanden. Daarom is beoordeling van onregelmatig bloedverlies pas zinvol na een aanpassingsperiode van ongeveer 3 cycli. Het percentage vrouwen dat Zoely gebruikte en na deze aanpassingsperiode tussen de cycli bloedingen kreeg, bedroeg 15-20 %.

Als het onregelmatige bloedverlies aanhoudt of optreedt nadat eerdere cycli regelmatig waren, moet rekening gehouden worden met niet-hormonale oorzaken en zijn passende diagnostische maatregelen geïndiceerd om maligniteit of zwangerschap uit te sluiten. Curettage kan eveneens hieronder vallen.

De duur van de onttrekkingsbloeding bij vrouwen die Zoely gebruiken is gemiddeld 3-4 dagen. Bij gebruiksters van Zoely kan de onttrekkingsbloeding uitblijven hoewel zij niet zwanger zijn. In klinische studies, varieerde het uitblijven van de onttrekkingsbloeding gedurende cycli 1-12 van 18 tot 32 %. In dergelijke gevallen stond het uitblijven van de onttrekkingsbloeding niet in verband met een hogere incidentie van doorbraakbloeding/spotting in de daaropvolgende cycli. Bij 4,6 % van de vrouwen bleef de onttrekkingsbloeding uit tijdens de eerste drie gebruikscycli. Bij deze subgroep was er een hoge incidentie van uitblijven van de onttrekkingsbloeding in latere gebruikscycli, voorkomend bij 76 % tot 87 % van de vrouwen. De onttrekkingsbloeding bleef uit bij 28 % van de vrouwen tijdens ten minste een van de cycli 2, 3 en 4. Dit werd geassocieerd met een hogere incidentie van uitblijven van de onttrekkingsbloeding in latere gebruikscycli, variërend van 51 % tot 62 %.

Als de onttrekkingsbloeding uitblijft, en de vrouw Zoely heeft ingenomen volgens de aanwijzingen in rubriek 4.2, is het onwaarschijnlijk dat zij zwanger is. Als Zoely echter niet volgens de aanwijzingen is ingenomen of als er twee onttrekkingsbloedingen na elkaar uitblijven, dan moet een zwangerschap worden uitgesloten voordat het gebruik van Zoely wordt hervat.

Pediatrische patiënten

Het is niet bekend of de hoeveelheid oestradiol in Zoely voldoende is om een adequate oestradiolspiegel te handhaven bij adolescenten, met name voor de opbouw van botmassa (zie rubriek 5.2).

Laboratoriumonderzoeken

Het gebruik van anticonceptieve steroïden kan van invloed zijn op de uitslagen van bepaalde laboratoriumonderzoeken, waaronder biochemische lever-, schildklier-, bijnier- en nierfunctieparameters, plasmaconcentraties van (drager)eiwitten, bijv. corticosteroïdbindend globuline en lipiden-/lipoproteïnefracties, en parameters van de koolhydraatstofwisseling, bloedstolling en fibrinolyse. In het algemeen blijven de veranderingen binnen het normaalbereik.

4.5Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Interacties

Opmerking: raadpleeg de productinformatie van geneesmiddelen die gelijktijdig gebruikt worden om mogelijke interacties te identificeren.

De invloed van andere geneesmiddelen op Zoely

Interacties tussen orale anticonceptiva en enzyminducerende geneesmiddelen kunnen doorbraakbloedingen en/of anticonceptiefalen tot gevolg hebben.

Levermetabolisme: interacties kunnen voorkomen met stoffen die CYP450-enzymen induceren, dit leidt tot verlaagde concentraties geslachtshormonen en verminderde effectiviteit van gecombineerde orale anticonceptiva, waaronder Zoely. Deze stoffen komen voornamelijk voor in anticonvulsiva (bijv. carbamazepine, topiramaat, fenytoïne, fenobarbital, primidon, oxcarbazepine, felbamaat); anti- infectieuze middelen (bijv. rifampicine, rifabutine, griseofulvine); sint-janskruid; bosentan en hiv- of hepatitis C (HCV)proteaseremmers (bijv. ritonavir, boceprevir, telaprevir) en NNRTI’s (bijv. efavirenz).

Na een aantal dagen behandeling kan enzyminductie voorkomen. Maximale enzyminductie wordt over het algemeen waargenomen binnen een aantal weken. Enzyminductie kan tot ongeveer 28 dagen na het stoppen van de behandeling aanhouden.

Een barrièremethode dient ook toegepast te worden tijdens het gelijktijdig gebruik met een enzyminductor en gedurende 28 dagen daarna. In geval van langdurig gebruik van deze leverenzym- inducerende stoffen dient een andere anticonceptiemethode overwogen te worden.

Als gelijktijdige toediening met andere geneesmiddelen doorgaat tot na het einde van de actieve tabletten van de in gebruik zijnde blisterverpakking moet direct worden gestart met de volgende blisterverpakking zonder het gebruikelijke placebotabletinterval.

Gelijktijdige toediening met sterke (bijv. ketoconazol, itraconazol, claritromycine) of matige (bijv. fluconazol, diltiazem, erytromycine) CYP3A4-remmers kan serumconcentraties van oestrogenen of progestagenen verhogen.

Er zijn geen geneesmiddeleninteractiestudies uitgevoerd met Zoely, maar er zijn twee studies verricht met respectievelijk rifampicine en ketoconazol en een hoger gedoseerde combinatie van nomegestrolacetaat en oestradiol (nomegestrolacetaat 3,75 mg + 1,5 mg oestradiol) bij postmenopauzale vrouwen. Gelijktijdig gebruik van rifampicine vermindert de AUC0-∞ van nomegestrolacetaat met 95 % en verhoogt de AUC0-tlast van oestradiol met 25 %. Gelijktijdig gebruik van ketoconazol (eenmalige dosis van 200 mg) verandert het oestradiolmetabolisme niet terwijl verhogingen in de piekconcentratie (85 %) en AUC0-∞ (115 %) van nomegestrolacetaat werden waargenomen, die niet klinisch relevant waren. Soortgelijke conclusies worden verwacht bij vrouwen die kinderen kunnen krijgen.

De invloed van Zoely op andere geneesmiddelen

Anticonceptiva die ethinyloestradiol bevatten kunnen de concentratie lamotrigine met ongeveer 50 % verlagen. Een vrouw die goed ingesteld is op lamotrigine moet in de gaten worden gehouden, met name bij de introductie van een gecombineerd anticonceptivum, zelfs met oestradiol.

Overige interacties

Tijdens klinische studies met de HCV-combinatietherapie ombitasvir/paritaprevir/ritonavir met en zonder dasabuvir kwamen ALAT-verhogingen tot meer dan 5 maal de bovengrens van normaal (ULN) significant vaker voor bij vrouwen die ethinyloestradiolbevattende geneesmiddelen gebruikten, zoals gecombineerde hormonale anticonceptiva. Vrouwen die oestrogeenbevattende geneesmiddelen gebruikten anders dan ethinyloestradiol, zoals oestradiol, hadden een ALAT-verhoging vergelijkbaar met vrouwen die geen oestrogenen kregen. Echter, door het beperkte aantal vrouwen dat deze andere oestrogenen kreeg is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdige toediening met de combinatietherapie ombitasvir/paritaprevir/ritonavir met of zonder dasabuvir.

4.6Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Zoely is niet geïndiceerd voor gebruik tijdens de zwangerschap.

Indien een zwangerschap optreedt tijdens het gebruik van Zoely, moet de vrouw stoppen met de inname. Uit de meeste epidemiologische onderzoeken is echter gebleken dat er geen verhoogd risico bestaat op aangeboren afwijkingen bij pasgeborenen van moeders die voor de zwangerschap een gecombineerd oraal anticonceptivum met ethinyloestradiol hadden gebruikt. Evenmin was er sprake van teratogene effecten door onbedoelde inname van gecombineerde orale anticonceptiva die ethinyloestradiol bevatten tijdens de vroege zwangerschap.

Klinische gegevens op basis van een beperkt aantal blootstellingen tijdens de zwangerschap duiden niet op een schadelijk effect van Zoely op de foetus of pasgeborene.

In dieronderzoek is met de combinatie nomegestrolacetaat/oestradiol reproductietoxiciteit waargenomen (zie preklinische veiligheidsgegevens in rubriek 5.3).

Bij het herstarten van Zoely moet rekening worden gehouden met het verhoogde risico op VTE tijdens de postpartumperiode (zie rubrieken 4.2 en 4.4).

Borstvoeding

Kleine hoeveelheden van de anticonceptieve steroïden en/of metabolieten ervan kunnen in de moedermelk worden uitgescheiden, maar er is geen bewijs dat dit een nadelige invloed heeft op de gezondheid van de zuigeling.

De borstvoeding kan worden beïnvloed door gecombineerde orale anticonceptiva omdat zij de hoeveelheid moedermelk kunnen verminderen en een effect kunnen hebben op de samenstelling. Daarom wordt het gebruik van gecombineerde orale anticonceptiva niet aangeraden voordat de moeder volledig met borstvoeding is gestopt; voor vrouwen die borstvoeding willen geven moet een alternatieve anticonceptiemethode worden voorgesteld.

Vruchtbaarheid

Zoely is geïndiceerd voor het voorkomen van zwangerschap. Voor informatie over het terugkeren van fertiliteit, zie rubriek 5.1.

4.7Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Zoely heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De veiligheid van Zoely is beoordeeld op basis van zes multicentrische klinische onderzoeken met een duur van maximaal één jaar. In totaal namen 3434 vrouwen in de leeftijd van 18-50 jaar deel en werden 33.828 cycli doorlopen.

Tabel met bijwerkingen

In de onderstaande tabel staan mogelijk gerelateerde bijwerkingen vermeld die in klinisch onderzoek of tijdens postmarketinggebruik zijn gerapporteerd met Zoely.

Alle bijwerkingen staan gerangschikt per systeem/orgaanklasse en frequentie; zeer vaak ( 1/10), vaak ( 1/100 tot < 1/10), soms ( 1/1000 tot < 1/100) en zelden ( 1/10.000 tot < 1/1000).

Systeem/orgaanklasse

 

Bijwerking volgens de MedDRA-terminologie1

Zeer vaak

 

Vaak

Soms

Zelden

Voedings- en

 

 

 

toegenomen

verminderde

stofwisselings-

 

 

 

eetlust,

eetlust

stoornissen

 

 

 

vochtretentie

 

Systeem/orgaanklasse

Bijwerking volgens de MedDRA-terminologie1

Zeer vaak

Vaak

Soms

Zelden

Psychische stoornissen

 

verminderd

 

verhoogd libido

 

 

libido,

 

 

 

 

depressie/

 

 

 

 

depressieve

 

 

 

 

stemming,

 

 

 

 

stemming

 

 

 

 

veranderd

 

 

Zenuwstelsel-

 

hoofdpijn,

 

cerebrovasculair

aandoeningen

 

migraine

 

accident,

 

 

 

 

transient

 

 

 

 

ischaemic attack

 

 

 

 

(TIA),

 

 

 

 

aandachtsstoornis

Oogaandoeningen

 

 

 

contactlensintole-

 

 

 

 

rantie/droog oog

Bloedvataandoeningen

 

 

opvlieger

veneuze trombo-

 

 

 

 

embolie (VTE)

Maag-darmstelselaan-

 

misselijkheid

abdominale

droge mond

doeningen

 

 

distensie

 

Lever- en

 

 

 

cholelithiasis,

galaandoeningen

 

 

 

cholecystitis

Huid- en

acne

 

hyperhidrose,

chloasma,

onderhuidaandoeningen

 

 

alopecia,

hypertrichose

 

 

 

pruritus, droge

 

 

 

 

huid, seborroe

 

Skeletspierstelsel- en

 

 

zwaar gevoel

 

bindweefsel-

 

 

 

 

aandoeningen

 

 

 

 

Voortplantingsstelsel-

abnormale

metrorragie,

hypomenorroe,

vaginale geur,

en borstaandoeningen

onttrekkingsbloe

menorragie,

gezwollen

vulvovaginaal

 

ding

borstpijn,

borsten,

ongemak

 

 

buikpijn

galactorroe,

 

 

 

onderaan

baarmoeder-

 

 

 

 

spasme,

 

 

 

 

premenstrueel

 

 

 

 

syndroom,

 

 

 

 

borstgezwel,

 

 

 

 

dyspareunie,

 

 

 

 

vulvovaginale

 

 

 

 

droogheid

 

Algemene

 

 

prikkelbaarheid,

honger

aandoeningen en

 

 

oedeem

 

toedieningsplaats-

 

 

 

 

stoornissen

 

 

 

 

Onderzoeken

 

gewicht

leverenzym

 

 

 

verhoogd

verhoogd

 

1De meest geschikte MedDRA-term om een bepaalde bijwerking te beschrijven, staat vermeld. Synoniemen of aanverwante aandoeningen zijn niet vermeld, maar deze dienen wel in aanmerking genomen te worden.

Naast bovengenoemde bijwerkingen zijn overgevoeligheidsreacties gemeld bij gebruiksters van Zoely (frequentie niet bekend).

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Bij vrouwen die gecombineerde hormonale anticonceptiva gebruiken is een verhoogd risico waargenomen op arteriële en veneuze trombotische en trombo-embolische voorvallen, waaronder

myocardinfarct, beroerte, TIA, veneuze trombose en longembolie, die in rubriek 4.4 gedetailleerder worden besproken.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9Overdosering

Er zijn bij vrouwen zonder veiligheidsbezwaren meervoudige doses tot vijf maal de dagelijkse dosis van Zoely en enkelvoudige doses tot 40 maal de dagelijkse dosis van nomegestrolacetaat als enkelvoudige stof gebruikt. Op basis van de algemene ervaring met gecombineerde orale anticonceptiva zijn de symptomen die kunnen optreden: misselijkheid, braken en, bij jonge meisjes, licht vaginaal bloedverlies. Er bestaan geen specifieke antidota en verdere behandeling is symptomatisch.

5.FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Geslachtshormonen en modulatoren van het genitale systeem, progestagenen en oestrogenen, vaste combinaties, ATC-code: G03AA14.

Werkingsmechanisme

Nomegestrolacetaat is een hoogselectief progestageen, afgeleid van het natuurlijke steroïdhormoon progesteron. Nomegestrolacetaat heeft een sterke affiniteit voor de menselijke progesteronreceptor en heeft een antigonadotrope werking, een progesteronreceptor-gemedieerde anti-oestrogene werking en een matige anti-androgene werking. Nomegestrolacetaat heeft geen oestrogene, androgene, glucocorticoïde of mineralocorticoïde werking.

Het oestrogeen in Zoely is 17β-oestradiol, een natuurlijk oestrogeen dat identiek is aan het endogene humane 17β-oestradiol.

De anticonceptieve werking van Zoely berust op de interactie van verscheidene factoren, waarvan de ovulatieremming en de veranderingen in het cervixslijm als belangrijkste worden gezien.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

In twee gerandomiseerde, open-label, vergelijkende onderzoeken naar werkzaamheid en veiligheid zijn meer dan 3200 vrouwen gedurende tot 13 achtereenvolgende cycli behandeld met Zoely en meer dan 1000 vrouwen met drospirenon 3 mg - ethinyloestradiol 30 μg (21/7 behandelingsregime).

In de Zoely groep werd acne gemeld door 15,4 % van de vrouwen (versus 7,9 % in de vergelijkingsgroep), gewichtstoename werd gemeld door 8,6 % van de vrouwen (versus 5,7 % in de vergelijkingsgroep), en abnormale onttrekkingsbloeding (voornamelijk het uitblijven van onttrekkingsbloeding) werd gemeld door 10,5 % van de vrouwen (versus 0,5 % in de vergelijkingsgroep).

In het klinische onderzoek dat in de Europese Unie met Zoely is verricht werden de volgende Pearl- indices berekend voor de leeftijdsgroep van 18-35 jaar:

Falen van de methode: 0,40 (bovengrens 95 % betrouwbaarheidsinterval 1,03)

Falen van de methode + falen vanwege incorrecte inname van de methode: 0,38 (bovengrens 95 % betrouwbaarheidsinterval 0,97)

In het klinische onderzoek dat in de Verenigde Staten met Zoely is verricht werden de volgende Pearl- indices berekend voor de leeftijdsgroep van 18-35 jaar:

Falen van de methode: 1,22 (bovengrens 95 % betrouwbaarheidsinterval 2,18) Falen van de methode en onjuist gebruik van de methode: 1,16 (bovengrens 95 % betrouwbaarheidsinterval 2,08)

In een gerandomiseerd, open-label onderzoek werden 32 vrouwen gedurende 6 cycli met Zoely behandeld.

Na staking van het gebruik van Zoely werd bij 79 % van de vrouwen een herstel van de ovulatie gezien tijdens de eerste 28 dagen na inname van de laatste tablet.

In één klinisch onderzoek werd bij een subgroep van vrouwen (n=32) na 13 behandelingscycli histologisch onderzoek van het endometrium verricht. De uitslagen hiervan waren niet afwijkend.

Pediatrische patiënten

Er zijn geen gegevens beschikbaar met betrekking tot de werkzaamheid en veiligheid bij adolescenten onder de 18 jaar. De beschikbare farmacokinetische gegevens zijn in rubriek 5.2 weergegeven.

5.2Farmacokinetische eigenschappen

Nomegestrolacetaat

Absorptie

Oraal toegediend nomegestrolacetaat wordt snel geabsorbeerd.

De maximale plasmaconcentraties van nomegestrolacetaat van ongeveer 7 ng/ml worden 2 uur na een enkelvoudige toediening bereikt. De absolute biologische beschikbaarheid van nomegestrolacetaat na een enkelvoudige dosis is 63 %. Er werd geen klinisch relevant effect van voedsel op de biologische beschikbaarheid van nomegestrolacetaat waargenomen.

Distributie

    Geneesmiddelen op recept vermeld. ATC code: "G03AA14"

  • Ioa - G03AA14

Nomegestrolacetaat is in hoge mate gebonden aan albumine (97-98 %), maar bindt zich niet aan geslachtshormoon bindend globuline (SHBG) of corticoïd bindend globuline (CBG). Het schijnbare verdelingsvolume van nomegestrolacetaat bij steady-state is 1645 576 l.

Biotransformatie

Nomegestrolacetaat wordt door cytochroom P450-enzymen in de lever gemetaboliseerd tot diverse inactieve gehydroxyleerde metabolieten, voornamelijk CYP3A4 en CYP3A5 met mogelijke inbreng van CYP2C19 en CYP2C8. Nomegestrolacetaat en de gehydroxyleerde metabolieten ervan ondergaan extensieve fase 2-metabolisering, waarbij glucuronide- en sulfaatconjugaten worden gevormd. De schijnbare klaring bij steady-state bedraagt 26 l/uur.

Eliminatie

De eliminatiehalfwaardetijd (t1/2) is 46 uur (variërend van 28-83 uur) bij steady-state. De eliminatiehalfwaardetijd van metabolieten is niet bepaald.

Nomegestrolacetaat wordt via de urine en faeces uitgescheiden. Ongeveer 80 % van de dosis wordt binnen 4 dagen met de urine en faeces uitgescheiden. De excretie van nomegestrolacetaat was na

10 dagen vrijwel compleet. De uitgescheiden hoeveelheden waren hoger in de faeces dan in de urine.

Lineariteit

Dosislineariteit werd waargenomen binnen het dosisbereik van 0,625-5 mg (beoordeeld bij vruchtbare en postmenopauzale vrouwen).

Steady-state omstandigheden

De farmacokinetiek van nomegestrolacetaat wordt niet beïnvloed door SHBG.

Steady-state wordt na 5 dagen bereikt. De maximale plasmaconcentraties van nomegestrolacetaat van ongeveer 12 ng/ml worden 1,5 uur na toediening bereikt. De steady-state-plasmaconcentraties liggen gemiddeld op 4 ng/ml.

Interacties met andere geneesmiddelen

Nomegestrolacetaat leidt in vitro niet tot opvallende inductie of inhibitie van cytochroom P450- enzymen en vertoont geen klinisch relevante interactie met het transporteiwit P-gp.

Oestradiol

Absorptie

Oestradiol is onderhevig aan een aanmerkelijk firstpasseffect na orale toediening. De absolute biologische beschikbaarheid is ongeveer 1 %. Er werd geen klinisch relevant effect van voedsel op de biologische beschikbaarheid van oestradiol waargenomen.

Distributie

De distributie van exogeen en endogeen oestradiol is vergelijkbaar. Oestrogenen worden uitgebreid gedistribueerd in het lichaam en worden doorgaans in de doelorganen van geslachtshormonen in hogere concentraties aangetroffen. Oestradiol circuleert in het bloed gebonden aan SHBG (37 %) en aan albumine (61 %), met slechts ongeveer 1-2 % als ongebonden fractie.

Biotransformatie

Oraal toegediend exogeen oestradiol wordt uitgebreid gemetaboliseerd. De metabolisering van exogeen en endogeen oestradiol is vergelijkbaar. Oestradiol wordt in de darm en de lever snel omgezet in diverse metabolieten, voornamelijk oestron, die vervolgens worden geconjugeerd en hun weg vervolgen in de enterohepatische kringloop. Er bestaat een dynamisch evenwicht tussen oestradiol, oestron en oestronsulfaat door de activiteit van diverse enzymen, waaronder oestradioldehydrogenasen, sulfotransferasen en arylsulfatasen. Oxidatie van oestron en oestradiol geschiedt met behulp van cytochroom P450-enzymen, voornamelijk CYP1A2, CYP1A2 (extrahepatisch), CYP3A4, CYP3A5, CYP1B1 en CYP2C9.

Eliminatie

Oestradiol wordt snel uit de circulatie geklaard. Als gevolg van metabolisering en de enterohepatische kringloop is er sprake van een grote circulerende pool van oestrogeensulfaten en glucuroniden. Dit leidt tot een zeer variabele voor baseline gecorrigeerde eliminatiehalfwaardetijd van oestradiol, die wordt berekend op 3,6 ± 1,5 uur na intraveneuze toediening.

Steady-state omstandigheden

De maximale serumconcentraties van oestradiol liggen ongeveer op 90 pg/ml en worden 6 uur na toediening bereikt. De gemiddelde serumconcentraties liggen rond 50 pg/ml en deze oestradiolspiegels komen overeen met de vroege en late fase van de menstruatiecyclus bij de vrouw.

Speciale populaties

Pediatrische patiënten

De farmacokinetiek van nomegestrolacetaat (primaire doelstelling) na orale toediening van een eenmalige dosis Zoely was vergelijkbaar tussen gezonde postmenarchale adolescenten en volwassenen. De blootstelling aan oestradiol (secundaire doelstelling) was echter 36 % lager bij adolescenten dan bij volwassen proefpersonen na orale toediening van een eenmalige dosis. De klinische relevantie van dit resultaat is onbekend.

Het effect van nierfunctiestoornissen

Er zijn geen onderzoeken verricht om het effect van nieraandoeningen op de farmacokinetiek van Zoely te beoordelen.

Het effect van leverfunctiestoornissen

Er zijn geen onderzoeken verricht om het effect van leveraandoeningen op de farmacokinetiek van Zoely te evalueren. Bij vrouwen met een leverfunctiestoornis kan echter sprake zijn van gebrekkige metabolisering van steroïdhormonen.

Etnische groepen

Er zijn geen formele onderzoeken verricht naar de farmacokinetiek bij verschillende etnische groepen.

5.3Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

In toxiciteitsstudies met herhaalde dosering van oestradiol, nomegestrolacetaat of een combinatie werden de verwachte oestrogene en gestagene effecten gezien.

In onderzoek naar reproductietoxiciteit met de combinatie is foetotoxiciteit waargenomen, wat past bij de blootstelling aan oestradiol.

Met de combinatie is geen onderzoek naar genotoxiciteit en carcinogeniteit verricht. Nomegestrolacetaat is niet genotoxisch.

Wel moet bedacht worden dat geslachtshormonen de groei van bepaalde hormoonafhankelijke weefsels en tumoren kunnen bevorderen.

6.FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1Lijst van hulpstoffen

Tabletkern (witte werkzame filmomhulde tabletten en gele filmomhulde placebotabletten) Lactosemonohydraat

Microkristallijne cellulose (E460) Crospovidon (E1201)

Talk (E553b) Magnesiumstearaat (E572) Colloïdaal watervrij silica

Tabletomhulling (witte werkzame filmomhulde tabletten)

Poly(vinylalcohol) (E1203)

Titaandioxide (E171)

Macrogol 3350

Talk (E553b)

Tabletomhulling (gele filmomhulde placebotabletten)

Poly(vinylalcohol) (E1203)

Titaandioxide (E171)

Macrogol 3350

Talk (E553b)

Geel ijzeroxide (E172)

Zwart ijzeroxide (E172)

6.2Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3Houdbaarheid

3 jaar

6.4Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5Aard en inhoud van de verpakking

PVC/aluminium blisterverpakking met 28 filmomhulde tabletten (24 witte filmomhulde tabletten en 4 gele filmomhulde tabletten).

Verpakkingsgrootten: 28, 84, 168 en 364 filmomhulde tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Combinatie anticonceptiepillen (waaronder Zoely tabletten) die niet meer nodig zijn dienen niet door de gootsteen of de WC gespoeld te worden. De hormonale werkzame stoffen in de tablet kunnen schadelijke effecten hebben als zij in het aquatisch milieu terechtkomen. De tabletten dienen ingeleverd te worden bij een apotheek of op een andere veilige manier te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften. Deze maatregelen zullen helpen om het milieu te beschermen.

7.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Teva B.V.

Swensweg 5

2031 GA Haarlem

Nederland

8.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/11/690/001

EU/1/11/690/002

EU/1/11/690/003

EU/1/11/690/004

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 27 juli 2011

Datum van laatste verlenging: 21 april 2016

10.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.

Commentaar

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Hulp
  • Get it on Google Play
  • Over
  • Info on site by:

  • Presented by RXed.eu

  • 27558

    Geneesmiddelen op recept vermeld